Sébastien Baudart 2e licentie geschiedenis Eindverhandeling Stripverhalen in de Belgische dagbladpers



Dovnload 3.95 Mb.
Pagina74/158
Datum22.07.2016
Grootte3.95 Mb.
1   ...   70   71   72   73   74   75   76   77   ...   158

13.3.3. Boon en Roggeman op De Roode Vaan


Louis Paul Boon werd op De Roode Vaan binnengehaald door de toenmalige hoofdredacteur Bert Van Hoorick. Hij werkte er vanaf juli 1945, maar mocht zijn werk pas ondertekenen vanaf oktober 1945. In de beginperiode hield hij zich bezig met redactioneel werk. Na een tijdje krijg hij een vaste rubriek en werd hij zelfs verantwoordelijk voor de pagina "Kunsten en Letteren".

Dezelfde Bert Van Hoorick zorgde ook voor de aanwerving van Maurice Roggeman, die op de redactie de lay-out en tekeningen verzorgde. Roggeman werkte, naast Proleetje en Fantast, ook samen met Boon aan een aantal reportages.

Maar aan de bloeiperiode van De Roode Vaan kwam blijkbaar snel een einde. In de loop van 1946 begon de oplage al serieus te dalen, zodat besparingen nodig werden. Van besparingen komen ontslagen, zodat Boon in september 1946 bedankt werd voor bewezen diensten. Dankzij de opzegtermijn kon hij echter blijven publiceren tot januari 1947. In de zomer van 1947 zouden trouwens ook Maurice Roggeman en andere medewerkers1 ook aan de deur gezet worden.

Over het ontslag van Boon wordt in de literatuur veel gespeculeerd. Financiële redenen blijken de hoofdzaak te zijn, maar er valt zeker niet te ontkennen dat het feit dat hij weinig partijdiscipline toonde en niet echt in het partijkader paste (hij was nogal alternatief), ervoor zorgde dat hij het eerste slachtoffer van de besparingen werd. Boon had het namelijk moeilijk met de strenge controle2 die de partij instelde op alles wat er in de krant verscheen en was niet echt gediend met doctrines.3 De waarheid ligt dus waarschijnlijk in een samenspel van deze twee factoren.4



13.3.4. Proleetje en Fantast


Over Proleetje en Fantast is al bij al weinig geschreven. Alhoewel, mocht Louis Paul Boon er niet bij betrokken geweest zijn, was het verhaal waarschijnlijk, zoals zoveel andere strips, in de vergeethoek beland.

Als we de auteurs zelf mogen geloven, kende hun verhaal een zeker succes. "Samen met mijn vriend Roggeman begonnen we ook aan een stripverhaal. Ik schreef de tekst en hij maakte de tekeningen, het heette : "Proleetje en Fantast", en in het begin waren duizenden lezers erop verzot."1 Maurice Roggeman was zich blijkbaar wel bewust van de slordigheid van zijn product : "Het stripverhaal Proleetje en Fantast met de mooie teksten van Louis had veel succes, ondanks de onbehouwen tekeningen van mij. Ik had er trouwens niet voldoende tijd voor en deed dit tussen mijn ander werk door en beschikte soms over minder dan een uur, zonder de minste documentatie."2 "We hebben daar goed samengewerkt, de reportage Brussel een oerwoud en dat stripverhaal. Proleetje en Fantast – alhoewel ik dat laatste toch van mindere kwaliteit vind, ik was daar niet bedreven genoeg in."3

Ook Bert Van Hoorick vermeldt de strip in een interview en in zijn "herinneringen" : "Met Maurice heeft hij verder dat merkwaardige stripverhaal gemaakt, Proleetje en Fantast. Dat is een van de eerste Vlaamse realisaties in dat genre, echt vooruit op zijn tijd."4 "Ik slaag erin Louis Paul Boon en Maurice Roggeman voor de redactie aan te werven, want ik wil de krant wat leesbaarder maken met reportages van hen beiden zoals Holland door de voorruit gezien en Brussel, een oerwoud. Zij zorgen ook voor een eigen stripverhaal, want de door buitenlandse agentschappen aangeboden stripverhalen kunnen we niet betalen. Zo worden "Proleetje en Fantast" geboren, waarvoor Boon de teksten maakt en Roggeman de tekeningen."5

Dit laatste aspect klinkt nogal paradoxaal. Meestal wordt de hoge kostprijs van eigen producties en de lage prijzen van agentschapstrips vermeld als reden om geen eigen auteur(s) aan het werk te zetten. Dat De Roode Vaan zich toch een eigen strip kon permitteren, ligt waarschijnlijk aan het feit dat het verhaal nogal snel geproduceerd werd6, door twee mensen die op de redactie werkten.7 Dat leidde natuurlijk tot een zekere slordigheid (vooral in de tekeningen), maar of de lezers zich daar iets van aantrokken ?

Over het ontstaan van het tweede verhaal, zonder Boon, schrijft Willem M. Roggeman in de inleiding van de albumuitgave van Proleetje en Fantast het volgende : "Tegen het tijdstip dat het eerste verhaal ten einde liep, werd Boon ontslagen. Maar toen kwamen er talloze brieven op de redactie van lezers, die er zich over beklaagden dat de avonturen van P&F niet meer verschenen. De toenmalige redactiesecretaris Maarten Thijs besliste dat het stripverhaal voortgezet zou worden door Maurice Roggeman. Deze moest nu ook voor de teksten zorgen, die door Rosa Michaut zouden worden nagelezen en verbeterd."8

In een artikel in "Stripschrift" wordt het volgende vermeld : "Als elk dagblad moest ook De Roode Vaan naar Amerikaans voorbeeld een strip. Er was uiteraard geen sprake van dat er een kapitalistische strip gekocht zou worden. Er kon trouwens uit geldgebrek niets gekocht worden. Op verzoek van de redactie bedacht Boon de hoofdfiguren Proleetje en Fantast. Illustrator Maurice Roggeman maakte er de tekeningen bij."9

Aan deze uitleg blijkt vanalles te schorten. Niet zozeer naar Amerikaans voorbeeld, maar eerder om de concurrentie met de andere Vlaamse kranten aan te kunnen, was een strip nodig. De Roode Vaan was op het moment van de start van Proleetje en Fantast namelijk ongeveer de enige Vlaamse krant die geen strip(s) publiceerde. En er werd wel iets gekocht : het Jochem Jofel-verhaal dat het gat tussen de twee "Proleetje en Fantast"-verhalen opvult, werd in Nederland aangekocht.

13.3.5. Proleetje en Fantast in het land van Koning Trust


Het eerste verhaal van Proleetje en Fantast1 is het verhaal van een klassenstrijd, van een arbeidersvolk dat in opstand komt tegen de wrede koning Trust. Dankzij de kinderen Proleetje en Fantast slaagt de bevolking erin de wreedaard uit de weg te ruimen en een nieuwe wereld op te bouwen.

Al vanaf de eerste strook wordt de sfeer gezet door de sterke tegenstelling tussen Trust en zijn volk. Koning Trust zit op een troon, met een dikke mantel aan, een staf in de hand en een grote sigaar in de mond. En dat terwijl zijn volk van slaven, dat in krotten woont en amper genoeg te eten heeft zich voor hem "krom en blind" moet werken.

Trust staat natuurlijk niet alleen : hij wordt in zijn macht bijgestaan door een leger. Een leger dat bestaat uit Vleiers - met als wapens spuittoestellen die een bedwelmende geur verspreiden -, Dommerikken – "zo gedachteloos dat ze bij het kleinste bevel om zich heen beginnen te slaan"2 - en tenslotte de Bedriegers. Deze bedriegers (ook wel spiegelmannen genoemd), afgebeeld als goed in het vet zittende bourgeois, met hoge hoed en bril, hebben als taak de arbeiders bedriegende spiegels voor te houden, waarin de wereld er veel beter uitziet. Als een arbeider erin kijkt, ziet hij zichzelf in burgerlijke kleren en met geld op zak.

Tegen deze overmacht beslissen enkele kinderen, waaronder natuurlijk "onze kleine helden" Proleetje en Fantast, samen te werken en in opstand te komen : "Laten wij ons verenigen en sterk worden"3, laten ze horen. De kinderen gaan leden werven, schilderen het teken van de Sovjetunie op de muren en gooien pamfletten binnen bij de mensen. Maar hun "grote plan" of "grote doel" is natuurlijk Koning Trust uit de weg te ruimen. Proleetje en Fantast gaan samen hun leven wagen voor het "geluk en de vrijheid der anderen".

De twee jongens dringen dus de burcht van de koning binnen, en na een gevecht met Trust en een achtervolging door de Dommerikken, komen ze terecht in de handen van Dr. Apokalipsus, ook wel Apenkop genoemd. Deze geleerde, gekleed als een tovenaar in een lang zwart kleed met afbeeldingen van manen en sterren, werkt voor Trust. Hij heeft namelijk vloeistoffen samengesteld om mensen te vergroten en te verkleinen. De bedoeling is de macht van koning Trust te versterken door van zijn soldaten echte reuzen te maken. Dat het mengsel onder andere samengesteld is uit briefjes van 1000 frank, wijst er nog maar eens op hoezeer de wrede koning in het geld zwemt.

Maar Proleetje en Fantast slagen erin het goedje te bemachtigen en groeien dus als reuzen, waarna ze Apokalipsus zijn "rechtvaardige straf" geven door hem tot de afmetingen van een muis terug te brengen.

Louis Paul Boon vindt het blijkbaar grappig om Trust volledig belachelijk te maken. Na een gevecht ligt de koning hulpeloos in bed, volledig ingepakt met verbanden, waarbij het commentaar luidt : "Maar lieve deugd, waar is der oud'ren fierheid en de sigaar van koning Trust heengevaren ?"4. En als hij probeert te vluchten, komt hij zelfs terecht in zijn onderbroek … het begin van zijn ondergang. De vernedering gaat verder als Proleetje en Fantast hem als projectiel voor hun "nieuw geheim wapen" gaan gebruiken … en Fantast na gebruik ervan duidelijk zijn handen afkuist. Trust wordt dus nog eens afgebeeld als iets "vuil".

Een groot gevecht tussen de reuzen Proleetje en Fantast en de mannen van Trust ontplooit zich, waarbij onder het Trustleger zelfs doden vallen. Vervolgens dringen de twee jongens de gangen van het kasteel binnen, maar niet vooraleer ze een waarschuwingsbriefje voor de lezer geschreven hebben, waarin te lezen staat : "Lieve vrienden ; zoals bij de aanvang moet hier nogmaals gewezen worden op de meer ernstige ondertoon van dit verhaal. Vergeef ons omdat het weer wat droevig wordt, maar ook gij zult weldra bemerken dat het in het leven niet altijd koek en deeg is. Proleetje en Fantast."5 Boon legt met deze boodschap duidelijk een link naar de werkelijkheid en maakt zijn lezers duidelijk dat ze het verhaal ook zo moeten lezen.

De waarschuwing was enigszins op haar plaats, want in de kelders bemerken ze graatmagere, zelfs skeletachtige mannen, allemaal vastgeketend aan de muren : de slaven van koning Trust, die duidelijk mishandeld geweest zijn. Alle slaven worden bevrijd, en de wraak wordt voorbereid : "de optocht der slaven" komt op gang. De slaven verenigen zich "eensgezind in een vrijheidsleger" "om een einde te stellen aan het duizendjarig rijk van koning Trust". Proleetje wordt aangesteld als aanvoerder en de aanval wordt ingezet.

Maar de verleidende kracht van de Vleidampers en Spiegelmannen is groot, zodat sommige slaven aan de vijand niet kunnen weerstaan. Dit belet echter niet dat de slaven het leger van Trust verslaan. Maar zowel koning Trust als Dr. Apokalipsus kunnen ontsnappen. Trust kan zijn lot echter niet ontkomen : terwijl hij probeert weg te geraken in zijn vliegende sigaar, wordt hij neergeschoten. Het doel is dus bereikt, de wrede koning is uit de weg geruimd. Apokalipsus heeft meer geluk, en kan werkelijk ontkomen.

Om het einde van de koning te vieren, wordt er ter ere van Proleetje en Fantast, die als echte helden ontvangen worden, een groot "proletarisch feest" georganiseerd. Fantast laat daar de volgende speech horen : "Eeuwen lang hebben ze ons uitgehongerd … Maar … door onze stalen wil en ons gouden geloof hebben wij het volk van het Land van Koning Trust van slavernij en uitbuiting … van ellende van kerkers van knoeten, van Dommerikken van Vleidampers van Bedriegerspiegels van Apenkoppen van Trusten en … van de honger vrijgevochten …! En, waarde strijdmakkers, met de wens dat het maal u goed bekomt sluit ik mijn rede. Smakelijk."6

Waarna de "vrijgevochten Trustslaven" hun familie terugvinden. Na deze ontroerende scène, zet iedereen zich aan het werk om een nieuwe stad te bouwen, "hun wonderlijke droom die nu werkelijkheid wordt". "Nieuwe moderne woningen, mooie theaters en cinemazalen, prachtige speelpleinen en fabrieken met radiomuziek worden gebouwd. Einde goed alles goed."7

Tenslotte wordt het verhaal besloten door een nawoord : "Beste vriendjes. Hier komt een punt aan de wonderlijke avonturen van Proleetje en Fantast in het land waar de geniepige Trustkoning tyran was en de verschrikkelijke Apenkop zijn rechterhand. Ge weet hoe het volk moest zwoegen als een trekhond om de sigaren van de luie koning te betalen, en zelf de wapens vervaardigde waarmee het onder de duim gehouden werd. Als enige voldoening mocht het zijn kinderen zien sterven van de honger. Maar onder de dappere leiding van Proleet en Fantast is daar een eind aan gemaakt, mits veel bloed en zweet te vergieten. Het volk is baas over zijn eigen en heeft zich een wereld gebouwd zonder krotten, waar de zon bij elkeen binnen kan en de een geen stro in de andere zijn weg legt. In dat aards paradijs blazen ze nu uit van de zware karwei, roken zelf een sigaartje, halen hun herinneringen op en als ze niet dood zijn leven ze nog. Proleetje en Fantast."8
In het verhaal wordt duidelijk de tegenstelling tussen kapitalisme en communisme uitgespeeld. Proleetje, Fantast en de rest van het gewone volk staan voor het communisme, terwijl Trust en de zijnen voor het (burgerlijke) kapitalisme staan. Boon staat duidelijk aan de kant van het volk, wat trouwens perfect in overeenstemming te brengen is met zijn toenmalige politieke ideeën. Natuurlijk staat het verhaal in zijn geheel voor die tegenstelling, maar dat wordt door een aantal elementen nog eens extra in de verf gezet.

Zo schilderen Proleetje en Fantast in het begin van het verhaal "het teken" op de muren, een teken dat bestaat uit een sikkel en een hamer, overduidelijk het kenteken van de Sovjetunie. Ook valt onder de opstandelingen wel eens het woord "kameraad".

Samenwerking wordt door Boon verheerlijkt, het is duidelijk ook één van de elementen die de opstand doet slagen. Bij het begin zeggen de kinderen al "Laten wij ons verenigen en sterk worden". Samenwerking, de kracht van een massa : "Om een einde te stellen aan het duizendjarige rijk van koning Trust, moeten de slaven zich eensgezind in een vrijheidleger, een massaleger, verenigen."

Het gaat echter niet alleen om de strijd tussen kapitalisme en communisme, men kan alles zelfs herleiden tot een strijd tussen goed en kwaad. Laten we even het taalgebruik in verband met de verschillende (groepen) personages vergelijken. Proleetje en Fantast, "onze kleine helden", zijn "de redders", worden "strijdmakkers" genoemd en worden gekenmerkt door hulpvaardigheid, moed en uithoudingsvermogen. Zij slagen erin hun volk van "arme slaven" te doen opstaan en om te vormen tot "flinke soldaten". Dit in tegenstelling tot de soldaten van het leger van koning Trust, die worden afgeschilderd als "gedachteloos", "niet veel meer dan machines" en steunend op "brute macht". Op die manier wordt het imago van het "machtige leger" van koning Trust met de grond gelijk gemaakt.


Onze koning Trust, die er zeker niet beter uitkomt dan zijn leger, is wreed, sluw en wordt naast "tyran" ook "monsterachtige uitwas" en "grote bedrieger" genoemd. Zijn "machtig paleis" blijkt een "sombere burcht" te zijn. Ook Apokalipsus, de rechterhand van Trust, wordt een "monster" genoemd.

Ook belangrijk om aan te stippen, is hoe bepaalde attributen gebruikt worden om Trust en de zijnen te kenmerken. Trust met zijn staf, mantel, hoge hoed, dikke sigaar ; de bolhoeden van de Spiegelmannen. Andere elementen die geassocieerd worden met Trust, staan in verband met geld en het kapitalisme. De naam "Trust" alleen al … In zijn kamer staan dan ook nog een brandkast en hangen er statistieken met een enorm stijgende lijn aan de muur. En dan zit hij nog uit te rekenen hoe hij meer rendement uit zijn slaven kan halen. Ook het feit dat Dr. Apokalipsus zijn vergrotingsmiddel maakt uit briefjes van duizend, terwijl het volk zit te creperen van de honger, versterkt nog de sociale tegenstellingen.

I
6
n het verhaal zijn ook een aantal verwijzingen naar de Tweede Wereldoorlog terug te vinden. Zo heet één van de bevrijde slaven van koning Trust "Jef Buchenwald"
9, waardoor een duidelijke link gelegd wordt tussen de kerkers van de wrede koning en de nazi-concentratiekampen. Als Proleetje en Fantast op een bepaald moment vluchten, staat er : "En dan … op zoek naar levensruimte !", zoals de Nazi's in de tijd"10. Het rijk van Koning Trust wordt net als Duitsland het "Duizendjarige Rijk" genoemd. En een vrouw, die een "weg met koning Trust"-pamflet ontvangt, vraagt zich af of dat niet naar de "kommandantur van koning Trust"11 moet. Op basis daarvan kan men stellen dat Boon een link probeert te leggen tussen de Duitse bezetting en het regime van koning Trust. De haat van Boon (zie hoger) tegenover het fascisme maakt deze stelling alleen maar sterker.

Een link Trust – burgerlijk kapitalisme – nazi-Duitsland is in het verhaal dus zeker aanwezig en is ook nog in overeenstemming met de marxistische theorie. De traditioneel-marxistische benadering ziet het fascisme namelijk als een instrument van het bourgeoiskapitalisme. Het fascisme is volgends deze benadering dus een complot van de burgerij om hun kapitalistische belangen veilig te stellen en de arbeidersmassa onder de knoet te houden.12 Ook de doelstellingen van de KPB net na de Tweede Wereldoorlog liggen in die lijn : die doelstellingen waren namelijk het opzetten van een breed democratisch front om de strijd tegen nazi-Duitsland en zijn vijfde colonne in het eigen land verder te zetten. Die vijfde colonne werd zeer breed gezien, ook de trusts en het grootkapitaal behoorden daartoe.13

De Tweede Wereldoorlog was voorbij, het fascisme verslagen. Nu nog het kapitalisme, zou men kunnen denken. Boon laat het Proleetje en Fantast alleszins realiseren. En ook hier kan men een link maken naar de marxistische theorie. Daarin staat de klassenstrijd namelijk centraal. Een klassenstrijd waarbij een elite via dwang, sociale controle en ideologie-overdracht haar macht oplegt aan de massa. De staat is een instrument in handen van de elite die het gebruikt om haar belangen veilig te stellen : de staat bevordert dus de kapitalistische productieverhoudingen. Aan dit systeem kan alleen een einde gemaakt worden door een totale omvorming van de productiewijzen.14 In het verhaal verslaat het volk de kapitalistische koning Trust en grijpt het zelf de macht.

Een gelegenheid om de koningskwestie aan te kaarten, vindt Boon blijkbaar ook. Als één van de bevrijde slaven in handen van de Spiegelmannen valt, schrijft Boon : "Daar staat hij nu … de dapperste aller slavensoldaten, zijn spiegelbeeld-met-de-goudzak te bekijken gelijk Leopold zijn eigen aan de poort van Berchtesgaden"15. In volle koningskwestie-periode is dit natuurlijk geen onschuldige uitspraak. Zoals al vermeld in de contextschets, was één van de zaken die de anti-Leopoldisten de koning verweten, dat hij een onderhoud met Hitler gehad heeft in Berchtesgaden in 1940. Niet alleen wordt Leopold door deze uitspraak belachelijk gemaakt, ook belangrijk is het feit dat er "Leopold" en niet "koning Leopold" of "de koning" staat. Boon neemt hier dus een duidelijk anti-Leopold standpunt in.

Het hele verhaal kan trouwens gezien worden als anti-Leopold en anti-CVP, als men naar de standpunten van De Roode Vaan kijkt. In verschillende artikels van de krant worden de trusts aangevallen als de vijand nummer één. En deze trusts worden gelinkt met de CVP (de partij van de "reaktie") en Leopold III. In de hiernaast afgebeelde tekening ziet men duidelijk hoe Leopold afgebeeld wordt als de koning van het burgerlijke grootkapitaal. In verkiezingspropaganda uit januari 1946 wordt Leopold zelfs voorgesteld als de man die de hand gereikt heeft aan Hitler, die de collaborateurs aangemoedigd heeft, die zich aan het hoofd stelde van "alle reaktionnaire en neo fascistische krachten", …16
Hoewel de thematiek van "Proleetje en Fantast" zeer ernstig is, blijft het verhaal toch sterk gekenmerkt door een humoristische inslag. Getuige daarvan de ontelbare scènes waar Trust zelf of zijn leger zich door hun stommiteiten hopeloos belachelijk maken. Toch blijft de realiteit van het leven aanwezig : Boon zorgt daar onder andere voor door de boodschappen tot de lezer die hij inlast. Ook blijkt dat de wapens die gebruikt worden wel degelijk in staat zijn te doden, in de vrijheidsstrijd vallen slachtoffers. De wapens richten wel niet de schade aan die ze verondersteld zijn aan te richten, er wordt bijvoorbeeld zonder al te veel gevolg gebruik gemaakt van atoombommen en –kanonnen.

Louis Paul Boon heeft blijkbaar een "boontje" voor het gebruik van "atoom" als voorvoegsel. Zo vindt men in het verhaal naast atoombommen en –kanonnen ook nog "de atoomridder". Andere auteurs maakten trouwens ook graag gebruik van het woord "atoom", waaronder Maurice Roggeman in het volgend verhaal. Daarin vraagt Proleetje op een bepaald moment aan Fantast of hij nog leeft, waarop deze antwoordt : "nog een atoompje"17. De atoombom stond op dat moment dan ook sterk in de actualiteit.


Louis Paul Boon en Maurice Roggeman hangen in dit verhaal dus geen al te mooi beeld op van de kapitalistische maatschappij. Kapitalisme wordt geassocieerd met uitbuiting, machtsmisbruik, onderdrukking, waarbij het gewone arbeidersvolk bedrogen wordt door valse discours. Alleen door zich te organiseren (leden werven, pamfletten verspreiden, …) en in opstand te komen kan het volk een einde maken aan deze onrechtvaardige situatie. Dan kan een nieuwe wereld ontstaan waar niemand iets tekort komt. Dit blijft natuurlijk een ideaal …

Een ideaal, maar een ideaal dat verwezenlijkt wordt. En deze optimistische afloop is eerder merkwaardig voor Boon, omdat hij in zijn ander werk meestal een veel pessimistischer houding aanneemt. In zijn roman Vergeten Straat uit 1946 bijvoorbeeld, waar de bewoners van een afgesloten straat een communistische gemeenschap proberen op te richten, maar waarin het experiment mislukt.18

Ook in zijn andere bijdragen aan De Roode Vaan was Boon blijkbaar pessimistischer, zoals Jos Muyres vermeldt in zijn boek : "Maar zijn bijdragen aan De Roode Vaan missen de voor die naoorlogse communistische journalistiek typerende opportunistische en euforische toonzetting. Onder andere Oud-Rode-Vaan-collega Rosa Michaut heeft er later op gewezen dat Boon qua levenshouding eigenlijk niet bij De Roode Vaan thuishoorde, omdat hij niet in veranderingen en al helemaal niet in een communistische samenleving geloofde. Zijn indertijd in boekvorm verschenen werk bevestigt deze veronderstelling : daarin overheerst een diepgeworteld ongeloof in maatschappelijke veranderingen."19

Twee mogelijkheden stellen zich dan ook : ofwel heeft Boon zich voor Proleetje en Fantast in optimistische richting laten gaan20 ofwel heeft hij de richtlijnen van de redactie opgevolgd. Uit al geciteerde interviewfragmenten blijkt dat het verhaal duidelijk in opdracht van de redactie van De Roode Vaan gemaakt werd. En de redactie zal meer dan waarschijnlijk een propagandaverhaal verwacht hebben waarin het voorbeeld getoond wordt, waarin getoond wordt dat en hoe een klassenstrijd kan gewonnen worden door de arbeidersmassa en hoe het volk dan een nieuwe, betere, maatschappij kan opbouwen21. Een pessimistisch einde zou hierin zeker niet passen. En het feit dat zeer veel elementen uit het verhaal perfect aansluiten bij de standpunten van de krant, bevestigt deze redenering alleen maar.

Het "druk-vanuit-de-redactie"-argument kan trouwens ook gebruikt worden om te verklaren waarom er geen auteurs vermeld worden voor het verhaal. Misschien vond Boon het te zeer bestellingswerk en te weinig persoonlijk om er zijn naam onder te zetten.



1   ...   70   71   72   73   74   75   76   77   ...   158


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina