Sébastien Baudart 2e licentie geschiedenis Eindverhandeling Stripverhalen in de Belgische dagbladpers



Dovnload 3.95 Mb.
Pagina62/158
Datum22.07.2016
Grootte3.95 Mb.
1   ...   58   59   60   61   62   63   64   65   ...   158

9.4.9. Geld


In Bibbergoud vallen enkele opmerkingen over geld. Een Amerikaan zegt tegen Lambik dat geld niet gelukkig maakt, maar Lambik vindt dat allemaal "praatpriet" : "Ik wil rijk zijn ! Schatrijk ! … Millionnair !!.. Zo dat ik er niet meer op moet zien om een tramkaart te kopen ! Ik wil het gouden kalf der moderne beschaving !… Geld !"1

En niet alleen voor het kopen van tramkaarten is geld nuttig : "Met goud koopt ge de boter en ik nog geen margarine ! Saluut !"2 Boter is blijkbaar nog altijd een luxeproduct.

Maar de algemene houding tegenover geld in het verhaal is toch overwegend negatief. Zo verklaart een betoverde totem tegen Lambik : "Blanke man, hij mijn goud willen ! Maar ik boze geest, ik niet met zij, mijn voeten laten spelen ! Ik weten, blanken, zij niet edel genoeg om zij edel goud te beheren ! Zij beginnen met goud grote zaken om zij arme lieden uit te zuigen en zij te worden nog rijker ! Goud maakt, blanken zij hardvochtig en wreed ! Maar ik, eeuwenoude goudbewaker dat weten en ik met zij, al mijn toverkrachten, blanken bestrijden !"3 Hier neemt Vandersteen vooral het grootkapitaal op de korrel. Mensen die geld in handen krijgen, doen er alles aan om nog rijker te worden ten nadele van de armen.

En Lambik besluit het verhaal met deze filosofische noot : "Och ja … ik heb natuurlijk weer de ezel uitgehangen … Maar ik heb nu toch begrepen dat rijk worden zonder werken een mens stommiteiten laat doen … Maar allee … einde alles, goed is goed, he !"4



9.4.10. Godsdienst en katholieke geest


We hebben al gezien hoe op Amoras de bouw van de kathedraal de katholieke Vlaamse geest van de bevolking symboliseert. Maar ook op andere momenten gaat Vandersteen de "religieuze" toer op. Zo steekt Sidonie een kaars aan voor een heiligenbeeldje nadat ze een brief gelezen heeft van Lambik waarin hij vertelt dat hij naar het vreemdelingenlegioen vertrokken is.1

In Bibbergoud verspreiden rooksignalen de boodschap dat Lambik met een Indiaanse gaat trouwen. Suske en Wiske lezen ze : "Wiske, dat moeten we beletten. Als Lambik ooit trouwt, zal het in de kerk zijn !"2

En in sommige uitspraken wordt verwezen naar het religieuze : "Alsof de duivel hen op de hielen zat"3, "Wiske, als ik u niet meer moest zien, "rendez-vous" aan de poort van de hemel he !"4, "Wiske ! Laat mij toch nog eerst eens bidden !"5, "Als ge voor mij in de hemel zijt …"6, "De hemel wee wat we er gaan vinden."7 Ook doen personages in nood wel eens hun akte van berouw8 en wordt "het goede"9 geassocieerd met de hemel.

En in De Bokkerijder, bij de ontdubbeling van Suske in een goede en een slechte "ik", schrijft Vandersteen : "Al het kwaad dat in Suske zit en dat hij jarenlang met bidden en braaf zijn bedwongen heeft, komt door het draaien aan de staart van de bok onder de vorm van een tweede Suske te voorschijn."10

Hetzelfde gemoraliseer komt ook voor in De Stierentemmer, waar Wiske de kleine Sprotje (na zijn avondgebed) duidelijk maakt dat hij zijn vijanden niet mag haten, maar hen in tegendeel moet vergeven.11

9.4.11. Oorlog


Doorheen de verhalen staan verschillende verwijzingen naar de Tweede Wereldoorlog. Zo worden een "luftschutzraum"1, "Carpet-Bombing"2, een luchtalarm3 vermeld, natuurlijk allemaal buiten de context.

Tegenover oorlog in het algemeen wordt een zeer negatieve houding aangenomen. Niet zo verwonderlijk in een tijd waarin er net een vreselijke achter de rug is. Zo wordt Koning Poefke geprezen als een brave man die nooit oorlog voert voor zijn plezier !" Maar Wiske heeft er weer iets op te zeggen : "Dat is dan niet zoals bij ons ! De laatste oorlog is maar pas gedaan of een vredesconferentie komt bijeen om de "allerlaatste" te organiseren."4

De vredesconferenties kunnen bij Vandersteen blijkbaar op niet veel krediet rekenen. Net als de geallieerden trouwens. Doorheen enkele opmerkingen neemt Vandersteen een negatieve houding aan ten opzichte van de geallieerden. Zo bijvoorbeeld in De Koning Drinkt, waarin Suske, Wiske en Sidonie in een magische spiegel de Middeleeuwse Sidonie zien die lastiggevallen wordt door een soldaat. Suske reageert geprikkeld : "He ! Ambrasmaker !.. Dat was zeker een vijandelijke of een geallieerde bezetter, Tante ?"5 De geallieerden als bezetters, ook Leopold III maakte deze vergelijking in zijn politiek testament. Maar ook bombardementfouten worden de geallieerden aangewreven. Als Wiske in De Mottenvanger vertelt dat de kraters op de maan het gevolg zijn van inslagen van brokstukken, verbetert Lambik haar : "Bijlange niet ! Dat zijn trechters van bommen die onder de oorlog naast de wereld zijn gevolgen bij het bombarderen van militaire-burger-objectieven !"6

Verder wordt er gezegd dat mensen die vechten altijd stom doen7, benadrukt Wiske dat ze niet op mensen schiet, ook al zijn ze vijanden zijn8, en vindt diezelfde Wiske : "Een weerloze vijand laat ge met rust …… als ge een mens zijt !"9 Elementaire regels vegen machtige leiders onder tafel. Zo negeert Sjam-Foe-Tchek een witte vlag : "Pf !… Als ik me dat allemaal moest aantrekken zou ik nooit zo machtig geworden zijn !"10

De atoombom wordt vermeld, volledig buiten de context. In Prinses Zagemeel krijgt een reus van zijn baas een "atoombommeke om op te zabberen !" als beloning. "Whoehahaha.. haha !! Een atoombommeke !! Wat zal ik snoepen !"11

9.4.12. Beschaving


In De Mottenvanger bleek al dat de beschaving zeker geen garantie is voor vrede. Volgens Lambik is er een oplossing om de mensen in vrede te doen leven : hen allemaal paardenmanieren leren : "'t Is toch waar, he ?.. Als we konden leven als een paard zouden we niets dan haver moeten kopen ! Geen zware huishuur meer, geen expansiezucht meer ! We breken alle huizen af en dan ieder zijn stukske weiland ….. en aan meststoffen zal het niet ontbreken, he ! En dan nooit geen oorlog meer … deze keer echt .. want hebt … … ge al eens paarden gezien die atoombommen uitvinden, of ambras maken op een vredesconferentie ? Nee he !. Dus …"1

Later bedenkt hij zich, hij gaat zijn plannen laten vallen : "Want ik zou dan eerst in de Volkeldingens moeten gaan en dan als een paald met al die ezels diskutelen, nee hool !!"2 Met andere woorden : de Verenigde Naties staan gelijk met ezels die ruzie maken op vredesconferenties !

Wapenfabrikanten zijn onverbeterbaar. Barabas vertelt over een man : "het was een agent van een wapenfabriek die de Stalen Stier wou kopen om hem met springstof te vullen … … en er in serie oorlogsmateriaal van te maken. Die heren zijn er altijd als de kippen bij om van een prachtige uitvinding een moordtuig te maken !"3

En blanken zijn niet beter dan anderen, ze zijn volgens Vandersteen zelfs wreder. "Aan uw wreedheid zou men zeggen dat ge een blanke zijt !"4, merkt Lambik op in Bibbergoud. De auteur vindt wreedheid en geweld zelfs een modeverschijnsel. Zo wil het arenapubliek in Spanje absoluut een stier zien doden : "Wij zijn proper gesteven burgers maar 't is de mode, wij willen bloed zien !!"5

In De Koning Drinkt wilt Sidonia een vleermuis neerschieten, maar Wiske wijst haar op de dierenbescherming. "O ! Wat is dat edel ! Een bond voor dierenbescherming !!!", reageert Sidonia. Maar Wiske weet wel beter : "Ja… De dag dat ze nu nog een bond voor mensenbescherming stichten is alles O.K.!"6

Tenslotte nog deze, waaruit blijkt dat Suske en Wiske niet erg in de wereld meer geloven. Terwijl ze in Amoras als vagebonden gekleed rondlopen, krijgen ze een mantel "om uw armoede te stoppen die een schande is voor onze welvarenden staat !" Wiske reageert echt verbaasd : "Een welvarende staat !?. Lieve edelmoedige mensen !?. Het is juist een sprookje !"7





1   ...   58   59   60   61   62   63   64   65   ...   158


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina