Sébastien Baudart 2e licentie geschiedenis Eindverhandeling Stripverhalen in de Belgische dagbladpers



Dovnload 3.95 Mb.
Pagina76/158
Datum22.07.2016
Grootte3.95 Mb.
1   ...   72   73   74   75   76   77   78   79   ...   158

13.4. Besluit


De Rode Vaan begint zeer laat met het publiceren van een strip. Pas in mei 1946 wordt er gestart met Proleetje en Fantast. Waarschijnlijk door gebrek aan financiële middelen worden Boon en Roggeman, als medewerkers van de krant, aan het werk gezet.

Hoewel de auteurs bekend zijn door hun ander werk voor de krant, worden hun namen nooit genoemd in verband met Proleetje en Fantast. Toch krijgen de verhalen aandacht : het eerste verhaal heeft recht op een aantal aankondigingen, die de lezer al enkele weken op voorhand op de hoogte brengen van de publicatie.

Voor het verdere gebrek aan strips zijn er verschillende verklaringen mogelijk. Vooral het gebrek aan financiële middelen en het ontslag van Boon en Roggeman lijken plausibele verklaringen. Want De Roode Vaan was goed bezig om zich naast de andere kranten te plaatsen en zelfs zich tot een kwaliteitskrant te ontpoppen : verzorgde lay-out en lettertypes, veel aandacht voor cultuur en een eigen strip die met de nodige aandacht aangekondigd wordt.

Maar ook verschillende verklaringen zijn onmogelijk. De uitleg die soms aangevoerd wordt dat een communistische krant geen strips publiceert omdat ze geen Amerikaanse agentschapstrips wilt kopen, slaat nergens op. Er waren genoeg andere mogelijkheden om aan strips te geraken. De Roode Vaan publiceert zo bijvoorbeeld een Nederlands verhaal en enkele strips uit de Franse communistische pers.

En hiermee komen we aan de relatie tussen de twee communistische "zusterkranten", De Rode Vaan en Le Drapeau Rouge. Aangezien er een nauwe samenwerking tussen deze twee kranten bestond (er wordt soms zelfs gesproken van De Rode Vaan als de vertaling van Le Drapeau Rouge), is het zeer merkwaardig dat er niet nauwer samengewerkt werd op het vlak van strips. Slechts zes stroken afkomstig uit de Franse communistische pers staan in de twee kranten. En dat terwijl een propagandaverhaal als Proleetje en Fantast zeker goed gepast had in Le Drapeau Rouge. Deze krant publiceert op dat moment totaal geen strip. Samenwerken op het vlak van strips had ook de financiële middelen kunnen versterken. Waarom het niet tot samenwerking gekomen is, is dan ook zeer moeilijk te achterhalen …

Politiek gezien staat Proleetje en Fantast vol met communistische propaganda. De strijd tegen de trusts en het grootkapitaal, de bevrijding van de arbeiders, de kritiek op de Amerikaanse atoomproeven, enz. Ook wordt er in het eerste verhaal een duidelijke link gelegd tussen de trusts, nazi-Duitsland, Leopold III en (indirect) de CVP. De relatie tussen de auteurs en de krant werkte dat propaganda-gehalte natuurlijk in de hand. Als werknemers van De Roode Vaan konden Boon en Roggeman moeilijk anders dan de partijlijn en de richtlijnen van de redactie op te volgen.





14. La Dernière Heure




14.1. Historiek en situering


La Dernière Heure werd in 1906 opgericht door enkele jonge liberalen. Het was de bedoeling om een andere soort krant te maken : de opmaak was geïnspireerd op de toenmalige Britse populaire pers en er werd ruime aandacht besteed aan sportverslaggeving. Tijdens de Tweede Wereldoorlog stopte de krant haar publicatie en drukten de Duitsers op de persen de "Brüsseler Zeitung".

Op 5 september 1944 verschijnt La Dernière Heure dan terug. De leiding van de krant is in handen van Fernand Oedenkoven en Georges Bouché, en bij de dood van Oedenkoven in 1949 zorgen Marcel en Maurice (jr) Brébart voor de opvolging. Raymond Hustin wordt hoofdredacteur, en wordt na zijn dood in 1947 opgevolgd door A. Volont ("chef des services de rédaction") en Gaston Williot ("directeur des services d'information et de reportages"). De naoorlogse periode wordt gekenmerkt door een enorme groei van de krant. Voor 1951 vermeldt Campé een oplage van 190.000 exemplaren.1

De krant verschijnt zeven keer per week, in de beginperiode op 6 à 8 pagina's, tegen 1950 op 8 à 12 pagina's, én op groot krantenformaat. Strips verschijnen eerst alle dagen, behalve op maandag. Vanaf november 1949 verschijnen strips wel op maandag, om dan in juni 1950 tot een systeem te komen waarbij twee strips niet op maandag verschijnen en een derde strip2 wel.

14.2. Over Egypte, spionnen en detectives

14.2.1. Le Secret du Mastaba


De publicatie van strips in La Dernière Heure begint op 19 december 1945 met "Le Secret du Mastaba". Als auteur wordt een zekere "Luc" vermeld, wat niet echt veel is om de auteur te achterhalen. In 1942 publiceerde schilder Max Servais echter al een strip met de titel "Les aventures de Jacquy et Marcou, Le secret du Mastaba"1. Meer dan waarschijnlijk gaat het om hetzelfde verhaal, al blijft het een raadsel waarom de publicatie niet onder de naam van Servais kon gebeuren.

Max Servais werd in 1904 geboren in Brussel in een burgerlijk milieu. In 1924 werd hij, na een transit via de marine, bediende op het Gemeentekrediet. In datzelfde jaar leerde hij de dichter Nougé kennen, die een vriend was van René Magritte en Servais introduceerde bij de Brusselse surrealisten. Hij begon dan ook te schilderen, om zich na zijn huwelijk in 1930 vooral toe te leggen op collages. In 1938 begon hij terug op Magritte geïnspireerde schilderijen af te leveren en begon hij te schrijven. Dit resulteerde vanaf 1941 in de publicatie van een reeks politieromans. Hij maakte trouwens ook humoristische tekeningen voor verschillende kranten en tijdschriften. Eén van die tekeningen zorgde ervoor dat hij in 1942 zes maanden in de gevangenis belandde. Na de oorlog werkte hij mee aan de kranten La Flamme en Le Peuple.2

Le Secret du Mastaba lijkt nogal snel getekend te zijn : de stijl is eerder slordig, decors zijn weinig uitgewerkt, … Het verhaal loopt drie maanden lang over 95 stroken. De Brusselse jongens Jacquy en Marcou zijn de tweelingszonen van de bekende archeoloog Pierre Capon, die in Egypte aan het werk is. Met een valse brief van hun vader worden de jongens naar Egypte gelokt en tijdens de reis wordt Marcou ontvoerd. Jacquy bereikt wel zijn vader en even later krijgt deze een dreigbrief : Marcou wordt vastgehouden om vader Capon te verplichten zijn opgravingen te stoppen. In de zoektocht naar zijn broer komt Jacquy in de "Cité des sables" in contact met oude Egyptenaren, in historische kledij, maar wel in het bezit van tanks, mitrailleurs en motors. Blijkt daar een strijd aan de gang te zijn tussen de farao en de rebellen onder leiding van een opstandige prins. Maar opeens vergaan alle oude Egyptenaren terug tot stof, het magisch effect is blijkbaar uitgewerkt. Daarop keren Jacquy, Marcou en hun vader terug naar huis, waar niemand hun verhaal gelooft.



1   ...   72   73   74   75   76   77   78   79   ...   158


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina