Sébastien Baudart 2e licentie geschiedenis Eindverhandeling Stripverhalen in de Belgische dagbladpers



Dovnload 3.95 Mb.
Pagina51/158
Datum22.07.2016
Grootte3.95 Mb.
1   ...   47   48   49   50   51   52   53   54   ...   158

8.9.2. De Scepter


In het verhaal1 maakt Kuifje kennis met de sigillograaf Nestor Spiritus. Hij vertelt aan Kuifje dat hij weldra naar Syldavië reist om daar de zegelcollectie van de Rijksarchieven te gaan bestuderen. Syldavië is een staatje in de Balkan, dat in de elfde eeuw door de naburige Borduren veroverd werd. Maar in de dertiende eeuw werden deze Borduren door een opstand terug buitengezet en werd Ottokar I tot koning uitgeroepen. Sindsdien regeren zijn erfgenamen over het land. Deze maken ieder jaar, op de dag van Sint Wladimir, een tocht door de stad, met in hun hand de historische scepter van hun voorganger. Zonder deze scepter zouden ze het recht om te regeren verliezen.

Spiritus overtuigt Kuifje om als secretaris mee naar Syldavië te reizen. Een geheimzinnige organisatie houdt hem echter in het oog en probeert zijn vertrek te verhinderen. Als dat niet lukt, laten ze hem tijdens de vlucht uit het vliegtuig vallen. Kuifje komt echter in een hoop stro terecht, zodat hij de val overleeft.

Al snel wordt duidelijk wat er aan de hand is. Een organisatie, waartoe belangrijke personen behoren (onder andere een rijkswachtcommandant en de adjudant van de koning), is van plan de Koninklijke scepter te stelen en zo Koning Muskar XII van zijn macht te beroven.

Daarop besluit Kuifje te proberen Muskar van deze plannen op de hoogte te brengen, maar zijn tegenstanders slagen er telkens in dat te verhinderen. Uiteindelijk komt hij door een auto-ongeval toch met de Koning in contact en doet hij zijn verhaal : "Ik ben ervan overtuigd dat prof. Spiritus die zogenaamd naar Syldavië kwam om het koninklijk archief te bestuderen, een bedrieger is. Hij en zijn medeplichtigen hebben tot doel zich van de scepter van Ottokar meester te maken en u aldus te verplichten troonsafstand te doen."2

Daarop rijden ze samen naar het kasteel waar de scepter bewaard wordt, maar het is al te laat. De scepter is verdwenen, en dat betekent een grote ramp voor Koning Muskar : "Heren, het voorwerp moet binnen de drie dagen terug zijn ! Indien ik op de dag van Sint Wladimir de schepter niet in de hand draag, kan ik alleen nog van de troon afstand doen."3

Maar Kuifje gaat achter de dieven aan. Hij achtervolgt de man die de scepter wegbrengt, en net op de grens met Bordurië slaagt hij erin deze te overmeesteren het waardevolle voorwerp te recupereren. In de zak van de man vindt hij ook een briefje dat ondertekend is met "Müsters" en waarin richtlijnen gegeven worden voor de Bordurische inval in Syldavië. Het stelen van de scepter was blijkbaar maar de eerste stap, daarna zou een legerinvasie volgen.

Ondertussen bespreken Koning Muskar en zijn ministers de toestand : "De toestand is ernstig, Sire ! Het volk is ontevreden. Het zegt dat we de waarheid verbergen en dat de scepter verdwenen is. Daarenboven .. werden gisteren nog Bordurische winkels geplunderd. Wij weten dat deze incidenten het werk zijn van uitdagingsagenten in dienst van het buitenland. Maar dit alles veroorzaakt een gevaarlijke atmosfeer van onrust. Indien, in deze omstandigheden, uwe majesteit zich morgen zonder scepter aan de menigte vertoont, vrees ik".4 Maar Muskar onderbreekt zijn minister, hij is van plan om af te treden …

En net op dat moment komt Kuifje binnen met de scepter : de koning is gered. En als hij hem de papieren van Müsters toont, regeert Muskar : "Müsters, leider van de partij der Stalen Garde !.. Geen tijd verloren !.. Laat onmiddellijk Müsters en zijn medeplichtigen arresteren !"5

Op Sint-Wladimir wordt de optocht van Muskar een echte triomf. En Kuifje wordt onderscheiden, hij wordt "ridder van de gulden pelikaan". Tenslotte krijgt Kuifje van de Minister van Binnenlandse Zaken nog een verslag van het onderzoek : "'t Is U bekend dat Müsters, hoofd van de Stalen Garde, en het merendeel van zijn medeplichtigen, gearresteerd werden. De Stalen Garde was eigenlijk de schuilnaam van de ZZRK, hetgeen betekent, Zyldav Zentral Revolutionär Komitzät, hetgeen de val van de monarchie en de inlijving van ons land bij Bordurië ten doel had." Ook komt dan uit dat de professor Spiritus die naar Syldavië afreisde, eigenlijk de tweelingbroer van de echte professor was en zelf ook tot de bende samenzweerders behoorde.

8.9.3. Een verhaal dat actueel blijft


De Scepter van Ottokar werd voor de eerste keer gepubliceerd in Le Petit Vingtième van 4 augustus 1938 tot 10 augustus 1939 onder de titel "Tintin en Syldavie". Het verhaal verscheen in november 1939 voor het eerst in album. Dit gebeurde enkel in het Frans.1

In de toenmalige context was het verhaal zeer actueel en politiek geëngageerd. De linken naar de werkelijkheid zijn overduidelijk en veelvuldig naar voor gebracht. Hergé zelf zei van zijn verhaal : "Elle raconte un Anschluss avorté"2. In maart 1938 waren de Duisters namelijk Oostenrijk binnengevallen, waarna Hitler het land annexeerde. In september van datzelfde jaar deed zich hetzelfde voor met Tsjechoslowakije.

Verschillende auteurs leggen duidelijke linken met de toenmalige situatie. In Bordurië wordt algemeen Duitsland gezien. Niet alleen door de agressieve en expansionistische ambities van het land, maar ook door de aanwezigheid van Duitse elementen (uniformen, vliegtuigen, SS-kentekens, namen). Naast deze link met het fascisme kan men ook communistische elementen in Bordurië zien (de "Stalin-snorren" van bepaalde personages). Voor de naam Müsstler (de oorspronkelijke naam van Müsters) zijn er verschillende verklaringen mogelijk : een samentrekking van Hitler en Mussolini, of geïnspireerd op de Engelse en Nederlandse Mosley en Mussert. Syldavië kan dan weer gezien worden als Oostenrijk of één van de Balkanlanden.3 Het verhaal is dus een duidelijke aanklacht tegen het Duitse expansionisme en tegen totalitaire regimes, of ze nu fascistisch of communistisch zijn.

Benoît Peeters ziet in Syldavië zelfs een metafoor van België : "Si la Syldavie est un condensé de plusieurs pays des Balkans, c'est d'abord une métaphore de la Belgique, menacée dans son neutralisme. Le roi Muskar XII, dont Tintin sauve le trône, n'est pas sans ressemblance avec le jeune Léopold III. Plus encore qu'un album antifasciste, Le Sceptre d'Ottokar propose donc une exaltation de la monarchie constitutionelle à la belge. Il est même possible de lire l'histoire comme une prémonition de cette "Question royale" qui allait secouer la Belgique après la guerre."4

Michael Farr zet de tekening van het paleis van Klow en een foto van het paleis van Brussel naast elkaar.5 Hoewel Klow zeker geen replica van Brussel is, is toch de verleiding groot om bij het zien van de tekening aan het paleis van Brussel te denken.

In 1938 was het verhaal misschien een "prémonition" van de koningskwestie, tijdens de publicatie in De Nieuwe Gids zit men er middenin. CVP-BSP-regeringen zorgen er op dat moment voor dat de zaak muurvast zit. De lezer uit 1947-1948 kan dan ook moeilijk anders dan de link leggen tussen het verhaal en de koningskwestie : de koning wordt bedreigd, wordt bijna gedwongen tot troonsafstand, maar wordt uiteindelijk toch gered ! Zo verloopt het verhaal en de voorstanders van Leopold hopen dat het in werkelijkheid niet anders zal lopen. Op die manier krijgt het "mislukte anschluss-verhaal" een tweede betekenis.

En die tweede betekenis past perfect bij de denkbeelden van Hergé. We hebben al gezien dat Hergé uit een rechts katholiek milieu kwam en er niet voor terugschrok om contacten te onderhouden met collaborerende kringen. Maar hij was ook een overtuigde aanhanger van Leopold III en van de koninklijke familie in het algemeen. Zelfs tijdens de oorlog spande hij zich in om aan de prinsen zijn albums in speciale uitvoering te bezorgen.6

Al op het einde van de jaren dertig stond hij als één blok achter de koning, en dat zou zo blijven. Benoît Peeters over 1939 : "Dès cette époque, il est probable que la profession de foi d'Hergé est strictement léopoldiste." Zoals hij altijd de houding van zijn collaborerende vrienden zou verdedigen, zo zou hij ook altijd op zijn standpunt blijven in verband met de koningskwestie, de houding van de koning was juist, punt uit.7

Of zoals Pierre Assouline schrijft : "Aux yeux d'Hergé, le régent est le régent, et le roi est Léopold III. Malgré son estime pour le Prince Charles, avec lequel il entretient des relations très cordiales, il est de ceux pour qui l'exil du monarque doit prendre fin au plus tôt. Se demander si le roi a eu raison de signer la capitulation et de rester en Belgilque occupée relève déjà du crime de lèse-majesté."8

Tijdens een verblijf in Zwitserland (in mei-juni 1948), bracht Hergé zelfs een bezoek aan Leopold in Prégny, ze zouden zelfs samen gaan vissen zijn. Na de troonsafstand zou hij Leopold trouwens nog een paar keer terugzien.9

Waarom publiceert De Nieuwe Gids nu net dit Kuifje-verhaal ? Verschillende elementen spelen hierin mee. In februari 1942 beslisten Hergé en zijn uitgever Casterman om de oude verhalen, die meestal over meer dan 100 pagina's in zwart-wit gepubliceerd werden, terug te brengen naar albums van 62 pagina's en te zorgen voor inkleuring. Om hem bij die taak te helpen, trok Hergé assistentie aan. Eerst werd hij geholpen door Alice Devos, en van januari 1944 tot mei 1947 door Edgar P. Jacobs. Tussen 1942 en 1947 werden negen verhalen herwerkt, waaronder De scepter van Ottokar.10

Ook nog tijdens de oorlog rijpten plannen om de Tintin-albums in het Nederlands uit te geven. Door de publicatie van vijf verhalen in Het Laatste Nieuws was het moment wel geschikt, maar de papierschaarste kwam er een stokje voor steken.11 De eerste Nederlandstalige albums zouden moeten wachten tot eind 1946 en zouden onmiddellijk in kleur verschijnen.12 De kleurenversie van De Scepter van Ottokar verscheen, zowel in het Nederlands, als in het Frans, in 1947.13 De krantenpublicatie kan dus als publiciteit gezien worden voor de albumversie14.

Maar ook andere verhalen verschenen in 1947 of waren al in 1946 op de markt gebracht. Het is dan ook mogelijk dat men bij De Nieuwe Gids zijn voorkeur voor dit verhaal uitgesproken heeft, of dat Hergé of zijn uitgever dit verhaal uitgekozen hebben voor de krantenpublicatie vanwege de band met de actualiteit. Gezien zijn pro-Leopoldistische houding kon de tekenaar er moeilijk iets op tegen hebben dat zijn verhaal tijdens de koningskwestie in een katholieke pro-Leopoldistische krant verscheen.

Het verhaal kan echter ook gezien worden in het licht van de Koude Oorlog. De binnenlandse tegenstanders van Muskar willen namelijk het buurland Bordurië Syldavië laten binnenvallen. Leden van deze organisatie lopen rond met Stalin-achtige snorren, en zoals al gezegd wijzen sommige elementen van het Bordurische regime naar de Sovjetunie. De link naar de Sovjetdreiging en de vijfde colonne is dan ook snel gelegd. Vooral omdat in februari 1948, dus tijdens de publicatie van dit verhaal, Tsjechoslowakije in communistische handen valt.

Er valt trouwens ook een politiek getint grapje te bespeuren. Als Kuifje op een bepaald moment tegen de Jansen(s)-detectives zegt dat een man misschien aan amnesie lijdt, weet één van hen niets beter te zeggen dan "Wat heeft amnestie met deze zaak te maken ?.."15

We hebben hier dus te maken met een verhaal dat negen jaar oud is, maar toch zeer goed past in de politieke context van de periode waarin het hergepubliceerd wordt. Het krijgt op die manier een tweede betekenis, die de auteur zeker niet zou verloochend hebben. Werd dit verhaal er daarom uitgekozen, of is het allemaal puur toeval ? Wie zal het zeggen …





1   ...   47   48   49   50   51   52   53   54   ...   158


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina