Sébastien Baudart 2e licentie geschiedenis Eindverhandeling Stripverhalen in de Belgische dagbladpers



Dovnload 3.95 Mb.
Pagina69/158
Datum22.07.2016
Grootte3.95 Mb.
1   ...   65   66   67   68   69   70   71   72   ...   158

11.3. Besluit


De Nieuwe Gazet wil blijkbaar net als alle andere kranten strips publiceren, maar kan zich waarschijnlijk door gebrek aan financiën1 niet te veel veroorloven. De vier vervolgverhalen worden tweedagelijks gepubliceerd : er verschijnen alleen afleveringen op woensdag, vrijdag en zondag. "Petrus en zijn rakkers" verschijnt vier keer per week, van woensdag tot zondag. Met uitzondering van "Ali Baba", wordt ook altijd maar één strip tegelijk gepubliceerd. Dat wat de zuinigheid betreft.

Nu de recyclage … De gepubliceerde verhalen kunnen in twee groepen verdeeld worden. In de eerste groep horen de twee eerste verhalen thuis, in de tweede de producties van Bob De Moor. Wat de eerste groep betreft : "Tom de Negerjongen" werd al in 1933-1934 in de Nederlandse pers gepubliceerd2 en ergens in de jaren 1930 in de Vlaamse Volksgazet3. Over "de vrolijken Ab" heb ik verder niets teruggevonden, maar qua stijl sluit het verhaal meer aan bij de productie van de jaren 1930 dan bij die van de jaren 1940.

En wat de tweede groep - de verhalen van Bob De Moor - betreft, deze werden al eerder in andere publicaties opgenomen. "De dodende wolk" stond al in "Overal"4 in 1948, "Het land zonder wet" in "'t Kapoentje"5 van 1948 (nr. 42) tot 1949 (nr. 17). En "Petrus en zijn rakkers" is niets anders dan een andere titel voor De Lustige Kapoentjes, die De Moor van 1947 tot begin 1949 voor datzelfde "'t Kapoentje" tekende. 6 De term "De Kapoentjes" is trouwens regelmatig in de tekst terug te vinden7.

De Nieuwe Gazet stelde zich dus zowel tevreden met vooroorlogse strips als met strips die recent in de katholieke pers verschenen waren. Origineel is wel dat ze voor dat bestaand materiaal een beroep doen op de Belgische Artec-Studio's, in plaats van op de buitenlandse agentschappen. Ook interessant om op te merken is de plotse verandering in het stripbeleid van de krant. Na de twee "kinderverhalen", kiest De Nieuwe Gazet duidelijk voor reeksen die een groot publiek kunnen aanspreken.

Politiek komt in de gepubliceerde verhalen, op enkele uitzonderingen na, niet echt aan bod. In "De dodende wolk wordt er wel gewezen op het gevaar van uitvindingen die verkeerd gebruikt worden en op het gevaar voor oorlogen als bepaalde landen zich door het bezit ervan onaantastbaar voelen.

Om dit deel te besluiten, nog even iets over de vermelding van de auteurs in De Nieuwe Gazet. Bij geen enkel verhaal wordt naast de titel de auteur vermeld, en ook in de aankondigingen, waarvan er per verhaal 1 à 4 verschijnen, wordt over de auteurs gezwegen, op een kleine "onze tekenaar"8 na. Handtekeningen zijn alleen terug te vinden in "Tom de Negerjongen" (H.K., H. Kannegieter), "De dodende wolk" (Bob, Artec Studio's) en soms in "Het land zonder wet" (idem).






12. Le Drapeau Rouge




12.1. Historiek en situering


Le Drapeau Rouge, de publicatie van de "Parti Communiste de Belgique" is in oktober 1921 ontstaan als weekblad, een maand na de oprichting van de PCB. Vanaf 1 januari 1924 werd de publicatie dagelijks, om in 1929 weer wekelijks te worden. In 1936 deed Joseph Jacquemotte een nieuwe poging om een communistisch dagblad op te richten, en de titel werd "La Voix du Peuple". In oktober 1939 werd deze krant echter door de regering van Nationale Unie verboden. Tijdens de Tweede Wereldoorlog verscheen Le Drapeau Rouge als clandestiene krant.

Op 5 september 1944 verschijnt het dan terug als dagblad. Le Drapeau Rouge zou echter nooit een grote krant worden door een gebrek aan financiële middelen. Om de krant in leven te houden moet er al snel beroep gedaan worden op bijdragen van militanten. Met ingezamelde gelden wordt in 1948 een eigen drukkerij opgericht. Met de oplage gaat het ook al snel de verkeerde richting uit. Volgens Rode Vaan-hoofdredacteur Bert Van Hoorick had Le Drapeau Rouge in 1945 een oplage in de 60.000 exemplaren. Een schatting van Het Laatste Nieuws-medewerker Marcel Stijns geeft voor 1951 nog 3000 exemplaren.1

Net zoals haar Vlaams broertje De Roode Vaan, kent Le Drapeau Rouge onmiddellijk na de Tweede Wereldoorlog dus een redelijk succes, onder andere door het feit dat alle kranten door het papiertekort in een gelijke concurrentiepositie terechtkomen. Als het papiertekort ten einde is, moet de communistische pers het afleggen tegenover de andere kranten, die al snel meer te bieden hebben. Maar ook andere elementen zijn verantwoordelijk te stellen voor het tanend succes van de communistische pers : het anti-communisme dat gepaard gaat met de opkomende Koude Oorlog en het onvermogen van de krant om zich af te stemmen op de verwachtingen van haar publiek.2

De communistische pers verschilt namelijk van de andere kranten, in die zin dat ze eigenlijk vooral een propaganda-instrument is voor de politiek van de Communistische Partij. De bedoeling is niet alleen het nieuws te brengen, maar vooral de lezer te overtuigen van het gelijk van het communisme.3 Het "Jaarboek van de Belgische Pers" vermeldt voor 1950 Jean Terfve als directeur4 en Pierre Joye als hoofdredacteur van de krant.5 Voor de onmiddellijke naoorlog vermeldt Aloïs Gerlo (oud-hoofdredacteur van De Roode Vaan) Felix Coenen als hoofdredacteur, maar deze werd snel aan de kant gezet.6

De eerste twee weken verschijnen Le Drapeau Rouge en De Roode Vaan nog samen, elk op een kant van een blad. Vanaf 18 september gaan ze als ééntalige publicaties verder. Le Drapeau Rouge vermeldt als ondertitel "Organe Central du Parti Communiste de Belgique" of een variant7 ervan. In 1946 telt de krant dagelijks 4 pagina's, in 1950 4 à 6 pagina's. De prijs wordt al op 1 juli 1949 op 1,50 frank gebracht, nog maar eens een illustratie van de slechte financiële positie van het blad.



1   ...   65   66   67   68   69   70   71   72   ...   158


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina