Sébastien Baudart 2e licentie geschiedenis Eindverhandeling Stripverhalen in de Belgische dagbladpers



Dovnload 3.95 Mb.
Pagina60/158
Datum22.07.2016
Grootte3.95 Mb.
1   ...   56   57   58   59   60   61   62   63   ...   158

9.4.3. De Koningskwestie


De Koningskwestie is al uitgebreid aan bod gekomen, maar ook in andere verhalen sluipt het thema binnen. In Prinses Zagemeel is Lambik het gedoe rond voddenpop Schalulleke meer dan beu : "En dat allemaal vool een plinses uit 't zagemeel ? Als 't niet was vool mijn lugploblemen zou ik wel iets betels weten ! Ik weet een hele Koninklijke familie in de belgen zitten !"1 En als Schalulleke in het zelfde verhaal tegen Wiske zegt dat ze zich moet haasten, krijgt ze als antwoord : "Niet zagen, he zagemeelke ! Ik ken prinsenkinderen die er zo erg aan toe zijn als gij maar die nogal wat meer geduld hebben !"2

In Bibbergoud wordt de Sachem, die "weg is", vervangen door "een halve gare Sachem-regent".3 Vandersteen schijnt regentschappen niet erg te appreciëren. En in De Stierentemmer blijven Lambik en Wiske met hun parachute hangen aan een rotspunt. Lambik kan zich niet houden : "Hopla !! Wij stuiken er in ! Nu zijn we gelijk de koningskwestie !" "Hoe dat, Lambik ?", vraagt Wiske. "Wel, we zijn een hangende zaak, he !"4

Maar het meest opvallend is het einde van De Stierentemmer, waarin de personages per vliegtuig vanuit Spanje terug naar België reizen. "Het vliegtuig verlaat weldra het land waar de appelsienen groeien …… en zweeft na een goede reis boven het land van Ja en Neen.", schrijft Vandersteen. In volle vlucht gooit Lambik een spandoek door de ruit, waarop te lezen staat : "Ja … Morgen begint ons nieuw avontuur : De Stalen Bloempot !" En Wiske voegt eraan toe : "Zou dat OOK zo lang duren, Lambik ?"5

De verwijzing naar de koningskwestie is wel duidelijk, net als de kritiek op het aanslepen van de zaak. Deze twee laatste stroken worden gepubliceerd op 15 mei 1950, dus tussen de volksraadpleging en de verkiezingen. De situatie kondigt trouwens ook het koningskwestie-karakter van De Stalen Bloempot aan.



9.4.4. De IJzertoren, taaltoestanden en andere Vlaamse elementen


De IJzertoren, het Vlaamse element bij uitstek, mag bij Vandersteen zeker niet ontbreken. Zo droomt Lambik op een keer dat de toren er weer staat. Als hij wakker wordt, is hij natuurlijk diep ontgoocheld omdat het maar een droom was.1

Nadat Lambik en zijn broer Arthur in De Witte Uil zogezegd verdronken zijn, zegt Wiske : "En nu is de zee hun graf ! maar .. snik .. daar zullen ze toch geen gendarmen moeten bijzetten om het te doen eerbiedigen !"2 De verwijzing naar de geschonden graven van "oorlogshelden" aan de IJzertoren is hier ook wel duidelijk.

De heropbouw is belangrijk. Op het einde van Prinses Zagemeel vliegen Suske, Wiske en Lambik met de gyronef over Vlaanderen. Wiske vraagt zich af of er tijdens hun afwezigheid veel veranderd zou zijn. Maar neen, de IJzertoren ligt nog altijd in puin.3

En een grapje over het aanslepende onderzoek sluipt Lambiorix binnen. Als Arrivix absoluut wilt weten wie de Vrijschutter is, antwoordt Wiske hem : "Zo simpel is dat niet, Vixke ! Zie eens hoelang ze nu al de daders van de IJzertoren aanslag zoeken !"4

Ook aan de Belgische taaltoestanden wordt aandacht besteed. Bijvoorbeeld in Het Zingende Nijlpaard, waarin een Egyptische prins in een glazen bol kijkt om een gouden trompet terug te vinden : "Zij werd door blanken gevonden en pronkt thans in een museum … De bewakers spreken Frans …… dat moet in … Vlaanderen zijn !"5 In Vlaanderen spreekt men Frans, dat is bekend.

In Bibbergoud schrijft Vandersteen het volgende : "Maar even voor de waterval staat een beer te vissen. Met een slag van zijn voorpoot werpt hij de vissen aan wal. Dat is intelligent, he ? Maar 't ziet er een slimme uit want hij spreekt zelfs Vlaams."6 Dieren die Vlaams spreken, zijn duidelijk een bedreigde soort, blijkt uit de volgende reactie van Wiske : "Hewel, ik ga zien ! Een zilveren bok die Vlaams spreekt, dat bestaat niet ! Ik ken teveel ezels die het zelfs niet willen spreken !"7

De Franstaligen die geen Vlaams kunnen of willen spreken worden hier duidelijk op de korrel genomen. En als ze het toch proberen, loopt het verkeerd : "Hotel Gaulois men spreken de Vlaams"8, kan men langs de weg lezen in De Mottenvanger. Verder wordt Chinees in De Witte Uil vergeleken met "Brussels-Frans".9

En op verschillende momenten komt het Vlaamse karakter van Suske en Wiske duidelijk naar voor. In De Stalen Bloempot filosofeert Lambik over het Vlaamse volk : "Als ge dat zo eens na gaat dan zijn wij toch nogal eens een volk, he ! Havens, dijken en torens bouwen ! Mannen als Artevelde, Jan Breydel, Tijl Uilenspiegel zijn zonen van ons volk en …" Wiske voegt er wel aan toe : "Als ge maar niet vergeet dat de makker van Uilenspiegel … Lamme Goedzak heette moogt ge voort declameren, Lambik !"10

Na een gevaarlijke scène voor Suske en Wiske, schrijft Vandersteen : "Doch Suske en Wiske zijn niet dood. Bijlange niet ! Rasechte Vlamingen worden zo maar niet door de eerste de beste stomme reus verpletterd."11 Een duidelijke boodschap dat de Vlamingen zich zomaar niet laten doen.

Verder wenst "Vliegende Aap" Arthur voor zijn terechtstelling nog eens Pallieter te lezen en lost Suske als Chinese aanvalskreet : "Wat lang van staart is, vals is ! Sla half lam !"12

Veel meer politiek getint is de volgende opmerking van Wiske bij hun landing op de maan : "Hoera ! Vlamingen veroveren de maan ! Laat ze nu maar komen met hun "geografisch parlement !!"13

9.4.5. Niet heel Vlaanderen zat in de collaboratie


De collaboratie komt niet alleen in De Bokkerijder aan bod. In De Mottenvanger komen Suske en Wiske op de maan een leeuw tegen. Suske wilt ingrijpen, maar Wiske raadt hem aan niet te hard te zijn, "'t Is misschien familie van onze Vlaamse Leeuw !" "Dat kan niet, Wiske, dan zou hij vastzitten !"1, antwoordt Suske. Vandersteen klaagt hier duidelijk aan dat de Vlaamse Beweging hard aangepakt werd bij de repressie, hij insinueert zelfs dat al wie met de Vlaamse Leeuw te maken heeft, in de gevangenis zit.

In een interview verklaart Vandersteen over deze scène : "Verbolgen lezers hebben daar heftig op gereageerd in de aard van : Als u soms denkt, dat wij, Vlamingen, allemaal zwarten zijn ! En de krant heeft er heel wat abonnementen door verloren."2 De man overdreef wel eens graag, maar het voorval illustreert mooi de impact die de opmerkingen van Vandersteen kunnen hebben.





1   ...   56   57   58   59   60   61   62   63   ...   158


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina