Sébastien Baudart 2e licentie geschiedenis Eindverhandeling Stripverhalen in de Belgische dagbladpers



Dovnload 3.95 Mb.
Pagina155/158
Datum22.07.2016
Grootte3.95 Mb.
1   ...   150   151   152   153   154   155   156   157   158

1 Ambrosi (Christian) & Ambrosi (Arlette). La France 1870-1986. Paris, Masson, 1986, p. 242-254 ; Bezbakh (Pierre). Histoire de la France contemporaine de 1914 à nos jours. Paris, Bordas, 1990, p. 127-155 ; Histoire du PCF. Op : http://monsite.ifrance.com/edechambost/histoire_du_pcf_3.htm (6/4/2003)

1 Maurice Damois. Fabien, héros de légende. (LDR, 5/1/1950)

2 Idem. (LDR, 5/1/1950)

3 Idem. (LDR, 5/1/1950)

4 Idem. (LDR, 12/1/1950)

5 Idem. (LDR, 12/1/1950)

6 Idem. (LDR, 12/1/1950)

7 Idem. (LDR, 12/1/1950)

8 Idem. (LDR, 12/1/1950)

9 Idem. (LDR, 19/1/1950)

10 Idem. (LDR, 19/1/1950)

11 Idem. (LDR, 19/1/1950)

12 Idem. (LDR, 26/1/1950)

13 Idem. (LDR, 2/2/1950)

14 Idem. (LDR, 2/2/1950)

15 Idem. (LDR, 9/2/1950)

16 Idem. (LDR, 9/2/1950)

17 Idem. (LDR, 9/2/1950)

18 Idem. (LDR, 16/2/1950)

19 Idem. (LDR, 16/2/1950)

1 "Mon rôle est", "Mais Pierre sait où est son devoir" (Idem. - LDR, 12/1/1950), geeft niet toe aan folteringen (12/1/1950), geeft een tweede keer niet toe aan folteringen (2/2/1950)

2 Idem. (LDR, 12/1/1950)

3 Idem. (LDR, 19/1/1950)

4 Idem. (LDR, 26/1/1950)

1 Het ontbreken van strips in Le Drapeau Rouge kan men dus zeker niet toeschrijven aan het feit dat ze geen Amerikaanse strips wilden publiceren. Als dat al zo was, bestonden er genoeg alternatieven, zoals eigen werk of de buitenlandse communistische pers. Amerikaanse stripfiguren duiken trouwens op in de krant in het najaar van 1947. Le Drapeau Rouge neemt dan namelijk, net als de andere Belgische kranten, de advertenties op van het "Nationaal Strijdcomité tegen het Duur Leven", waarbij Disney- en andere stripfiguren gebruikt worden. (Zie het deeltje over deze campagne).


1 De titel De Roode Vaan verandert in mei 1947 als gevolg van de spellingsverandering in De Rode Vaan.

2 Als we Louis Paul Boon mogen geloven, kwam er bij de redactie van De Roode Vaan veel vertaalwerk te pas. (Hebbelinck (André). "In feite ben ik een seismograaf". In : De Ley (Gerd). Een man zonder carrière : gesprekken met Louis Paul Boon. Amsterdam, De Arbeiderspers, 1982, 1976 p. 134 ; Goeman (Geert). Louis Paul Boon bij De roode vaan, 1945-1946. Op : www.lpboon.net/bub/7_1/roodevaan.htm - 8/6/2003)

3 Beke (Frans) & Vandenabeele (Werner). De Rode Vaan. In : NEVB, Op. Cit., p. 2623-2624

4 Gerlo vermeldt in zijn memoires de periode december 1945 – februari 1946. (Gerlo (Aloïs). Op. Cit., p. 89)

5 Vandenabeele (Werner). Louis Paul Boon en De roode vaan. Op : www.lpboon.net/bub/6_3/werner.htm - 8/6/2003 ; Muyres (J.)1. Bibliografisch overzicht van de bijdragen van Louis Paul Boon in de periodieken 1944-1979, Deel 1. Brugge, Kruispunt, 1986, p. 25 (De data zijn approximatief, er bestaat in de literatuur geen eensgezindheid over.)

6 Roggeman (Maurice). Herinneringen van Maurice (Morris) Roggeman. In : Boon (Louis Paul). Brieven aan Morris. Maastricht, Gerards & Schreurs, 1989, p. 137-138 ; Bruinsma (E.), De Geest (D.) & Humbeeck (K.). Voorwoord. In : Louis Paul Boon, Het literatuur- en kunstkritische werk. I : De Roode Vaan. Antwerpen, UIA, 1994, p. XXIII ; Goeman (Geert). Op. Cit. ; Vandenabeele (Werner). Op. Cit. ; Van Hoorick (Bert). In tegenstroom. Herinneringen 1919-1956. Uitgeverij Masereelfonds, 1982, p. 206

1 Roggeman (Willem M.). Inleiding. In : Boon (Louis Paul) & Roggeman (Maurice). Proleetje en Fantast. Amsterdam, Querido / De Arbeiderspers, 1982, p. 5

1 Durnez (Gaston)9. Louis Paul Boon In : NEVB. Op. Cit., p. 549-550 ; Muyres (J.)2. De Kapellekensbaan groeit. Over de ontstaansgeschiedenis van …. Leiden, Uitgeverij Plantage, 1995, p. 28-31 ; Weverbergh (Julien) & Leus (Herwig). Boonboek : gesprekken met Louis Paul Boon …. Manteau, 1972, p. 12 & 32 ; Winkler Prins Lexicon van de Nederlandse letterkunde. Amsterdam / Brussel, Elsevier, 1986, p. 55

2 Roggeman volgde er zes jaar les, Boon maar één jaar. (Weverbergh (Julien) & Leus (Herwig). Op. Cit., p. 32)

3 Met o.a. Bert Van Hoorick, latere hoofdredacteur van De Roode Vaan. (Roggeman (Maurice). Herinneringen van Maurice (Morris) Roggeman. In : Boon (Louis Paul). Brieven aan Morris. Maastricht, Gerards & Schreurs, 1989, p. 119)

4 Roggeman verklaarde later : "Boon was een uitgesproken anti-fascist. Hij heeft niet actief deelgenomen aan het verzet, hij was echter wel sympatisant. Hij heeft mensen zoals ik, die gezocht werden door de Gestapo, bij hem thuis ontvangen". (Weverbergh (Julien) & Leus (Herwig). Op. Cit., p. 59)

5 Muyres (J.) & Vanheste (B.). Voorwoord. In : Boon (Louis Paul). Brieven aan Morris. Maastricht, Gerards & Schreurs, 1989, p. 5-6 ; Roggeman (Maurice). Op. Cit., p. 101-134 ; Weverbergh (Julien) & Leus (Herwig). Op. Cit., p. 40 & 67 ; Vandenabeele (Werner). Op. Cit. ; Muyres (J.)2. Op. Cit., p. 30-31, 35 ; Muyres (J.) & Vanheste (B.) (eds.) & Boon (Louis Paul). Memoires van Boontje. Amsterdam, De Arbeiderspers, 1989, p. 15, 182

1 Louis Paul Boon. In : Florquin (Joos). Ten huize van … (achtste reeks). Leuven, Davidsfonds, 1972, p. 24-25

2 Goeman (Geert). Op. Cit.

3 Weverbergh (Julien) & Leus (Herwig). Op. Cit., p. 40

4 Goeman (Geert). Op. Cit. ; Humbeeck (K.). Onder de giftige rook van Chipka : Louis Paul Boon en de fabrieksstad Aalst. Gent, Ludion, 1999, p. 128-129 ; Bruinsma (E.), De Geest (D.) & Humbeeck (K.). Op. Cit., p. XXI-XXII ; Muyres (J.) & Vanheste (B.) (eds.) & Boon (Louis Paul). Op. Cit., p. 111

5 Bruinsma (E.), De Geest (D.) & Humbeeck (K.). Op. Cit., p. XXII-XXIII

1 Maarten Thijs en Rosa Michaut.

2 Door de dalende verkoop werd de controle en bemoeienis van de partijleiding alleen maar erger. Daardoor ging Boon met steeds mider plezier op De Roode Vaan werken. (Muyres (J.)2. Op. Cit., p. 33 ; Muyres (J.) & Vanheste (B.) (eds.) & Boon (Louis Paul). Op. Cit., p. 182)

3 Boon ging zich op de duur van het communisme distanciëren. In zijn later werk De Kapellekensbaan uitte hij kritiek op de leiding van de KPB en De Roode Vaan. (Bruinsma (E.), De Geest (D.) & Humbeeck (K.). Op. Cit., p. XXIII ; Muyres (J.)2. Op. Cit., p. 33 ; Goeman (Geert). Op. Cit. ; Weverbergh (Julien) & Leus (Herwig). Op. Cit., p. 78)

4 Muyres (J.)1. Op. Cit., p. 25-26 ; Weverbergh (Julien) & Leus (Herwig). Op. Cit., p. 67, 76-77 ; Hebbelinck (André). Op. Cit., p. 134-135 ; Muyres (J.) & Vanheste (B.). Op. Cit., p. 7 ; Roggeman (Maurice). Op. Cit., p. 136 ; Muyres (J.) & Vanheste (B.) (eds.) & Boon (Louis Paul). Op. Cit., p. 73 ; Bruinsma (E.), De Geest (D.) & Humbeeck (K.). Op. Cit., p. XXIII ; Goeman (Geert). Op. Cit. ; Vandenabeele (Werner). Op. Cit.

1 Muyres (J.) & Vanheste (B.) (eds.) & Boon (Louis Paul). Op. Cit., p. 72-73

2 Roggeman (Maurice). Op. Cit., p. 137

3 Weverbergh (Julien) & Leus (Herwig). Op. Cit., p. 76

4 Weverbergh (Julien) & Leus (Herwig). Op. Cit., p. 76-77. Zo erg vooruit op z'n tijd was dit verhaal nu ook weer niet. Bij het begin van de publicatie waren Willy Vandersteen, Anne-Marie Prijs en Buth in de Vlaamse pers al bezig met strips. En zij maakten volledig gebruik van (moderne) tekstballonnen.

5 Van Hoorick (Bert). Op. Cit., p. 206

6 Ook Boon moest soms haastig te werk gaan. Hij kreeg tegen het midden van het eerste verhaal last van zijn maag, moest thuisblijven, en stuurde de teksten (soms redelijk) laat op. Dus nog minder tijd voor Roggeman om ze uit te tekenen. (Roggeman (Willem M.). Op. Cit., p. 6)

7 Het is dan ook niet echt verwonderlijk dat men de opdracht toevertrouwde aan Boon en Roggeman, de schrijver en de tekenaar van het gezelschap.

8 Roggeman (Willem M.). Op. Cit., p. 6

9 Mans (Willard). Louis Paul Boon in de strip. In : Stripschrift, nr. 323 (jg. 32, nr. 6), p. 22

1 Anoniem (Louis Paul Boon & Maurice Roggeman). De wonderlijke avonturen van Proleetje en Fantast. (DRV, 1/5/1946 – 28/9/1946)

2 Idem, str. 2 (DRV, 3/5/1946)

3 Idem, str. 3 (DRV, 4/5/1946)

4 Idem, str. 43 (DRV, 13/7/1946)

5 Idem, str. 51 (DRV, 24/7/1946)

6 Idem, str. 104 (DRV, 25/9/1946)

7 Idem, str. 106 (DRV, 27/9/1946)

8 Idem, str. 107 (DRV, 28/9/1946)

9 De naam Buchenwald is niet zomaar gekozen. Hoofdredacteur van De Roode Vaan Bert Van Hoorick had er gezeten. (Muyres (J.) & Vanheste (B.) (eds.) & Boon (Louis Paul). Op. Cit., p. 185)

10 Idem, str. 21 (DRV, 6/6/1946)

11 Idem, str. 3 (DRV, 4/5/1946)

12 Witte (Els)3. Politiek en democratie. Brussel, VUBPress, 1996, p. 84

13 Peiren (Luc). De Communistische Partij van België gedurende de Koude Oorlog 1944-1968. In : Van den Wijngaert (Marc) & Buellens (Lieve). Oost West West Best, België onder de Koude Oorlog 1947-1989. Tielt, Lannoo, 1997, p. 195

14 Witte (Els)3. Op. Cit., p. 112-113

15 Idem, str. 62 (DRV, 6/8/1946)

16 DRV 24/1/1946, p. 1 ; 25/1/1946, p. 1 ; 31/1/1946, p. 1 ; 14/6/1946, p. 1 ; 28/6/1946, p. 1 ; 26/7/1946, p. 1 ; 31/7/1946, p. 1

17 Anoniem (Maurice Roggeman). Proleetje en Fantast Globetrotters, str. 40 (DRV, 4/1/1947)

18 Muyres (J.) & Vanheste (B.) (eds.) & Boon (Louis Paul). Op. Cit., p. 15-16

19 Muyres (J.)2. Op. Cit., p. 33-34

20 Aloïs Gerlo vertelt : "Als zovelen … was ook hij in de ban van de ideologie die een rechtvaardige, klassenloze maatschappij in het leven zou roepen en de kleine man zou bevrijden." (Gerlo (Aloïs). Op. Cit., p. 103)

21 Ook de reportage "Brussel een oerwoud" kent een gelijkaardig einde. (Muyres (J.)2. Op. Cit., p. 33-34)

1 Anoniem (Maurice Roggeman). Proleetje en Fantast Globetrotters, str. 16 (DRV, 5/12/1946)

2 Idem, str. 18 (DRV, 7/12/1946)

3 Idem, str. 22 (DRV, 12/12/1946)

4 Idem, str. 16 e.a. (DRV, 5/12/1946 e.a.)

5 DRV, 29/6/1946, p. 1 ; 2/7/1946, p. 1 ; 3/7/1946, p. 1

6 Willem M. Roggeman vermeldt in de inleiding van de boekuitgave van Proleetje en Fantast de aanwezigheid van het verhaal van verborgen steken aan het adres van de KPB. De Kapitein Eénog in het verhaal zou niemand minder zijn dan hoofdredacteur Bob Dubois. Hij werd zo afgebeeld omdat hij te veel de richtlijnen van partijleider Edgar Lalmand opvolgde. Of veel lezers dit doorhadden, valt natuurlijk sterk te betwijfelen. (Roggeman (Willem M.). Op. Cit., p. 5-6)

7 Idem, str. 29 (DRV, 20/12/1946)

8 Idem, str. 30 (DRV, 21/12/1946)

9 Idem, str. 34 (DRV, 27/12/1946)

10 In heel het verhaal wordt het woordt papieren consequent vervangen door "pampieren".

11 Uit de insciptie op de kist "b … aire" kan men afleiden dat het om Argentinië kan gaan.

12 Idem, str. 38 (DRV, 1/1/1948)

13 Idem, str. 39 (DRV, 3/1/1948)

14 Idem, str. 41 (DRV, 6/1/1947)

15 Idem, str. 41 (DRV, 6/1/1947)

16 Idem, str. 43 (DRV, 8/1/1947)

17 Idem, str. 46 (DRV, 13/1/1947)

18 Zuid-Amerikaanse boeren.

19 Idem, str. 47 (DRV, 14/1/1947)

20 Idem, str. 50 (DRV, 17/1/1947)

1 De Bens (Els). Op. Cit., p. 383-384 ; Campé (René), Dumon (Marthe) & Jespers (Jean-Jacques). Op. Cit., p. 227-231 ; Campé (René). La presse libérale depuis 1846. In : Hasquin (Hervé) & Verhulst (Adriaan) (eds.). Le libéralisme en Belgique : deux cents ans d'histoire. Bruxelles, Delta, 1989, p. 194

2 M. Cro van Reding.

1 Servais (Max). Les aventures de Jacquy et Marcou : Le Secret du Mastaba. Bruxelles, Van Gompel, 1942, 60 p. Het exemplaar van de KBR is verdwenen. Uit een fotokopie van de kaft blijkt wel dat de personages in de twee verhalen dezelfde zijn.

2 Canonne (Xavier). Max Servais. In : Nouvelle biographie nationale IV. Bruxelles, Académie Royale des sciences, des lettres et des beaux-arts de Belgique, 1997, p. 352-354 ; Piron (Paul). De Belgische Beeldende Kunstenaars uit de 19de en 20ste eeuw . Brussel, Art in Belgium, 1999, p. 1212. Canonne vermeldt verkeerdelijk dat Le Peuple na de oorlog Le Secret du Mastaba gepubliceerd heeft.

1 Geoffrey Foladori, stripauteur uit Urugay, geboren in 1908. (Fola. Op : http://www.lambiek.net/fola.htm - 5/5/2003)

2 Zie Le Matin en De Nieuwe Gazet/'t Vrije Volksblad.

1 Gaumer (Patrick)1. Op. Cit., p. 661 ; Auquier (Jean)1. Raymond Reding conteur sportif. In : Reding (Raymond). Tirs au but. Bruxelles, CBBD – La Poste, 1998, p. 6-7 ; Van Hamme (Jean) (red.). Op. Cit., p. 42

2 Ray Reding. Les enquêtes de M. Cro, détective, La formule volée. (DH, 1/6/1947 & 6/6/1947)

3 Idem, Les 7 corbeaux. (DH, 6/12/1949)

4 Onder andere in "Echec … et masque" (DH, 28/12/1947 - 15/4/1948) en "Le dard de jade" (DH, 26/9/1948 – 20/3/1949)

1 Zie Le Soir.

2 Pseudoniem van Jean Deleu, zou later illustrator worden bij Averbode. (Huygens (Frank). Mooie plaatjes. Illustratie, lay-out en beeldverhaal in de jeugdtijdschriften (1920-2002). In : Ghesquière (Rita) & Quaghebeur (Patricia). Averbode, een uitgever apart, 1877-2002. Averbode / Leuven, Uitgeverij Averbode / UPLeuven / Kadoc, 2002, p. 389)

3 Edmond-François Calvo, Frans stripauteur, geboren in 1892. Deze tekenaar heeft in de jaren 1940 al een enorme productie strips op zijn actief staan. "Le Bossu" verscheen voor het eerst in France-Soir in 1947. (Gaumer (Patrick)1. Op. Cit., p. 135-136 ; Beyrand (Alain) (red.). De Lariflette à Janique Aimée. Catalogue encyclopédique des bandes horizontales françaises dans la presse adulte de 1946 à 1975. Tours, Pressibus, 1995, p. 179)

4 Negentiende-eeuwse Franse "roman-feuilleton"-auteur. Le Bossu werd gepubliceerd in 1858. (Paul Féval. Op : Encyclopédie Microsoft Encarta 1998)

5 Pseudoniem van Robert Velter, Frans stripauteur, geboren in 1909. Hij was de schepper van een hele hoop strips vanaf de tweede helft van de jaren 1930. Onder de naam Rob-Vel ontwierp hij in 1938 het personage Spirou voor Uitgeverij Dupuis. (Gaumer (Patrick)1. Op. Cit., p. 673-674)

1 Melvin Graff, Amerikaans stripauteur, geboren in 1907. In de jaren 1930 begon hij strips te tekenen en in 1940 werd hij de opvolger van Austin Briggs op Secret Agent X-9. (Mel Graff. Op : http://www.lambiek.net/graff_mel.htm - 8/5/2003)

2 Horn (Maurice)1. Op. Cit., p. 341-342 ; Gaumer (Patrick)1. Op. Cit., p. 703-704

1 Mell Graff. L'agent secret X 9. (DH, 10/11/1948)

2 Idem. (DH, 27/3/1947)

3 Idem. (DH, 18/10/1947)

4 Idem. (DH, bv. 22/5/1949)

5 Idem. (DH, 13/12/1947 & 10/7/1948)

6 Idem. (DH, 25/4/1947)

7 Idem. (DH, 16/11/1946)

1 Idem. (DH, 22/5/1946)

2 Idem. (DH, 25/5/1946)

3 Idem. (DH, 18/6/1946)

4 Idem. (DH, 21/6/1946)

5 Dit verhaal verscheen in de VS vanaf einde mei 1945. De publicatie van de reeks in La Dernière Heure loopt in het begin een jaar achter op de originele publicatie. Door het verschijnen van twee dagelijkse stroken tot januari 1947 wordt dat verschil teruggebracht tot 4-5 maanden. (Tabel met originele publicatiedata in : Dumonteil (Marc-André). Dossier agent secret X-9. In : Hop, sept. 2002, n°95, p. 21-25)

1 Idem. (DH, augustus - september 1946)

2 Op dat moment nog vertaald als Hilda.

3 Idem. (DH, 15/3/1949)

4 Idem. (DH, 22/3/1949)

5 Idem. (DH, 24/3/1949)

6 Hun zogezegde land van herkomst wordt niet vermeld, maar de namen wijzen duidelijk in de richting van het Sovjetblok.

7Idem. ( DH, 26/3/1949)

8 Idem. (DH, mei - juli 1948)

9 Idem. (DH, 10/10/1946)

1 Idem. (DH, 12/8/1949)

2 Idem. (DH, 20/8/1949)

3 Idem. (DH, 28/8/1949)

4 Idem. (DH, 9/9/1949)

5 Idem. (DH, 10/9/1949)

6 Idem. (DH, april - mei 1950)

7 Idem. (DH, 12/4/1950)

8 Idem. (DH, 13/4/1950)

9 Idem. (DH, 5/4/1950)

10 Idem. (DH, 16/4/1950)

11 Idem. (DH, 18/4/1950)

12 Idem. (DH, 4/5/1950)

1 Idem. (DH, augustus - november 1950)

2 Idem. (DH, 29/8/1950)

3 "espions étrangers" (Idem. - DH, 6/9/1950)

4 Idem. (DH, 30/8/1950)

5 Idem. (DH, 31/8/1950)

6 Idem. (DH, 1/9/1950, 2/9/1950 & 6/9/1950)

7 Idem. (DH, 13/9/1950)


1   ...   150   151   152   153   154   155   156   157   158


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina