Sébastien Baudart 2e licentie geschiedenis Eindverhandeling Stripverhalen in de Belgische dagbladpers



Dovnload 3.95 Mb.
Pagina19/158
Datum22.07.2016
Grootte3.95 Mb.
1   ...   15   16   17   18   19   20   21   22   ...   158

2.6. Anticommunisme en McCarthysme


Over de schuld van de Koude Oorlog wordt veel gediscussieerd. Wat zeker is, is dat de Amerikanen zeer ver gegaan zijn in het demoniseren van de Sovjetunie. Volgens de revisionistische Koude Oorlog-visie gingen de Amerikaanse politici om verkiezingsdoeleinden en om de bevolking achter hen te krijgen over tot het overdreven demoniseren van de Russische tegenstanders.

Eric Hobsbawn schrijft : "Want het is duidelijk, en het was in 1945-1947 zelfs al aannemelijk, dat de Sovjetunie niet expansionistisch was, zeker niet agressief, en niet uitging van een verdere verbreiding van het communisme buiten de gebieden waarover vermoedelijk op de topontmoetingen van 1943-1945 overeenstemming was bereikt.", "Op geen enkele rationele wijze vormde de SU een direct gevaar voor wie dan ook buiten het bereik van de rode bezettingslegers. Het land was verwoest, geplunderd en uitgeput uit de oorlog te voorschijn gekomen, van de economie in vredestijd was niets over …"1

De verdachtmakingen aan het adres van de SU leidden op de duur tot een soort "openbare hysterie". Het hele gedoe leidde tot een ware communistenjacht, waar de republikeinse senator Joseph McCarthy een grote rol in zou spelen.2

Het McCarthysme, zoals de beweging die McCarthy op gang bracht genoemd wordt, ontaardde in een echte heksenjacht op echte en vermeende communisten. Al in 1946 staken verdachtmakingen de kop op. Tijdens de campagne voor de tussentijdse parlementsverkiezingen probeerden de Republikeinen de democraten te associëren met het communisme. De democraten reageerden en namen maatregelen om die verdachtmakingen van hen af te schudden. Zo liet president Truman begin 1947 het federaal "Loyalty Program" ontstaan. Dit impliceerde dat er van alle ambtenaren in dienst van de federale overheid zou onderzocht worden of ze geen communistische politieke contacten hadden of in het verleden hadden gehad.3

In 1949 ging de regering nog een stap verder. Elf leiders van de Amerikaanse Communistische Partij werden, louter om hun politieke opvattingen, veroordeeld. In februari 1950 trad McCarthy dan op het voorplan : hij uitte in het openbaar de beschuldiging dat er 205 communisten in het State Department werkten. Er kwam een commissie van, voorgezeten door McCarthy, die de jacht op communisten opende. Op die manier ontwikkelde zich een soort politieke terreur, die ook gevoed werd door de Koreaanse oorlog. Deze paste zeer goed in de kraam van de communistenjagers, aangezien het kon gezien worden als een groot offensief vanwege de communisten.4

Een Amerikaans rapport uit april 1950 beschreef de SU als een onvoorstelbare dreiging, een Russische verrassingsaanval werd mogelijk geacht en de diplomatieke middelen waren voor de Amerikanen definitief afgeschreven.5

Volgende passage illustreert hoe erg de toestand in de VS was : "McCarthy's ongeremde optreden en de ernstige aandacht die er door de media aan werd gegeven, leidden in het hele land tot politieke heksenjachten. Geen putjesschepper of conciërge kon meer in dienst genomen worden voordat een of andere zelfbenoemde communistenjager zijn slonzig en sinister "onderzoek" gedaan had."6

In september 1950 kwam er zelfs de "McCarran Security Bill", een wet die alle communisten dwong zich te laten registreren door het Ministerie van Justitie en die de president de bevoegdheid gaf in geval van oorlog de communisten te interneren.7



2.7. Joegoslavië, China en Korea


Na de Tweede Wereldoorlog werd Joegoslavië opgenomen in het Sovjetblok, maar na verloop van tijd kwamen er meer en meer problemen. De Joegoslavische leider Tito was naar de mening van de Sovjetunie te populair en te eigenzinnig, en dat zorgde voor wrijvingen. Tito was namelijk niet de man om slaafs de richtlijnen vanuit Moskou op te volgen. In de zomer van 1948 zou het tot een breuk komen. Joegoslavië zocht daarop toenadering tot het Westen, waarna in november 1949 de laatste banden tussen het land en de Sovjetunie doorgesneden werden.1

China werd daarentegen in 1949 geconfronteerd met een communistische machtsovername. Al lange tijd was er een strijd aan de gang tussen de nationalistische troepen van Tsjang Kai Tsjek en de communisten van Mao Tse Toeng, die dus uiteindelijk voor de communisten (met steun van de Sovjetunie) gewonnen werd. Op 21 september 1949 riep Mao de Chinese volksrepubliek uit.2

In juni 1950 kwam het tot een eerste gewapende confrontatie tussen de twee blokken, en wel in Korea. Communistische Noord-Koreaanse troepen trokken de 38e breedtegraad over en vielen het kapitalistische zuiden binnen. Het Westen liet niet lang op een reactie wachten : de Verenigde Naties3 werden ingeschakeld. VN-troepen kregen de opdracht het Noord-Koreaanse leger terug over de 38e breedtegraad te drijven.4

2.8. Dekolonisatie


Ook kenmerkend voor de naoorlogse periode en eigenlijk een gevolg van de oorlog, is de dekolonisatiegolf.Tussen 1945 en 1949 vonden Syrië, Libanon, Indië, Pakistan, Birma, Ceylon, Palestina en Indonesië de weg naar de onafhankelijkheid. Tegen 1950 was heel Azië, behalve Indochina, gedekoloniseerd. De grootmachten probeerden natuurlijk ook deze landen in hun invloedsfeer te krijgen.1


Deel 4 :
Stripverhalen in de Belgische dagbladpers 1945-1950,
Het onderzoek









I. Inleiding




1. Selectie van het onderzoeksmateriaal

1.1. 23 kranten


Zoals in deel 1 al vermeld is, werden er in de betrokken periode in België meer dan vijftig kranten gepubliceerd. Om praktische redenen werd uit dit rijke aanbod dan ook een selectie gemakt. Bij deze selectie werd geprobeerd verschillende kenmerken aan bod te laten komen. Zowel Vlaamse als Franstalige kranten werden opgenomen, volkskranten naast meer elitaire bladen en natuurlijk een vertegenwoordiging van de verschillende politieke strekkingen (met zowel "gekleurde" kranten als partij- en vakbondspers).

Natuurlijk valt op zo'n selectie altijd iets aan te merken, er is wel altijd één of andere publicatie die om de ene of de andere reden het recht had opgenomen te worden in het lijstje. Tijdsgebrek dwingt echter tot keuzes, en die keuzes hebben geleid tot een lijst van 23 titels. Deze worden hieronder weergegeven, telkens ingedeeld per zuil en met vermelding van de plaats van uitgave.



  • Vlaamse Communistische pers : De Ro(o)de Vaan (Brussel)

  • Vlaamse Socialistische pers : Volksgazet (Antwerpen), Vooruit (Gent)

  • Vlaamse Liberale pers : De Nieuwe Gazet (Antwerpen), Het Laatste Nieuws (Brussel)

  • Vlaamse Katholieke pers : Het Volk (Gent), De Nieuwe Standaard/Het Nieuwsblad (Brussel), De Nieuwe Gids/'t Vrije Volksblad (Brussel), De Standaard/Het Nieuwsblad (Brussel), Het Nieuws van den Dag (Brussel), Gazet van Antwerpen (Antwerpen), Het Belang van Limburg (Hasselt)

  • Vlaamse Franstalige pers : La Flandre Libérale (Gent, Liberaal), La Métropole (Antwerpen, Katholiek), Le Matin (Antwerpen, Liberaal)

  • Franstalige Communistische pers : Le Drapeau Rouge

  • Franstalige Socialistische pers : Le Peuple (Brussel), La Wallonie (Liège)

  • Franstalige Liberale pers : La Dernière Heure (Brussel)

  • Franstalige Katholieke pers : La Libre Belgique (Brussel)

  • Franstalige neutrale pers : Le Soir (Brussel), La Lanterne (Brussel), L'écho de la bourse (Brussel, financiële krant)

Gezien het snelle opkomen en weer verdwijnen van sommige titels na de bevrijding, wordt deze selectie nu even bekeken ten opzichte van de situatie van de Belgische dagbladmarkt in 1950.1 Aan Vlaamse kant zijn in de selectie bijna alle krantengroepen opgenomen. Aan Franstalige kant is de selectie noodgedwongen drastischer : er verschenen in Franstalig België namelijk veel meer kranten dan in Vlaanderen, waarvan een groot deel regionaal. Daarom werden alleen de "belangrijkste" Franstalige kranten opgenomen, wel rekening houdend met het feit dat elke zuil vertegenwoordigd werd. Aangezien de belangrijkste krant (qua oplage) van elke zuil in Brussel verscheen, zijn bijna alleen Franstalige Brusselse kranten opgenomen. De "provinciale" kranten hadden (veel) kleinere oplages.

Aan Vlaamse kant zijn (ten opzichte van de situatie in 1950) 12 van de 18 titels en 11 van de 14 groepen vertegenwoordigd. Aan Franstalige kant zijn 11 van de 30 titels en 8 van de 20 groepen vertegenwoordigd.

Het gaat dus om een selectie, niet heel de Belgische dagbladpers van de betrokken periode is in het onderzoek opgenomen. Het aantal niet opgenomen titels is aan Franstalige kant zelfs vrij groot. Er moet dan ook opgelet worden met algemene conclusies : de conclusies die uit dit onderzoek zullen getrokken worden, gelden voor deze groep kranten, en kunnen een aanwijzing zijn voor de situatie in de volledige dagbladpers.



1   ...   15   16   17   18   19   20   21   22   ...   158


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina