Sébastien Baudart 2e licentie geschiedenis Eindverhandeling Stripverhalen in de Belgische dagbladpers



Dovnload 3.95 Mb.
Pagina42/158
Datum22.07.2016
Grootte3.95 Mb.
1   ...   38   39   40   41   42   43   44   45   ...   158

8.3.2. Marc Sleen


Marc Sleen werd op 30 december 1922 in Gentbrugge geboren als Marcel Neels. Hij was de laatste in een gezin van vier kinderen. Zijn vader, Alois Neels, baatte een groot café, annex biljart- en vergaderzalen uit. De schoolcarrière van de jonge Sleen speelde zich, na twee jaar op een "nonnenpensionaat", vooral af op de "Broederschool"1 van Sint-Niklaas. Zijn jeugd was dus zeer katholiek getint, want ook zijn moeder was zeer gelovig. Als Marc veertien was, moedigde één van zijn broers hem aan om zondagslessen te gaan volgen aan de Academie van Sint-Niklaas. Later volgde hij ook lessen aan het Gentse Sint-Lucasinstituut en de Gentse Kunstacademie. De jonge Sleen was ook een tijd actief in de scoutsbeweging. Vader Alois overleed in 1939, waardoor het gezin het moeilijk kreeg, en tot overmaat van ramp brak de oorlog uit. Als de Duitsers tegen het einde van de oorlog zijn broer Roger, die actief was in het gewapend verzet, zochten, maar niet konden vinden, namen ze Marc en zijn broer Nestor mee. Zo kwamen ze in de Gentse gevangenis en het concentratiekamp van Leopoldsburg terecht. In september 1944 werden ze bevrijd. Waarna Marc niet lang daarna bij De Nieuwe Standaard aan de slag ging.2

Nog in oktober3 1944 begon hij te werken bij De Nieuwe Standaard, als tekenaar en politiek karikaturist. Sleen geraakte bij De Gids binnen via Paul De Ryck, hoofdredacteur van Het Nieuwsblad4. Voor allerlei illustratiewerk werd een beroep op hem gedaan : politieke karikaturen, portretten van betrokkenen bij processen, moppen, illustraties voor artikels en verhalen, landkaarten, …5

Over die periode vertelt Sleen : "Ik was journalist geworden, ik had een perskaart, ik had tijdens de oorlog ellende meegemaakt, en die tijd behoorde nu definitief tot het verleden. Mijn eerste wedde bedroeg 7.500 frank. Ik voelde me gevleid dagelijks mijn werk in de krant te zien verschijnen, ik kon echt niet klagen over gebrek aan succes."6

Maar geleidelijk begon hij voor de publicaties van de NV De Gids ook strips te tekenen. Op 24 december verscheen de eerste aflevering van "De avonturen van Neus" in Ons Volk, en later zouden reeksen als Tom en Tony, Piet Fluwijn en Bolleke en Stropke en Flopte volgen in Ons Volkske. Ook in de opvolger van Ons Volkske, 't Kapoentje zou Sleen actief zijn.7


8.3.3. De aanwezigheid van Nero in de krant


Zoals al gezegd, verliep de start van het eerste Van Zwam-verhaal redelijk discreet. Eén aankondiging werd gepubliceerd die bestond uit een tekstje van drie regels en een tekening van Van Zwam. Aan de volgende verhalen zou de krant meer aandacht besteden. Vanaf het tweede verhaal worden telkens aankondigingsstroken of één grote aankondigingstekening in de krant geplaatst, vergezeld van een tekst die op de krant geschreven wordt. Maar de verhalen worden ook aangekondigd in de rubriek "Van dag tot dag", waarin op pagina 2 allerlei kleine berichten gepubliceerd worden. Dit is vrij uitzonderlijk, aangezien aankondigingen meestal gepresenteerd worden als advertenties. Hier worden de nieuwe verhalen van Van Zwam aangekondigd tussen andere nieuwsfeiten. Meestal wordt daarin verteld dat Marc Sleen de laatste tijd wat raar doet, en wordt zo de link gelegd naar het volgende verhaal.

Ook verschijnen er soms berichten terwijl een verhaal gewoon loopt. Op 24 maart 1950 wordt in de lezerstribune een "Open brief van Nero"1 gepubliceerd waarin hij uitlegt hoe hij in het verhaal op een ijsberg heeft kunnen ronddobberen. Een ander bericht verschijnt in "Van dag tot dag" tijdens de publicatie van "De hoed van Geeraard de Duivel". Dit verhaal wordt blijkbaar zeer belangrijk geacht. Het wordt niet minder dan vijf keer aangekondigd.

Er ontwikkelde zich blijkbaar ook een grote identificatie tussen De Nieuwe Gids en de personages van Marc Sleen. In juni 1948, maart 1949, juni 1949 en september 1949 worden tekeningen van Van Zwam, Nero en co (of andere tekeningen van Sleen) gebruikt als illustraties bij de advertentiecampagnes voor abonnementen.

Enkele verhalen zullen nu apart besproken worden, waarna thema's zullen bekeken worden die in verschillende verhalen voorkomen.



8.4. De Matsuoka-trilogie : het gele gevaar


De Matsuoka-trilogie bestaat uit drie verhalen waar de slechte Oosterling Matsuoka1 een hoofdrol speelt. Het zijn tevens ook de drie eerste Van Zwam-verhalen.

In Het Geheim van Matsuoka2, gepubliceerd van 3 oktober 1947 tot 8 januari 1948 probeert Matsuoka België in zijn macht te krijgen. Hij heeft namelijk "een drank uitgevonden, die persoonsveranderingen teweegbrengt. Om geen argwaan te wekken bij de slachtoffers heeft hij zijn uitvinding de smaak van een lekker biertje gegeven."3

De helden van het verhaal, detectief Van Zwam, Jef Pedal en een zekere Schoonbaard, horen bij de eerste slachtoffers van Matsuoka en worden respectievelijk Karel de Kale, Jan met de Hamer en Keizer Nero. Bij Van Zwam is het effect gelukkig maar van korte duur, zodat hij de strijd tegen de Chinese uitvinder in goede banen kan leiden. Schoonbaard zou echter Nero blijven. Onze Chinees van dienst wordt zeer typisch voorgesteld : een gezicht als een masker, een lang gewaad en een hoed, snorretje, spleetogen, …

Om zijn plannen groot aan te pakken, koopt Matsuoka een watertoren op, met de bedoeling daarin zijn bier te brouwen. En zijn plannen zijn inderdaad niet van de minste : "Zij die zullen gedronken hebben, zullen in mijn macht zijn. En het bier zal zo lekker zijn, dat iedereen (behalve een paar weduwen en wezen) er zal van drinken. Gent zal drinken, dan geheeld België. Ik maak er een machtige staat van, we vallen Frankrijk binnen, Nederland en dan … de invasie op Engeland !"4

Hitler heeft dus een opvolger… De band met Hitler wordt nog duidelijker door de aanwezigheid van een dubbelganger, slachtoffer van het Matsuokabier, die denkt dat hij de Führer is. Ook de uitspraken van Van Zwam in een "Karel de Kale"-bui wijzen daarop : als hij opgepakt wordt door de politie begint hij gans de stamboom van Karel de Kale op te sommen, en hij besluit met : "Ik was de meester over heel het Germaanse Rijk !! … Jaja, het verleden !"5

Om zijn bier te promoten zet Matsuoka een grote propagandacampagne op gang. En ja : "De ramp gebeurt. Gent drinkt … en hoe !"6 Rijen mensen schuiven bij cafés aan voor Matsuokabier, manifestaties hebben plaats en zelfs het standbeeld van Van Artevelde wordt vervangen door een beeld van Matsuoka. Matsuoka wordt gewoon aanbeden.

Gent is gevallen, nu op naar Brussel. Matsuoka stuurt zijn mannen met bier naar de hoofdstad : "Manschappen, uw opdracht is uiterst gewichtig ! Het is om zo te zeggen ; een staatsgreep. Het hangt van u af, of we de macht in handen krijgen, ja dan neen !"7

Maar detectief Van Zwam stuurt alle plannen in het honderd. Hij zorgt ervoor dat de vrachtwagen met bier Brussel niet bereikt en doet de watertoren annex brouwerij ontploffen. Door de schok van de ontploffing wordt heel Gent terug normaal. En dat is aan de reacties van de Gentenaars te zien : de mensen komen op straat, het huis van Matsuoka wordt belegerd en zijn inboedel wordt kort en klein geslagen.

Matsuoka zelf blijkt verdwenen te zijn, maar door het opzetten van een valstrik slagen detectief Van Zwam en de politie er toch in om hem gevangen te nemen. Drie weken later wordt hij door het assisenhof "veroordeelt tot levenslange hechtenis plus een frank schadevergoeding voor de burgerlijke partij."8
Sleen haakt in dit verhaal duidelijk in op de oorlogsgebeurtenissen : het gevaar komt nog altijd uit het oosten, maar dan van het Verre Oosten9. De geflipte Matsuoka (of hij nu een Chinees of een Japanner is, doet er weinig toe), gebruikt zijn uitvinding en de nodige propaganda om de macht in handen te krijgen. Er bestond na de Tweede Wereldoorlog niet alleen een vrees voor de Sovjetunie, ook China, waar een strijd tussen nationalisten en communisten aan de gang was, werd in het oog gehouden. Japan stond na de oorlog enkele jaren onder Amerikaanse controle, zodat er van die kant niets te vrezen was. Tenzij natuurlijk van alleenstaande individuen als Matsuoka.

Matsuoka begint op kleine schaal met Gent, maar droomt ervan Brussel in te nemen en zo een staatsgreep te plegen. Vanuit de machtige staat die België dan onder zijn bewind zou worden wilt hij Frankrijk, Nederland en zelfs Engeland binnenvallen. De opvolging van Hitler lijkt verzekerd, ook wat de persoonscultus betreft : Matsuoka slaagt erin de bevolking voor zijn bier op straat te krijgen en krijgt zelfs een standbeeld.

Na de bevrijdende ontploffing volgt dan de repressie. Als de Gentenaars de inboedel van Matsuoka kort en klein slaan, vraagt één van de omstaanders zich af waar hij dat nog gezien heeft … Waarschijnlijk enkele jaren voordien. Gelukkig wordt Matsuoka veroordeeld en raakt de rust hersteld.

Sleen geeft in dit verhaal aan hoe één persoon door middel van goed gerichte propaganda (en een "toverdrankje") de mensen achter zich kan krijgen om zijn megalomane plannen uit te voeren. Iedereen laat zich meeslepen, er is geen ontkomen aan … Wat de repressiescène betreft, hierin kan een afwijzing van de volksrepressie gezien worden.


Blijkbaar heeft hij niet lang in de gevangenis gezeten, want in Het B-gevaar10 maakt Matsuoka het land terug onveilig met een nieuwe uitvinding. Het "B-gevaar" is namelijk een draaistoel waarmee men mensen kan laten verjongen en verouderen, en zelfs mensen kan doen verschijnen uit lege kleding. Matsuoka probeert op die manier en legertje samen te stellen, maar door toedoen van Nero en co worden die plannen verijdeld. Weer komen de mogelijkheden van propaganda aan bod. Matsuoka zegt over zijn gekloond legertje : "Ziezo ! Ik heb nu een flink legertje. Zeven en twintig sterke kadee's. Als ik hun nu elk een dikke knuppel en een beetje propaganda geef, zijn ze bereid voor mij te sterven."11 Ook slaagt de Oosterling erin Nero te laten "collaboreren" door hem een vriendelijkheidsserum toe te dienen.12

In "Het Zeespook"13 maakt onze Chinees de Belgische kust onveilig. Hij boort schepen de grond (of liever de zee) in, zodat heel de vissersvloot bedreigd wordt. Daarbij slaagt hij er ook nog in om met een nieuwe uitvinding overstromingen te veroorzaken. Van zo'n overstroming maakt hij gebruik om Oostende te plunderen. Weer wordt redding gebracht door Van Zwam, Nero en de rest van de bende : na een lange strijd slagen ze erin Matsuoka te verslaan en sturen ze hem met één van zijn uitvindingen, de vliegende handschoen, terug naar China of Japan14. Ook de nieuwe ondernemingen van Matsuoka zijn dus tot mislukken gedoemd.






1   ...   38   39   40   41   42   43   44   45   ...   158


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina