Sébastien Baudart 2e licentie geschiedenis Eindverhandeling Stripverhalen in de Belgische dagbladpers



Dovnload 3.95 Mb.
Pagina104/158
Datum22.07.2016
Grootte3.95 Mb.
1   ...   100   101   102   103   104   105   106   107   ...   158

19.4.5. Bazielken en het levenselixir1


Dit verhaal draait rond een levenselixir dat verborgen was in een oud Egyptisch beeldje. Bazielken en O'Bros worden achternagezeten door een geheimzinnige die het drankje in zijn bezit probeert te krijgen. Ze trekken naar het Schots kasteel van Baron van Kiekeborst. Daar maken ze kennis met Professor Sprietgras, die het elixir bij één van zijn opgravingen in Egypte ontdekte.

De te nieuwsgierige O'Bros drinkt van het flesje, waardoor hij terug een baby wordt. Even later wordt hij samen met Professor Sprietgras en het kostbare flesje door de geheimzinnige onbekende ontvoerd. Bazielken achtervolgt hen en komt terecht in Egyptisch versierde onderaardse ruimten in Londen.

Het blijkt om een bende te gaan die onder leiding staat van Professor Knak (dezelfde als uit het vorige verhaal) en die de god "Sjok-o-glassee" aanbidt. Bazielken slaagt erin de bende te overmeesteren, maar Knak kan samen met baby O'Bros vluchten …

19.4.6. Bazielken, de held van Mato Grosso1


Via een bericht in de krant – Knak vliegt rond met een vliegende theepot en dat gaat niet onopgemerkt voorbij – komen Bazielken en co de Mongoolse geleerde terug op het spoor. Via het geratel van een papegaai komen ze zelfs precies te weten waar hij naartoe is. Knak zit blijkbaar in Brazilië, bij de Witte Indianen uit Mato Grosso, waarvan niemand minder dan "Sjok-o-glacee" de afgod is. Bazielken en professor Sprietgras besluiten dan ook maar naar Mato Grosso te trekken.

In Brazilië aangekomen, leren ze de gids Pedro kennen. Deze blijkt uit een vorige expeditie nog een plan te beschikken van waar ze naartoe moeten (de stad Atlantis Nuovo), en zo vertrekken ze op expeditie. Maar dat blijkt niet van een leien dakje te lopen : hun jeep wordt gesaboteerd en ze worden overvallen.

Via via komen ze in contact met het Indiaanse meisje Carminha, die hen de weg kan wijzen tijdens hun tocht. Ze steken de Rio das Mortes over en verlaten zo de beschaving. Maar al vlug worden zowel Carminha als Sprietgras door de Chavantes-Indianen ontvoerd. Ze worden alle twee uitgeleverd aan de "blanke Indio's", "het "Herrenfolk" van Atlantis".

Het blijkt er daar in Atlantis nogal "speciaal" aan toe te gaan. Het land staat onder leiding van een vrouwelijke dictator, de "Ccoya", die over leven en dood beslist. Er worden trouwens linken gelegd met nazi-Duitsland : niet alleen is er sprake van het "Herrenfolk" van Atlantis, de inwoners brengen voor de Ccoya ook een Hitlergroet. Dissidenten worden in het oog gehouden door wachters.

Ze blijken in Atlantis ook over vrij barbaarse gewoonten te beschikken. Zo wordt Sprietgras, die voor een "agent van een vreemde mogendheid" gehouden wordt, "vriendelijk onderhoord"2, d.w.z. de handen aan het plafond gebonden, bewaakt door twee potige mannen met zwepen en met de volgende antwoordmogelijkheden : "Zijt ge een spion, ja of ja ?"3

Trouwens, niet alleen het staatshoofd is er een vrouw, zoals de huisgeleerde van de Ccoya zegt : "Hier regeert de vrouw. De man wast de luiers en de vrouw zit in 't parlement". Waarop Sprietgras opmerkt : "Gelijk bij ons, enfin ! En die soldaten en de beulen ?" Jachachik antwoordt : "Ja, 't vuil werk is natuurlijk voor de mannen !"4

Maar die hele situatie zou niet blijven duren. De Witte Indio's plannen namelijk een staatsgreep tegen de Ccoya en haar aanhangers : "… er dreigt een ondergrondse beweging. Den O.F. om het zo te zeggen …"5 Een eerste poging wordt door het leger nog onderdrukt, maar Bazielken zorgt voor een tweede poging, die wel succesvol eindigt. Met een luchtballon, die moet doorgaan voor de zonnegod, landt hij temidden van het volk en stelt hij de nieuwe leidster voor : het Vlaamse meisje Florke6, die hij door het volk laat uitroepen tot Ccoya Flora II. Ccoya Pachucrute wordt opgesloten, en haar ontsnappingspoging mislukt door toedoen van een teruggevonden en weer normaal geworden O'Bros.

De volgende dag laat Florke, de nieuwe koningin, het parlement en de edelen samenkomen voor een belangrijke mededeling. In een halfrond met een grote zon op de muur, spreekt ze vanop haar spreekgestoelte de vrouwelijke parlementsleden en de mannelijke edelen toe.

Bazielken bekijkt het hele schouwspel en zegt : "Parlementen zijn overal eender, he !" Waarop O'Bros vraagt : "Wilt ge zeggen dat ze hier ook gaan beginnen zeveren ?"7 Maar de vrouwelijke parlementsleden reageren dolenthousiast op Florke, die hen toespreekt : "Mijn beste onderdanen en … euh … Atlantisianen … euh … Atlantisiens … euh …"8, waarop ze vervolgt : "Ik ben Atlantis zo beu als koude pap en ik ga met mijn vrienden terugkeren vanwaar wij gekomen zijn. Carminha stel ik aan tot mijn opvolgster !"9

Maar dat was zonder de edelen gerekend, en voor een verbaasde Florke verzetten ze zich tegen "vrouwvolk op de troon". Waarop de vrouwen natuurlijk in de tegenaanval gaan : "Wij dragen de broek ! De man aan de haard ! Gaat doeken wassen."10

"Nadat in het parlement, naar beschaafde politieke zeden een gezellig catchpartijtje gehouden werd, kan Florke opnieuw aan het woord komen …"11 Ze kondigt aan de assemblee blauw-oog-igen het huwelijk van koningin Carminha met de gids Pedro aan en slaagt erin alle partijen te verzoenen.

Carminha geeft nog een slottoespraak : "… en tot viering van deze heuglijke dag bevelen wij : primo ten eerste de afschaffing der belastingen, primo ten tweede de verdubbeling van 't kindergeld, primo ten derde een maand betaald verlof, drie maand congé payé en een 14e maand …"12 Waarop de wachters en het volk duidelijk hun waardering laten blijken : "'t Is een goei, ze mag blijven !", "Bravo", "Lang zal zij leven in de gloria-a-a !", "Hip, hip, hip !"13

Aan Bazielken & co biedt Carminha nog aan om te blijven (met een ministerportefeuille), maar ze wijzen het aanbod af en keren terug naar Vlaanderen.
In dit verhaal worden allerlei politieke elementen door elkaar geweven. Waarschijnlijk was het hier totaal de bedoeling niet van de auteur om echt standpunten in te nemen, maar gewoon van grappige knipogen te geven naar allerlei situaties. Zo laat hij Sprietgras zeggen dat de vrouwen in het parlement "gelijk bij ons" is, verwijzend naar het redelijk nieuwe vrouwenstemrecht. Al is het daar in Atlantis wel een heel radicale situatie : de vrouwen aan de macht en de mannen aan de haard. Andere opmerkingen over het parlement zijn dat er veel "gezeverd" wordt en dat een vechtpartij er niet abnormaal is.

Er wordt in het verhaal ook kritiek gegeven op de legerleiding. De generaals die deelnemen aan de opstand zien de overwinning al voor zich, maar Bazielken probeert hen te kalmeren : "Holala ! Maakt u zo dik niet, 't is geen mode ! Generaals zijn er altijd rap bij om oorlog te kraaien, maar … ze riskeren hun vel niet ! Kunt ge mij volgen ?"14 Florke kan in ieder geval volgen en benoemt Bazilius Pletskens tot Minister van Vredelievende Oorlog.

Tenslotte moet nog vermeld worden dat enkele politici een gastoptreden in het verhaal krijgen, en wel als "raadsvrouwen" van de Ccoya. Bij de eerste opstand vrezen ze voor hun posities en overleggen ze over de maatregelen die genomen kunnen worden. De raadsvrouwen zijn voorzien van een lang gewaad, een hoge hoed en een bloemenkrans rond de hals en ze lijken verdacht veel op Paul Henri Spaak, Albert Devèze15 en Camille Huysmans. "Devèze" stelt voor een belastingvermindering van 25 % te beloven, terwijl de lange Huysmans het eerder voor de harde middelen heeft en aanraadt er enige dood te doen … Ze worden dus niet al te vleiend voorgesteld. De liberalen worden trouwens nog altijd geassocieerd met dat ene punt uit hun verkiezingsprogramma, want het enige wat "Devèze" kan zeggen, is dat ze kunnen beloven de belastingen met 25 % te verlagen.



1   ...   100   101   102   103   104   105   106   107   ...   158


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina