Sébastien Baudart 2e licentie geschiedenis Eindverhandeling Stripverhalen in de Belgische dagbladpers



Dovnload 3.95 Mb.
Pagina111/158
Datum22.07.2016
Grootte3.95 Mb.
1   ...   107   108   109   110   111   112   113   114   ...   158

20.3. Besluit


Ondanks een vroege start blijft Le Peuple op stripgebied eerder bescheiden. Lange tijd wordt er dagelijks maar één reeks gepubliceerd, en geleidelijk wordt dit aantal uitgebreid tot twee, drie en zelfs vier. Algemeen gezien zijn de gepubliceerde reeksen redelijk gevarieerd en worden ze gehaald bij Opera Mundi, PIB, de Toonder-Studio's, Studio Vox en Cooper Features. Ook wordt er beroep gedaan op Belgische auteurs, zowel in de krant zelf als voor de jeugdpagina.

Aankondigingen worden bij de start van sommige reeksen gepubliceerd, en als dat gebeurt, kunnen het er redelijk veel zijn : zo hebben zowel Ali Baba als Annie recht op zes aankondigingen. Auteurs worden daar soms in vermeld, wat totaal niet het geval is met de titels. Wie de naam van een auteur wilt kennen, is volledig aangewezen op de handtekeningen.

Van enkele verhalen is de politieke inhoud interessant. Annie verkondigt haar sociale boodschap verder, en het anticommunistische verhaal "Tom Poes en de talisman" wordt ook in Le Peuple opgenomen. Verder moet nog de "Histoire illustrée des travailleurs" vermeld worden, dat de jonge lezers in stripvorm de geschiedenis van de arbeidersbeweging bijbrengt.




21. La Métropole, La Flandre Libérale
& L'écho de la Bourse




21.1. Historiek en Situering


La Métropole startte op 27 juni 1894 als Antwerpse katholieke krant. Ze was één van de Franstalige kranten die in Vlaanderen uitgegeven werden en ze richtte zich dus op een Franstalig publiek. In Antwerpen ging ze zo de concurrentie aan met de liberale krant Le Matin, die twee maanden vroeger ontstaan was. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de publicatie onderbroken. Het blad richtte zich op een nogal elitair publiek.1

Ook in Gent werden de Franstaligen bediend met een Franstalige krant. Al in 1874 startte daar La Flandre Libérale, een liberale (natuurlijk) en antiklerikale krant. Tijdens de twee wereldoorlogen werd de publicatie stopgezet. Vanaf 6 september 1944 verscheen het blad terug op de markt, met Armand Behets als directeur en hoofdredacteur. En net als bij La Métropole was de doelgroep van La Flandre Libérale beperkt tot de hogere kringen.2

L'écho de la bourse, tenslotte, is op het einde van de negentiende eeuw ontstaan uit verschillende economische kranten. Op 22 mei 1881 rolde het eerste nummer van de persen onder de naam "L'écho de la bourse de Bruxelles". In 1890 werd de krant dagelijks en werd de titel ingekort tot L'écho de la bourse. Zoals de titel al laat uitschijnen, richtte de krant zich vooral op financieel en beursnieuws.3

21.2. Striploze kranten


In deze drie kranten werden voor de periode 1945-1950 geen strips teruggevonden. Het gaat om drie bladen met een zekere "sérieux" en een elitair publiek, de reden ligt dus waarschijnlijk gewoon bij het feit dat strips niet pasten in het redactioneel beleid van deze kranten. Ook gaat het om kranten met een redelijk kleine oplage, wat natuurlijk ook een invloed kan hebben. La Flandre Libérale haalde in 1949 20.000 exemplaren en La Métropole in datzelfde jaar 35.0001. Zo blijkt dat niet alle kranten probeerden strips te publiceren.




III. Algemene beschouwingen




1. De publicatie van de strips

1.1. Plaats en omvang van de strips in de krant


De kranten plaatsen hun strips op zeer uiteenlopende plaatsen. Soms op een vaste plaats, soms wisselend. Algemeen kan men zeggen dat de stripstroken meestal onderaan of bijna onderaan een pagina geplaatst worden. Een plaatsing bovenaan de pagina is mogelijk, maar zeer zeldzaam.

Sommige kranten plaatsen de strips steeds op dezelfde plaats, zodat de lezer ze bijna blindelings kan terugvinden. Dat is bijvoorbeeld het geval bij de Volksgazet, Le Peuple, De Roode Vaan, Vooruit, La Dernière Heure en Gazet van Antwerpen, waar minstens één reeks steevast onderaan op pagina twee staat. Onder andere De Nieuwe Standaard, De Standaard en La Lanterne hebben dan weer een zwak voor de laatste pagina. Op twee uitzonderingen na staan strips wel nooit op de voorpagina.

Soms worden de strips naast of onder elkaar gezet (een groepering die sterk aanwezig is bij La Lanterne), soms over de volledige krant verspreid (bijvoorbeeld bij Het Volk). Kranten als Het Laatste Nieuws, La Libre Belgique en Le Soir hebben de neiging de strips pas in de tweede helft van de krant aan bod te laten komen. Zo krijgt Eric de Noorman in Het Laatste Nieuws bijna altijd een plaatsje tussen de advertenties van de laatste pagina's.

En zo zijn we bij het soort pagina beland waar strips aan bod komen. Het is zeer moeilijk hieruit een algemene lijn te trekken. Algemeen gezien komen strips voor tussen allerlei soorten krantenberichten : binnenlands nieuws, buitenlands nieuws, economie, gerecht, sport, economie, advertenties, reclame, cultuur, themapagina's, …

Wat de omvang van de gepubliceerde strips betreft : meestal hebben de strips in alle kranten ongeveer hetzelfde formaat. Ballonstrips verschijnen gemiddeld op 6-7 cm hoogte en 20 cm breedte. Ondertekststrips zijn doorgans hoger (de tekst staat onder de tekeningen) en smaller (er worden dagelijks minder tekeningen gepubliceerd). Tegenover de oppervlakte van een volledige krantenpagina nemen de ze tussen 5 en 33 % in.

1.2. Vertaling, lettering en remontages


Waar gebeurde de vertaling en lettering van buitenlandse strips ? Deze kwestie is niet zo duidelijk. Toenmalig Het Volk-medewerker en tekenaar Rik Clément verklaart dat de vertaling en lettering door de krant zelf moest verzorgd worden, terwijl Pierre Stéphany (in 1950 verbonden aan La Meuse) verklaart dat de vertaling door de agentschappen geleverd werd.1

Ze zouden best alle twee gelijk kunnen hebben, en wel op de volgende manier. In verschillende Amerikaanse strips die in de Vlaamse pers gepubliceerd werden, ziet men in het decor teksten in het Frans2. In een vorig deel werd al uitgelegd dat deze reeksen ons land bereikten via het Franse agentschap Opera Mundi. Het is dus goed mogelijk dat deze strips in Frankrijk van Franse teksten in ballonnen en decor voorzien werden, en dan naar de Belgische afdeling doorgestuurd werden. Voor de Franstalige kranten was de zaak dan in orde, voor de Nederlandstalige was een nieuwe vertaling nodig. Maar dit is natuurlijk maar een hypothese.

Het feit dat de Nederlandstalige vertaling op de krant gebeurde, wordt wel bevestigd door de nogal "Vlaamse" vertaling. Zo zijn er bijvoorbeeld in "Mickey Mouse" geregeld "ge"-vormen en dialectwoorden ("noenkel Mickey") te zien, wordt er in franken geteld en is er sprake van "Vlaams praten", "Belgisch geld" en "Johan Daisne".3 En de hypothese dat de Franse vertaling in Frankrijk gebeurde, kan men bevestigd zien door het gebruik van woorden als "soixante dix mille"4 en "soixante-quinze"5.

Vertalingen zijn ook niet altijd even consequent. De ene dag wordt het schip van Kappie in Le Soir aangeduid als "Kraak", de volgende dag als "Craque"6, om nog maar te zwijgen over de (schrijfwijze van) namen van personages die wel eens durven wisselen. Ook wordt de vertaling van tekstballonnen soms "vergeten", en wordt de lezer ineens geconfronteerd met een stukje Engelse tekst. Nederlandse reeksen worden dan weer soms wat "Vervlaamst" : zo worden "guldens" bijvoorbeeld vervangen door "franken".

En tot slot nog even opmerken dat sommige gepubliceerde stroken remontagesporen vertonen. Stukken van de tekeningen werden weggelaten om de strook wat smaller te maken, en zo beter in de lay-out van de krant te passen. Op die manier komen ook tekeningen in een verkeerde volgorde voor. Waarschijnlijk gebeurde dit op de krant.



1   ...   107   108   109   110   111   112   113   114   ...   158


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina