Sébastien Baudart 2e licentie geschiedenis Eindverhandeling Stripverhalen in de Belgische dagbladpers



Dovnload 3.95 Mb.
Pagina109/158
Datum22.07.2016
Grootte3.95 Mb.
1   ...   105   106   107   108   109   110   111   112   ...   158

19.7. Ons Kindervolkje


Tenslotte neemt Het Volk ook nog strips op in de wekelijkse jeugdpagina Ons Kindervolkje, die op donderdag verschijnt. Van juli 1946 tot april 1949 verschijnen zes kortere of langere verhalen, waarvan de meeste Nederlandse ondertekststrips zijn.

Zo worden "Avonturen van Tobias Sloom en Binky in China"1 van Willy Kuijper en P. Lenty, "Naar zee" van Albert Van Beek en "Het grote avontuur van Peep en Put" gepubliceerd. Van juli tot september 1948 verschijnt dan weer een ballonstrip : "De geheimzinnige fakir", door de Belg Wally Delsey, die ook in Volksgazet en Vooruit publiceert.

En van september 1948 tot april 1949 staan er twee biografieën in Ons Kindervolkje. Deze volledig anonieme ondertekststrips vertellen op een educatieve manier het leven van ontdekkingsreiziger Christoffel Columbus en schrijver Hans Andersen.2 Daarna verdwijnen de strips uit deze rubriek.

19.8. Besluit


Met een start van de strippublicatie in februari 1946, bevindt Het Volk zich in de middengroep van Belgische kranten. De krant speelt vanaf het begin duidelijk de kaart van het eigen materiaal. En dat zou de volgende vijf jaar zo blijven, met Thomas Pips van Buth, Bazielken van Rik en Van Zwam van Marc Sleen.

Dat betekent echter niet dat de krant geen buitenlands materiaal zou opnemen. Integendeel, het stripaanbod wordt zo uitgebreid met M. Subito, Tim Tyler, Lou en Liesje en Tom Poes, verdeeld door Opera Mundi, PIB en de Toonderstudio's. Elke dag worden op die manier van één tot drie strips aangeboden aan de lezers. Ons Kindervolkje zorgt voor een wekelijks extraatje.

De gepubliceerde genres zijn zeer verscheiden, zowel gagstroken als vervolgverhalen, zowel humoristische als realistische strips, en zowel ballonstrips als ondertekststrips worden opgenomen. Toch is er een duidelijk overwicht aan ballonstrips. Zoals al gezegd, vallen de strips door het kleine formaat van de krant heel erg op.

Wat de auteurs betreft, deze worden meestal in de titels vermeld, ook de tekstschrijvers Pol Ingier en Lod. Lavki. In de aankondigingen krijgen de auteurs niet zoveel aandacht, op uitzondering van Buth, Lod. Lavki en Marc Sleen. Sleen, die trouwens een echt begrip in de toenmalige krantenwereld blijkt te zijn. Veel verhalen worden aangekondigd, met enkele uitschieters zoals "Het wondere wapen van Thomas Pips" en de komst van Marc Sleen.

En tenslotte, wat de politiek betreft, is Het Volk een zeer rijke krant. Het feit dat veel gepubliceerde verhalen van Belgische oorsprong zijn, is daar natuurlijk niet vreemd aan. Thomas Pips komt terecht in een Koude Oorlog-verhaal, Bazielken verkent Amerika, redt de Belgische frank en installeert een vrouwendemocratie in Zuid-Amerika. En ook Tom Poes mengt zich in de politiek, met de ministerbenoeming van Heer Bommel en het opdraven van een bende revolutionairen.

20. Le Peuple




20.1. Historiek en situering


Le Peuple werd in 1885 in Brussel opgericht als samensmelting van twee socialistische weekbladen, en werd de Waalse tegenhanger van Vooruit. In 1886 werd de "Société Coöpérative du Peuple" opgericht en in 1899 besliste de BWP dat elk lid zich moest abonneren op Le Peuple of Vooruit. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd de publicatie onderbroken, tijdens de Tweede Wereldoorlog verscheen Le Peuple clandestien.

Na de bevrijding komt de krant terug op 4 september 1944. Ook wordt na de oorlog de socialistische pers gereorganiseerd : Le Peuple wordt een partijblad, en het Luikse La Wallonie een vakbondsblad. Daarvoor worden twee nieuwe uitgeversmaatschappijen opgericht, de Sodépe (Société d'édition du Peuple) en de Société d'Impression et d'Edition.

Om met de andere kranten te kunnen concurreren, gaat Le Peuple trouwens de populaire toer op, onder andere door de publicatie van de "magazine"-pagina. De krant staat onder leiding van Léon Delsinne (in 1948 opgevolgd door Albert Housiaux) en heeft Victor Larock als politiek directeur. Ze haalt volgens Campé in 1949 een oplage van 114.000 exemplaren.1

Le Peuple verschijnt zes keer per week, en elke keer worden er strips opgenomen. De krant verschijnt op groot formaat (40/60) en de omvang stijgt van 4 pagina's in de beginperiode tot 8 pagina's in 1950. Ondertitel is "Organe du Parti Socialiste Belge". In een advertentie in het "Officieel jaarboek van de Belgische pers" typeert de krant zichzelf als volgt : "Se classe au premier rang des grands journaux par l'importance de son tirage, la variété et la rapidité de des informations. Il est répandu dans tous les milieux ouvriers, agricoles, parmi les employés, les techniciens et les intellectuels."2



20.2. Strips uit België, Nederland en de VS

20.2.1. Donald Duck


""Le Peuple" a toujours été à l'affût de ce qui peut intéresser ses nombreux lecteurs. Ceux-ci lui en savent gré et le lui témoignent par leur fidélité. Aujourd'hui nous commençons la publication de deux innovations, deux nouvelles exclusivités." En na een nieuwe rubriek voorgesteld te hebben, gaat de tekst verder : "Pour nos petits lecteurs, nous publierons, chaque fois que les événements intéressant les grands le permettront, les aventures de Donald, le Canard, une des dernières créations du génial artiste Walt Disney, le père de l'inénarrable Félix le Chat. Aux uns et aux autres, nous souhaitons de trouver beaucoup de plaisir à la lecture de nos deux nouvelles rubriques."1

Zo kondigt Le Peuple op 13 juli 1945 haar eerste naoorlogse strip, Donald Duck2, aan. Aan de tekeningen te zien, zijn deze gagstroken meer dan waarschijnlijk afkomstig uit de jaren 1930. De reeks, die verdeeld wordt door Opera Mundi, begint redelijk onregelmatig, maar wordt na verloop van tijd dagelijks.



20.2.2. Tenas & Rali laten Pierre Azur opstijgen


Donald loopt af op 4 april 1948, en wordt opgevolgd door een Belgisch verhaal. Tenas en Rali1 brengen namelijk "Pierre Azur, pilote de ligne". Deze realistische ballonstrip vertelt de avonturen van twee piloten, Pierre Azur (een "held" uit de Tweede Wereldoorlog) en Bob Toriac, die in Indië in een echt wespennest terechtkomen.

De luchtvaartmaatschappij waarvoor ze werken, Condor Air Line, wil een nieuwe route over Indië inwijden, maar een sabotagegolf houdt het vliegtuig aan de grond. Als ze dan toch kunnen opstijgen, worden ze tijdens hun vlucht aangevallen door vijandige toestellen. Ze worden verplicht te landen en worden gevangen genomen door de Prins van Gandor. Deze blijkt samen met een westerling aan het hoofd van een misdadigersbende te staan die de omgeving uitperst. Pottekijkers kunnen ze best missen en de luchtvaartmaatschappij is dus een serieuze stoorzender. Ook een wetenschappelijke expeditie blijkt trouwens een stoorzender te zijn, zodat de bende Professor Duray en zijn dochter ook opsluit.

De gevangenen worden gefolterd om informatie vrij te geven over de bedoelingen van de luchtvaartmaatschappij. Maar gelukkig voor hen slagen ze erin onderling contact te leggen en te ontsnappen. Achternagezeten door de bendeleden, vluchten ze op de rug van een heilige olifant naar het vliegveld waar ze in het begin van het verhaal geland waren. En daar komt alles goed : ze worden gered door de politie, waarna ze terugkeren naar de "beschaving".

Ook vanaf 6 april 1948 publiceert Le Peuple ook dagelijks een verticale strook van Ali Baba, van de hand van Ostrup.





1   ...   105   106   107   108   109   110   111   112   ...   158


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina