Sébastien Baudart 2e licentie geschiedenis Eindverhandeling Stripverhalen in de Belgische dagbladpers



Dovnload 3.95 Mb.
Pagina108/158
Datum22.07.2016
Grootte3.95 Mb.
1   ...   104   105   106   107   108   109   110   111   ...   158

19.5.5. Politici, Gorganisten en communisten


Niet alleen Joris Goedbloed heeft kritiek op de politieke aspecten van het verhaal. Ook Marten Toonder zou later terughoudend worden ten opzichte van dit verhaal. In het voorwoord van de "Volledige werken" schrijft hij : "Als verhaal moet dit door de vingers bezien worden. Heer Bommel heeft nog steeds zijn eigen karakter niet gevonden, zodat hij zich zelfs met politiek inlaat."1

Toonders zoon Eiso heeft voor zijn inleiding op het verhaal zelfs een reactie teruggevonden vanwege "De Waarheid", een "dagblad dat voortkwam uit de communistische verzetsbeweging". Die mensen schreven toen : "Ook Tom Poes maakt de laatste tijd vreemde sprongen in de Volkskrant en de N.R.C. ; Hij bestrijdt een bende uit de onderwereld, die de mond vol heeft over "de partij" en waarvan de aanvoerder, die luistert naar de naam Prebl Prolsk, met tijdbommen in postkantoren opereert. Er is geen dieptepsychologie nodig om de afleiding van de naam Prolsk te vinden, en de rest klopt wonderwel met het beeld van de boze bolsjewiek zoals dat hier en daar gebruikt wordt om kleine kinderen en kinderlijke volwassenen paedagogisch te doen griezelen. Men telle zulke afdwalingen niet te licht. Indrukken uit de kinderjaren kunnen lang beklijven ; en de helden uit zulke nonsensverhalen kunnen in het kinderlijke (en dus ook in het latere) zieleleven een grotere rol spelen dan met hun werkelijke betekenis of zelfs met hun plaats in de krant overeenkomt. Dat onze tekenaars zich houden aan de nonsens ; pogingen om in hun verhalen de politiek te betrekken, leiden blijkbaar maar tot onheil." Eiso vindt het zoveel jaar later zelfs nodig de beschuldigingen te weerleggen : "De auteur van deze beschouwing was kennelijk weinig oplettend. Want er is een groot verschil tussen bolsjewieken en het groepje anarchisten van de heer Prolsk."2


Dat de toenmalige communisten zich geviseerd voelden, is nogal voor de hand liggend. Allerlei elementen in het verhaal zorgen ervoor dat men de revolutionaire groepering van Prolsk met hen in verband brengt. Er zit een ander land achter de organisatie, Prolsk is zelf een buitenlander, één van zijn medewerkers heet Ivan, ze bereiden een revolutie voor, spreken elkaar aan met "kameraad", … Het beeld dat er op die manier van de communisten gegeven wordt, is dan ook niet zo fraai : alle bezittingen moeten afgestaan worden aan de partij, wie niet luistert wordt bedreigd, de partijleden schijnen geobsedeerd te zijn door bommen en houden zich naast bomaanslagen bezig met ontvoeringen, spionage, het stelen van documenten en het schrijven van dreigbrieven. En daar komt nog bij dat de politie niet officieel durft op te treden uit schrik voor reacties uit het "moederland".

Maar naast de communisten, wordt ook de politiek in het algemeen op de korrel genomen in het verhaal. De regering verkeert in crisis, zodat ze Bommel zomaar minister laat worden, regeerders komen om beurten uit de "Bijzondere Gevangenis voor Politieke Twijfelgevallen", ministers gedragen zich elitair en gebruiken een hoogdravend taaltje. Ze spreken elkaar trouwens aan met "ambtgenoot". Daartegenover staat dan de eenvoudige idealist Bommel die gewoon "in dienst van het vaderland" de belastingen en de oorlog wilt afschaffen.

Ook het gerecht wordt in het verhaal op de korrel genomen. De opgevoerde rechter gedraagt zich zeer elitair en de wachttijden voor processen zijn ontoelaatbaar lang.
Het verhaal werd oorspronkelijk gepubliceerd in de Nederlandse pers van 21 juni 1947 tot 9 september 1947. Zoals al in het contextgedeelte uitgelegd werd, kenden ook de Nederlandse communisten na de oorlog een redelijk groot succes. In tegenstelling tot de Belgische situatie werden ze echter nooit in de regering opgenomen. In de opkomende Koude Oorlog kozen ze dan ook heel snel de kant van de Sovjetunie, waardoor ze zich in het politieke landschap totaal isoleerden. Tijdens de publicatie van het verhaal werd het Marshallplan afgesloten, waartegen de Nederlandse communisten zich hevig zouden verzetten.

En Toonder mag dan wel verklaren dat hij geen politieke standpunten inneemt, ten opzichte van de communisten is hij in dit verhaal wel duidelijk.3 Ze worden afgeschilderd als echte terroristen in dienst van het buitenland, een ideale voorstelling om de bevolking nog meer van de Communistische Partij te laten vervreemden. Wel neemt hij voor de rest geen partijpolitieke standpunten in. Dat kon ook moeilijk, aangezien Tom Poes in Nederland in een linkse en een rechtse krant verscheen. Zijn "kritiek" op de politieke gang van zaken is dus een algemene kritiek, waarbij niemand echt geviseerd wordt. Net zoals de traditionele verwijzingen naar te hoge belastingen dat zijn.



19.6. De komst van Marc Sleen


Zoals al gezegd in het deel over De Nieuwe Gids, wordt deze krant in 1950 overgenomen door Het Volk. Dat betekent ook dat de verhalen van Marc Sleen vanaf april 1950 in Het Volk verschijnen. En dat gaat niet onopgemerkt voorbij. Voor de publicatie van het verhaal "De Hoed van Geeraard de Duivel", dat op 3 april 1950 van start gaat, worden niet minder dan veertien (!) aankondigingen gepubliceerd. Een eerste al op 1 maart, eentje op 6 maart en de rest tussen 20 maart en 2 april.

In die eerste aankondiging (met foto van de tekenaar), die hiernaast weergegeven wordt, wordt Marc Sleen voorgesteld als "een onzer beste Vlaamse tekenaars" en zijn verhalen behoren volgens de krant "tot de beste die tot dusver in de Belgische pers werden gepubliceerd".1

Op 6 maart wordt een advertentie geplaatst in verband met de vernieuwing van de abonnementen, waarbij ook meegedeeld wordt dat de "tekenbanden" van Marc Sleen vanaf 1 april in Het Volk zouden staan.2 In de daaropvolgende aankondigingen worden de hoofdpersonages één per één voorgesteld (soms op pagina 1, soms op pagina 3), waarna de nadruk komt te liggen op het nieuwe verhaal, dat voorgesteld wordt als "het beste wat Marc Sleen tot dusver voor het Vlaamse publiek heeft getekend".3 En bij Het Volk overdrijven ze graag, want tegen het volgende verhaal is Sleen al "de beste striptekenaar van België".4

Ook vallen de verhalen erg op in de krant. Dat was, door het kleine formaat van Het Volk, al het geval met de andere strips, maar aangezien er van Nero dagelijks twee stroken verschijnen, neemt deze strip gemakkelijk één derde van een krantenpagina in. Voor de bespreking van de verhalen, verwijs ik naar het deel over De Nieuwe Gids.





1   ...   104   105   106   107   108   109   110   111   ...   158


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina