Sébastien Baudart 2e licentie geschiedenis Eindverhandeling Stripverhalen in de Belgische dagbladpers



Dovnload 3.95 Mb.
Pagina34/158
Datum22.07.2016
Grootte3.95 Mb.
1   ...   30   31   32   33   34   35   36   37   ...   158

6.2.5. Eric, l'homme du Nord, Le petit roi, Rasmus en Roy Rogers


Ook Eric de Noorman van Hans G. Kresse duikt op in Le Soir. Met "Prisonniers de Rome" beginnen in februari 1948 de avonturen van deze Viking. Dit verhaal, eigenlijk het zesde uit de reeks, werd speciaal gemaakt om als nieuwe start te kunnen dienen in kranten en tijdschriften die later aan de publicatie van Eric de Noorman begonnen.1

Van juni tot oktober 1948 krijgt Eric ook het gezelschap van "Le petit Roi". Met dit personage zou Otto Soglow2 de lezer dagelijks trakteren op drie stroken met de grappige voorvallen van deze kleine en atypische koning.

En het moeten niet altijd Opera Mundi en de Toonder-Studio's zijn, Le Soir haalt ook strips bij de Denen van PIB. Van juli tot oktober 1949 duikt Rasmus van Jorgen Clevin3 op. Le Soir stelt de reeks als volgt voor : "Lundi prochain l'autruche Rasmus aura l'honneur de se présenter à vous dans les colonnes du "Soir". L'autruche est omnivore. Rasmus n'hésite jamais un moment, elle dévore tout ce qui lui paraît nouveau et intéressant, tant comme elle se jette à corps perdu dans toutes sortes d'aventures même les plus hasardeuses. Nos lecteurs, petits et grands, s'amuseront des aventures extraordinaires que Rasmus aura en compagnie des deux petits nègres Sim et Sam, et de tous les animaux d'Afrique."4

En tenslotte moet nog "Roy Rogers, roi des cowboys" vermeld worden. Le Soir publiceert deze reeks van "Al Mckinson"5 vanaf eind januari 1950. Roy Rogers is zo'n typische cowboy die ter hulp snelt waar men hem nodig heeft. In één van de verhalen zorgt hij voor het vrijpleiten van een Indianenstam. Een groepje ongure types probeerde deze Indianen te valselijk te beschuldigen van diefstal, om zo de regering te overtuigen ze van hun grond te verdrijven. Er zit namelijk petroleum onder de grond.



6.2.6. Pour les enfants


Op zaterdag 11 december 1948 gaat de jeugdrubriek "Pour les enfants" van start. Wekelijks zou een halve pagina gewijd worden aan de jongste lezers van Le Soir. Medewerker Paul Caso stelt in een korte tekst de nieuwe rubriek voor : "Le "Soir" est heureux d'apporter une heure de joie à tous ses petits amis, en leur offrant une page qui réunira des histoires amusantes, des études consacrées à la vaillance de l'homme, des notes sur les mystères de la nature et des jeux divers."1

Ook strips worden in deze rubriek opgenomen. De meeste "strips" zijn echter niet meer dan bewerkte sprookjes of geïllustreerde geschiedenislessen, waarbij gebruik wordt gemaakt van onderteksten. Auteurs hiervan zijn onder andere Jean-Leon Huens2, Claude Lyr3, Robert Liard4 en Leon Van Roy5.

Maar ook meer moderne strips komen aan bod. Peyo6 publiceert enkele gagstroken van Poussy, Patrick O'Sheridan7 levert twee kortverhalen van "Annik en Dikky" en uit Frankrijk komen de gagstroken van Pif le chien, door Arnal8.

6.3. Besluit


Met het begin van de strippublicaties in oktober 1945 is Le Soir er redelijk vroeg bij. Het begint met twee reeksen per dag, maar na verloop van tijd zouden dat er vier, en soms zelfs vijf worden.

De strips in de krant zelf worden allemaal uit het buitenland gehaald, meer bepaalde bij de agentschappen Opera Mundi, Marten Toonder-Studio's en PIB. Eigen auteurs komen dan weer aan bod in de jeugdrubriek, maar in vergelijking met de dagelijkse reeksen is dit ongeveer verwaarloosbaar.

De opgenomen strips zijn wel zeer gevarieerd : strips met ondertekst of met tekstballonnen, Amerikaanse avonturenstrips, Disney-verhalen, het "historische" Eric de Noorman of gagstroken. Daarmee wordt waarschijnlijk geprobeerd met de strips een zo groot mogelijk publiek te bereiken. Merkwaardig is ook dat er qua gepubliceerde strips grote overeenkomsten bestaan met Het Laatste Nieuws.

Aankondigingen verschijnen regelmatig : bij het begin van een nieuwe reeks worden er één of meerdere geplaatst, maar niet bij de start van elk verhaal. Daarbij worden de auteurs soms uitgespeeld. Auteurs die trouwens meestal netjes in de titel vermeld worden.

De politieke inhoud van de verhalen is vrij mager. Behalve het Kappie-verhaal over de Duitse piraten en enkele oorlogsopmerkingen in Steve Canyon, valt er niet echt veel op te merken.




7. De Nieuwe Standaard / Het Nieuwsblad




7.1. Historiek en situering


Voor de Eerste Wereldoorlog werden de eerste stappen gezet die naar de oprichting van De Standaard zouden leiden. Door de vijandelijkheden moest de publicatie echter uitgesteld worden tot 4 december 1918. Vanaf het einde van de jaren 1920 ging de krant een sterk flamingantische koers varen en in 1929 zag de volkseditie Het Nieuwsblad het licht. Deze zou een breed publiek aanspreken en zo de financiële basis van de krant versterken. Tijdens de Tweede Wereldoorlog stopte de publicatie van De Standaard, en gaf het bedrijf Het Algemeen Nieuws uit, wel onder Duitse controle. Dit zorgde ervoor dat de krant na de bevrijding onder sekwester geplaatst werd en dus niet meer mocht verschijnen.1

Al tijdens de Tweede Wereldoorlog voorzagen enkele mensen dat de NV De Standaard na de bevrijding in de problemen zou komen. Deze mensen, afkomstig uit de kringen rond de West-Vlaamse industriëlen Tony Herbert en Léon Bekaert "wilden een poging wagen om de onderneming te redden en haar dienstbaar te maken aan de door hen in Vlaanderen en België nagestreefde vernieuwingen". Nog tijdens de oorlog benaderden ze de familie Sap, eigenaar van de krant, die inzag dat met deze mensen samenwerken de enige oplossing was. En zo werd een huurovereenkomst gesloten voor de gebouwen, de drukkerij en de titels, die zou lopen tot begin 1947.

En zo komt het dat op 5 oktober 1944 De Standaard terug verschijnt. Camille Van Deyck wordt directeur, Betsy Hollants hoofdredacteur. Maar Tony Herbert is en blijft het "brein" achter de hele onderneming, terwijl zijn collega Bekaert vooral voor de financiële kant zorgt. Om de krant uit te geven wordt op 8 november 1944 de NV De Gids opgericht.

Twee dagen later verandert de titel in De Nieuwe Standaard, terwijl de ondertitel uitgebreid wordt tot "Dagblad voor staatkundige, cultureele, sociale en economische belangen". Een terechte wijziging, want het gaat inderdaad om een nieuwe krant, die afstand neemt van het Vlaams-nationalisme van haar vooroorlogse voorganger. Tegenover de oude Standaard is De Nieuwe Standaard nogal Belgicistisch te noemen : er wordt gepleit voor Belgische solidariteit en voor de ontvoogding van Vlaanderen binnen België via taalwetten. Verder wordt er onder andere gepleit voor een humane bestraffing van de collaboratie, voor trouw aan Leopold III, voor sociale rechtvaardigheid en solidariteit, voor economische samenwerking, enz. De eigenzinnige standpunten zorgen natuurlijk voor kritiek, zowel uit linkse als uit Vlaams-nationalistische hoek.

Zoals al gezegd, wordt de geest van de krant vooral bepaald door de industrieel Tony Herbert, hij speelt op zijn manier ook een beetje hoofdredacteur. En het minste wat over hen kan gezegd worden, is dat hij heel ambitieus is. Hij ziet alles heel groot, zijn droom is om een soort "Vlaamse Times" te maken. En daarvoor neemt hij een hoop mensen in dienst zonder te veel na te denken over het prijskaartje van al die aanwervingen.

De aanwerfpolitiek van Herbert zorgt ervoor dat allerlei mensen op De Nieuwe Standaard terechtkomen : oud-VNV'ers, verzetlslieden, staatskatholieken, linksen, vrijzinnigen, … Maar toch is er een zeer sterke band met de CVP : "Door de nauwe binding met een belangrijke groep in de nieuwe partij, was de krant vanzelfsprekend CVP-conformistisch. "Er bestond inderdaad een interactie tussen partij en krant", getuigde Jan De Spot. "Zolang hij leefde, was De Nieuwe Standaard, op enkele nuances na, eigenlijk een partijblad.""2

In mei 1945 wordt Betsy Hollants vervangen door Maurice Roelants, maar deze blijft ook niet zo lang aan. Als dan ook nog Camille Van Deyck zijn directeurspost verlaat, gaan de functies van hoofdredacteur en directeur samen uitgeoefend worden door Jan De Spot.

Maar het Nieuwe Standaard-avontuur zou niet blijven duren. In oktober 1946 wordt het sekwester op De Standaard opgeheven, en rond diezelfde tijd loopt ook de overeenkomst tussen de NV's De Standaard en De Gids af. De mensen van De Gids willen echter hun verworven positie behouden, zodat ze proberen de overeenkomst te verlengen of te vernieuwen. Spijtig genoeg voor hen lukt dat niet en na een conflictueuze periode stopt op 11 april 1947 de publicatie van De Nieuwe Standaard.

De NV De Gids zou niet alleen De Standaard nieuw leven inblazen. Naast dat "blad voor de bovenlaag" is ook de volkseditie Het Nieuwsblad van de partij. De oplage en het drukken van de kosten zijn daarbij de voornaamste redenen : "Om een goede Standaard te kunnen maken, was een sterk Nieuwsblad nodig. Het dure blad voor intellectuelen moest worden gedragen door de populaire editie waarmee men een breed publiek kon bereiken."3 Er wordt dan ook veel aandacht besteed aan deze volkseditie. En om het grote publiek te bereiken, wordt er veel belang gehecht aan sport. Hoofdredacteur van dienst is Paul De Ryck. De "De Gids-versie" van het Nieuwsblad stopt op 31 maart 1947.4

Op het hoogtepunt bereiken de oplages 60.000 voor De Nieuwe Standaard en 140.000 voor Het Nieuwsblad.5 In de beginperiode verschijnt de krant zes keer per week, vanaf mei 1946 wordt dat zeven keer. De strips verschijnen (meestal) van maandag tot zaterdag. De Nieuwe Standaard bevat tussen de 4 en de 8 pagina's op groot (40/60) formaat, terwijl Het Nieuwsblad, dat op een kleiner formaat (30/43) verschijnt, tot 12 pagina's telt.





1   ...   30   31   32   33   34   35   36   37   ...   158


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina