Sébastien Baudart 2e licentie geschiedenis Eindverhandeling Stripverhalen in de Belgische dagbladpers



Dovnload 3.95 Mb.
Pagina12/158
Datum22.07.2016
Grootte3.95 Mb.
1   ...   8   9   10   11   12   13   14   15   ...   158

4.2. Tempering en politieke factoren


Politiek was er geen eensgezindheid over hoe de repressie moest aangepakt worden. De katholieken waren vooral te vinden voor een snelle en rechtvaardige aanpak, de socialisten, liberalen en communisten zagen meer heil in een snelle en strenge aanpak.1

En ook allerlei andere factoren hadden een invloed. Zo werden voor economische collaboratie veel minder zware straffen uitgesproken dan voor politieke collaboratie. De regering stuurde hier zelfs op aan. Het feit dat veel personen die verdacht werden van economische collaboratie, nodig waren bij de heropbouw van het land is daar natuurlijk niet vreemd aan. Ook speelde het feit dat het meestal om invloedrijke personen ging, een rol. Daar kwam nog bij dat de collaboratie van bedrijven kon gezien worden als een "politiek van het minste kwaad" : door aan de vijand te leveren konden ze er onder andere voor zorgen dat de werkgelegenheid gewaarborgd bleef. Ook werden kleine collaborateurs veel strenger bestraft dan grote.2

Ook heel belangrijk is de link tussen de repressie en de Vlaamse Beweging. Aangezien een deel van de Vlaamse Beweging zich gecompromitteerd had door te collaboreren, werd die ook zwaar getroffen door de repressie. Dit gebeurde zowel direct als indirect. Direct, aangezien een deel van de aanhang veroordeeld werd en indirect omdat de Vlaamse Beweging gediscrediteerd werd, er kwam een soort smet op te liggen. Vlaamsgezindheid (of zelfs Vlaams zijn) werd in bepaalde (linkse Franstalige) kringen onmiddellijk geassocieerd met collaboratie.3

Die negatieve houding van bepaalde, vooral Waalse, kringen werd ingegeven door de andere aard van de collaboratie in Franstalig België. Daar was de collaboratie veel minder politiek van aard en veel brutaler, daarom was er ook veel minder begrip voor.4


De repressie werd ook ingeschakeld in de koningskwestie. De tegenstanders van de koning beschreven Leopold wel eens als de grootste collaborateur van allemaal en gebruikten dat argument dan ook tegen zijn terugkeer. Daar tegenover zagen veel aanhangers van Leopold zijn rehabilitatie als een mogelijkheid om meer begrip te doen ontstaan voor de collaborateurs.5

Tenslotte moet nog gezegd worden dat de repressie natuurlijk niet zonder gevolgen was. In de collaborerende milieus ontstond een soort rancune over de manier waarop de samenleving hen behandeld had. De vrijgelaten collaborateurs geraakten ook nogal geïsoleerd en begaven zich altijd in hetzelfde wereldje, zodat netwerken en verenigingen ontstonden.6



5. Vlaamse en Waalse Beweging

5.1. Algemeen


Op 20 november 1945 vond een Waals Nationaal Congres plaats. Daar circuleerden ideeën zoals een federaal België, een onafhankelijk Wallonië, een aanhechting van Wallonië bij Frankrijk, … Belangrijke Waalse politici waren op dat congres aanwezig. In 1950 nam het Waals Nationaal Congres radicale standpunten in tegen Leopold III, en werd er onder andere opgeroepen zich niet te laten doen door het klerikale Vlaanderen. De Koningskwestie werkte de communautaire tegenstellingen dus duidelijk in de hand.1

De Vlaamse Beweging had, zoals al net vermeld, serieuze last van de repressie. Ze kwam zeer verzwakt uit de oorlog, en was zowel politiek als moraal in diskrediet geraakt. De Franstaligen grepen de gelegenheid zelfs aan om een extra anti-Vlaamse houding aan te nemen, met als excuus dat Vlaams-nationalisme gelijk stond met collaboratie. De Vlaamse Beweging sleepte die oorlogslast zeker mee tot het begin van de jaren 1950. Tot een hergroepering van de Vlaams-nationale krachten kwam het in eerste instantie dan ook niet.

De toepassing van de taalwetgeving zorgde voor een extra probleem. De Vlamingen vonden dat die wetgeving op een onbevredigende manier toegepast werd. Kwam daarbij nog de talentelling van 1947, die het verfransingsproces rond Brussel en de rest van de taalgrens duidelijk maakte. Dat (het officieel tweetalige) Brussel altijd maar verder verfranste, was gebonden aan het feit dat het Frans gezien werd als een middel voor sociale promotie. Het Nederlands werd geassocieerd met lagere sociale klassen.2

5.2. De IJzertoren


In 1945 en 1946 werden twee aanslagen gepleegd op de IJzertoren, een monument met een zeer grote Vlaamse symbolische waarde. De oorsprong van de toren gaat terug tot de Eerste Wereldoorlog, wanneer Vlaamse intellectuelen zich in de Frontbeweging organiseerden. Bedoeling was te protesteren tegen de mistoestanden in het Belgisch leger, waar Vlaamse soldaten onder bevel stonden van Franstalige officieren. Vanaf 1920 kwamen er bijeenkomsten aan de graven van Vlaamse soldaten, die versierd werden met "heldenhuldezerken". Toen deze in 1925 vernield werden, ontstond uit protest het idee om een groots monument op te richten "als symbool van het lichamelijke en morele lijden van de Vlaamse IJzersoldaten en tevens als getuigenis van hun ideaal, uitgedrukt in de leuze AVV-VVK."1 Het IJzerbedevaartcomité zorgde voor de inzameling van geld en voor de aankoop van grond in Diksmuide, zodat in 1928 kon gestart worden met de bouw van de toren. In oktober 1929 werd hij afgewerkt en in 1930 ingewijd.2

In de beginperiode hadden de bedevaarten vooral tot bedoeling de gesneuvelde soldaten te herdenken en waren ze niet antibelgicistisch. Daar kwam echter verandering in : in de jaren 1930 gingen de jaarlijkse bedevaarten meer en meer gebruikt worden om Vlaamse eisen te formuleren en evolueerde het hele gebeuren meer en meer in Vlaams-nationalistische en VNV-richting. De Tweede Wereldoorlog zette deze beweging voort : de bedevaarten raakten meer en meer bij de collaboratie betrokken. Dit gaf na de oorlog natuurlijk aanleiding tot problemen. Daar kwam nog bij dat bijna alle leden van het IJzerbedevaartcomité veroordeeld werden voor collaboratie.3

De IJzertoren kreeg dus een zeer negatieve connotatie. Willy Moons schrijft : "Aan de vooravond van de eerste dynamitering van de IJzertoren (…) was de IJzertoren voor de Vlamingen een toren van Babel geworden en voor de belgicisten een symbool van collaboratie en schande. (…) In de eerste dagen van de repressie waren alle "zwarten" opgepakt, was Vlaams taboe en werd katholiek met Vlaams en collaboratie vereenzelvigd."4

Het kwam inderdaad tot een dynamitering. In de nacht van 15 op 16 juni 1945 werd een explosieve lading in de toren tot ontploffing gebracht, met als resultaat een gat van tien op twee meter. De toren stond er dus nog. Het gerechtelijk onderzoek leverde niets op en niemand reageerde : de politiek niet, het gerecht niet en de pers niet. Wel werd gedacht dat verzetskringen wel eens achter de aanslag konden zitten, aangezien deze gedreigd hadden de toren op te blazen.5

Tweede keer, goede keer … op zaterdag 16 maart 1946 werd een nieuwe aanslag gepleegd die de toren bijna volledig vernielde. Er kwam een onderzoek en deze keer bleven de reacties niet uit. Er kwam een quasi unanieme veroordeling van de aanslag vanuit de pers, allerlei verenigingen en verantwoordelijken en het parlement, waar alle partijen de aanslag afkeurden.6

Het gerechtelijk onderzoek leidde tot de arrestatie van een aantal verdachten. Maar er bleek vanalles mis te lopen : getuigen bleven zwijgen, magistraten werkten elkaar tegen, het onderzoek werd stilgelegd en heropend en de onderzoeksrechter trok zich uit het onderzoek terug. In juni 1951 werden de twaalf verdachten buiten vervolging gesteld.7

De aanslag betekende echter zeker niet het einde van de IJzerbedevaarten. In augustus 1948 werd de eerste naoorlogse bedevaart georganiseerd. De bedevaart zelf verliep zonder problemen, maar drie dagen ervoor werd het huis van professor Fransen, voorzitter van het IJzerbedevaartcomité, zwaar beschadigd door een bom. Weer leverde het onderzoek niets op.8

De gearresteerde verdachten behoorden allemaal tot de socialistische en liberale partij in Diksmuide, en sommigen van hen zetelden zelfs in de gemeenteraad. Verder werden onder andere Emiel Samyn, ex-bevelhebber van de ontmijningsdienst, en zijn zoon Robert, ook actief als ontmijner, verdacht.9

De toren was vernield, er moest dus een nieuwe komen. Maar daarvoor was geld nodig. Op 19 augustus 1950 verklaarde de CVP-regering dat "ruime toelagen zullen verleend worden voor het herstel van het IJzermonument." Door die regeringssubsidie10 en door ingezamelde giften kon in augustus 1952 gestart worden met de bouw van de nieuwe IJzertoren, die ingewijd werd op 22 augustus 1965.11

Hoewel ondertussen gebleken is dat Dovo-militairen de toren opgeblazen hebben in opdracht van één of meerdere officieren, is de zaak officieel nooit opgehelderd. Wel werden bepaalde politici ervan verdacht van de zaak op de hoogte te zijn.12





1   ...   8   9   10   11   12   13   14   15   ...   158


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina