Sébastien Baudart 2e licentie geschiedenis Eindverhandeling Stripverhalen in de Belgische dagbladpers



Dovnload 3.95 Mb.
Pagina72/158
Datum22.07.2016
Grootte3.95 Mb.
1   ...   68   69   70   71   72   73   74   75   ...   158

12.3.3. Hagiografische propaganda


In dit verhaal staan de solidariteit onder de arbeiders, het patriottisme, het communistisch verzet en de heldendaden van Fabien centraal. Al zeer snel wordt de nadruk gelegd op "het volk" en op solidariteit. Fabien wordt aangeduid als een "enfant du peuple", laat geld inzamelen voor de "broeders" die staken, laat de arbeiders niet beledigen, is syndicaal actief, steunt de communistische pers (L'avant-garde, L'Humanité), en gaat bij het uitbreken van de oorlog onmiddellijk het verzet in.

Hij wordt voorgesteld als plichtsbewust1 en fier, is enorm strijdvaardig, en zet ondanks het harde leven, de arrestaties, de folteringen en de opgedane verwondingen altijd door. In de inleidende samenvattingen die elke aflevering voorafgaan, worden zijn daden verheerlijkt : "Après un repos nécessité par les graves blessures reçues en Espagne …"2, "Après avoir glorieusement combattu …"3, "Après une brillante conduite en Espagne dans les brigades internationales, Fabien, des 1930, se lance dans la lutte contre la 5ème colonne, puis contre l'occupant Hitlérien en abattant le premier nazi au métro Barbès. Fabien donne le signal de la lutte armée."4 Voor de lezer lijkt Fabien tot zijn dood wel een onoverwinnelijke strijder die alles doorstaat en die alles aankan, op het einde wordt zelfs gezegd "Fabien est partout". Door het niet vermelden van andere verzetsorganisaties lijkt het ook alsof het communistische verzet op haar eentje voor de bevrijding van Frankrijk gezorgd heeft. Een "formidable offensive" van het Rode Leger wordt nog vermeld, maar van de geallieerden is totaal geen sprake.

Het spreekt voor zich dat men in zo'n verhaal elke objectieve weergave van de feiten mag vergeten. De rol van het communistische verzet wordt verheerlijkt, die van de nazi's en het Pétain-regime zo slecht mogelijk voorgesteld. Verzetsstrijders verrichten heldendaden, Duisters moorden … Ook het Frans regime van voor de Duitse inval moet het trouwens ontgelden, en dit mede door een selectieve weergave van de feiten. Dat de akkoorden van Munchen als een "honteuse trahison" voorgesteld worden is conform aan het communistische standpunt van toen. Maar over het door de communisten niet afgekeurde Molotov-Von Ribbentrop-akkoord wordt er met geen woord gerept. Het verbieden van de krant L'Humanité, en het oppakken van communisten, die daar een gevolg van waren, worden dan ook uit hun context gerukt.

De Communistische Partij wordt in het verhaal niet bij naam genoemd. Waarschijnlijk is het voor de lezer duidelijk genoeg waar het over gaat : de figuur van Fabien, de FTP, het drukken van L'Humanité, het veelvuldig gebruik van het woord "camarades". En aangezien het verhaal oorspronkelijk in de Franse communistische pers gepubliceerd werd, was alles voor de lezer wel duidelijk.

Het verhaal past ook zeer goed in de politieke context. In 1950 bevindt de Koude Oorlog zich namelijk op een hoogtepunt en hebben de communisten het in verschillende Europese landen moeilijk. De Fabien-biografie kan dan ook gezien worden als een in herinnering brengen van wat de communisten tijdens de Tweede Wereldoorlog gedaan hebben voor het land. Ook kan er een link gelegd worden tussen het anticommunisme van het einde van de jaren 1930, dat aan bod komt in het verhaal, en het anticommunisme anno 1950.

12.4. Besluit


Le Drapeau Rouge is er net na de oorlog zeer vroeg bij om strips te publiceren. Door de gagstroken die in juni en juli 1945 opgenomen worden, is de krant zelfs bij de eerste waarin strips verschijnen. Ook de publicatie van het originele verhaal "Les Trafiquants de Tchoung-King" laat veel goeds voorspellen, spijtig genoeg is het verhaal na enkele afleveringen afgelopen. Daarna zouden alleen nog enkele Reinaert-stroken en gagstroken gepubliceerd worden én het Colonel Fabien-verhaal. Het stripbeleid van La Drapeau Rouge is dan ook zeer pover te noemen. Waarschijnlijk waren een gebrek aan financiële middelen en een gebrek aan interesse voor strips vanwege de leiding van de krant daar de oorzaak van.

Les Trafiquants is speciaal voor de krant gemaakt, de andere verhalen haalt Le Drapeau Rouge gewoon bij de collega's van de Franse communistische pers. Dit toont aan dat, als men maar wilde, er genoeg strips waren die men uit Frankrijk kon importeren om in Le Drapeau Rouge te publiceren. De Franse communisten publiceerden strips in hun dagbladpers en in het populaire jeugdtijdschrift "Vaillant", zodat er zeker geen gebrek was aan strips in overeenstemming met de partij-ideologie1.

Politieke elementen komen eigenlijk alleen in het Fabien-verhaal voor, maar dan wel in overgrote dosis, zodat het meer "propaganda" wordt dan "verhaal". Deze strip is althans het bewijs dat men strips kon publiceren en tegelijkertijd communistische propaganda voeren. Aankondigingen heb ik in Le Drapeau Rouge niet kunnen terugvinden. En wat de auteurs betreft, deze worden alleen vermeld door middel van hun handtekening.

Tot besluit kan dus gezegd worden dat Le Drapeau Rouge op verschillende momenten wel pogingen gedaan heeft om strips te publiceren, maar dat heeft nooit lang geduurd. Van een echt stripbeleid kan dus geen sprake zijn.


13. De Ro(o)de Vaan




13.1. Historiek en situering


De Roode Vaan1 werd in september 1921 opgericht als officieel Vlaams orgaan van de Communistische Partij van België. Het verscheen als weekblad tot 1937, jaar waarin de titel veranderd werd in "Het Vlaamsche Volk" om een groter publiek te kunnen bereiken. Tijdens de oorlog verscheen De Roode Vaan illegaal, om vanaf 5 september 1944 officieel terug zijn intrede te doen in de Belgische perswereld. Tijdens de eerste jaren na de oorlog wordt nauw samengewerkt2 met de Franstalige tegenhanger "Le Drapeau Rouge".3

Hoofdredacteurs in de naoorlogse periode zijn : Gerard Van Moerkerke, Bert Van Hoorick (vanaf mei 1945), Aloïs Gerlo4 (vanaf november 1945), Bob Dubois (vanaf mei 1946) en terug Gerard Van Moerkerke (vanaf oktober 1947).5 Wat de oplages betreft, worden voor de succesperiode (onmiddellijk na de bevrijding dus) cijfers vermeld tussen 30 en 40 000. Tegen midden 1946 zouden die dan gezakt zijn tot 20 000, om nog later eerder naar de 10 000 te neigen. Het hoogtepunt van de krant valt dus nauw samen met het hoogtepunt van de KPB. Bij de neergang van de communistische partij zou ook De Rode Vaan in de klappen delen.6

Ondertitel van de krant is onmiddellijk na de bevrijding "Orgaan der Vlaamsche Kommunistische Partij", om na verloop van tijd te evolueren tot "Dagblad der Kommunistische Partij van België". De krant verschijnt zes keer per week, zodat zaterdag en zondag samen één krant vormen. De Ro(o)de Vaan telt dagelijks tussen de 4 en de 6 pagina's op groot formaat en schakelt, net als Le Drapeau Rouge, vanaf 1 juli 1949 over op een tarief van 1,50 frank.



1   ...   68   69   70   71   72   73   74   75   ...   158


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina