Sébastien Baudart 2e licentie geschiedenis Eindverhandeling Stripverhalen in de Belgische dagbladpers



Dovnload 3.95 Mb.
Pagina21/158
Datum22.07.2016
Grootte3.95 Mb.
1   ...   17   18   19   20   21   22   23   24   ...   158

1.5. De verdere tekst


De volgende hoofdstukken van dit deel bestaan uit de besprekingen van de doorgenomen kranten. In het laatste hoofdstuk worden enkele algemene onderwerpen behandeld en wordt er geprobeerd de verschillende kranten op allerlei vlakken te vergelijken en daar algemene lijnen uit te halen.

Zeer interessant is de mogelijkheid om de algemene evolutie van een krant (overnames, financiële problemen, stijging van de oplage) aan de evolutie van de gepubliceerde strips te linken. In enkele gevallen is dat zeer goed mogelijk. Spijtig genoeg zijn het slechts enkele gevallen, omdat de algemene literatuur over kranten meestal te beperkt is.

Hoe wordt die analyse nu precies aangepakt ? Voor de politieke analyse kwamen alleen vervolgverhalen in aanmerking. Gagstroken lenen zich daar niet goed toe (iedere dag wordt een ander verhaal verteld) en zouden het onderzoek veel te complex gemaakt hebben.

Naargelang het verhaal, en de manier waarop politiek aan bod komt, kan de nadruk liggen op samenvattingen van verhaallijnen, citaten van dialogen, analyses van het woordgebruik, weergaven van situaties, … Elk verhaal is verschillend en dient op een verschillende manier aangepakt te worden. Niet-politieke elementen die niet noodzakelijk zijn om het verhaal te begrijpen, worden weggelaten om te lange en onnodige beschrijvingen te vermijden. Nadat de politieke verhaalelementen weergegeven zijn, wordt in de mate van het mogelijke gepoogd om die te linken aan de actualiteit, de standpunten van de krant en van de auteur. Het beste zou natuurlijk zijn om de standpunten uit de strips te vergelijken met de artikels van de krant. Maar tijdsgebrek maakte deze aanpak onmogelijk.

Het linken van de politieke verhaalinhoud aan de standpunten van de krant geldt natuurlijk vooral voor originele strips. Voor buitenlandse agentschapstrips heeft de krant veel minder of geen invloed op de inhoud van de verhalen. Daar zal de nadruk dan ook meer liggen op hoe buitenlandse standpunten België bereiken.

Wat ook een zekere rol speelt bij de interpretaties, is de kennis over bepaalde standpunten van een auteur. Als bijvoorbeeld geweten is dat een auteur bijvoorbeeld tijdens de Koningskwestie een voorstander van Leopold III was, gaat men gemakkelijker bepaalde elementen in het licht van de Koningskwestie interpreteren dan als men niets zou weten over die auteur.

Tot slot nog even iets over de zeer ruime aandacht voor de verhalen Willy Vandersteen en Marc Sleen. Deze zijn al veelvuldig bestudeerd op hun relatie met de actualiteit. Maar omdat ze zo belangrijk zijn1, konden ze in dit onderzoek natuurlijk niet ontbreken.

1.6. Waarschuwingen


Enkele waarschuwingen in verband met wat volgt zijn hier zeker op hun plaats. Auteurs die strips voor de kranten produceerden, moesten meestal redelijk snel tewerk gaan. Scenario's werden soms zelfs dag aan dag verder opgebouwd. Dit heeft als gevolg dat de verhalen niet altijd even "consequent" of samenhangend zijn. Soms worden verhaallijnen gelanceerd en niet afgewerkt, vraagt men zich af waar de auteur naartoe wil, of raakt de auteur zelf verward in zijn verhaal. Het voordeel is natuurlijk wel dat er op die manier zeer snel op de actualiteit kon ingespeeld worden.

Dezelfde slordigheid geldt trouwens voor namen van personages, plaatsen, en dergelijke, die doorheen een verhaal wel eens van schrijfwijze durven wisselen. Ook moet opgemerkt worden dat tot mei 1947 in Vlaanderen de oude spelling ("Vlaamsche", "groote", "De Roode Vaan", …) in voege was én dan veel Vlaamse auteurs hun verhalen in spreektaal schreven.

Tot slot nog opmerken dat veel ballonstrips volledige in hoofdletters geletterd zijn. Bij citaten werd daar natuurlijk vanaf gestapt : de gebruik van hoofdletters in de tekst komt dan natuurlijk niet overeen met dat in het verhaal. Voor de interpunctie werd geprobeerd deze zo getrouw mogelijk weer te geven.

2. Typologie van de gepubliceerde strips


Alvorens te beginnen met het overzicht van de kranten, moeten enkele elementen verder uitgewerkt worden : de publicatiefrequentie, de soorten verhalen, de verschillende tekstsoorten, en de verschillende stijlen en genres.

2.1. Publicatiefrequentie en verhaalsoorten


Laten we beginnen met de publicatiefrequentie. Die is meestal dagelijks. Op die manier wordt elke dag een aflevering van een bepaalde strip gepubliceerd. Maar ook een tweedagelijkse, wekelijkse en onregelmatige publicatie komen voor. Als er in de verdere tekst niets gespecifieerd wordt, is de publicatie dagelijks.

Wat ook kan variëren is het aantal strips of stroken die per aflevering gepubliceerd worden. Meestal blijft het bij één strook, maar ook twee, drie, of zelfs vier stroken zijn mogelijk. In dit laatste geval kan men ook spreken van een volledige "plaat".

In de verhaalsoorten moet men een onderscheid maken tussen vervolgverhalen en gagstroken. Vervolgverhalen vertellen een verhaal over verschillende afleveringen, van enkele tientallen tot enkele honderden. Gagstroken, ook wel stopcomics genoemd, zijn humoristisch van aard en vertellen in één enkele aflevering een grappig voorval.


2.2. De tekst


Een manier om de strips in "groepen" te verdelen, is na te gaan op welke manier er met tekst omgegaan wordt. Zoals in het eerste deel al kort uitgelegd werd, bestaan er twee grote categorieën : ondertekststrips en ballonstrips.

Ondertekststrips zijn de strips met de oudste traditie, maar vandaag is dat genre ongeveer volledig uitgestorven. Het wordt gekenmerkt door het plaatsen van de tekst onder de strook tekeningen. Zo krijgt men een situatie waarbij de lezer constant moet "switchen" tussen de tekeningen en de tekst. De tekeningen illustreren het verhaal meer dan dat ze het echt uitbeelden. Bij ballonstrips staat de tekst in de tekeningen.

In een derde categorie kan men dan de "stomme strips", zonder tekst dus, onderbrengen. Daarin wordt alles door middel van de beelden uitgedrukt, met als uitzonderingen enkele mogelijke opschriften in het decor, zoals een inscriptie op een uitstalraam of een titel op een boek.

Tenslotte nog een hybride vorm, namelijk het simultaan gebruik van ondertekst en tekstballonnen. Deze gevallen zijn vrij zeldzaam, maar komen wel degelijk voor. Wanneer enkel sommige uitroepen in ballonvorm weergegeven worden, dan is deze combinatie nog vrij begrijpbaar. Soms wordt echter twee keer ongeveer hetzelfde weergegeven, en heeft men het raden naar het eventuele nut van zulke aanpak.

Tekst kan ook voor verschillende doeleinden gebruikt worden. In een ondertekststrip is het simpel, daar wordt er met tekst omgegaan als in een roman : acties en dialogen worden samengesmolten tot een vlotte, doorlopende tekst. Bij ballonstrips ligt dat anders. Allereerst heeft men daar de tekst als de stem van de verteller, die gebeurtenissen beschrijft, tijdsaanduidingen geeft en dergelijke. Daarnaast heeft men de dialogen tussen de personages, die in ballonnen weergegeven worden. Ook gedachten van personages worden op die manier doorgegeven, zij het dan meestal in de vorm van wolkjes. Onomatopeeën dienen om achtergrondgeluiden weer te geven. En een laatste mogelijkheid is het voorkomen van tekst in het decor : op winkelruiten, op kranten, op muren, op affiches, …1

Bij ondertekststrips wordt de tekst meestal getypt, bij ballonstrips ligt de zaak iets anders. Meestal worden deze laatste met de hand geletterd, in een lettertype dat nauw aansluit bij drukletters. Dit om twee redenen : de drukletters om de leesbaarheid maximaal te garanderen, en het handmatige om te vermijden dat er zich een breuk of tegenstelling zou voordoen tussen de tekst en de tekeningen, die samen één geheel moeten vormen.2

Dat vormen van één geheel is zeer belangrijk, omdat het de leesbaarheid echt ten goede komt. In een ballonstrip kan men de tekst en de tekeningen samen "lezen", zodat men het verhaal continu kan volgen zoals een film. Bij ondertekststrips is het nodig om constant over te schakelen tussen tekst en beeld, en dat kan bij het lezen redelijk storend zijn.3

Zoals al gezegd in deel 1, worden deze ondertekststrips nu als iets archaïsch of ouderwets beschouwd. Dit komt door het feit dat zulke strips eigenlijk niet veel meer zijn dan romanteksten waar illustraties bij gemaakt zijn. De interactie tussen tekst en beeld is er nog zeer beperkt. Ondertekststrips zijn de oudste vorm van strips, en in bepaalde milieus heeft het zeer lang geduurd eer men het gebruik van tekstballonnen ging aanvaarden.

Een bekend voorbeeld van het afwijzen van tekstballonnen is de publicatie van de ballonstrip "Tintin au pays des Soviets" in het Franse jeugdblad Cœurs Vaillants vanaf oktober 1930. De verantwoordelijken van het tijdschrift voegden onder elke tekening een beschrijvende tekst toe. Een tussenkomst van tekenaar Hergé was nodig om deze praktijk te doen stoppen. "Ils étaient persuadés que le public ne pouvait pas comprendre ces pages de dessins sans le moindre texte d'explication.", vertelde hij later.4

In de late jaren 1920 en de jaren 1930 werden in Frankrijk soms ballonnen van Amerikaanse strips gewist en vervangen door ondertekst.5 Maar ook bij ons kwamen zulke fenomenen voor. Voor de publicatie van Mickey Mouse (onder de naam Mikkie en Bleskop) in De Standaard tijdens de jaren 1930, werden de tekstballonnen gewist en vervangen door onderteksten.6

Twee redenen zijn hiervoor aan te halen. Ten eerste de redenering van sommige mensen dat ondertekststrips waardevoller zijn omdat er meer te lezen is (tekstballonnen zouden namelijk de "leesluiheid" bevorderen). Ten tweede het feit dat het medium ballonstrip nog niet genoeg ingeburgerd was en dus niet goed aanvaard werd.



1   ...   17   18   19   20   21   22   23   24   ...   158


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina