Sébastien Baudart 2e licentie geschiedenis Eindverhandeling Stripverhalen in de Belgische dagbladpers



Dovnload 3.95 Mb.
Pagina20/158
Datum22.07.2016
Grootte3.95 Mb.
1   ...   16   17   18   19   20   21   22   23   ...   158

1.2. De oplages1


H
et probleem met de oplagecijfers in de betrokken periode is dat ze niet gecontroleerd werden en zeer onvolledig zijn. Goede vergelijkingen maken is in die omstandigheden natuurlijk quasi onmogelijk. De weergegeven cijfers zijn dan ook de gegevens en schattingen die beschikbaar zijn.
De Nieuwe Gazet 1950 : 25.000 - De Nieuwe Gids 1947 : 20.000 - De Nieuwe Gids & 't Vrije Volksblad 1947 : 100.000 - De Nieuwe Standaard 1946 : 60.000 - De Roode Vaan 1945 : 40.000 / De Roode Vaan 1946 : 20.000 / De Rode Vaan 1948 : 10.000 - De Standaard 1947 : 20.000 / De Standaard 1951 : 30.000 / De Standaard & Het Nieuwsblad 1947 : 100.000 / De Standaard & Het Nieuwsblad 1951 : 140.000 - Gazet van Antwerpen 1945 : 120.000 / Gazet van Antwerpen 1949 : 158.000 / Gazet van Antwerpen 1950 : 129.000 - Het Belang van Limburg 1945 : 40.000 / Het Belang van Limburg 1949 : 45.000 - Het Laatste Nieuws 1947 : 290.000 / Het Laatste Nieuws 1949 : 302.000 / Het Laatste Nieuws 1950 : 315.000 - Het Nieuws van den Dag 1948 : 30.000 / Het Nieuws van den Dag & 't Vrije Volksblad 1948 : 110.000 - Het Volk 1945 : 50.000 / Het Volk 1946 : 113.000 / Het Volk 1948 : 128.000 / Het Volk 1950 : 147.000 - La Dernière Heure 1951 : 190.000 - La Flandre Libérale 1949 : 20.000 - La Lanterne 1946 : 20.000 / La Lanterne 1947 : 30.000 / La Lanterne & La Meuse 1947 : 200.000 - La Libre Belgique 1949 : 190.000 - La Métropole 1949 : 35.000 - La Wallonie 1953 : 57.000 - Le Drapeau Rouge 1945 : 60.000 / Le Drapeau Rouge 1951 : 3.000 - Le Matin 1949 : 35.000 - Le Peuple 1949 : 114.000 - Le Soir 1951 : 320.000 - Volksgazet 1944 : 125.000 / Volksgazet 1946 : 136.000 / Volksgazet 1949 : 142.000 - Vooruit 1949 : 60.000

In deze tabel worden de oplagecijfers van de geselecteerde kranten weergegeven. Op basis hiervan kunnen deze ingedeeld worden in verschillende groepen : de monsteroplages (meer dan 300 000, Le Soir & Het Laatste Nieuws), de zeer grote oplages (rond de 200 000, La Lanterne samen met La Meuse, La Dernière Heure & La Libre Belgique), de grote oplages (meer dan 100 000 : Gazet van Antwerpen, Het Volk, Volksgazet, De Standaard samen met Het Nieuwsblad, Le Peuple, Het Nieuws van den Dag samen met 't Vrije Volksblad, De Nieuwe Standaard samen met Het Nieuwsblad en korte tijd hun opvolgers De Nieuwe Gids samen met 't Vrije Volksblad).

Een kleine oplage van meer dan 30 000 exemplaren halen de volgende kranten : Vooruit, La Wallonie, Het Belang van Limburg, La Métropole, Le Matin en Le Drapeau Rouge en De Roode Vaan in hun succesperiode. Zeer kleine oplages van minder dan 30 000 exemplaren vindt men terug bij La Flandre Libérale, Le Drapeau Rouge en De Rode Vaan in de vervalperiode en de volgende titels op hun eentje : De Standaard, La Lanterne, Het Nieuws van den Dag en De Nieuwe Gids. Over De Nieuwe Gazet werden geen oplagegegevens teruggevonden.2

1.3. Het onderzoek zelf


De bovenvermelde kranten werden doorgenomen van het moment van herverschijnen na de bevrijding tot het einde van 1950. In 20 van die kranten werden onder één of andere vorm strips gevonden, 3 kranten publiceerden helemaal niets. Deze laatste zijn La Métropole, La Flandre Libérale en L'écho de la bourse.

In het de eerste helft van 2002 werden de kranten oppervlakkig doorgenomen om een voorlopige inventaris op te stellen, en een idee te hebben van wat er allemaal in te vinden was. Vanaf juli 2002 werd dan begonnen met het zorgvuldig doornemen van de kranten, het opsporen van aankondigingen en het lezen van de strips. Strips met een sterke politieke inhoud werden aan een tweede lezing onderworpen en zorgvuldig geanalyseerd. Sommige analyses zijn lang uitgevallen, omdat ze zich daartoe leenden en veel stof voor interpretatie boden. Bij verhalen of elementen uit verhalen die zich daar minder toe leenden, is de interpretatie korter gebleven.



1.4. Definities


Op basis van welke definities werd er nu gewerkt ? In het eerste deel van deze studie werd al geprobeerd tot een definitie van een "stripverhaal" komen. Daar bleek dat het opstellen van een precieze definitie zeer moeilijk is, als men niet wilt dat er te veel gevallen uit de boot vallen. Ik heb dan ook voor dit onderzoek (en voor de inventaris) geprobeerd een brede definitie te hanteren, die aanleunt bij de prototype-definitie van Dierick en Lefèvre. Als strips werden de gevallen beschouwd waarin een verhaal verteld wordt met behulp van naast of onder elkaar geplaatste tekeningen. Zowel ondertekststrips, ballonstrips als stomme strips1 zijn opgenomen. Wat wel uitgesloten werd, zijn geïllustreerde verhalen en cartoons, omdat deze heel duidelijk niet voldoen aan de definitie. Bij randgevallen heb ik mijn gevoel gevolgd : zo werden "uit de hand gelopen cartoons" niet opgenomen. Ik versta hieronder cartoonrubrieken die soms de vorm aannamen van een stripstrook. Tot slot werden ook reclamestrips2 uitgesloten.

Een tweede begrip dat moet gedefinieerd worden is een "politieke strip", of de "politieke inhoud" van een strip. Ik heb daarbij gekozen voor een veel bredere definitie dan deze van Steef Davidson die in het eerste deel aangehaald werd. Als politiek heb ik de verhalen beschouwd waar bewust standpunten over een politiek-maatschappelijk onderwerp gegeven worden of waar een politiek-maatschappelijk probleem onder de aandacht gebracht wordt. Het verhaal moet niet met dat doel gemaakt zijn, de eerste bedoeling blijft in de meeste gevallen ontspanning, maar de politieke standpunten moeten aanwezig zijn.

Het is dus een erg brede definitie van "politiek". Van Dale beschrijft politiek enkel als "betrekking hebbend op het parlement, de regering, het regeringsbeleid"3, hier trek ik de definitie open tot alles wat met maatschappelijke standpunten te maken heeft. Het regeringsbeleid hoort daar zeker bij, en zal, zoals we verder zullen zien, zeer veel aandacht krijgen, maar daarnaast gaat ook veel aandacht naar sociaal-economische, culturele en algemeen-menselijke kwesties zoals het omgaan met technologie en het fenomeen oorlog. Maar natuurlijk staan zeer veel van die items direct of indirect in relatie tot de "enge politiek".

Belangrijk is dat ik op voorhand twee grote onderwerpen opzijgeschoven heb, omdat ze te ver zouden leiden. Dat zijn gender en vreemde volkeren. De man-vrouw-relaties heb ik opzijgeschoven omdat ongeveer elk verhaal op basis daarvan kan geanalyseerd worden : het onderwerp is eigenlijk een studie op zich waard. De beeldvorming van vreemde volkeren zou ook veel te ver geleid hebben. En meestal wordt er om zulke volkeren voor te stellen gebruik gemaakt van stereotiepen zonder achterliggende bedoelingen. Vital Spreuwers, die aan het onderwerp een studie wijdde, schrijft over deze stereotiepen : "En Europe, ces stéréotypes étaient présents partout dans les sources dont pouvaient disposer les auteurs de bandes dessinées : la presse, les expositions ou le cinéma."4 In één specifiek geval heb ik de vreemde volkeren wel bij het onderzoek betrokken : als er sprake is van bewustwording en dekolonisatieneigingen.





1   ...   16   17   18   19   20   21   22   23   ...   158


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina