Sébastien Baudart 2e licentie geschiedenis Eindverhandeling Stripverhalen in de Belgische dagbladpers



Dovnload 3.95 Mb.
Pagina64/158
Datum22.07.2016
Grootte3.95 Mb.
1   ...   60   61   62   63   64   65   66   67   ...   158

9.6. Besluit


Het "echte" Nieuwsblad en De Standaard verschijnen in april en mei 1947 terug op de markt en beginnen onmiddellijk na hun herverschijnen strips te publiceren. Het Nieuwsblad begint met het primitieve "De Zwarte van Mijnheer De Wit", waarna de twee kranten samen het Britse Zonnedal publiceren.

Daarna slagen de kranten erin Vandersteen te laten overstappen, en dat zorgt ervoor dat deze de kranten op stripvlak gaat monopoliseren : dagelijks Suske en Wiske, wekelijks De Familie Snoek en ook wekelijks reeksen in Ons Volkske. Eén dagelijkse reeks is vrij weinig, maar er verschijnen wel telkens twee stroken.

Vandersteen is een begrip. Zijn naam wordt dan ook volop uitgespeeld in aankondigingen, en wordt steevast in de titels van de reeksen vermeld. Aankondigingen verschijnen vooral in de beginperiode bij de vleet (tot negen per verhaal), als de strijd met de Gids-groep nog hevig woedt. Na het derde verhaal wordt er geleidelijk afgebouwd, zodat de laatste verhalen maar één keer aangekondigd worden. Bij de start van een verhaal wordt ook twee keer een volledig artikel gepubliceerd. En ook buiten de verhalen wordt er aan Vandersteen aandacht besteed. Eind juli 1949 verschijnt tussen de korte berichten de aankondiging van de geboorte van zijn dochter.

Politiek gezien zijn de verhalen van Vandersteen zeer rijk. In de konings- en repressiekwestie worden ze mee ingeschakeld in de propaganda van de krant. En ook over een hele reeks andere zaken neemt Vandersteen standpunten in, zodat men kan zeggen dat hij de meest politiek geladen stripauteur is in de Belgische pers van dat moment. Andere tekenaars leveren soms (of over een korte periode) zulke politieke verhalen af, bij Vandersteen is het blijkbaar een handelsmerk.




10. La Wallonie




10.1. Historiek en situering


La Wallonie verscheen onder deze titel vanaf 1923. Door verschillende initiatieven vanaf het begin van de 20e eeuw, ontstond ze als Luikse editie van de socialistische krant Le Peuple. De Brusselse redactie had dan ook een grote invloed op de inhoud van de krant. Tijdens het interbellum steeg de oplage mede door het feit dat de Luikse afdeling staal van de socialistische vakbond, voor de vakbondsleden een abonnement op La Wallonie verplicht maakte.

Na een onderbreking tijdens de Tweede Wereldoorlog, verschijnt de krant terug op 11 september 1944. Ze wordt meer en meer een product van de vakbondsbeweging, die de krant in 1951 zou overnemen. Directie en hoofdredactie zijn in 1950 in handen van Isi Delvigne. Voor 1953 vermeldt Campé een oplage van 57.000 exemplaren.1

De krant stelt zich voor als "Quotidien belge illustré" en verschijnt zes keer per week (zaterdag en zondag vormen samen één krant), waarbij er telkens strips opgenomen worden. Het aantal pagina's klimt van 4 à 6 in 1946 tot 6 à 10 in 1950. Het formaat van de krant bedraagt 42 op 58 cm.

10.2. Nos feuilletons illustrés

10.2.1. Mandrake & Annie


De eerste stripstroken duiken in La Wallonie op in december 1945. Over zes afleveringen wordt een kortverhaal van Tarzan verteld, als reclame voor een bioscoopfilm. Daarna is het echter vier maanden wachten op het echte begin van de strippublicaties, die op woensdag 24 april 1946 van start gaan.

Op die dag starten namelijk de Amerikaanse reeksen "Mandrake le Magicien"1 en "La petite Annie Rooney"2, die gedurende zes maanden (tot begin november) de lezers van de krant zouden bezighouden. De twee reeksen zijn ballonstrips en zijn getekend in een realistische stijl. Mandrake is een gemaskerde onrechtbestrijder die over magische krachten beschikt. In de twee gepubliceerde verhalen verslaat hij een geleerde en zijn robot en zorgt hij ervoor dat een meisje voor haar 21e met de man van haar leven kan trouwen, en dit ondanks de tegenstand van haar voogden omwille van een erfeniskwestie.

Annie Rooney is dan weer een weesmeisje dat mishandeld wordt door haar voogdes en daarom constant op de vlucht slaat. Ze moet dan ook zelf voor haar onderhoud zorgen en probeert werk te vinden : maar het vinden van werk is zeer moeilijk voor zo'n meisje, en als ze al iets vindt, wordt ze ofwel uitgebuit, ofwel na korte tijd bedankt. Moeilijk is ze niet, ze wilt voor iedereen goed doen, ze wilt altijd iedereen helpen, wilt nooit een last zijn, en is ondanks alles altijd tevreden. Op een dag komt ze terecht bij de miljonair Billion, die zich over haar ontfermt. Hij overlaadt haar met luxe en cadeautjes, maar Annie blijft hetzelfde eenvoudige meisje : ze besluit een hoop andere kinderen van die rijkdom mee te laten profiteren. Soms slaat ze zelfs aan het filosoferen : "Bien sûr, j'aime toutes ces jolies choses que j'ai – et mes beaux habits et les servantes qui s'occupent de moi – Mais je crois que les gens peuvent être heureux même s'ils n'ont pas des tas d'argent."3 En haar goede geest gaat blijkbaar over op Billion, want op een dag besluit hij aan alle arme gezinnen van de stad een huis te schenken, gevolgd door andere weldaden. De publicatie van Annie eindigt met een scène waarin Annie en Billion naar de sterren kijken, en deze laatste zegt : "Les actions des hommes ne sont que futilités. On devrait forcer les hommes à étudier les planètes jusqu'à ce qu'ils comprennent qu'ils ne sont pas plus gros qu'un grain de poussière."4

10.2.2. De Belgische toer op


Op 30 oktober 1946 komen daar twee reeksen bij, zodat La Wallonie gedurende een week 4 stripstroken publiceert. En deze keer gooien ze het over een andere boeg, met de publicatie van Belgisch materiaal.

In "Le sept de trèfle" vertelt Marleb - een toenmalig pseudoniem van Jacques Martin1 - de avonturen van Kapitein O.W. Hard van Scotland Yard, de jonge Jack, en zijn kat Minne. Ze moeten het opnemen tegen de bende van de "sept de trèfle". Deze bende bedreigt alle hoofdsteden van de wereld met vernietiging door een nieuw atoomwapen als ze binnen de 24 uur geen miljard in goud krijgt. Maar de klaverenbende had blijkbaar zonder O.W. Hard en Jack gerekend : hun schuilbasis wordt vernietigd en de bende ingerekend. Het verhaal, dat soms een beetje verwarrend is, wordt gebracht in een zeer nette klare-lijnstijl.

De tekenaar zou daarover later in een interview verklaren : "Très vite, j'ai executé des dessins pour des agences de publicité, mais aussi pour des journaux comme L'indépendance de Charleroi et La Wallonie de Liège. Le premier personnage que j'ai créé pour une aventure intitulée Le Hibou Gris s'appelait Jack et son petit chat blanc : Minne, héros inspiré de Tintin. Avec ce personnage, là, j'ai entrepris une autre histoire : Le Sept de Trèfle."2 Voor zover bekend is de publicatie in La Wallonie de eerste3. Het verhaal zou op de krant beland zijn door een man die Martin leerde kennen op een Brussels reclamebureau, en die zijn werk aan verschillende uitgevers was gaan voorstellen.4

Het tweede Belgische verhaal dat La Wallonie publiceert, is getiteld "Les aventures de Folichon dans la résistance", en zou meer dan een jaar lopen. Zoals de titel het al aangeeft, worden hierin de avonturen van een verzetsstrijder verhaald door een onbekende auteur. Op dit verhaal zal verder dieper ingegaan worden.





1   ...   60   61   62   63   64   65   66   67   ...   158


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina