Sébastien Baudart 2e licentie geschiedenis Eindverhandeling Stripverhalen in de Belgische dagbladpers



Dovnload 3.95 Mb.
Pagina88/158
Datum22.07.2016
Grootte3.95 Mb.
1   ...   84   85   86   87   88   89   90   91   ...   158

15.5.6. De redders van Vlaanderen


Het is meer dan duidelijk wat de bedoeling van het verhaal is : Tijl en Lamme, de "symbolen van Vlaanderen" nemen het op tegen de "vijanden van Vlaanderen". Daarbij worden zowel elementen uit de zaak van de IJzertoren als uit de koningskwestie gebruikt. Bij de start van het verhaal in september 1950 is de koningskwestie al afgelopen, zodat het verhaal volledig na de feiten verteld wordt.

Om Tijl, Lamme en de andere Vlamingen te typeren, wordt gebruik gemaakt van allerlei typische Vlaamse en katholieke elementen : Tijl die in de hemel Pallieter leest en Rodenbach drinkt1, het "hemelse Davidsfonds", de historische figuren op de lezing van Albert, de "Vlaamse Leeuw" die gezongen wordt, het katholieke boerengezin, het kruisbeeld in de slaapkamer van Tijl en Albert2 en de duidelijke verwijzingen naar de Guldensporenslag tijdens de "slag der valse gebitten". Tijl en Lamme staan dus voor het goede en katholieke Vlaanderen.

De tegenstanders worden vooral gesymboliseerd door de figuur van Speek en zijn Zonnebrillers. Speek is "die meneer die vindt dat de grondwet gemaakt is om hem te ambeteren"3, "hij zwierde de koning buiten"4, hij maakt gebruik van ondemocratische praktijken zodat zijn democratische slogans alleen mooie woorden blijken te zijn, hij heeft een dubbele persoonlijkheid (zie zijn kleerkast) en hij zet een "duivels complot" op. Hij laat zijn pers anti-IJzertorenpropaganda voeren en heeft geen enkele eerbied voor de toren en zijn verdedigers : hij noemt de IJzertoren een "hoop stenen"5, en wilt niets liever dan de vernietiging ervan. Ook wilt hij arbeiders dwingen "spontaan" te staken en deinst hij er niet voor terug mensen te bedreigen. Op verschillende momenten wordt hij totaal belachelijk gemaakt, onder andere als er gewezen wordt op zijn buikomtrek en met als hoogtepunt het verliezen van zijn vals gebit.

De organisatie die onder leiding van Speek staat, blijkt weer de Bende van de Zonnebrillen te zijn. Maar deze keer zijn de Zonnebrillers geen Duitsers, maar socialisten. Het woord kameraden valt meer dan eens en verschillende bendeleden lopen gekleed in een arbeiderskostuum. Niet alleen hun bedoelingen zijn slecht, ze gebruiken ook nog "laffe middelen"6 zoals bomaanslagen om hun doel te bereiken. Onder hen bevinden zich ook de makers van de Gentse Avondgazet, die onder controle van Speek en co staat en anti-Vlaamse ideeën verspreidt.

De figuur van Speek verwijst, zoals al gezegd, overduidelijk naar de socialistische voorman Paul Henri Spaak. De auteur stelt Speek voor als de grote verantwoordelijke van alles wat er misloopt in Vlaanderen en België. De socialisten zijn dus de te bestrijden "vijanden van Vlaanderen". Net zoals op het einde van het verhaal, zouden Spaak en co in de echte wereld moeten verslagen worden om de situatie recht te trekken. Terwijl de eerste tekening van Speek - tijdens de dia-projectie - nog erg gelijkend was ten opzichte van de echte Spaak, valt die gelijkenis vanaf zijn tweede verschijning weg. Heeft De Moor zich ingehouden, of heeft de redactie van de krant hem aangezet tot matiging ? De verandering is alleszins merkwaardig en is blijkbaar algemeen. Met namen wordt nog verwezen naar bestaande personages, maar dit wordt niet meer doorgezet in de tekeningen (zoals bijvoorbeeld wel het geval was in het eerste verhaal met Pittler / Hitler). Aan de hand van de namen wordt nog verwezen naar de socialistische politici Isabelle Blume7 (Madam Bloem) en Camille Huysmans8 (Kameel). Ook de Vlaamse socialisten worden blijkbaar niet gespaard.

De Vlamingen worden voorgesteld als een volk dat zich veel te gemakkelijk laat doen, en dat moet beschermd en gestimuleerd worden om zijn "fierheid van vroeger"9 terug te vinden. Want zoals Albert zegt, "Want nu mogen ze nog honderd keren meer de meerderheid hebben, dan laten ze zich nog in de doeken doen !"10 De troonsafstand van Leopold III, ondanks de meerderheid bij de volksraadpleging, wordt blijkbaar moeilijk verteerd in de verhalen van de katholieke stripauteurs11. Tijdens de dia-voorstelling wordt het trouwens ook al gezegd, dat het erg is dat 42 % meer waard is dan 57,8 %. Maar : in het parlement hebben de koningsgezinden misschien toegegeven aan de anti's, Jan Breydel waarschuwt alvast dat het hier niet zal gaan zoals in Brussel. In Brussel, waar "kiekens"12 voor bestemd zijn : voor Brussel algemeen of voor het parlement ? Ook op een ander moment wordt nog verwezen naar die meerderheid. Als de Zonnebriller Jules door de drie hemelbewoners neergeslagen wordt zegt hij : "G-g-goed ! … Ik zal me … voor ene keer aan … de meerderheid … onderwerpen"13 Voor ene keer, waarmee duidelijk gewezen wordt op het feit dat de socialisten zich tijdens de koningskwestie van de meerderheid niets aangetrokken hebben. Maar met die Vlaamse fierheid komt het allemaal goed. Tijl en Lamme slagen erin een vrij algemene mobilisatie te bereiken : Vlamingen uit alle streken en standen komen naar Brussel en Diksmuide, zodat de Zonnebrillers verslagen worden en de IJzertoren heropgebouwd kan worden.

Ook enkele typische Belgische toestanden worden in het verhaal gehekeld. De Belgische "politieke knoeierijen"14, het feit dat veiligheidsmaatregelen altijd genomen worden als het te laat is15 en de slechte staat van de wegen16.

Dit verhaal overtreft alle andere wat politieke inhoud betreft. Hier geen grappige verwijzingen : het verhaalthema is gewoon de strijd van de Vlamingen tegen hun tegenstanders, zijnde Speek en zijn Zonnebrillen. Dat Paul Henri Spaak als schietschijf gebruikt wordt, is niet zo verwonderlijk. In de coulissen van de koningskwestie stelde hij zich vrij gematigd op, maar naar de buitenwereld toe speelde hij het spel zeer hard. Zijn biograaf Michel Dumoulin beschrijft hem zelfs als een tribuun die de indruk gaf het volk naar de revolutie te willen leiden.17 Op 27 juli 1950 hield Spaak zelfs een revolutionaire toespraak in de Kamer : "Jusqu'à présent la grève n'est dirigée que contre Léopold III. Si vous refusez de nous comprendre, elle sera le début d'une révolution (…). Je suis avec Danton contre Louis XVI, (…). La révolution ne me fait pas peur. Je sais qu'elle doit éclater quand les gens au pouvoir s'abstinent à ne pas reconnaître les faits."18 Het Danton-thema wordt door De Moor dan ook gerecupereerd tijdens de dia-projectie.

Heel wat elementen van het verhaal zijn zo geïnspireerd op feiten uit de Koningskwestie : de stakingen, de Mars op Brussel (die de antileopoldisten aangekondigd hadden, maar die door de machtsoverdracht niet doorgegaan is) en natuurlijk … de IJzertoren, die door een aanslag in 1946 volledig vernield werd. De toren wordt in het verhaal het symbool van de Vlaamse heropstanding, dat door Speek bestreden wordt. Na de nederlaag van de Zonnebrillen, wordt de toren dan ook heropgebouwd, vijftien jaar voor de nieuwe toren er in het echt zou staan. Tot slot nog even vermelden dat ook de homogene CVP-regering niet gespaard blijft : er wordt duidelijk gezegd dat ze nog lang kunnen wachten op de beloofde toelage van de regering.

Zoals in het historiek-deeltje al gezegd is, leunde Het Nieuws van den Dag nauw aan bij de CVP, nam de krant Vlaamsgezinde standpunten in en koos ze onvoorwaardelijk de kant van Leopold III. Het Vals Gebit ligt dan ook perfect in de lijn van de krant. Want ook de IJzertoren lag haar nauw aan het hart, in april 1950 wordt een steunlijst19 voor de heropbouw van de toren in de krant gepubliceerd.

Wat Bob De Moor betreft, liggen de zaken wat moeilijker. Hij stond niet echt bekend als een flamingant, maar heeft rond die tijd wel verschillende "Vlaamse" verhalen afgeleverd : naast deze Tijl Uilenspiegel, maakte hij ook stripbewerkingen20 van het werk van Conscience voor Kuifje.

Johan en Stefaan De Moor – zonen van – antwoorden in een interview op de vraag of hun vader een "romantische Vlaamsgezinde" was : "mmm, nee", "Ik denk dat dat nauw verbonden was met de krant en zo, de atmosfeer van die tijd. Een echte flamingant was Bob niet hoor."21 Ook blijkt uit zijn ander werk dat uitgesproken standpunten, zoals in Het Vals Gebit, echt een uitzondering zijn.22 In een interview zou De Moor het Vlaams engagement van Tijl Uilenspiegel zelfs toeschrijven aan een vriend.23

Waarschijnlijk is dit verhaal te danken aan een samenloop van allerlei omstandigheden. De Vlaamse tekenaars hadden een traditie om politiek in hun verhalen te verwerken, én in 1950 leenden de omstandigheden zich daar zeer goed toe. Vandersteen had bijvoorbeeld van mei tot september al zijn Koningskwestie-verhaal De Stalen Bloempot24 afgeleverd. En aangezien De Moor voor een katholieke krant werkte, ging hij de standpunten van die krant in zijn verhaal verwerken. Het is ook heel goed mogelijk dat er vanuit de krant gevraagd25 werd over deze kwestie een verhaal te maken.



1   ...   84   85   86   87   88   89   90   91   ...   158


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina