Sébastien Baudart 2e licentie geschiedenis Eindverhandeling Stripverhalen in de Belgische dagbladpers



Dovnload 3.95 Mb.
Pagina87/158
Datum22.07.2016
Grootte3.95 Mb.
1   ...   83   84   85   86   87   88   89   90   ...   158

15.5.3. De voorbereiding van de storm


Het is maar al te duidelijk dat met de "Grote Schurk" Pittler, Adolf Hitler bedoeld wordt. De tekst is al duidelijk genoeg en ook de tekeningen liegen er niet om. Pittler wordt afgeschilderd als een egoïstisch kereltje dat wraak wilt nemen op de aarde omdat hij verslagen werd. Alleen hij en zijn medewerkers mogen overleven door naar Mercurius te vluchten. Op het einde van het verhaal laat hij zelfs zijn medewerkers in de steek om zichzelf te kunnen redden. De rest van de bende blijkt ook voor een deel uit Duitsers te bestaan, één van de mannen aan boord van de eerste vliegende schotel heet trouwens "Heinrich"1. Als de onderzoeksrechter de helden op het einde dan nog bedankt in naam van de "Westelijke mogendheden", lijkt het verhaal pas echt een herhaling van de Tweede Wereldoorlog. De Duitsers worden alleszins gewaarschuwd : als ze weer veroveringsplannen zouden koesteren, is Tijl Uilenspiegel er om dat te beletten. Ook in de hemel zijn de gevolgen van de oorlog nog te merken. Op het proces van Tijl en Lamme houdt een Amerikaanse soldaat de boel in het oog. En als Tijl van achter aangevallen wordt, zegt hij : "Die valt maar aan zonder voorafgaande verwittiging ! Maar ja, dat is tegenwoordig de gewoonte."2 Twee weken vroeger viel Noord-Korea de Zuidelijke buur binnen.

E
41


n ook enkele politieke opmerkingen en grappen sluipen het verhaal binnen. Met zijn "Hemel-Pince-Nee" kan Albert het geweten van de mensen onderzoeken, en dus controleren of ze toevallig niet tot de bende van de

Zonnebril behoren. Als hij het toepast op een groepje van vier voorbijgangers, geeft dat het volgende resultaat : "Professor" – "Beroepsdief" – "Liberaal (zeldzaam)" – "Dopper". De kleine aanhang van de liberalen werd in katholieke hoek blijkbaar grappig gevonden. Of nog de getuigen van de landing van Tijl en Lamme in Brussel-Noord, die denken dat het om verkiezingspropaganda gaat.

T
14
enslotte is het Vlaamse element, dat in het volgende verhaal een zeer grote rol zal spelen, al aanwezig. Tijdens de eerste nacht van Tijl en Lamme in het circus, dringt een leeuw hun woonwagen binnen. Het losgebroken beest laat zijn tanden zien, wat aan Lamme de opmerking ontlokt dat het misschien de Vlaamse leeuw is.
3 In Vlaams perspectief is ook de samenstelling van de rechtbank interessant. Voorzitter van dienst is Julius Cesar, aanklager de Hertog van Alva. Alva vindt de misdaad van Tijl en Lamme onvergeeflijk en eist dat ze naar de hel zouden verbannen worden. De verdediging wordt verzorgd door Keizer Karel en "mijnheer Conscience" : zij beschrijven de beklaagden als "grappenmakers" en "brave kerels". Niet voor niets zijn Caesar en Alva oude "vijanden" van onze gewesten en hebben Keizer Karel en Conscience een positief imago in relatie tot Vlaanderen. En om te besluiten moet nog de verbolgenheid van Tijl vermeld worden als hij hoort dat de Vlamingen "wel altijd voor anderen hun wraakplannen moeten buigen". Wat daarmee bedoeld wordt, komt veel duidelijker naar voor in het volgende verhaal.

15.5.4. Bob De Moor ontsluierd


Het eerste Uilenspiegel-verhaal werd volledig anoniem gepubliceerd. "Wie is de tekenaar van : De nieuwe avonturen van Tijl Uilenspiegel ?"1, is dan ook de titel van het interview-artikel dat het tweede verhaal aankondigt. Het volledige artikel, dat voor de hedendaagse lezer redelijk grappig overkomt, wordt hiernaast weergegeven. Het gesprek gaat onder andere over de verwantschap tussen De Moor et Breughel, over zijn leeslust tijdens zijn jonge jaren, over zijn interesse voor de scheepvaart, én natuurlijk over zijn "tekenverhalen". Wanneer de journalist opmerkt dat zijn stripbewerking van "ons nationaal epos De Leeuw van Vlaanderen in Kuifje zo'n sukses kent", merkt De Moor op dat een "tekenverhaal" altijd meer tot de verbeelding spreekt dan een gewone roman. Waarop de journalist verder gaat : "en dat moet wel waar zijn, want het eerste waar onze lezers naar kijken in ons dagblad zijn de nieuwe avonturen van Tijl en Lamme en hun onafscheidelijke vriend Albert." Tenslotte wordt er even gesproken over het tweede verhaal, "Het vals gebit", dat op komst is. De journalist schijnt zich vragen te stellen bij deze titel, maar als onze tekenaar zegt : "Kent ge dan de Vlaams leeuw niet ? Nog nooit gezongen van : Zij zullen hem niet temmen zolang de leeuw kan klauwen zolang hij tanden heeft ? …", antwoordt hij : "Ha, ik heb beet ! Het wordt een grappige hekeling van de nazaten van Lamme Goedzak ?" "Min of meer … glimlachte Mijnheer Demoor …"

In de aankondiging2, die diezelfde dag verschijnt, zien we een leeuw met tandpijn in de wachtzaal van de tandarts.



15.5.5. Speek, de IJzertoren en de Slag der Valse Gebitten1


Na hun vorige avonturen genieten Tijl en Lamme van een welverdiende rust in het hemel-park als ze bezoek krijgen van Albert Packthem. Albert ziet er nogal triestig uit en daarom vraagt Tijl wat er aan de hand is. Albert vertelt : "Och, ik kom net terug van een uitstapje naar de wereld … naar Vlaanderen … En 't gaat daar slecht ! … In de cinema is 't niet anders dan Speek die ge te zien krijgt ! Ge weet wel, hé, die meneer die vindt dat de grondwet gemaakt is om hem te ambeteren … Aan de kust : Schoonheidskoninginnen, Franse film-festivals, mode-shows ! … En ge weet wat ze met onze koning aangevangen hebben, hé ? En de Vlamingen, die Lamme Goedzakken, laten zich maar doen !"2

D
71


aarop besluit Lamme in actie te schieten : hij gaat rechtstaan op zijn wiegzetel en begint te roepen. "'t Moet gedaan zijn ! Ik zal er mij eens mee bemoeien ! De Vlamingen zijn de laatste tijd wel wakker geschoten, maar zij moeten wakker blijven ! … En daar zal ik eens voor zorgen ! Vooruit, geef mij een paar telloren rijstpap, dat ik mij in form eet !"3 Maar door zijn enthousiasme zakt zijn zetel totaal in elkaar, waarop hij zegt : "… geen geluk, hé … als ne Vlaming … zijn tanden eens … laat zien !".4

Maar Albert heeft een idee : "Ik heb verschillende wantoestanden in Vlaanderen gefilmd. Nu zou ik een voordracht met lichtbeelden willen geven over de toestand in het Vlaamse land. Dit voor de leden van het Hemelse-Davids-Fonds. Daarna kunnen wij onderling beslissen wat er ons te doen staat."5 Tijl en Lamme vinden het een goed idee en zorgen voor uitnodigingen en affiches terwijl Albert zijn toespraak voorbereidt.

Enkele dagen later is het dan zover, de dag van de toespraak is aangebroken. "Stillekensaan geraakt het zaaltje vol. Het is een mengelmoes van beroemde Vlaamse voormannen uit alle tijdperken en van alle standen, die van de gelegenheid gebruik maken om eens een serieus woordeke te placeren …"6. Onder andere Robrecht Van Bethune, Jan Breydel, Pieter De Coninck en Jacob van Artevelde wonen de voordracht bij. Jan Breydel heeft zelfs een bende gewapende mannen meegebracht "want 't zal hier niet gaan zoals in Brussel !"7

In de dia-lezing, die hiernaast wordt afgebeeld, hekelt Albert Packthem een aantal Belgische wantoestanden. Zeven verschillende punten brengt hij hierbij naar voor : de figuur van Paul Henri Spaak (in het verhaal tot Speek herdoopt), de repressiepolitiek, waar de kleine visjes veel zwaarder gestraft worden dan de grote, de aanwezigheid van censuur, de omgang met de resultaten van de volksraadpleging, de onderschatting van de Vlaamse mobilisatie door de Franstalige pers, arbeiders die onder druk gezet worden om te staken en de houding van de Vlamingen die zich veel te veel laten doen.

En dan besluit hij : "… Ziedaar, heren, hoe het bij ons gesteld is. Denkt ge niet, dat wij er zullen moeten tussenkomen om de Vlamingen de fierheid van vroeger terug te bezorgen en hen te beschermen tegen de aanvallen van hun vijanden. Want nu mogen ze nog honderd keren meer de meerderheid hebben, dan laten ze zich nog in de doeken doen ! … Wij zullen eens laten zien dat de Leeuw nog tanden heeft ! Laat ons dus iemand kiezen, die de Vlamingen moet gaan helpen ! … Ik heb gezegd."8

Albert wordt door de zaal toegejuicht voor zijn lezing en Jan Breydel stelt voor om hem samen met Tijl en Lamme naar Vlaanderen te sturen : "Zij hebben de wereld van de ondergang gered ! Ewel, nu zullen zij Vlaanderen redden …"9 Waarna de vergadering wordt afgesloten met het zingen van een "daverende Vlaamse Leeuw".

Per vallende ster vliegen Albert, Tijl en Lamme naar de aarde. Ze komen terecht op een boerderij in Damme, waar ze worden verwelkomd als "de redders van de wereld" en "de symbolen van Vlaanderen". Het gaat duidelijk om een katholiek boerengezin, op de kast van de woonkamer staan enkele heiligenbeeldjes. Even later komt een "professor" bij het gezin op bezoek. Hij biedt de hemelbewoners een leegstaand huis aan, waar ze dan kunnen verblijven.

Het viertal gaat het huis bekijken, maar er blijkt een serieus gat in de voorgevel te zitten. Albert, zoals al gezegd in zijn vorig leven nog politie-inspecteur, vermoedt een bomaanslag en vraagt aan de professor of hij een reden voor deze aanslag weet. De professor geeft uitleg : "Ik zal u zeggen, ik werd belast met het inzamelen van gelden voor het opbouwen van de IJzertoren. Als senator heb ik ook niks onverlet gelaten om bij de regering aan te dringen op het zo vlug mogelijk uitbetalen van een staatstoelage aan hetzelfde doel !". Waarop Albert antwoordt : "Ha ! Ha ! En de vijanden van Vlaanderen hebben u dat kwalijk genomen en dat met hun gewone laffe middelen laten weten !".10

Hiermee is de toon van het verhaal gezet. De strijd van de Vlamingen tegen hun "vijanden" wordt gesymboliseerd door de IJzertoren. De tegenstanders van Vlaanderen willen de heropbouw van het monument verhinderen, zodat de toren het symbool wordt van de Vlaamse fierheid. De Moor probeert hier ook een verband te leggen tussen de bomaanslag op het huisje van de professor en die op de IJzertoren. Zo vertelt hij : "de daders van de aanslag werden nog niet gevonden"11, een duidelijke verwijzing naar het geklungel van het IJzertorenonderzoek. Ook het personage van de "professor" is een verwijzing naar de echte situatie : zoals in de contextschets al gezegd, werd in augustus 1948 het huis van professor Fransen, voorzitter van het IJzerbedevaartcomité, zwaar beschadigd door een bom.

Maar het verhaal gaat verder. Tijl probeert nog een verdachte tegen te houden, maar deze kan ontsnappen. Hij verliest wel zijn zonnebril ! De bende van de Zonnebril is blijkbaar herrezen met een nieuw doel : de opbouw van de IJzertoren tegenwerken. En terwijl Tijl, Lamme en Albert beraadslagen over hoe ze de zaak gaan aanpakken, wordt een dreigbrief op hun deur gestoken. Maar de brief heeft weinig effect, de drie mannen zij vastbeslotener dan ooit om door te gaan. Lamme bestelt ter verdediging een kist geweren, waarop Albert zegt dat dat geen slecht idee is "want veiligheidsmaatregelen treffen ze in dit land als het te laat is !"12.

Op een nacht wordt Lamme, die de wacht loopt, aangevallen door een Zonnebriller. Maar deze wordt zelf gepakt. Aan zijn silhouet te zien, gaat het duidelijk om een arbeider, en blijkbaar ook om een socialist of communist. Als Albert hem probeert te ondervragen, antwoordt hij : "Ik zeg niks, kameraad"13. En als Albert verder aandring, roept de man zo hard hij kan "Neen". Dit doet serieus denken aan de campagne van de socialisten tijdens de volksraadpleging. De man spreekt wel correct Nederlands, zoals alle personages in dit verhaal.14

Maar Charel (zo heet de man blijkbaar) ontsnapt en trekt naar Gent. Daar komt hij een zekere Jules tegen en samen gaan ze de schuilplaats van de Zonnebril-bende binnen om een vergadering bij te wonen. Lamme is hem echter, verkleed als tramconducteur, gevolgd en dringt ook het gebouw binnen. Het duurt natuurlijk niet lang, of hij wordt opgemerkt : "Ewel, kameraad, wat komt gij hier doen ?"15. Lamme wordt gevangen genomen en voor de Zonnebril-vergadering gebracht. Deze vergadering wordt door niemand anders voorgezeten dan Speek ! Als dan nog blijkt dat zijn secretaresse "Madam Bloem" heet, heeft de lezer het wel begrepen : de Bende van de Zonnebril wordt geleid en bemand door socialisten. Meteen is ook duidelijk wie de vijanden van (het katholieke) Vlaanderen zijn.

Aan de muren van de vergaderzaal hangen verschillende spreuken : "Voor de rechten van de mens", "Leve de democratie", "In naam van de vrijheid !".16 Speek wil Lamme een verklaring laten ondertekenen waarin hij toegeeft dat hij, Tijl en Albert maar bedriegers zijn. Hieronder is te zien hoe hij dat aanpakt en dus zijn idealen van vrijheid en democratie17 omzet in de praktijk.

Enfin, Speek opent de vergadering en neemt het woord : "Het doel van onze organisatie "de Zonnebril" is dus : de opbouw van de IJzertoren tegen te werken. Slagen de flaminganten er toch in die hoop stenen aan een te metsen, dan moet hij maar weer eens gedynamiteerd worden !!! Onze kranten moeten dan schrijven dat het wel betreurenswaardig is, maar niet zo erg !"18

Lamme ziet zijn toestand niet echt zitten en probeert te vluchten. Daarbij sukkelt hij in de kleerkast van Speek. Volgens hem tonen de kaartjes op de kleren duidelijk dat het wel degelijk de kleerkast ven Speek is. Een versleten arbeiderskostuum wordt aangeduid als "Partij Kostuum", en daarnaast zijn ook nog een "Diplomaten Plunje " en "Avondkledij" voorzien. Lamme trekt het "Napoleonkostuum" aan, raakt zo buiten en doet aan autostop. "Na lang wachten wordt de Lamme eindelijk meegenomen op een camionneke, beladen met kiekens. Spijtig genoeg heeft onze vriend niet gevraagd aan de chauffeur of hij wel naar Damme rijdt. Anders had hij vernomen dat die kiekens voor Brussel bestemd waren …"19

Ondertussen krijgt Tijl van een boer "De Avond Gazet"20 in handen gestopt. Op de eerste pagina staat de verklaring van Lamme. Speek heeft zijn werk goed gedaan. Maar Uilenspiegel is woedend, en dat zullen ze bij de Avondgazet geweten hebben. Tijl stormt naar de lokalen van de krant en valt het bureau van de redactiesecretaris binnen. Als hij merkt dat deze man niets wilt zeggen én een zonnebril op zijn neus heeft, heeft Tijl het ook wel begrepen.

Hij neemt dan maar de trein naar Brussel en kan meteen merken wie de Avondgazet leest. Sommige passagiers – de Avondgazetlezers - halen hun hoofd voor hem op, anderen steunen hem en verzekeren hem dat ze in hem geloven. In Brussel aangekomen, loopt Tijl de gebouwen van de radio-omroep binnen en lanceert er een opsporingsbericht. De reacties van de luisteraars, hieronder afgebeeld, zijn veelzeggend …

Als men de krantentitels probeert om te zetten naar de reële situatie, zou men kunnen zeggen dat "Het Beste Nieuws" Het Laatste Nieuws zou kunnen zijn, "De krant van het Volk" de Volksgazet en "'t Vlaamse land" een Vlaamse katholieke krant ?

Uiteindelijk vindt Tijl Lamme toch terug in Brussel, temidden van redelijk belachelijke vlootmanoeuvres op het kanaal. Na allerlei gebeurtenissen slagen Speek en Kameel, die het geheel als personaliteiten bijwoonden, erin hen te ontvoeren.

In Damme krijgt Albert dan weer bezoek van de professor, die belangrijk nieuws heeft : "… luister : Er werd genoeg geld ingezameld om de heropbouw van de IJzertoren te beginnen. Als we op de toelage van de regering moeten wachten zijn we zalig. Een groot deel van het geld is in mijn brandkast. Het overige geld werd besteed om een deel cement en stenen aan te kopen. Morgen komt het materiaal in Diksmuide aan."21

Maar wat kon verwacht worden, gebeurt. Als de professor samen met Albert naar zijn huis gaat, ontdekt hij dat zijn brandkast leeggeplunderd is. De dader is gevlucht, maar heeft wel een spoor achtergelaten : op de grond ligt een stukje papier van de Avondgazet. Daarop gaat Albert naar Gent, waar hij stilletjes de gebouwen van de krant binnendringt. En ja : daar zit de redactiesecretaris met een andere man én het geld22. De twee willen blijkbaar met het geld naar Diksmuide. Maar daar steekt Albert wel een stokje voor : hij leidt de twee af en vlucht met het geld.

De twee dieven rijden dan maar zonder het geld naar Diksmuide, maar mét Albert op het dak van hun auto. Een ideale positie om hen af te luisteren … zo blijkt dat ze op eigen houtje gehandeld hebben en dat Speek niet op de hoogte is dan de diefstal van het geld. Ze rijden een domein binnen waar zich een kasteel bevindt. Albert sluipt mee naar binnen en vindt er Tijl en Lamme terug. Samen slaan ze een bewaker neer en vragen hem om uitleg. "G-g-goed ! … Ik zal me … voor ene keer aan … de meerderheid … onderwerpen … Luister … Morgen komt er een eerste lading stenen en cement aan voor het bouwen van de IJzertoren. Vannacht zullen wij barricades opwerpen om de camions de doortocht te beletten. Dan zal Speek de werklieden van de fabrieken dwingen spontaan te staken als protest tegen de heropbouw van de Toren. Speek wou eerst Uilenspiegel het Vlaamse volk laten aanzetten te staken, maar die keikop wil niet, niettegenstaande bedreigingen en beloften …"23

De bewaker kan ontsnappen, maar Albert, Tijl en Lamme schieten in actie en verdelen de taken. Albert gaat de camions met materiaal tegemoet, zodat hij ze kan waarschuwen voor de barricades en hen de binnenwegen kan laten nemen. Tijl Uilenspiegel en Lamme Goedzak gaan naar de voornaamste fabriek van de streek om te trachten de arbeiders te overhalen zich te verzetten tegen de stakingspiketten.

En "ondertussen op de steenweg" : Speek en zijn mannen hebben zich verschanst achter een hoop oude zetels, meubels en kinderwagens. Ze worden trouwens meer en meer in het belachelijke getrokken : als Albert hen meedeelt dat het materiaal al lang in Diksmuide aangekomen is, trekken ze daarnaartoe en zingen onder weg het "bende-lied" : "Vivan bomma, patatten met saucissen !".24

Van hun kant hebben Tijl en Lamme wat meer moeite om de "spontaan" stakende arbeiders terug aan het werk te krijgen. Maar Albert helpt een handje, door met een reuzespandoek door de lucht te vliegen : "Arbeiders, de IJzertoren moet er komen ! Allen terug aan 't werk !"25 Het helpt, de arbeiders keren terug naar de fabriek. Maar daar worden ze tegengehouden door de zonnebrillen : het draait uit op een gevecht, dat door de zonnebrillen verloren wordt. Het einde is nabij …

Maar Speek is nog niet verslagen, hij is zelfs een "duivels complot"26 aan het smeden. Hij spreekt zijn mannen toe : "Makkers, deze keer hebben we die kerels liggen ! Wij organiseren een marsj op Brussel! … Redactie-secretaris van de Avond-Gazet, gij moet direct in actie schieten en in het nummer van morgen alle "serieuze" mensen oproepen voor de marsj op Brussel …"27 En als hij de afluisterende Albert opmerkt, voegt hij toe : "Eer morgen de zon ondergaat zijn zelfs de puinen van uw toren niet meer te vinden !…"28

De drie hemelbewoners bespreken daarop de situatie. Er moet absoluut iets gedaan worden, maar wat ? Lamme heeft een idee : "Laat ons de Vlamingen oproepen en ook zo'n wandeling organiseren !"29 Een radio-oproep moet voor de mobilisatie zorgen : "Volk van Vlaanderen ! De zonnebrillen rukken naar Brussel op als protest tegen de opbouw van de IJzer-toren ! Volg hun voorbeeld en kom ook naar de hoofdstad ! Deze keer zult gij aanvoerders hebben. Zij wachten u op de Grote Markt ! Zeg het voort !"30

De grote dag breekt aan en Tijl, Lamme en Albert gaan op café zitten op de Grote Markt en wachten daar op de aankomst van de Vlamingen. En ja, "Stillekens aan geraakt de markt vol volk. Uit alle hoeken van Vlaanderen zijn ze gekomen : Boeren, handelaars, arbeiders, klerken, doppers …"31 Tijl begint de menigte toe te spreken, maar hij krijgt van Speek al snel een hard gekookt ei tegen zijn kop. De spanning stijgt in beide kampen en een gevecht ontstaat. Aan de "Ten aanval, kameraden" van Speek, beantwoordt Uilenspiegel met "Vlaanderen die Leu !".32 En terwijl het volk "Weg met de Speek" roept, krijgt Tijl "de dikbuik" na een tijdje te pakken.33 Hij geeft Speek zo'n harde slag dat zijn vals gebit uit zijn mond valt. Tijl roept het uit : "'k Heb hem liggen ! Hier is mijn overwinningstrofee ! Zijn gebit !".34

O
18
verwinning ? Inderdaad, de Zonnebrillen zijn verslagen en slaan op de vlucht. Tijl roept zijn mannen op om naar meer valse gebitten te zoeken en spreekt ze toe : "We zullen deze historische vechtpartij "De slag der valse gebitten" noemen ! We zullen al die knauw-instrumenten als souvenir bewaren !". Dan gaat hij verder : "Mannen van Vlaanderen ! De opbouw van de IJzer-toren kan beginnen ! Wie wilt er meehelpen ? Dan gaat het rapper vooruit, hé !" Waarop het volk hem toejuicht en roept "Allemaal naar Diksmuide ! Vooruit !".
35 Waarna de IJzertoren terug opgebouwd wordt. Tijl, Lamme, Albert en de professor kijken fier en plechtig toe : de eer van Vlaanderen is gered !



1   ...   83   84   85   86   87   88   89   90   ...   158


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina