Sébastien Baudart 2e licentie geschiedenis Eindverhandeling Stripverhalen in de Belgische dagbladpers



Dovnload 3.95 Mb.
Pagina77/158
Datum22.07.2016
Grootte3.95 Mb.
1   ...   73   74   75   76   77   78   79   80   ...   158

14.2.2. Monsieur Moustache, L'agent secret X 9 en Buffalo Bill


Een dag later dan "Le Secret dus Mastaba", op 20 december 1945, begint de publicatie van "Les avatars de M. Moustache". Deze gagstroken zijn getekend door Fola1 en worden verdeeld door Press Alliance en Opera Mundi. Hoofdpersonage M. Moustache loopt, zoals men al kan verwachten, door het leven met een grote witte snor. En natuurlijk komt hij in de meest rare situaties terecht. Eind 1950 loopt de publicatie nog altijd door.

En als op 17 februari 1946 "Le Secret du Mastaba" afloopt, wordt het twee dagen later vervangen door "L'agent secret X9". 1780 stroken van deze reeks vol spionnen, misdadigers, geheime agenten en amoureuze intriges zouden tegen eind 1950 gepubliceerd worden. De reeks zal even verder uitgebreid behandeld worden.

Op 1 juli 1947 komen er een derde en een vierde reeks bij. Eén daarvan is "Les aventures de Buffalo Bill", door Lennart Ek. Het verhaal loopt dagelijks tot november van dat jaar, waarna het naar de jeugdpagina verhuist en wekelijks wordt. Het is een verhaal van complotten, achtervolgingen en strijd, zowel tussen blanken en Indianen als tussen blanken onderling. Net als bij het Fred Sander-verhaal2 van dezelfde auteur worden de tekeningen in de loop van het verhaal altijd maar slordiger.

14.2.3. Monsieur Cro


En samen met Buffalo Bill start ook de reeks "Les enquêtes de M. Cro, détective", door Ray Reding. Het gaat hier om een speciaal voor La Dernière Heure vervaardigde reeks. Auteur van dienst, Raymond Reding, werd in 1920 geboren in Normandië, als zoon van een Belgische vader en een Franse moeder. Maar hij kwam al op elfjarige leeftijd in België terecht. Na allerlei noodjobs te hebben uitgeoefend, werkte hij van 1944 tot 1946 als schrijver en illustrator mee aan het tijdschrift Bravo en vanaf 1950 kwam hij ook bij Tintin terecht.1

De verhalen draaien rond M. Cro, detective in de stad Merleville. Hij is een welkome hulp voor commissaris Ara, die het meestal alleen niet redt. In het tweede verhaal trouwt Cro trouwens met de nicht van de commissaris, Péruchette. Andere personages zijn onder andere Professor Nocturne en de misdadiger Gorilla Bing. Alle personages hebben het hoofd van dieren, maar het lichaam en het gedrag van mensen. De auteur gaat geen woordspelingen uit de weg voor het kiezen van namen voor zijn personages, getuige namen als P. Lican en May Lisande. Ook verwijzen namen meestal naar diersoorten.

M. Cro is een humoristisch getekende ballonstrip, die in de loop van de verhalen steeds beter getekend wordt. Wat de verhalen betreft, laat Reding zijn hoofdpersonage in contact komen met allerlei misdaden, die hij dan mag oplossen. Hij reist daarbij heel wat landen af. De humoristische tekenstijl verhindert niet dat het er in de verhalen ernstig aan toe gaat, zo vallen er bijvoorbeeld echte doden.

In het eerste verhaal, "La formule volée", wordt er een formule gestolen bij professor Nocturne. Het gaat om de formule van een verlammend gas, dat de eigenaar in staat zou stellen de meester van de wereld te worden.2 Cro en commissaris Ara onderzoeken de zaak. Ze verdenken eerst de buitenlanders, maar dat levert niets op. Uiteindelijk blijkt de schuldige een concurrerende professor te zijn.

In "Les 7 corbeaux" wordt Cro ontboden door de Minister van Buitenlandse Zaken, die hem vraagt naar het Rijk van Sinus te reizen. Er is namelijk een oorlog aan de gang tussen de "Kimonianen" en de "Sinusianen". Het zou een ramp betekenen als Sinus zou verliezen, want het land is een belangrijke cacaoproducent. De minister vertelt : "Les Kimoniens ne sont plus qu'à 200 km. de ces immenses plantations qui font notre richesse ! … L'empire du Sinus nous demande notre aide … très bien … mais officiellement nous devons rester neutres car la Kimonie est une de nos clientes. Ce qui sape l'empire c'est avant tout l'incroyable réseau d'espions qui s'y est installé ! … Seul un service de contre-espionnage efficace peut arrêter le désastre … Et là, nous pouvons aider les Sinusiens. C'est pourquoi j'ai pensé à vous pour aller sur place déjouer les plans des 7 corbeaux ! …"3 Cro reist er naartoe en mede door zijn interventie en die van de Sinusiaanse Keizer, die incognito gids speelt voor Cro, worden de Kimonianen overwonnen en de spionnen ontmaskerd.

In dit verhaal zetten economische belangen het land van Cro dus aan tot interventie in een extern conflict. De interventie moet echter stil gehouden worden om de relaties met het tweede land niet te schaden. Reding verwerkt hier op een speelse manier kritiek op de hypocriete houding van sommige gezagsdragers.

Verder lost Cro nog twee valsemunterszaken op, verhindert hij in het oosters land Kalpygië een staatsgreep tegen de groothertog door diens eigen broer , lost hij een zaak van bedreigingen in een hotel op, onderzoekt hij de mysterieuze dood van een bokser, vindt hij een gestolen halssnoer terug, neemt hij het in Noord-Afrika op tegen een mysterieuze sekte, lost hij diefstallen op, ontmaskert hij een "spook", rolt hij een illegale wapenhandel op, lost hij ontvoeringen op, … De misdadigers worden meestal gearresteerd, tenzij ze ontsnappen of verdrinken, zich te pletter rijden of in een ravijn storten.

Een origineel element is dat de auteur in de verhalen soms op bezoek gaat bij zijn personage. Cro vertelt dan wat hij meegemaakt heeft, zodat zijn "cher auteur" het in een strip kan gieten.4



14.2.4. Pour les jeunes


Tenslotte moet nog "Pour les jeunes" vermeld worden, een halve jeugdpagina op donderdag, waarin vanaf 3 januari 1946 strips gepubliceerd worden. In de beginperiode (1946-1947) zijn dat zowel gagstroken als korte vervolgverhalen van de hand van onder andere Wal, Sea Ranger, Peyo1, Alka2 en B. Prim, waarschijnlijk allemaal Belgische tekenaars.

In "Le trésor du pendu" van B. Prim staat een mysterieus kasteel centraal dat tijdens de oorlog bevolkt werd door Duitsers. Een bende nazi's wil nu de boekencollectie van het kasteel kopen, omdat in één van de boeken het plan van een schat verborgen zit. Maar twee kampeerders kopen net dat boek, dat dan natuurlijk door de nazi's gestolen wordt. Uiteindelijk laten de kampeerders de nazi's oppakken door de politie.

Peyo legt op deze pagina met zijn "Johan" de basis van zijn latere succesreeks "Johan en Pirrewiet", en Alka, die de pagina zeker tot 1950 van illustraties zou blijven voorzien, probeert het met twee verhalen van Tom Pol.

Op deze pagina wordt dus veel origineel materiaal gepubliceerd, maar ook buitenlandse strips komen aan bod. Van mei 1949 tot april 1950 loopt "Le Bossu ou le "Petit Parisien"", een stripadaptatie (met ondertekst) door de Franse tekenaar Calvo3 van de roman van Paul Féval4. En tenslotte duiken in december 1950 gagplaten van de hand van Bozz5 op, met de hond Plouk als hoofdpersonage.





1   ...   73   74   75   76   77   78   79   80   ...   158


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina