Sébastien Baudart 2e licentie geschiedenis Eindverhandeling Stripverhalen in de Belgische dagbladpers



Dovnload 3.95 Mb.
Pagina37/158
Datum22.07.2016
Grootte3.95 Mb.
1   ...   33   34   35   36   37   38   39   40   ...   158

7.3.2. Op het eiland Amoras : strijd, vergevingsgezindheid, de beschaving en andere verwijzingen


In "Op het eiland Amoras" gaan Wiske en Tante Sidonie1, die ondertussen de stotterende Professor Barabas hebben leren kennen, op zoek naar het eiland Amoras. Een fles in de Schelde, met een bericht van een zekere Sus Antigoon, bracht hen op het spoor van het eiland. Tijdens een expeditie in 1541 strandde deze galjoenkapitein met zijn schip Antverpia op een verlaten eiland. "Ik doop het eiland "Amoras" en sticht met mijn lotgenoten een staat waar wij de tradities en den geest van het Vlaamse volk in ere houden."2

Na een lange reis met de gyronef, een helikopterachtige uitvinding van Barabas, bereikt het drietal het eiland. Amoras ziet eruit als een middeleeuws stadje, en lijkt ook wel erg op Antwerpen. Maar er blijkt iets merkwaardigs aan de hand te zijn op het eiland. In de stad wonen "Vetten", die een vijandige houding aannemen tegenover de bezoekers. De "Mageren" wonen in "nederige hutten" buiten de stad, en zijn wel erg gastvrij.

Eén van de Mageren is de jonge Suske, die de bezoekers uitleg geeft over het eiland. Hij vertelt dat hij de enige overlevende afstammeling van Sus Antigoon is. Die had een staat gesticht waar iedereen gelukkig was, maar na zijn dood zetten de Vetten de Mageren de stad uit, en sindsdien durven deze laatste zich niet meer in de stad te vertonen. De Vetten worden geregeerd door stadhouder Jef Blaaskop.

Samen met Suske besluiten Wiske, Sidonie en Barabas iets aan die situatie te doen. Ze bereiden allerlei plannen voor om de Mageren in opstand te laten komen en Blaaskop, de "tyran", van de troon te werpen. Ze worden daarbij zelfs geholpen door het spook van Sus Antigoon.

De plannen slagen : de bestorming van de stad door de Mageren is een succes ! "Bij het krieken van de dag zijn de Mageren meester van de stad en wordt Wiske tot koningin van Amoras uitgeroepen."3 Jef Blaaskop en zijn kornuiten kunnen echter ontsnappen, en laten een vijfde colonne in Amoras achter om "zoveel mogelijk herrie te schoppen". Dat in afwachting dat ze herbewapend terug zouden komen om de Mageren uit te roeien.

De regering van Wiske begint echter slecht : voor hun vertrek hebben de Vetten alle voedselvoorraden vernietigd. De kersverse koningin besluit dan maar allerlei plechtigheden te laten plaatshebben om de aandacht af te leiden. Ze benoemt Suske, Sidonie en Barabas tot minister en verheft hen in de adelstand.

Maar ondertussen verslechtert de sfeer : de honger laat zich voelen én de Vetten dreigen met een "vreselijk offensief". Het volk begint te betogen voor minder werk en meer eten. Ze betogen zelfs voor het paleis, maar daar is ook niets te eten. En ja : "Tengevolge van den nijpenden honger breken op Amoras overal werkstakingen uit. Wiske begeeft zich tussen het volk om dezes moraal op te monteren."4

Ondertussen krijgt de vijfde colonne, een bende mysterieuze gemaskerden in een lang gewaad die elkaar aanspreken met nummers, een opdracht van Jef Blaaskop. De opdracht, een bomaanslag op Wiske, mislukt echter. En volgende opdracht lukt echter wel : de vijfde colonners slagen erin Barabas te ontvoeren. "Na de ontvoering van den Professor neemt de onrust op Amoras toe. De voedselschaarste doet zich meer en meer voelen en de vijfde colonne zaait overal paniek."5

De winkels zijn volledig leeg, en de colonners lachen ermee. Ze brengen borden aan met allerlei opschriften : "Heden geen brood", "Bestrijdt de zwarte markt. Eet meer gras.", "Proeft onze fijne aardappelschillen", "Doet een kuur met boomschors", "Ha ! Ha ! Ha ! Vijfde colonne."6

Ondertussen is Jef Blaaskop klaar voor zijn tegenoffensief. Hij vaart met zijn vloot naar Amoras en bombardeert het eiland. De Mageren slaan eerst op de vlucht, maar door toedoen van Suske en Wiske worden de Vetten verslagen, waarna het leven terug opgebouwd wordt. Professor Barabas ontwerpt een nieuwe vistechniek en een systeem voor kunstmatige besproeiing en beschijning van het land.

En als het voedselprobleem opgelost is, wordt er overgegaan tot het proces van de "Vette Boosdoeners". Ze komen er vanaf met een heropvoedingscursus. Blaaskop en co vliegen dus terug naar de schoolbanken … met resultaat, want na enkele lessen volgt een verzoening met Wiske, die hem alles vergeeft.7 En dan komt de tijd van het afscheid. "Onze vrienden verlaten Amoras en zetten koers naar Vlaanderen"8, en Suske besluit mee te reizen. Bij hun landing op de Antwerpse Grote Markt worden ze door de bevolking begroet.

En ondertussen gaat op Amoras het leven vredig voort. Jef Blaaskop is een brave tandentrekker geworden, en wapens werden omgesmolten tot landbouwgerief. "Voor hen was één les voldoende"9, besluit de verteller.

Vandersteen gebruikt hier allerlei elementen uit de Tweede Wereldoorlog. Allereerst al het gegeven "oorlog" zelf. De Mageren en de Vetten op Amoras, eigenlijk allemaal van hetzelfde volk, nemen het tegen elkaar op. En waarschijnlijk weten ze niet eens goed waarom. Maar op het einde van het verhaal lijkt de vrede definitief hersteld. "Voor hen was één les voldoende", schrijft Vandersteen. Hij geeft hiermee de tegenstelling aan met de mensen in de gewone wereld, die het waarschijnlijk nooit zullen leren naast elkaar in vrede te leven. Het is ook een les in nederigheid. De arrogante en zelfzekere Vetten worden verslagen door de onderdrukte Mageren.

De tweestrijd tussen Mageren en Vetten kan ook gezien worden als de tweestrijd ten gevolge van de Koningskwestie in België. Vooral de twee groepen uit hetzelfde volk kunnen daarop wijzen, al is deze link in dit verhaal nog niet zo duidelijk.10 Maar als men deze lijn doortrekt, kan men enkele elementen in het licht van de Koningskwestie interpreteren. Koningin Wiske die in haar paleis ook niets te eten heeft en die zich onder het volk begeeft om morele steun te verlenen. Dat kan zeer goed geïnterpreteerd worden als een steun aan de houding van Leopold tijdens de oorlog.

Een ander belangrijk element van het verhaal is de vergevingsgezindheid. De toespraak van Koningin Wiske zet daarbij de toon : "Ik, Wiske, Koningin van Amoras, besluit dat, aangezien het onmogelijk is een land weer op te bouwen in haat, de Vette boosdoeners een heropvoedingscursus zullen moeten volgen, tot ze weer hun normaal gewicht en een fatsoenlijke moraal herwonnen hebben !"11 De Vetten worden na hun nederlaag niet echt gestraft, ze moeten alleen heropgevoed worden.

Dit verwijst duidelijk naar de repressie. Volgens Wiske (en Vandersteen) kan een land niet heropgebouwd worden in haat, maar dat is net wat er gebeurt als men alle (grote en kleine) collaborateurs veroordeelt. Een veel betere oplossing is van deze mensen hun daden uit het verleden te vergeven en terug op te nemen in de samenleving.

Op verschillende momenten wordt er verwezen naar Amerikaans voedsel. Voor hun reis naar Amoras neemt het gezelschap dozen eierpoeder mee : "eggs U.S.A.", staat er op de verpakking.12 En op het eiland zelf geeft Koningin Wiske aan Barabas – de nieuwe Minister van eten en drinken - de opdracht om in Amerika voedsel te gaan kopen. Ze zegt er nog bij "En vooral geen eierpoeder, hé ?"13 Een tijdje later komt Barabas dan terug, met de langverwachte voedselpaketten : "Ik .. Ik .. heb veel eten bij, en ze vr… vr… vragen of we geen f… f… f… films willen kopen !"14 Het enthousiasme van de bevolking over de voedselpaketten is echter van zeer korte duur : er blijkt alleen "chewing gum" in te zitten.

De Amerikaanse import blijkt dus niet zo populair te zijn. Het eierpoeder zou in latere verhalen trouwens nog enkele keren voorkomen. Maar het toont wel duidelijk aan dat de invloed van de Verenigde Staten na de oorlog belangrijk was. Zo wordt er ook verwezen naar de Amerikaanse films die ons land binnendringen.

Merkwaardig is dat het thema "beschaving" regelmatig terugkomt. Een eerste keer tijdens een tussenstop op een "paradijslijk eiland". Barabas vraagt zich af waarom hij verder zou zoeken naar Amoras : "'t is hier een echt paradijs. Onbeschaafde maar echt hartelijke mensen ! En wie weet wat ik op Amoras vindt ?" Maar Sidonie weet raad : "Treur niet, professor ! Op Amoras zullen de mensen ook niet helemaal beschaafd zijn dus er is veel kans dat ze ook nog erg vriendelijk zijn !"15 Hier blijkt al duidelijk dat Vandersteen geen al te hoge dunk heeft van de invulling die aan het begrip "beschaving" gegeven wordt.

En als enkele Mageren om een been vechten, probeert Sidonie hen de les te lezen, voor ze zich bedenkt : "Schaamt U, magere sukkelaars. Gij zoudt elkander verscheuren om een been ! De Vetten profiteren van Uw onderlingen twisten om U te onderdrukken … Dat is zelfs in de beschaafde … Hm ! Brrr ! Pardon, ik verslik mij !…"16 Inderdaad, bij ons is het niet beter, de "beschaafde wereld" is dus zo beschaafd nog niet.

Ook tijdens de eerste ontmoeting van de reizigers met Jef Blaaskop, komt de beschaving ter sprake : "Ha ! Gij komt van Antwerpen, en de beschaving is daar al veel verder ! Zo ! Zo ! Ik heb nog geen concentratiekampen, zover …… is de beschaving hier nog niet ! Maar sluit hen op in de kelders van 't Steen !"17 En ook op bij de terugkeer naar Antwerpen komt de "beschaving" eraan te pas. Voor de landing waarschuwt Wiske Suske dat hij met de beschaving kennis gaat maken. "Ja, ik zie het al !"18, merkt Suske op. Door een verrekijker ziet hij een "Tentoonstelling van Moderne oorlogstuigen". Het is dus zeer triestig gesteld, als "beschaafde wereld" geassocieerd wordt met concentratiekampen en moderne wapens.

Tenslotte moeten nog twee verwijzingen vermeld worden. Zo ontsnapt de Gutt-operatie niet aan een grapje. Tijdens de reis geraakt de schroef van de gyronef geblokkeerd, waarop Sidonie zegt : "Ja, dat ken ik, Professor. Zo gelijk mijn geld op de Bank. Maar zo gemakkelijk krijgt ge dat niet los, hoor !"19

En ook op Amoras willen de mensen niet te lang werken. Wiske besluit één van haar toespraken met de volgende woorden : "En nu, mijn liefste onderdanen, besluit ik deze plechtigheid met de volgende woorden !.. .. … Omdat wij … arbeiders zijn !!……zullen … wij ons leven lang …… arbeiden !" Tot haar grote verbazing verandert het hoera- en bravo-geroep van de bevolking dan ineens in een hoop "awoe's", maar ze herpakt zich : "Heu !.. Hm !.. Heu !.. Heu !.. Tot 65 jaar dan !!"20



1   ...   33   34   35   36   37   38   39   40   ...   158


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina