Sébastien Baudart 2e licentie geschiedenis Eindverhandeling Stripverhalen in de Belgische dagbladpers



Dovnload 3.95 Mb.
Pagina5/158
Datum22.07.2016
Grootte3.95 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   158

2.4. Frankrijk


De evolutie van de strip in Frankrijk tijdens de negentiende eeuw en het interbellum is al aan bod gekomen in de algemene historiek. Maar hoe zat het bij onze zuiderburen in de jaren na de Tweede Wereldoorlog ?

Vanaf de bevrijding kende de jeugdpers er een enorme bloei : tussen 1946 en 1949 zagen meer dan dertig nieuwe tijdschriften het licht. Benoît Peeters merkt de volgende merkwaardigheid op ten opzichte van de Belgische situatie : "Il est amusant de constater que les journaux de bande dessinée, soutenus en Belgique par les mouvements cléricaux, le sont en France par les communistes."1 Het tijdschrift Vaillant kwam bijvoorbeeld voort uit de verzetsbeweging "Front patriotique de la jeunesse" en leunde sterk aan bij de Franse communistische partij. En natuurlijk publiceerden ook de Franse kranten binnen- en buitenlandse strips.2

En ook in Frankrijk deed zich een anti-stripbeweging voor. Met als voornaamste argument de "verdediging van het kinderzieltje" kwam er een campagne op gang tegen (vooral buitenlandse) strips. Maar niet alleen deze moraalridders lieten van zich horen. Franse tekenaars oefenden druk uit op de politiek om protectionistische maatregelen te verkrijgen. Uiteindelijk mondde dit alles uit in de stemming van een "censuurwet" in juli 1949. Deze "loi sur les publications destinées à la jeunesse" stelde een controle in over alle jeugdpublicaties die in Frankrijk geproduceerd werden of geïmporteerd wilden worden.3

3. Strips en communicatie


Het stripverhaal is, net als zoveel andere (massa)media, een communicatiemiddel. Communicatiemiddelen brengen niet alleen informatie, ontspanning, … maar produceren ook waarden en beelden. De voorstellingen van de werkelijkheid kunnen de (in dit geval) lezers bewust of onbewust beïnvloeden. De ontvanger beïnvloeden hoeft echter niet per se de bedoeling te zijn.1

Wat wel belangrijk is, is het feit dat een communicator, een boodschap tracht over te brengen naar een ontvanger. De ontvanger decodeert de boodschap dan en interpreteert ze.2

In verband met fictie bestaan verschillende theorieën. Een overzicht : de "afspiegelingshypothese" verkondigt dat de "massamediale inhouden de waardenstelsels van een bepaalde samenleving op een bepaald moment weerspiegelen". Volgens de controlehypothese "reflecteren de media-inhouden de waarden van de maatschappelijke elites". Volgens deze theorie is het de maatschappelijke elite die haar waardenstelsels aan de rest van de samenleving oplegt. Tenslotte is er die kritische hypothese, die het volgende zegt "de dominante functie van de massamediale inhouden ligt in hun bijdragen tot systeemstabiliteit". M.a.w. : ze zorgen voor het behoud van de status quo.3

Ik ga me hier niet uitspreken over de waarde van deze theorieën of één ervan naar voor trekken. Ze wijzen alle drie op elementen die van belang zijn. Maar vooral belangrijk is gewoon dat strips als communicatiemiddel boodschappen overbrengen en op die manier de lezer kunnen beïnvloeden.



4. Strips en Politiek


Er bestaan genoeg voorbeelden van auteurs die politieke onderwerpen behandelen of politieke boodschappen doorgeven in hun strips. Het meest bekende voorbeeld is misschien wel Hergé, die in verschillende verhalen van Kuifje serieus de politieke toer opgaat. De eerste verhalen werden in de jaren 1930 gepubliceerd in de jeugdbijlage van de conservatieve katholieke krant Le Vingtième Siècle, en dat is er aan te zien. In "Tintin au pays des Soviets" krijgt men een regelrecht pamflet tegen het communisme en de USSR voorgeschoteld : getrukeerde verkiezingen, bedriegen van buitenlandse bezoekers, uitvoer van graan terwijl het eigen volk zit te creperen van de honger e.d. Het verhaal is dan ook geïnspireerd op het boek "Mouscou sans voiles" van Joseph Douillet, dat Hergé als documentatie gekregen had van zijn baas Norbert Wallez.1 Ook in de volgende verhalen is een duidelijke politieke inhoud te vinden : "Tintin au Congo" is een verheerlijking van de kolonisatie en van de katholieke missies. De goede blanken gaan de kinderlijke zwarten opvoeden en beschaven. In "Tintin en Amérique" worden de Verenigde Staten voorgesteld als het land van de gangsters en de kapitalisten, die de Indianen verdrukken. "Le Lotus Bleu" wijst de Japanse politiek in China met de vinger, en ga zo maar door …

Over de politieke houding van Hergé zijn bladzijden en zelfs boeken vol geschreven. Terwijl biografen als Pierre Assouline en Benoît Peeters2 proberen de feiten en de verhalen in hun context te plaatsen, gaan anderen resoluut in de aanval. Zo grijpt Maxime Benoît-Jeannin de oorlogsproductie3 van de tekenaar aan om een echt anti-Hergé pamflet4 te schrijven. Hij verzamelt en interpreteert alle mogelijke elementen om het racisme, het antisemitisme en het nieuwe-orde-denken van de tekenaar aan te tonen5.

Kuifje-verhalen en politiek is blijkbaar een onderwerp dat goed in de markt ligt. In februari 1999 namen een tiental Franse parlementsleden deel aan een debat over het feit of het personage van Hergé nu links of rechts was.6

Voor de periode na de Tweede Wereldoorlog wordt vaak de reeks Buck Danny van Jean-Michel Charlier en Victor Hubinon aangewezen als sterk politiek geladen. Deze reeks, die in 1947 gestart werd in het weekblad Spirou/Robbedoes, verhaalt de lotgevallen van enkele Amerikaanse piloten doorheen de tweede helft van de 20e eeuw.7 De eerste verhalen spelen zich af tijdens de Tweede Wereldoorlog, waarbij de "Amerikaanse helden" het opnemen tegen de "slechte Jappen". Daarna komen onder andere de Koreaanse oorlog, de Koude Oorlog en de eraan verbonden spionage, terroristische organisaties en zelfs de oorlog in ex-Joegoslavië aan bod. Natuurlijk zijn de Amerikanen altijd de goede helden van het verhaal die het opnemen tegen het kwaad en natuurlijk slagen ze er ook altijd in om dat kwaad (of het nu om de Russen of om een spionageorganisatie gaat) te overwinnen.8

Ook de Vlaamse strip Nero wordt dikwijls vermeld als het over maatschappij en politiek gaat. Zo schreef Lieven Demedts "De politieke memoires van Nero" over de banden tussen de Nero-verhalen en de actualiteit. En : "Ze zeggen weleens dat je Nero kunt lezen als een geschiedenis van het naoorlogse België."9, verklaarde Marc Sleen onlangs nog in een interview.

Een aantal politieke elementen van strips zijn door studenten bestudeerd geweest in de bundel "Le message politique et social de la bande dessinée"10. De verschillende auteurs beschrijven wat er in de bestudeerde verhalen gebeurt en brengen die gebeurtenissen dan in relatie met de context en de auteur. Uit de bestudering van de Franse pilotenreeks "Tanguy et Laverdure" door Jean-François Canot blijkt bijvoorbeeld het gebruik van stereotiepen om vreemde volkeren te typeren, het verdedigen van de Franse buitenlandse politiek en een karikaturale visie op de Koude Oorlog. Pierre-Louis de Cours Saint-Gervasy nuanceert dan weer de beschuldigingen van racisme en antisemitisme aan het adres van Hergé, door ze in hun context te plaatsen.

In de bundel "Oost West West Best" bekijken Pascal Lefèvre en Els Groessens in een kort artikel de veranderende inhoud van strips naargelang de evolutie van de Koude Oorlog. In hun artikel overlopen ze verschillende verhalen die met de Koude Oorlog in verband staan (o.a. Suske en Wiske, Blake en Mortimer, Nero, Buck Danny) en de spionnen, atoombommen en verzoeningen die daaraan te pas komen. Blijkt dat, zoals men kan verwachten, de strips de maatschappelijke evoluties volgen. Zo zijn bijvoorbeeld de minder gespannen relaties van de jaren zestig en zeventig in de besproken strips terug te vinden.11

Een zeer bekend voorbeeld is "Hoe lees ik Donald Duck" van de Chileense auteurs Ariel Dorfman en Armand Mattelart. In dit boek, oorspronkelijk verschenen in 1971, nemen de schrijvers het imperialisme van de Disney-strips op de korrel. Ze behandelen onder andere de omgang met macht, vreemde volkeren en geld. Het feit dat het werk een onderdeel vormde van het verzet tegen de VS-overheersing, zorgde ervoor dat het in Latijns-Amerika een zeker succes kende.12


Johan Malcorps en Rik Tyrions schrijven in hun "De papieren droomfabriek" het volgende over strips en ideologie : "Naast datgene wat ekspliciet in het verhaal verteld wordt, is er nog een dieper liggend inhoudelijk niveau. Ook de manier van voorstellen, door gebeurtenissen die al dan niet plaatsvinden, door de gebruikte verhaalthema's en de oplossingen die worden aangebracht, zit er in elke strip eveneens een ideologische stellingname. (…) In de teksten en handelingen, maar evenzeer in de beelden van een strip, wordt dus een visie op mens en maatschappij meegedeeld. Bepaalde rollenpatronen worden steeds meer naar voor geschoven (de man op avontuur, de vrouw aan de haard of de afwas), bepaalde volkeren worden als minderwaardig voorgesteld (de goede blanken versus de wrede indianen of de kinderlijke negers). De geschiedenis wordt vervalst ten behoeve van de huidige machthebbers en de arbeidsverhoudingen in onze tijd worden op een verwrongen wijze weergegeven. De hoofdbedoelingen van dit boek is dit soort stille ideologie op het spoor te komen en na te gaan welk het effekt is van deze verborgen ideologische stellingnamen op de lezer."13

In de rest van hun boek zitten de twee auteurs sterk te hameren op het doorgeven van traditionele en conservatieve ideeën in strips. Ze stellen vast dat de gebruikte waarden in strips meestal gericht zijn op het instandhouden van het bestaande systeem en dat strips dus meestal een ideologie naar voor brengen die sterk overeenkomt met die van de bezittende klasse.14


Tot zover enkele voorbeelden uit de literatuur. Het is duidelijk dat maatschappelijke evoluties weergegeven worden in strips en dat auteurs samen met hun verhaal ook politieke boodschappen kunnen meegeven.

Wat het doorgeven van die boodschappen betreft, kan men een onderscheid maken tussen bewuste en minder bewuste / onbewuste boodschappen. Onder onbewuste boodschappen kan men die boodschappen verstaan die in een verhaal belanden zonder dat dit de specifieke bedoeling is van een auteur.15 Dit kan men vergelijken met wat Malcorps en Tyrions de "stille ideologie" noemen. We leven nu eenmaal in een bepaald soort wereld, en als iemand een verhaal maakt, gaan daar sporen in te vinden zijn van die wereld waarin we leven.

Daarnaast heeft men de bewuste boodschappen. Dit zijn de boodschappen die een auteur opzettelijk in zijn verhaal steekt om ze aan de lezer door te geven.16 Hier spelen persoonlijke opvattingen van de auteur een veel grotere rol.
Over bewuste boodschappen gaat ook de definitie die Steef Davidson van politieke strips geeft in "Wordt Vervolgd" : "het beeldverhaal dat expliciet gemaakt is om politieke propaganda te maken en om politieke denkbeelden, en doctrines te verspreiden".17 Deze definitie is zeer restrictief, ik zal dan verder ook proberen een iets bredere definitie voor te stellen.

Het onderscheid tussen bewuste en onbewuste boodschappen is natuurlijk niet altijd even gemakkelijk te maken. Men kan niet weten wat nu exact de bedoeling van een bepaalde auteur geweest is. Alleszins moet men goed opletten voor "overinterpretatie".

Zo is er op een internetforum18 een discussie terug te vinden over de Smurfen en het communisme. De Smurfen leven in een communistisch systeem omdat hun leider de "Grote Smurf" heet en een rode muts draagt. Verder hebben ze elk hun eigen functie en werken ze allemaal voor het heil van hun samenleving. Aangezien het systeem goed werkt, kan men het zien als propaganda voor het communisme … Het ligt voor de hand dat men op deze manier bezig kan blijven en overal iets kan gaan achter zoeken. Als men iets wilt vinden, zal men het wel vinden19.

Trouwens, sommige auteurs zijn niet zo opgezet met wat bepaalde analisten achter hun verhalen gaan zoeken. Ze zijn soms zelfs verrast over wat er bovengehaald wordt, of het nu over politiek gaat of over andere interpretaties.20 Ook iemand als Louis Paul Boon deelde die mening : "Soms sta ik verbaasd wat recensenten uit boeken tevoorschijn kunnen toveren. … Ik vertel dit natuurlijk niet om iets op Weverbergh te zeggen ; maar als diepgravers het op de heupen krijgen, halen ze meer uit een boek dan de schrijver erin gelegd heeft."21

Ook C.A. Hugins waarschuwt in een artikel in Stripgids voor het te ver gaan met interpretaties. Volgens hem zien sommige analisten in alle verhalen een "imperialistische-racistische-reactionaire" inhoud of uitingen van de "bourgeois-maatschappij". Ook zegt hij dat zulke interpretaties vooral afhangen van wat die critici zelf voorstaan. Als ze links zijn, hebben ze kritiek op rechtse standpunten en omgekeerd. Ook overdreven "politiek correct" denken leidt tot zulke toestanden.22
Tot slot nog enkele punten waar men rekening mee moet houden als men politieke boodschappen zoekt in strips. Allereerst moet men opletten voor "traditionele komische effecten" : het is niet omdat een auteur "zwarten met dikke lippen die een negertaaltje spreken" afbeeldt, dat hij beschuldigd moet worden van racisme. Dat is nu eenmaal een grappige manier om onze zwarte medemensen af te beelden. Een auteur die een lange rosse Schot met een kilt en een vreselijk accent ten tonele voert, wordt toch ook geen racist genoemd ?23

Een tweede element is de historische context en de beschikbare documentatie. Als een auteur uit de jaren '40 alleen over documentatie beschikt die een traditioneel en koloniaal beeld van Afrika ophangt, is het niet zo verwonderlijk dat hij dat overneemt. Maar daarom is hij nog geen verdediger van het kolonialisme.


Tot zover dit korte overzicht over strips en politiek. In het derde deel zullen deze elementen verder uitgewerkt worden in functie van het eigen onderzoek.





1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   158


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina