Sébastien Baudart 2e licentie geschiedenis Eindverhandeling Stripverhalen in de Belgische dagbladpers



Dovnload 3.95 Mb.
Pagina119/158
Datum22.07.2016
Grootte3.95 Mb.
1   ...   115   116   117   118   119   120   121   122   ...   158

5.3.1. Algemeen


Er is duidelijk een sterke concentratie van Belgische strips vast te stellen in de Vlaamse katholieke pers. De Nieuwe Standaard, De Nieuwe Gids, De Standaard, Het Volk en Het Nieuws van den Dag nemen samen 60,2 % van de Belgische strips voor hun rekening. Hoe dat komt, zullen we even verder nog zien …

Als men de totale tabel bekijkt, dan merkt men dat bijna alle kranten moeite gedaan hebben om Belgische strips op te nemen, ook de Franstalige en niet-katholieke kranten. In sommige gevallen bleef het bij enkele stroken of verhalen, in andere gevallen werden er echt eigen reeksen opgestart. Voorbeelden daarvan zijn M. Cro in La Dernière Heure en Mac Nib in La Libre Belgique.


Als men kijkt naar het aandeel van de Belgische strips in het totale stripaanbod van de kranten, dan merkt men al snel enkele uitschieters op, die zich weer situeren in de Vlaamse katholieke pers : De Nieuwe Standaard, De Nieuwe Gids en De Standaard. Quasi de volledige stripinhoud van deze kranten is van Belgische oorsprong. Andere grote concentraties vindt men in Het Volk, Het Nieuws van den Dag en … in de communistische pers. Het aantal strips in De Ro(o)de Vaan en Le Drapeau Rouge is zeer laag, maar de Belgische producties halen daar wel grote percentages.

5.3.2. Vandersteen en zijn "opvolgers"


We gingen een verklaring geven voor de sterke concentratie Belgische strips in enkele Vlaamse katholieke kranten. Wel, die verklaring blijkt grotendeels Willy Vandersteen te zijn, in wisselwerking met een aantal andere factoren.

Vandersteen blijkt van zeer groot belang geweest te zijn voor de Belgische strips in de Vlaamse dagbladpers. Van alle Belgische stroken in de Vlaamse kranten zijn er 34,8 % van hem (3856). Samen met zijn "opvolgers" komen we aan een percentage van 73,3 % (8138).1


Wie zijn nu eigenlijk die "opvolgers" ? Wel, enkele omstandigheden zorgden ervoor dat er naar opvolgers van Vandersteen (of van zijn opvolgers) moest gezocht worden. Een kort overzicht… Vandersteen begon te publiceren in De Nieuwe Standaard/Het Nieuwsblad van de groep rond Tony Herbert en Leon Bekaert. Bij de terugkeer van de echte Standaard, ging hij na verloop van tijd mee naar deze krant. De Nieuwe Standaard en haar populaire editie veranderden van naam (ze werden De Nieuwe Gids en 't Vrije Volksblad) en gingen om het verlies van Vandersteen te compenseren op zoek naar een vervanger. Die vervanger werd huiscartoonist Marc Sleen, die "De avonturen van detectief Van Zwam" in het leven zou roepen.

In juni 1948 stond De Nieuwe Gids 't Vrije Volksblad af aan Het Nieuws van den Dag, zodat Van Zwam in deze drie kranten tegelijk ging lopen. Tot daar in april 1950 een einde aan kwam : De Nieuwe Gids werd overgenomen door Het Volk, Sleen stapte over naar deze laatste krant, en zowel Het Nieuws van den Dag als 't Vrije Volksblad verloren de populaire Van Zwam-strip.

Het Nieuws van den Dag ging dan op zoek naar vervanging. Eerst probeerde de krant het met nieuwelingen in de stripwereld, Raf Van Dijck en Luc Droek, en na afloop van hun verhalen haalden ze Bob De Moor in huis, om met de nieuwe reeks Tijl Uilenspiegel te starten.

Al deze reeksen zijn dus het (in)direct gevolg van het feit dat Vandersteen na de oorlog bij De Nieuwe Standaard begon. En dat is er ook aan te merken : niet alleen op publicatiegebied blijken het "opvolgers" te zijn, ook op inhoudelijk vlak en op het domein van de presentatie. Dat laatste is het eenvoudigste : de strips van Vandersteen verschenen als één van de enige op twee stroken per dag : al de opvolgers worden op die manier gepubliceerd. En inhoudelijk is de overeenkomst ook niet ver te zoeken : alle auteurs in kwestie leveren sterk politiek geladen verhalen af. Zoals we bij de analyse van de verhalen hebben kunnen zien, was Willy Vandersteen een kampioen in het opnemen van politieke verwijzingen. Zijn opvolgers zouden dan ook niet nalaten hetzelfde te doen. Het lijkt soms zelfs alsof ze "het voorbeeld" goed bestudeerd2 hebben voor er zelf aan te beginnen.



5.3.3. De relatie tussen de kranten en de stripauteurs


Het initiatief voor het starten van een eigen reeks kon blijkbaar van twee kanten komen. Auteurs als Anne-Marie Prijs en Willy Vandersteen1 namen zelf contact op met respectievelijk Het Belang van Limburg en De Nieuwe Standaard. In andere gevallen, zoals de hierboven beschreven "opvolgers" van Vandersteen, was het de krant die aan een auteur vroeg om een strip te produceren. Dat was bijvoorbeeld ook het geval voor Proleetje en Fantast bij De Roode Vaan. Het doel hierbij was natuurlijk concurrentieel te blijven met de kranten die al strips opnamen.

Waarschijnlijk is er ook een verband aan te duiden tussen kranten die snel na de oorlog strips publiceerden en tekenaars die zichzelf gingen aanbieden. De Nieuwe Standaard en Het Belang van Limburg zijn daar voorbeelden van.


En hiermee zijn we aanbeland bij de eigenlijke relatie tussen de auteurs en de krant. Een eerste groep bestaat hier uit "onafhankelijke" tekenaars, zoals Bob De Moor (voor Tijl Uilenspiegel), Maurice Tillieux en Ray Reding, … Een tweede groep bestaat uit mensen die bij de krant in dienst2 waren als journalist/illustrator : in die gevallen bevinden zich Rik Clément (Het Volk : illustrator, lay-out-man, journalist en hoofdredacteur Ons Zondagsblad), Marc Sleen (De Nieuwe Standaard/De Nieuwe Gids/Het Volk : karikaturist en illustrator), Louis Paul Boon (De Roode Vaan : journalist, schrijver), Maurice Roggeman (De Roode Vaan : illustrator, lay-outman), L. Roelandt (Vooruit) en Gévé (La Libre Belgique : cartoonist). Een derde groep bestaat uit tekenaars die via een tussenschakel aan de krant verbonden waren : Vandersteen via zijn uitgever Standaard-Boekhandel, Bob De Moor (voor andere verhalen) via zijn Artec-Studio's, en Jean Léo via het Franse agentschap Opera Mundi. Ook Jacques Martin schakelde een tussenpersoon in om zijn verhaal aan La Wallonie aan te bieden.
Hoe vrij waren deze auteurs nu ? Dat is, door gebrek aan materiaal, zeer moeilijk precies te achterhalen. Enkele gevallen zijn wel bekend. Zo hadden Louis Paul Boon en Maurice Roggeman blijkbaar niet al te veel vrijheid voor hun Proleetje en Fantast-verhalen. De communistische partijleiding oefende een sterke controle uit op alles wat in de krant verscheen, en waarschijnlijk werd het verhaal volledig in opdracht gemaakt, zodat het communistisch gedachtegoed duidelijk aanwezig is.

Marc Sleen kreeg blijkbaar richtlijnen om in zijn cartoons de socialisten extra hard aan te pakken, en aangezien hij dat in zijn strips ook deed, kan dat wel toegeschreven worden aan de invloed van de krant.

Over de invloed van de krant op de verhalen van Vandersteen wordt sterk gediscussieerd, maar het staat redelijk vast dat hij zich gemakkelijk aanpaste aan de standpunten van zijn werkgever. Hij gaf later wel toe vroeger zeer Vlaams gericht geweest te zijn, en zijn ingesteldheid tegen de repressie werd mede veroorzaakt door het feit dat hij en zijn entourage met de collaboratie in aanraking gekomen waren. De zonen De Moor schrijven het flamingantisme van Tijl Uilenspiegel toe aan de krant, de auteur zelf aan "een vriend". Anne-Marie Prijs verklaart dan weer dat ze voor haar verhalen van de redactie de volledige vrijheid kreeg. En uit het interviewfragment van Octave Landuyt blijkt dat de redactie van Het Nieuws van den Dag zich wel degelijk moeide met de inhoud en de uitvoering van verhalen.



1   ...   115   116   117   118   119   120   121   122   ...   158


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina