Sébastien Baudart 2e licentie geschiedenis Eindverhandeling Stripverhalen in de Belgische dagbladpers



Dovnload 3.95 Mb.
Pagina147/158
Datum22.07.2016
Grootte3.95 Mb.
1   ...   143   144   145   146   147   148   149   150   ...   158

Rip Kirby


door Alex Raymond (▄ ▄ ▄)

vanaf za 18/6/1949, strook 468 op za 30/12/1950

dagelijks 1 strook, vervolgverhaal

tekstballonnen

"Copyright Opera Mundi" (▄ ▄ ▄)

aankondigingen op 15/6/1949, p. 1 ; 16/6/1949, p. 1 ; 17/6/1949, p. 1 & 18/6/1949, p. 1



Popeye


Tom Sims & ZaBoly (▄ ▄ ▄)

dagelijks 1 strook, vervolgverhalen

143 stroken, tekstballonnen

"Copyright Opera Mundi" (▄ ▄ ▄)



Miss Jus 1948


van vr 1/7/1949 tot di 30/8/1949

L'homme gelé au pays des glaces


van woe 31/8/1949 tot woe 24/10/1949

C'est lui qu'il nous faut


van di 25/10/1949 tot woe 30/11/1949

Au stade des panthères


van do 1/12/1949 tot di 20/12/1949

Luc Bradefer


Gray (▄ ▄ ▄)

vanaf woe 16/11/1949, strook 341 op za 30/12/1950

dagelijks 1 strook, vervolgverhaal

tekstballonnen

"Copyright Opera Mundi" (▄ ▄ ▄)

aankondigingen op 10/11/1949, p. 1 ; 12/11/1949, p. 1 ; 15/11/1949, p. 1 & 16/11/1949, p. 1



Mickey


Walt Disney (▄ ▄ ▄)

vanaf do 22/12/1949, strook 310 op za 30/12/1950

dagelijks 1 strook, vervolgverhaal

tekstballonnen

"Copyright Opera Mundi" (▄ ▄ ▄)

aankondiging op 22/12/1949, p. 1





1 De Keyzer (Raphaël). Voorwoord. In : De Keyzer (Raphaël), Dekimpe (Bert) e.a. (red.). Strips, een evocatie van de Middeleeuwen. Leuven, Peeters, 2000, p. 7

2 Baron-Carvais (Annie). La Bande dessinée. Paris, PUF, 1991, p. 121

3 Brief van Rik Clément. (14/12/2002)

4 Paul Veyne noemt dit fenomeen in zijn "Comment on écrit l'histoire" "axiologische geschiedenis". De literatuur- en de kunstgeschiedenis werken op die manier : ze vertrekken vanuit de grote namen, de "meesterwerken", de werken die nu nog "bekend" zijn, en laten de rest links liggen. (Veyne (Paul). Comment on écrit l'histoire. Editions du Seuil, 1971, 382 p. 94)

5 Verdere uitleg over welke informatie uit de aankondigingen kan gehaald worden in het laatste hoofdstuk van deel 3.

6 De volgende titels werden volledig doorgenomen : Brabant Strip Magazine, Stripschrift, Ciso, Zozolala, Le collectionneur de BD, De Tuftufclub, Les cahiers Pressibus, Hop & Stripprofiel.

7 Beyrand (Alain) (red.). De Lariflette à Janique Aimée. Catalogue encyclopédique des bandes horizontales françaises dans la presse adulte de 1946 à 1975. Tours, Pressibus, 1995, 960 p.

8 Van elke reeks wordt één strook opgenomen.

9 Colot (Michel). Evolution et thématique de la bande dessinée dans 5 journaux quotidiens belges (La Meuse, Le Soir, La Libre Belgique, La Dernière Heure, Le Peuple) de 1945 à 1979. Licentieverhandeling journalistiek ULB, 1979, 136 p.

10 Larbalestrier (Florence). La bande dessinée quotidienne à travers Le Soir de 1946 à 1960. Bibliographie signalétique. Mémoire pour l'obtension du titre de bibliothécaire-documentaliste gradué, IESSE, 1988-1989, 400 p.

11 Assouline (Pierre). Hergé. Paris, Gallimard/Folio, 1998, 832 p.

12 Peeters (Benoît)1. Hergé, fils de Tintin. Paris, Flammarion, 2002, 512 p.

13 Mouchart (Benoît). A l'ombre de la ligne claire : Jacques Van Melkebeke, le clandestin de la BD. Paris, Vertige Graphic, 2002, 176 p.

14 Crépin (Thierry). "Haro sur le gangster !" La moralisation de la presse enfantine 1934-1954. Paris, CNRS Editions, 2001, 496 p.

15 Vranken (Patrick)2. De voorzichtige Vandersteen. In : Brabant Strip Magazine, nrs. 51/53/55/57bis/59, 1997/1998

16 Dossier 40-45, Belgische tekenaars tijdens WO II. Themanummer Brabant Strip Magazine, nr. 59 (1998/6), met bijdragen van Patrick Vranken en Jean Smits.

17 Jansens (Tim). De Bommelstrip van Marten Toonder. Een historisch analytische studie. Licentieverhandeling communicatie-wetenschappen KUL, 1992, 244 p.

18 Jansens (Tim). Op. Cit., p. 38-39, 204

1 Deze term werd courant gebruikt in de tweede helft van de jaren veertig. Zie daarvoor deel 3.

2 Peeters (Benoît)2. La bande dessinée. Flammarion, 1993, p. 6-7

3 Peeters (Benoît)2. Op. Cit., p. 11-12

4 Peeters (Benoît)2. Op. Cit., p. 11

1 Van Dale Handwoordenboek Hedendaags Nederlands. Utrecht / Antwerpen, Van Dale, 1990, p. 983

2 Le petit Larousse illustré 2001. Paris, Larousse, 2000, p. 116

3 Filippini (Henri), Glénat (Jacques), Martens (Thierry), Sadoul (Numa). Histoire de la bande dessinée en France et en Belgique. Grenoble, Glénat, 1979, p. 7-11

4 "Geleerd" Frans woord voor tekstballonnen.

5 Kousemaker (Evelien) & Kousemaker (Kees) (red.). Wordt vervolgd : Striplexicon der Lage Landen. Uttrecht / Antwerpen, Het Spectrum, 1979, p. 7

6 Dierick (Charles) & Lefèvre (Pascal). Introduction. In : Dierick (Charles) & Lefèvre (Pascal) (eds.). Forging a new medium : the comic strip in the nineteenth century. Brussel, VUBPress, 1999, p. 12

7 Horn (Maurice)2. Comics. In : Barnouw (Erik) e.a. International encyclopedia of communications. Oxford, Oxford University Press, 1989, p. 343-344

8 Bande dessinée. In : Lamizet (Bernard) & Silem (Ahmed) (dir.). Dictionnaire encycopédique des sciences de l'information et de la communication. Paris, Ellipses, 1997, p. 49

9 Comics. In : Danesi (Marcel). Encyclopedic Dictionary of semiotics, media and communications. University of Toronto Press, 2000, p. 56-57

10 Beschrijvende tekst onder de tekeningen. Op de specificiteiten van de verschillende tekstsoorten zal verder ingegaan worden in het begin van het derde deel.

11 Charles Dierick is artistiek directeur van het Belgisch Centrum van het Beeldverhaal. Pascal Lefèvre is als wetenschappelijk medewerker verbonden aan hetzelfde centrum.

12 Dierick (Charles) & Lefèvre (Pascal). Op. Cit., p. 12-13

13 Peeters (Benoît)2. Op. Cit., p. 26-29 ; Dierick (Charles)2. Het Belgisch Centrum van het beeldverhaal. In : Dierick (Charles) (ed.). Het Belgisch Centrum van het Beeldverhaal. Brussel / Tournai, La Renaissance du livre – Dexia, 2000, p. 56-57

1 Onder andere gedaan door David Kunzle en Gérard Blanchard. Gérard Blanchard vermeldt in zijn inleiding dat het zijn bedoeling is zeer breed te gaan en terug te gaan tot alle mogelijke "verhalen in beelden". Hij ziet de rotsschilderingen van Lascaux effectief als het eerste voorbeeld van een strip. David Kunzle heeft al twee enorme boekdelen geschreven over de geschiedenis van de "comic strip" : hij is begonnen in de Middeleeuwen en is nog maar aan de negentiende eeuw beland. (Blanchard (Gérard). Histoire de la bande dessinée. Une histoire des histoires en images de la préhistoire à nos jours. Verviers, Marabout, 1974, 304 p. ; Kunzle (David)1. History of the Comic Strip, Volume I : The Early Comic Strip. Narrative Strips and Picture Stories in the European Broadsheet from c. 1450 to 1825. Berkeley / Los Angeles / Oxford, University of California Press, 1973, 472 p. ; Kunzle (David)2. The History of the Comic Strip, The Nineteenth Century. Berkeley / Los Angeles / Oxford, University of California Press, 1990, 396 p.)

2 Het zou trouwens interessant zijn om eens de evolutie van de stripliteratuur te bestuderen, en op die manier na te gaan hoe de zekere erkenning waarop het stripverhaal nu kan rekenen, er gekomen is. Zo bestaan er naast het historisch aspect (het "zo ver mogelijk teruggaan in de tijd") ook taalkundige technieken om een meer verheven beeld van het stripverhaal te creëren. Zo spreekt Charles Dierick in de catalogus van het Belgisch Centrum van het Beeldverhaal consequent over "stripkunstenaars".

3 Peeters (Benoît)2. Op. Cit., p. 34 ; Groensteen (Thierry)1. Astérix, Barbarella & Cie. Somogy / CNBDI, 2000, p. 13-14 ; Lefèvre (Pascal). De Westerse strip in de 20ste eeuw. In : Dierick (Charles) (ed.). Het Belgisch Centrum van het Beeldverhaal. Brussel / Tournai, La Renaissance du livre – Dexia, 2000, p. 142 ; Bande dessinée. In : Lamizet (Bernard) & Silem (Ahmed) (dir.). Op. Cit., p. 49 ; Kousemaker (Evelien) & Kousemaker (Kees) (red.). Op. Cit., p. 47 ; Dierick (Charles) & Lefèvre (Pascal). Op. Cit., p. 13-14

4 Peeters (Benoît)2. Op. Cit., p. 34 ; Groensteen (Thierry)1. Op. Cit., p. 14 ; Baron-Carvais (Annie). La Bande dessinée. Paris, PUF, 1991, p. 9 ; Lefèvre (Pascal). Op. Cit., p. 142 ; Dierick (Charles) & Lefèvre (Pascal). Op. Cit., p. 19-20

5 "Les dessins, sans ce texte, n'auraient qu'une signification obscure ; le texte sans les dessins ne signifierait rien." zoals hij zelf als inleiding van één van zijn werken schreef. (Groensteen (Thierry)1. Op. Cit., p. 16)

6 Groensteen (Thierry)1. Op. Cit., p. 15-16

7 Kousemaker (Evelien) & Kousemaker (Kees) (red.). Op. Cit., p. 57-58

8 Peeters (Benoît)2. Op. Cit., p. 37

9 Auquier (Jean)2. Ten dienste van het beeldverhaal. In : Dierick (Charles) (ed.). Het Belgisch Centrum van het Beeldverhaal. Brussel / Tournai, La Renaissance du livre – Dexia, 2000, p. 129

10 Peeters (Benoît)2. Op. Cit., p. 39 ; Dierick (Charles) & Lefèvre (Pascal). Op. Cit., p. 17

1 Peeters (Benoît)2. Op. Cit., p. 39

2 Lefèvre (Pascal). Op. Cit., p. 144-146 ; Kousemaker (Evelien) & Kousemaker (Kees) (red.). Op. Cit., p. 48-51 ; Peeters (Benoît)2. Op. Cit., p. 39 ; Van Gompel (Patrick) & Hendrickx (Ad). Strips, aha ! De wereld van het beeldverhaal. Antwerpen, Standaard, 1995, p. 10-11 ; Horn (Maurice)1 (ed.). 100 years of American newspaper comics. NY, Gramercy Books, 1996, p. 15

3 Lefèvre (Pascal). Op. Cit., p. 145 ; Kousemaker (Evelien) & Kousemaker (Kees) (red.). Op. Cit., p. 51-52 ; Groensteen (Thierry)1. Op. Cit., p. 71

4 Kousemaker (Evelien) & Kousemaker (Kees) (red.). Op. Cit., p. 51-52 ; Peeters (Benoît)2. Op. Cit., p. 49-50 ; Van Gompel (Patrick) & Hendrickx (Ad). Op. Cit., p. 11-12

5 Kousemaker (Evelien) & Kousemaker (Kees) (red.). Op. Cit., p. 53 ; Lefèvre (Pascal). Op. Cit., p. 148 ; Van Gompel (Patrick) & Hendrickx (Ad). Op. Cit., p. 12

6 Kousemaker (Evelien) & Kousemaker (Kees) (red.). Op. Cit., p. 53

7 Zig et Puce was niet de eerste ballonstrip in Frankrijk, wel de eerste succesvolle ballonstrip. In die hoedanigheid had de reeks natuurlijk een grote invloed. Volgens Benoît Peeters betekenden Zig et Puce zelfs het begin van de tekstballon in de Europese strip. Thierry Groensteen stelt dat de reeks een zeer grote invloed gehad heeft op de geleidelijke integratie van tekst en beeld in Franstalige strips. (Peeters (Benoît)2. Op. Cit., p. 43 ; Groensteen (Thierry)1. Op. Cit., p. 50 ; Dierick (Charles) & Lefèvre (Pascal). Op. Cit., p. 17-18 ; Lefèvre (Pascal). Op. Cit., p. 144)

8 Kousemaker (Evelien) & Kousemaker (Kees) (red.). Op. Cit., p. 57-58 ; Lefèvre (Pascal). Op. Cit., p. 149

1 Dierick (Charles)2. Op. Cit., p. 59

2 Dierick (Charles)2. Op. Cit., p. 52

3 Dierick (Charles)2. Op. Cit., p. 51-53 ; Groensteen (Thierry)1. Op. Cit., p. 138 ; Lefèvre (Pascal). Op. Cit., p. 168-171

1 De benaming "mannekensblad" komt van het feit dat in die druksels kleine personages of "mannekens" afgedrukt stonden. (Vansummeren (Patricia). From "Mannekensblad" tot Comic Strip. In : Dierick (Charles) & Lefèvre (Pascal) (eds.). Forging a new medium : the comic strip in the nineteenth century. Brussel, VUBPress, 1999, p. 39)

2 Kousemaker (Evelien) & Kousemaker (Kees) (red.). Op. Cit., p. 71-74 ; De Laet (Danny) & Varende (Yves). De zevende kunst voorbij : geschiedenis van het beeldverhaal in België. Brussel, Ministerie van Buitenlandse Zaken, 1979, p. 103-104 ; Van Gompel (Patrick) & Hendrickx (Ad). Op. Cit., p.19 ; Vansummeren (Patricia). Op. Cit., p. 39-47

3 Kousemaker (Evelien) & Kousemaker (Kees) (red.). Op. Cit., p. 74-75 ; De Laet (Danny) & Varende (Yves). Op. Cit., p. 106-111 ; Lefèvre (Pascal). Op. Cit., p. 168-171 ; Van Gompel (Patrick) & Hendrickx (Ad). Op. Cit., p. 19 ; De Geest (Joost). Striptekenaars in de jaren dertig. In : Musschoot (Anne Marie), T'Sjoen (Yves) & De Geest (Joost). Frits van den Berghe en Richard Minne, Stripverhalen 1931-1935. Brussel, Gemeentekrediet, 1996, p. 21

4 De Laet (Danny) & Varende (Yves). Op. Cit., p. 13-31 ; Kousemaker (Evelien) & Kousemaker (Kees) (red.). Op. Cit., p. 64-66

5 Pseudoniem waarvan niet met 100 % gezegd kan worden wie erachter zit. Sterke vermoedens wijzen in de richting van Willy Vandersteen. Zie het onderdeel over De Nieuwe Standaard.

6 De Laet (Danny) & Varende (Yves). Op. Cit., p. 20-21 ; Lefèvre (Pascal). Op. Cit., p. 170-171 ; De Laet (Danny)2. Het Beeldverhaal in Vlaanderen. Breda, Brabantia Nostra, 1977, p. 26

7 Kousemaker (Evelien) & Kousemaker (Kees) (red.). Op. Cit., p. 77 ; De Laet (Danny) & Varende (Yves). Op. Cit., p. 18-31 ; Lefèvre (Pascal). Op. Cit., p. 172-177

1 Overgenomen in de Vlaamse krant De Volksgazet in 1923 onder de naam Bolletje en Bonestaak.

2 Kousemaker (Evelien) & Kousemaker (Kees) (red.). Op. Cit., p. 84-94 ; Van Gompel (Patrick) & Hendrickx (Ad). Op. Cit., p. 23-24

3 Kousemaker (Evelien) & Kousemaker (Kees) (red.). Op. Cit., p. 92-94

1 Peeters (Benoît)2. Op. Cit., p. 45

2 Groensteen (Thierry)1. Op. Cit., p. 77-100

3 Groensteen (Thierry)1. Op. Cit., p. 80-86 ; zie over dit onderwerp ook : Crépin (Thierry) & Groensteen (Thierry). "On tue à chaque page", la loi de 1949 sur les publications destinées à la jeunesse. Paris, Editions du temps, 1999, 256 p.

1 Fauconnier (Guido). Mens en media : een introductie tot de massacommunicatie. Leuven, Garant, 1995, p. 14, 26

2 Fauconnier (Guido). Op. Cit., p. 27

3 Fauconnier (Guido). Op. Cit., p. 95-98

1 Van Opstal (Huibrecht). Tracé Hergé, Le Phénomène Hergé. Bruxelles, Lefrancq, 1998, p. 224

2 Assouline (Pierre). Hergé. Paris, Gallimard/Folio, 1998, 832 p. ; Peeters (Benoît)1. Hergé, fils de Tintin. Paris, Flammarion, 2002, 512 p.

3 Hergé publiceerde tijdens WO II zijn verhalen in de gestolen kranten Le Soir en Het Laatste Nieuws. (Zie deel over De Nieuwe Gids)

4 Benoît-Jeannin (Maxime). Le mythe Hergé. Editions Golias, 2001, 96 p.

5 Benoît-Jeannin gebruikt in zijn argumentatie vooral het verhaal "L'étoile mystérieuse", waarin Joodse personages in een slecht daglicht gesteld worden. Ook interpreteert hij allerlei elementen als pro-Duits en anti-Joods.

6 Gauche ou droite ? Les aventures de Tintin à L'assemblée nationale. In : Le Soir, 5/2/1999 (www.lesoir.be)

7 Gaumer (Patrick)1. Dictionnaire mondial de la Bande Dessinée. Larousse, 1998, p. 121-122

8 Een uitgebreide bespreking van de reeks is terug te vinden in : Malcorps (Johan) & Tyrions (Rik). De papieren droomfabriek. Leuven, Infodok, 1984, p. 64-74

9 Kempeneers (Michel). Marc Sleen neemt na 50 jaar afscheid van zijn populaire dagbladverschijnsel. In : De Standaard Magazine, nr. 36, 2/11/2002, p. 9-11

10 Carbonell (Charles-Olivier) (ed.). Le message politique et social de la bande dessinée. Institut d'études politiques de Toulouse, Privat, 1975, 182 p.

11 Lefèvre (Pascal) & Groesens (Els). Striphelden voor de vrede. Het beeld van de Koude Oorlog in de Belgische strip. In : Van den Wijngaert (Marc) & Buellens (Lieve). Oost West West Best, België onder de Koude Oorlog 1947-1989. Tielt, Lannoo, 1997, p. 224-233

12 Dorfman (Ariel) & Mattelart (Armand). Hoe lees ik Donald Duck. Nijmegen, SUN, 1978, 128 p. ; Arian (Max). Inleiding. In : Dorfman (Ariel) & Mattelart (Armand). Hoe lees ik Donald Duck. Nijmegen, SUN, 1978, p. 7

13 Malcorps (Johan) & Tyrions (Rik). Op. Cit., p. 7

14 Malcorps (Johan) & Tyrions (Rik). Op. Cit., p. 62-63 (e.a.). De twee auteurs hangen wel een zeer stereotiep beeld van strips op en hebben de neiging om zeer snel oordelen uit te spreken zonder rekening te houden met heel wat factoren zoals de tijdsgeest, de beschikbare documentatie voor de auteurs, druk van de uitgever, enz.

15 Baron-Carvais (Annie). Op. Cit., p. 112-115

16 Baron-Carvais (Annie). Op. Cit., p. 112-115

17 Kousemaker (Evelien) & Kousemaker (Kees) (red.). Op. Cit., p. 38


1   ...   143   144   145   146   147   148   149   150   ...   158


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina