Sébastien Baudart 2e licentie geschiedenis Eindverhandeling Stripverhalen in de Belgische dagbladpers



Dovnload 3.95 Mb.
Pagina121/158
Datum22.07.2016
Grootte3.95 Mb.
1   ...   117   118   119   120   121   122   123   124   ...   158


7. Politieke elementen


In dit deeltje zal geprobeerd worden de politieke elementen uit de verhalen met elkaar te vergelijken en ze in een breder kader te plaatsen. Een reeks thema's zullen in die zin overlopen worden, maar eerst moeten we stilstaan bij enkele algemene aspecten. Als er voorbeelden gegeven worden, gebeurt dat aan de hand van de naam van de auteur, de titel van het verhaal of de titel van de reeks. Precieze referenties zijn terug te vinden in de besprekingen per krant.

7.1. Typologie


Zoals we in de besprekingen per krant al hebben gezien, kunnen politieke elementen in de besproken strips zeer verschillende vormen aannemen. Het eenvoudigste zijn opmerkingen, waarin de verteller of één van de personages inspelen op de actualiteit of op een politiek thema. Daarbij horen onder andere opmerkingen over de belastingen, de Koningskwestie, de tram, het liberaal verkiezingsprogramma, enz.

Daarnaast heeft men situaties die naar de werkelijkheid verwijzen, zoals bijvoorbeeld de scènes uit Suske en Wiske waarbij Vandersteen zich uitspreekt voor vergevingsgezindheid en amnestie, of de scènes uit verschillende verhalen die verwijzen naar de (volks)repressie. Of, om het bij Vandersteen te houden, de scène uit Bibbergoud waar het "stemrecht der squaws" aan bod komt.

En tenslotte zijn er de verhalen die volledig opgebouwd zijn rond een politiek thema. Ze bestaan uit een aaneenrijging van de net vermelde opmerkingen en situaties. Voorbeelden hiervan zijn Proleetje en Fantast (de klassenstrijd), Folichon (het verzet tegen de Duitsers), Mickey Mouse tegen het IJzeren Masker (de strijd om de democratie) en Het Vals Gebit van Tijl Uilenspiegel (de IJzertoren, de Koningskwestie en het Vlaams bewustzijn).
De link tussen het verhaal en de maatschappij kan ook op verschillende manieren gelegd worden. Natuurlijk is die link vaak evident : als er opmerkingen gegeven worden over de trams, of over de belastingen, dan is het voor elke lezer onmiddellijk duidelijk waar het over gaat.

Maar soms moet de lezer aan de hand van de opmerkingen en verwijzingen grotendeels zelf de link leggen. Dat is bijvoorbeeld het geval in het Suske en Wiske-verhaal De Bokkerijder, waarin op allerlei manieren op de repressie ingespeeld wordt. Het gebeurt echter indirect, via de Bokkenrijders, en de lezer moet zelf deze twee thema's verbinden.

Allerlei elementen kunnen helpen die link gemakkelijker te leggen, zoals (vervormde) namen en karikaturen van politici, of van andere mensen. Het Speek-personage in Het Vals Gebit is daar een mooi voorbeeld van, maar ook in andere verhalen krijgen sommige personages de naam en/of het uiterlijk van bekenden. Denk maar aan de optredens van Spaak, Huysmans en Lalmand in het Van Zwam-verhaal De hoed van Geeraard de Duivel, of nog het personage Bertus den Haze in De Bokkerijder. Wat de lezer ook op weg helpt, zijn uitspraken als "Waar heb ik dat nog gezien ?" bij het kapotslaan van de inboedel van Matsuoka, uit het Van Zwam-verhaal Het geheim van Matsuoka.

En natuurlijk helpt ook het opnemen van reële situaties bij het leggen van de link. Weer is Het Vals Gebit daar het beste voorbeeld van, met het voorkomen van de IJzertoren, van stakingen, van een Mars op Brussel, enz.




7.2. Politiek en vertelstijl


Opvallend is dat het overgrote deel van de reeksen met een politieke inhoud humoristisch zijn. Niet alleen van tekenstijl, maar ook van inhoud. De politieke kwesties worden dan ook op een humoristische manier behandeld. Voorbeelden zijn Suske en Wiske, Bazielken, Van Zwam, Tijl Uilenspiegel, Mickey Mouse, …

Maar ook in realistische reeksen komt politiek aan bod, en dan natuurlijk wel op een serieuze manier. Voorbeelden hiervan zijn de Amerikaanse reeksen Rip Kirby en L'agent secret X-9.

Een verhaal dat moeilijk te plaatsen is, is "Folichon dans la résistance" waarbij zeer ernstige feiten (de oorlog en het doden van Duitsers) op een ongelooflijk luchtige en bijna grappige manier verteld worden.

7.3. Binnen- en buitenlands materiaal


Vooraleer verder te gaan moet nog eens de nadruk gelegd worden op het verschil tussen Belgisch en buitenlands materiaal. Voor het Belgisch materiaal was er meestal een directe band aanwezig tussen de auteur en de krant, zodat de standpunten van de krant regelmatig in de verhalen terug te vinden zijn.

Voor het buitenlands materiaal ligt dat allemaal anders. Een krant sloot een contract met een agentschap voor een bepaalde reeks, en had dus niet echt invloed op de inhoud daarvan. De krant kon natuurlijk wel een einde maken aan het contract, maar rechtstreeks invloed uitoefenen ging niet. De inhoud van deze strips linken aan het gedachtegoed van de krant heeft dan ook niet zoveel zin. Deze buitenlandse reeksen moeten in een iets ander kader gezien worden. De vraag wordt hier meer : welke ideeën, standpunten komen via die buitenlandse strips ons land binnen ?



7.4. De Tweede Wereldoorlog : de strijd, het verzet en de Duitsers

7.4.1. De Duitsers


Duitsers worden natuurlijk op een zeer onaangename manier voorgesteld. Ze zijn hoogmoedig, dom, arrogant, oorlogszuchtig, onsympathiek, hebben typische smoelwerken, voeren folteringen uit en zijn overtuigd van hun gelijk. Ze spreken met een idioot accent en krijgen typische namen (vooral Fritz) toebedeeld. Ook zijn een hoop scheldwoorden en negatieve beschrijvingen voor Duitsers voorhanden. Het verst wordt er gegaan in Folichon, waar de auteur er blijkbaar een genoegen in schept zijn verzetsstrijder een hoop Duitsers op min of mee humoristische wijze te laten vermoorden.

In alle verhalen worden Duitsers op deze manier voorgesteld. Zo kort na de oorlog kon men natuurlijk moeilijk iets anders verwachten. De auteurs rekenen blijkbaar op hun manier af met de ex-bezetters.



7.4.2. Het verzet


Negatieve houdingen over het verzet zijn dan weer nergens te vinden. Als het verzet aan bod komt, is het duidelijk in positieve zin. Net als over het feit dat Duitsers slecht zijn, is er in de verhalen een consensus over het feit dat het verzet goed werk geleverd heeft. De verhalen in kwestie verschijnen in Le Drapeau Rouge, De Roode Vaan, Het Belang van Limburg en La Wallonie. Le Drapeau Rouge verheerlijkt het verzet doorheen de biografie van "Colonel Fabien", terwijl La Wallonie daarvoor een beroep doet op het fictieve personage Folichon. In De Roode Vaan (Proleetje en Fantast) wordt moedig gedrag vergeleken met guerillapartizanen.

Bij de communisten is het duidelijk dat het om het communistische verzet gaat, in Folichon is identificatie met een bepaalde verzetsbeweging niet mogelijk : er wordt nergens de naam van de organisatie vermeld. Dat gebeurt wel in "Nantje en Jetje" van Anne-Marie Prijs, waar de verzetsstrijders deel uitmaken van het BNB.




1   ...   117   118   119   120   121   122   123   124   ...   158


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina