Sébastien Baudart 2e licentie geschiedenis Eindverhandeling Stripverhalen in de Belgische dagbladpers



Dovnload 3.95 Mb.
Pagina32/158
Datum22.07.2016
Grootte3.95 Mb.
1   ...   28   29   30   31   32   33   34   35   ...   158

5.2.2. De Stradivarius en de Jood


Na een korte onderbreking publiceert Het Belang van Limburg van februari tot mei 1946 een tweede verhaal van Anne-Marie Prijs, met totaal verschillende personages. "De Stradivarius van Prof. Polsky" vertelt het verhaal van de "Bende Grijp" die deze Stradivarius-viool wilt stelen. De bende vlucht met de viool naar de Verenigde Staten, en ondertussen schakelt Polsky een detective in om zijn instrument terug te vinden. Door een efficiënte samenwerking tussen de Belgische en de Amerikaanse politie worden de dieven uiteindelijk opgepakt of gedood. Polsky heeft zijn viool echter niet terug, tijdens een gevecht werd ze volledig vernield.

Merkwaardig in dit verhaal is de rol die een joodse handelaar erin speelt. Eén van de dieven probeert de viool namelijk te verkopen in de joodse muziekwinkel "Abrams". De winkelier koopt de viool, goed wetende dat het om de gestolen Stradivarius gaat. Hij wordt ook erg karikaturaal voorgesteld : een kaalkop, een klein brilletje en een haakneus annex haakkin. En als later de politie en de detective bij hem op bezoek komen, noemen ze hem "dat joodje" en "den jood".1 Zo kort na de oorlog zulke "jodengrappen" in een verhaal zetten, lijkt nu op z'n minst misplaatst. Blijkbaar was het type van de jood als oneerlijke handelaar en misprezen medemens diep ingeworteld bij een deel van de bevolking.

In zijn antisemitisme-artikel in de NEVB vermeldt Lieven Saerens dat de joodse slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog in de onmiddellijke naoorlogse Belgische pers niet op veel belangstelling konden rekenen. In deze omstandigheden is het dan ook niet verwonderlijk dat men joden blijft doortyperen als oneerlijke handelaars en blijft voorstellen met haakneuzen en dergelijke.2

5.2.3. Agentschappen


Met Professor Polsky komt blijkbaar ook meteen een einde aan de "Limburgsche" vervolgverhalen. Nadien zou de lezer van "Het Belang" alleen nog buitenlandse gagstroken voorgeschoteld krijgen. Van mei tot oktober 1946 verschijnt Professor Biskott van Steve Donogan1, waarna een gagreeks zonder titel of auteur2 tot januari 1947 in de krant verschijnt. Vanaf dan trakteert de krant haar lezers dagelijks op de grappen van Ferd'nand van Mik3, die eind 1950 nog altijd doorlopen. En tot slot komen daar vanaf juni 1949 de Adamson-gags van O. Jacobson4 bij. Deze twee laatste worden verdeeld door PIB.

5.3. Besluit


Het Belang van Limburg is door de publicatie van Nantje en Jetje vanaf september 1945 bij de vroege kranten die strips publiceren. Twee originele verhalen worden geleverd door tekenares Anne-Marie Prijs, waarna de krant overstapt naar de publicatie van agentschapstrips. Deze agentschapstrips zijn allemaal gagstrips en worden verdeeld door "Studio Vox", "Ranch" en PIB. Tot juni 1949 zou er dagelijks maar één strip verschijnen, vanaf dan worden het er dagelijks twee. Door de publicatie van die gagstroken kan men ook zeggen dat de krant haar strips meer op volwassenen gaat richten.

Vijf van de zes verhalen/reeksen hebben recht op een aankondiging. Wat de auteurs betreft wordt er vooral aandacht besteed aan Anne-Marie Prijs, die in de aankondiging van Nantje en Jetje aan de lezers voorgesteld wordt. Ook wordt haar naam naast de titel van het verhaal vermeld. Jacobson, auteur van Adamson, wordt in de aankondiging vermeld als een "beroemde tekenaar"1, en daaronder wordt zelfs zijn foto gepubliceerd. De overige auteurs moeten het doen met hun handtekening in de stroken.

En wat de politiek betreft, vooral het eerste verhaal van Anne-Marie Prijs is sterk politiek geladen. Enkele maanden na het einde van de oorlog wordt deze in het verhaal nog eens overgedaan, waarbij, zoals in werkelijkheid, de slechte Duisters door de geallieerde helden verdreven worden.




6. Le Soir




6.1. Historiek en Situering


Le Soir werd in 1887 als neutrale krant opgericht door Emile Rossel. Oorspronkelijk gratis verdeeld, werd het blad in 1898 betalend. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd de publicatie onderbroken, en tijdens de Tweede Wereldoorlog verscheen Le Soir als gestolen krant. Vanuit het verzet werd in 1943 de eenmalige uitgave van de "faux Soir" gerealiseerd.

In 1935 werd de overleden directeur Victor Rossel vervangen door Lucien Fuss, die na zijn dood in 1946 opgevolgd werd door Marie-Thérèse Rossel. Charles Breisdorff werd in 1937 hoofdredacteur en zou dat (uitgezonderd tijdens de oorlog) blijven tot 1968.

Na de bevrijding wordt de publicatie hernomen vanaf 6 september 1944. Le Soir kenmerkt zich door een neutrale opstelling, los van de zuilen, maar in verband met bepaalde thema's kan de krant zich wel degelijk engageren. Voor 1951 vermeldt Campé een oplage van 320.000 exemplaren.1

Le Soir stijgt van 6 à 8 pagina's in de beginperiode tot 6 à 18 pagina's in 1950, en dit op groot formaat. De krant verschijnt eerst zes keer per week (niet op maandag), vanaf 1949 komt er wel een editie op maandag. Strips blijven dan gewoon verschijnen van dinsdag tot zondag.



6.2. De strips van Le Soir

6.2.1. De eerste strips


""L'homme masqué" et "Les aventures de Mr Subito". Le Soir commence aujourd'hui la publication de deux dessins qui divertiront désormais, au jour le jour, nos lecteurs, petits et grands. L'homme masqué, de Bob Green, plaira aux amateurs de drames mouvementés du Far-West, tandis que Les Aventures de M. Subito décriront les tribulations comiques d'un original personnage."

Met deze woorden zet Le Soir op 30 oktober 1945 de naoorlog op stripgebied in. In "L'homme masqué" zorgt een gemaskerde ervoor dat de gerechtigheid in een Far West-streek gerespecteerd wordt. Zo zorgt hij er bijvoorbeeld voor dat een bende veedieven door de mand valt of dat een gevaarlijke bende opgepakt wordt. De publicatie stopt echter bruusk in september 1946 zonder dat het verhaal afgelopen is.

"Les aventures de Mr Subito" van Bozz1 zou in december 1950 nog altijd in de krant staan. Deze tekstloze gagstroken vertellen de belevenissen van een raar mannetje dat altijd rondloopt met vlinderdas, bolhoed en monocle. De twee reeksen worden verdeeld door Opera Mundi, net als de meeste andere reeksen in Le Soir.

In september 1946 wordt "L'homme masqué" opgevolgd door Rip Kirby van Alex Raymond2. Niet voor lang, want deze net gedemobiliseerde amateur-detective blijft maar iets minder dan twee maanden in de krant.3 In dit verhaal moet hij een moordzaak oplossen, wat hem na allerlei moeilijkheden natuurlijk ook lukt.





1   ...   28   29   30   31   32   33   34   35   ...   158


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina