Sébastien Baudart 2e licentie geschiedenis Eindverhandeling Stripverhalen in de Belgische dagbladpers



Dovnload 3.95 Mb.
Pagina105/158
Datum22.07.2016
Grootte3.95 Mb.
1   ...   101   102   103   104   105   106   107   108   ...   158


19.4.7. La patrie, de prince-régent, Amerikaanse dollars en andere verwijzingen


Maar er zijn nog politieke elementen die in één of meerdere verhalen voorkomen. Zo is de taalkwestie nooit ver weg. Als Bazielken en O'Bros in Brussel een politieagent aanspreken, krijgen ze als antwoord "Comprends pas de Vloms, moi !"1 En als Bazielken in Atoomstad hoort dat het probleem van de atoombom te wijten is aan een rekenfout, zegt hij : "Ha-ha ! Als 't dat maar is ! Ik ben de man ! 'k Was op school de eerste in rekenen … La patrie est sauvée !! Ge moet daar zo niet van verschieten, want als ze bij ons van La Patrie spreken is 't altijd in 't Frans !.."2 Weer een kritiek op het gebruik van het Frans als het over iets officieel gaat. En Bazielken heeft blijkbaar ook De Leeuw van Vlaanderen gelezen, want bij het ter hulp snellen van een vrouw in nood, roept hij "Vlaanderen de Leeuw !! Wat wals is vals is ! Slaat dood !!"3

Ook de Koningskwestie sluipt de verhalen binnen. Bij een achtervolging van Bazielken en O'Bros houdt de Brusselse agent 13 een fietser tegen : "Halt Stopper mon ami ! Au nom du prince régent sla ik uw vélocipede aan !" Waarop de fietser protesteert : "Prince-régent prince-régent …" Maar de agent moet van het geprotesteer niets weten : "Tja-tja ! 'k En kan ik er niet aan doen dat de Koning door den Dotch nog altijd gempecheid is van te gouverneire !"4 De interim door Regent Karel wordt blijkbaar niet geapprecieerd. In "De held van Mato Grosso" komen Bazielken en co trouwens terecht in het stadje Leopoldina. Onderweg ernaar komen ze een wegwijzer tegen met als opschrift : "Leopoldina 15 boogscheuten".5

Redelijk grappig is de scène waarin O'Bros een Brussels restaurant binnenstapt. "Moi American ! Kom eten !", zegt hij. Waarop de kelner onmiddellijk "Dollarkoning !" denkt en alle moeite doet om zijn klant te bedienen : "Mijnheren ! Wat zal ik voor u noteren ? Oeufs à la Russe Soviétique ? Crème d'asperges à la manneke-pis ? Escalopes …" Maar O'Bros onderbreekt hem : "Ta-ta-ta ! Breng twee demi geuze en voor de rest moet ge u niet moe maken ! Wij hebben onze boterhammen bij !" Waarna de kelner tegen zijn baas gaat klagen : "Dat is straffe thee patron ! De Amerikanen brengen ook al hun boterhammen mee als ze naar Brussel komen ! Het toeristisch bedrijf is naar de knoppen !"6 Het Marshallplan heeft er echt voor gezorgd dat Amerikanen als zeer kapitaalkrachtig gezien worden, geld wordt zelfs onmiddellijk geassocieerd met Marshall. Op een bepaald moment koopt O'Bros een triporteur van een handelaar en zegt "500 dollar voor die rammelkast !", waarop de man antwoordt "Merci, Mr. Marshall !"7

Maar Amerikanen hebben natuurlijk ook hun negatieve kanten. Hun harde methodes bijvoorbeeld. Om de plannen van de schat in het Antwerpse Steen in handen te krijgen, raadt Bazielken aan zeer discreet te blijven. O'Bros interpreteert dat op zijn manier : "Natuurlijk ! Zeer discreet ! Zeg ik altijd ! We kunnen een paar bewakers neerboksen, de ruiten van de kast inslaan en met een springlading het oud kot in de lucht laten vliegen om onze aftocht te dekken ! Amerikaanse methode !" Bazielken zet hem echter aan tot matiging : "Ge zijt hier in Chicago niet !"8

We zagen al dat de Belgische rijkswacht niet erg efficiënt is. In Engeland is het niet veel beter. Als de Londense politie op de hoogte gebracht wordt van de ontvoering van O'Bros, zegt de verteller : "Te Londen wordt de politie verwittigd, die dadelijk … belooft er eens aan te denken. 's Avonds blokletteren de bladen het nieuws de wereld in …"9 En met de Braziliaanse politie is het nog erger gesteld. Bazielken en co gaan daar klacht neerleggen voor het stelen van een portefeuille en de sabotage van hun jeep. De agent stelt een PV op en legt die op een stoffige stapel papier "Klachten tegen onbekenden". Hij is dus niet van plan daar iets aan te doen én : "Klacht tegen bekenden wordt hier nooit ingediend. Mannen regelen dat onder elkaar !"10

Andere opmerkingen of verwijzingen zijn er te vinden over de belastingen11, de H-Bom12, het bewijs van burgerdeugd13, de Noord-Zuidverbinding14, de tram15 en de impopulariteit van Ministers van Financiën. 16

Om te besluiten kan gezegd worden dat Bazielken een reeks is die vol staat met verwijzingen naar allerlei actuele politieke en maatschappelijke toestanden, zonder dat een verhaal daar volledig om draait.

19.5. Tom Poes


In juli 1949 begint dan de publicatie van Tom Poes van de Nederlander Marten Toonder. Tot eind 1950 zouden acht verhalen gepubliceerd worden. Deze verhalen verschenen oorspronkelijk tussen juni 1947 en juni 1949 in de Nederlandse pers. Hier worden ze in een andere volgorde1 hernomen.

19.5.1. Marten Toonder


Marten Toonder werd op 2 mei 1912 geboren in Rotterdam. Zijn vader was zeeman, en dus stond vooral zijn moeder voor zijn opvoeding in. Na zijn middelbare studies nam zijn vader hem mee op reis naar Zuid-Amerika. Tijdens die reis ontmoette de jonge Marten in Buenos Aires de Amerikaanse tekenaar Jim Davis, die hem in contact bracht met de tekentechniek van Dante Quinterno, een vroegere medewerker van de Disney-studio's.

Vanaf het begin van de jaren 1930 begonnen zijn eerste strips te verschijnen. Van 1933 tot 1939 werkte hij als tekenaar en illustrator bij de "Nederlandse Rotogravure Maatschappij", een vaste job die hij verliet uit ontevredenheid en door een te laag loon.

Een belangrijke ontmoeting kwam er in 1938, toen hij in contact kwam met een zekere F. Gottesman. Deze man, een uit Wenen weggevluchte Jood, was eigenaar van het persbureau "Diana Editions". Hij gaf Toonder een kans en zorgde ervoor dat strips van hem in Argentinië en Tsjechoslowakije gepubliceerd werden.

De oorlog zou voor Toonder, net als voor Hergé trouwens, op beroepsvlak een interessante periode blijken. De oorlogssituatie deed namelijk de toevloed van Amerikaanse strips stilvallen, en de Nederlandse krant "De Telegraaf" kon Mickey Mouse niet verder publiceren. Dan maar Nederlands materiaal : Toonder kreeg een kans met zijn personage Tom Poes, echter op voorwaarde dat het geen ballonstrip zou worden. Hij aanvaardde en op 16 maart 1941 verscheen de eerste aflevering van Tom Poes in De Telegraaf. Het zou tot eind 1944 blijven duren. Toen werd deze krant namelijk overgenomen door de SS, wat Toonder deed besluiten er voorlopig mee op te houden. Hij liet zich daarvoor zelfs manisch-depressief verklaren.1

Na de oorlog kreeg De Telegraaf een publicatieverbod opgelegd. Toonder was echter door een contract aan deze krant gebonden en kon niets meer publiceren. Een gerechtelijke uitspraak maakte aan die situatie een eind, zodat de auteur zijn Tom Poes aan twee andere kranten kon aanbieden. Het werden de Nationale Rotterdamsche Courant en De Volkskrant.2

Tim Jansens schrijft hierover, op basis van een eigen interview met Toonder : "Volgens eigen zeggen, schreef hij beide kranten aan met het verzoek zijn strip (…) bij hen te mogen laten lopen. Zijn overwegingen hierbij waren enerzijds van meer commerciële aard : met deze twee landelijk verspreide kranten bereikte hij een behoorlijk ruim publiek, en anderzijds van ideologische aard : door een krant van de linkerzijde en een van de rechterzijde van de opiniepers te kiezen, kon hij niet snel van politieke stellingnamen beschuldigd worden."3

Tijdens de oorlog waren de Toonderstudio's al opgericht om de activiteiten te kunnen bijhouden. Tientallen mensen werkten aan tekenfilms, "in opdracht van Duitse ondernemingen". Er werd echter nooit iets afgewerkt, en de studio's waren toen vooral een dekmantel voor illegale activiteiten, zoals een illegale drukkerij. Na de oorlog breidden de activiteiten van de studio's zich verder uit. Door het succes van Tom Poes en door de vraag vanwege de kranten werden nieuwe dagstrips gestart. Kappie liep vanaf 27 december 1945 in Het Vaderland en Het Algemeen Dagblad. Panda startte op 23 december 1946 in de Haagsche Courant en Het Nieuwsblad.4 En Tom Poes kreeg in 1947 een eigen weekblad. Daardoor moesten er weer nieuwe medewerkers aangetrokken worden. De leiding van de studio's lag in handen van Toonder zelf, zijn vader en Anton de Zwaan.5

Wat de inbreng van deze studio's in Tom Poes betreft. Op het einde van de jaren 1940 zou Toonder zelf alle definitieve teksten geschreven hebben, op basis van brainstorming met enkele medewerkers. En wat de tekeningen betreft, was Toonder zeker verantwoordelijk voor de aanwijzingen van wat er getekend moest worden en voor het inkten van zijn personages.6





1   ...   101   102   103   104   105   106   107   108   ...   158


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina