Sébastien Baudart 2e licentie geschiedenis Eindverhandeling Stripverhalen in de Belgische dagbladpers



Dovnload 3.95 Mb.
Pagina7/158
Datum22.07.2016
Grootte3.95 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   ...   158

1.3. Typologie


Men kan verschillende criteria gebruiken om de Belgische kranten uit deze periode in verschillende groepen in te delen. Het onderscheid tussen Vlaamse en Franstalige pers lijkt evident. Er waren echter uitzonderingen : er werden in Vlaanderen enkele Franstalige kranten uitgegeven ten behoeve van de Franstalige bevolkingsgroepen.

Een ander criterium is het onderscheid tussen nationale en regionale pers. Nationale kranten zijn kranten die over een volledig taalgebied goed verspreid worden, van regionale kranten is de verspreiding meestal beperkt tot één of enkele provincies of arrondissementen. Natuurlijk is het bij sommige titels zeer moeilijk om ze in een bepaalde categorie te plaatsen.1

Men kan ook een onderscheid maken tussen meer elitaire en meer populaire bladen. Terwijl de meer elitaire pers zich meer richt op harde onderwerpen zoals politiek en economie, zal men in de populaire pers meer aandacht besteden aan sport en fait-divers.

Tenslotte is er nog de ideologische strekking van de krant. Eén van de kenmerken van de Belgische pers, vooral in de betrokken periode, is namelijk de verzuiling. De Belgische samenleving op zich was onderverdeeld in verschillende "zuilen" of "werelden", die aansloten bij één of andere politieke strekking. Zo had men bijvoorbeeld een katholieke zuil, een socialistische zuil, een liberale zuil, … Dat was in de pers niet anders : de meeste kranten behoorden tot één of andere zuil en leunden dus politiek en/of ideologisch aan bij een politieke partij, vakbond of organisatie.

Er konden verschillende soorten van banden bestaan. Zo kon de krant eigendom en officiële spreekbuis zijn van een partij (bv. Le Peuple, De Roode Vaan, Le Drapeau Rouge), Ze kon voortkomen uit organisaties die banden hadden met de partij (Volksgazet, Vooruit, Het Volk). Of ze kon gewoon onafhankelijk zijn, maar ideologisch aansluiten bij één of andere zuil (De Standaard, La Libre Belgique, Het Laatste Nieuws). In Franstalig België bestond er ook nog een "neutrale" pers, die bij geen enkele zuil aanleunde (Le Soir).2

1.4. Oplagecijfers


Oplagecijfers zijn zeer moeilijk te controleren. Toen de zegelbelasting nog van kracht was, kon men op die manier de oplages van kranten achterhalen. Maar later kwamen de uitgevers zelf met hun oplagecijfers naar buiten en dat heeft zo zijn gevolgen. Spijtig genoeg voor de objectieve informatie werden deze cijfers meer dan eens opgeblazen om meer reclame-inkomsten binnen te halen. In 1951 werd uiteindelijk een controle-orgaan opgericht : de "Dienst voor publicitaire verspreidingsanalyse" (Devea/Ofadi).1

Tijdens de periode 1945-1950 bestond er dus nog geen controle. Alle cijfers die verder zullen vermeld worden, komen dus uit publicaties die uitgaan van uitgeverscijfers of schattingen.



1.5. Functies van de pers


Jean Gol vermeldt in zijn "La Presse en Belgique" de drie functies van de pers : informeren, opinies uitbrengen en ontspannen.1

De eerste functie lijkt te zijn wat de meeste mensen van een krant verwachten : het nieuws brengen. De krant moet uit alles wat er in de wereld gebeurt een selectie maken, waarover dan in één van de edities geschreven wordt.

Daarnaast brengt de krant opinies uit, neemt ze standpunten in over het nieuws. In een politiek zeer geagiteerde periode zoals de tweede helft van de jaren '40 was dit van groot belang. Kranten namen harde standpunten in en polemiseerden onder elkaar over allerlei onderwerpen, zoals het beleid van de regeringen, de repressie van de collaboratie en de koningskwestie. Redacteurs schrokken er ook niet voor terug om de kranten van een andere zuil (of van de concurrentie) met woorden aan te vallen. De positie van journalist is dus een sterke positie, die in staat stelt ideeën, waarden, standpunten, … aan het publiek door te geven2. Standpunten die afkomstig kunnen zijn van de maatschappij, de zuil, de krant of de journalist zelf.

De derde functie van de pers, ontspannen, kan zeer breed geïnterpreteerd worden. Het nieuws brengen kan ook al een vorm van ontspanning zijn, maar daarnaast namen kranten ook specifieke ontspanningselementen op zoals kruiswoordraadsels, prijsvragen, romans en … strips !



2. Strips in de pers

2.1. Historiek


Zoals hoger al vermeld, kregen strips een belangrijke plaats in de Amerikaanse pers vanaf het begin van de twintigste eeuw. Ze zouden er niet meer uit verdwijnen. Europa en België volgden tijdens het interbellum.

Het is echter zeer moeilijk om zich op basis van de literatuur een beeld te vormen van wat er tussen de twee wereldoorlogen in de Belgische pers gepubliceerd werd. De beschikbare informatie is meestal nogal fragmentair. Zo geeft Danny De Laet in zijn "Het Beeldverhaal in Vlaanderen" alleen Vlaamse auteurs en zeer vage tijdsaanduidingen. De volgende auteurs publiceerden bijvoorbeeld tijdens de jaren '30 in de Vlaamse pers : Frans Van Immerseel en H. Kannegieter in Gazet van Antwerpen, Frans Piët in De Nieuwe Gazet en nog eens Kannegieter met "Tom de Negerjongen" in De Volksgazet. Alleszins kan gezegd worden dat men in de Belgische pers vanaf de jaren '20 "tekenverhalen" kan vinden, met een versterking in de jaren '30 met de publicatie van Amerikaans en Nederlands materiaal. 1



2.2. Functie


Zoals hierboven al gezegd, droegen en dragen strips bij tot de ontspanningswaarde van de krant. Krantenbazen wisten heel goed dat ze via de publicatie van strips een publiek konden aantrekken én dat ze daardoor het publiek trouw konden laten worden aan hun krant. De opdracht van de strips was : het publiek verleiden en binden. Door het publiceren van afleveringen die eindigen met een "cliffhanger" moet het publiek nieuwsgierig gemaakt worden naar het vervolg … en dus de volgende dag dezelfde krant kopen.1

Het enorme belang van een populaire stripreeks blijkt goed uit de volgende anekdote. Toen Willy Vandersteen in 1947 met zijn Suske en Wiske overstapte van de NV De Gids naar De Standaard, zouden 20 000 tot 25 000 abonnees gevolgd zijn. Onder voorbehoud van enige overdrijving natuurlijk …2 Kousemaker schrijft hierover : "de Vlaamse krantenbonzen waren zich zeer bewust geworden van het feit dat de schommelingen van het abonnementsbestand zeer gevoelig waren voor het al of niet opnemen van strips."3

Peeters vermeldt een Amerikaanse enquête uit het interbellum waaruit bleek dat zestig percent van de lezers zijn krant opende op de comic-pagina.4 En ook toenmalig journalist Pierre Stéphany vertelt dat de strips het eerste was wat de lezers in de krant bekeken.5

Maar daarnaast konden strips ook nog een andere functie vervullen. Ze konden mee ingeschakeld worden in de opiniëring. Niet alleen journalisten konden opinies doorgeven aan hun lezers, ook stripauteurs konden zelf of onder invloed van de redactie via hun verhalen politieke boodschappen en standpunten overbrengen. Of de redactie kon via de aankoop van buitenlandse reeksen hetzelfde doen. Door de populariteit en de gemakkelijke leesbaarheid van de strips kon de impact op de lezers redelijk groot zijn. Maar dat is stof voor deel drie.

Zoals zal blijken uit de hieropvolgende contextschets, was er in die eerste naoorlogse jaren alleszins geen gebrek aan hete politieke onderwerpen …


Deel 3 :
Politiek-maatschappelijke context,
1945-1950




1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   ...   158


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina