Sébastien Baudart 2e licentie geschiedenis Eindverhandeling Stripverhalen in de Belgische dagbladpers



Dovnload 3.95 Mb.
Pagina93/158
Datum22.07.2016
Grootte3.95 Mb.
1   ...   89   90   91   92   93   94   95   96   ...   158

17.2.2. Strips in de krant


Vanaf december 1948 worden er ook vervolgverhalen in de krant gepubliceerd. "Bim" van Piet Van Elk1 mag daarbij de spits afbijten. Drie verhalen worden tot eind 1950 gepubliceerd, met telkens enkele maanden onderbreking. Een verdere bespreking volgt.

De ruimte tussen de twee eerste Bim-verhalen wordt opgevuld door "Paulus de boskabouter". Deze Nederlandse ondertekststrip van de hand van Jean Dulieu2 vertelt de belevenissen van een kabouter in het bos, samen met allerlei dieren : een roddelende kraai, de gevaarlijke vos Rein, de uil, de das, … Het blijven allemaal brave sprookjesverhalen. Zo krijgt Paulus hulp van Pieter de Woudkabouter om te proberen Rein te vangen, beschermt hij een vlinder tegen een spin, redt hij een bevriende kip uit de poten van Rein, verlost hij een das van tandpijn, enzovoort. Het verhaal stopt vrij onverwacht, zodat het waarschijnlijk vroegtijdig afgebroken werd.

Van juli tot november 1949 verschijnt een ballonstrip van de Belg Wally Delsey3. "In de schaduw van Madison Square Garden : vecht nog een ronde" wordt gepubliceerd op de sportpagina, en speelt zich dan ook af in de bokswereld. Delsey vertelt hierin het verhaal van de Amerikaanse garagist Dick Jersey, die na het zien van een spannende boksmatch besluit zich in te schrijven in een boksclub. De boksleraar ziet wel wat in hem en stuwt hem naar te top. Alleen jaloerse clubleden zorgen voor problemen.

Maar Dick belandt in handen van een manager met een slechte reputatie, en krijgt daardoor geen interessante wedstrijden meer aangeboden. Een nieuwe manager zorgt echter voor beterschap, en de tournee van Dick door de VS wordt een groot succes dankzij harde inspanningen en veel doorzettingsvermogen. Het verhaal eindigt met de volgende boodschap : "De dag dat Dick op de ring in 't licht van de schijnwerpers van de grote sportarena kwam voor het titelgevecht was de gelukkigste van zijn leven. Helaas op hetzelfde ogenblik maakte een oorlogszuchtige natie zich gereed om zijn vaderland in een oorlog te wikkelen."4 Veel meer dan deze verwijzing naar de oorlog valt er in dit verhaal op politiek vlak niet te rapen.

"Madison Square Garden" wordt opgevolgd door nog "een prachtig tekenverhaal van eigen bodem"5. Schrijver en Vooruit-medewerker L. Roelandt6 en tekenaar Georges Van Raemdonck7 brengen een versie van het Vlaamse volksverhaal Smidje Smee. Het verhaal wordt gebracht met ondertekst en in de speciale kunstige stijl van Van Raemdonck. Soms worden de tekeningen zeer realistisch, soms nogal schematisch gebracht.

Het verhaal vertelt de geschiedenis van een succesvolle smid, die het slachtoffer wordt van oneerlijke concurrentie en zijn ziel aan de duivel verkoopt. Daarop kent het succes van zijn familie geen grenzen meer. Telkens als de duivel Smidje Smee wilt meenemen naar de hel, is deze laatste de duivel te snel af. En bij zijn dood wordt hij, dankzij bemiddeling van de Heilige Jozef, toegelaten in de hemel.

"Smidje Smee" is erg religieus getint, niet alleen duivels komen erin voor, ook de voltallige "Heilige Familie" maakt haar opwachting in het verhaal. En ook gebeden, het branden van kaarsen en heiligenbeelden komen veelvuldig voor. Alleszins schenkt de krant veel aandacht aan de publicatie van het verhaal, er wordt zelfs een kleurwedstrijd voor kinderen aan verbonden.

Tenslotte moeten nog twee reeksen vermeld worden. Vanaf oktober 1949 lopen de gagstroken van Professor Nimbus8 en in mei 1950 krijgen deze het gezelschap van Rupert9. Van deze reeks verschijnen dagelijks twee tekeningen met ondertekst, volledig anoniem en zonder copyrightvermelding.

Rupert is een kleine beer die in Notenbos woont en die alleen of samen met zijn vriendjes allerlei avonturen beleeft. Hij reist naar China op zoek naar het gevluchte draakje van een vriend, komt in contact met een rare professor die de moderne wapens weer wilt vervangen door pijl en boog, redt een zieke meerjongen (de zoon van een meermin) en overtuigt een levende pop om bij een arm meisje te blijven in plaats van bij een prinses. De verhalen richten zich duidelijk op een zeer jong publiek.

17.3. Bim in de Koude Oorlog


Bim is een personage van de Nederlandse auteur Piet Van Elk. Van Elk werd geboren in 1919 en volgde een opleiding aan de Kunstnijverheidschool van Amsterdam. In 1942 begon hij in eigen beheer enkele strips uit te geven. En ook nog tijdens de oorlog startte hij met Bim, die toen nog een poesje was. Na verloop van tijd (en om concurrentie met "Tom Poes" van Marten Toonder te vermijden) maakte hij van zijn personage een jongetje.1

Voor het verhaal "Hypnose onder nul" wordt enkel Van Elk als auteur vermeld. Voor de twee andere verhalen kreeg hij voor de scenario's de medewerking van Hilarion2.

Het is niet duidelijk wanneer de verhalen juist geschreven en getekend zijn. Hypnose onder nul werd in album uitgegeven in 1947, voor de andere verhalen heb ik geen gegevens.

17.3.1. Hypnose onder nul


In het eerste verhaal vliegt Bim naar het Hoge Noorden, op zoek naar zijn vriend, de detective Mugli Basli. Basli werd namelijk door een mysterieuze man gehypnotiseerd om naar een schat te gaan zoeken. Na een tussenstop in Lapland, komt Bim aan in Groenland. "Wie niet bekend is met de huidige toestand daar ter plaatse, zal geneigd zijn te denken, dat 't een verlaten en eenzaam land is, waar geen redelijk mens z'n voet zet. Vroeger was dat ook zo. Tegenwoordig echter zenden volken door atoomkoorts bevangen, hun stoerste mannen naar de sneeuw van het Hoge Noorden om kostbare ertsen te vinden, waarvan men atoombommen kan maken. Deze mannen zoeken vlijtig. Zij denken dat de overige mensen zonder atoombommen niet kunnen leven."1

Meer bepaald twee expedities bevinden zich in de buurt waar ook Mugli Basli zit : de "Geldlanders", die Basli zien als een "venijnige spion" en de "Roodlanders", die hem als een "eenzame voorpost van de schurken" beschouwen.2 De expedities zoeken blijkbaar allebei naar uranium.

Basli wordt gevangen genomen door de Geldlanders, Bim - die ondertussen ook aangekomen was – door de Roodlanders. Maar Bim kan ontsnappen en probeert samen met enkele Eskimo's Basli te bevrijden. De Geldlanders merken hen echter op : "Verraad !", "Spionnage !", "Vijfde colonne"3, beginnen die te roepen, waarna sommigen zelfs hun wapens bovenhalen.

Een tweede bevrijdingspoging – per vliegtuig – lukt wel. Maar ze worden beschoten en moeten zich redden met hun parachutes. Het koffertje met een atoombom, die Bim uit het kamp van de Geldlanders meegenomen had, valt echter zonder parachute naar beneden en ontploft.

"Gelukkig was het een kleine atoombom. Maar toen het onding op de aarde kwam en ontplofte, leek de wereld te klein. Wat zal er van onze vrienden overblijven ?"4 De gevolgen van de atoomramp blijven echter zeer beperkt : de Geldlanders zitten tot aan hun hals in de sneeuw en een stukje Groenlandkust is afgesneden van het vasteland, maar verder is er niets aan de hand. En inderdaad , "Het mag bijna 'n wonder heten, dat onze vrienden de ontploffing van de atoombom zo goed hebben doorstaan."5

Bim, Basli en de Eskimo IJso drijven af op hun ijsberg. Maar het ijs smelt geleidelijk, zodat er onder hen een schip tevoorschijn komt. Bim merkt op : "Dit is de eerste maal dat atoomenergie voor het bereiken van een vreedzaam doel is gebruikt."6

Het gezelschap vaart terug naar Groenland om er IJso af te zetten. Maar : "Wat aan de kust te zien was, stemde echter minder vrolijk. De twee expedities, die al waren vervuld van wederzijds wantrouwen, waren tenslotte op elkaar gestoten en leverden verbitterd slag. Beide partijen hadden Bim en Basli aangezien als spionnen van de tegenpartij. Vooral de laatste duikvlucht van Bim had onrust in de gemoederen gezaaid. "Wij hebben geduld genoeg gehad" hadden de Geldlanders tenslotte geroepen."7

Basli zag de "zinloze strijd" met "lede ogen" aan en besloot de twee expedities te gaan toespreken. "Vrede, verdwaasden", liet hij horen. "De oorlogsvoerenden geloofden dat zij een geest zagen. Daar ieder een ogenblik vergat zich te verdedigen, verdween het krijgsrumoer als bij toverslag. De vechtjassen zwegen met beschaamde kaken en vormden een kring rond de detective."8

Basli begon zijn toespraak : "Geldlanders en Roodlanders ! Ge zijt gekomen om krachten aan de natuur te ontrukken waarmee ge elkaar kunt vernietigen. Geen van uw twee groepen heeft de ander in werkelijkheid bespionneerd. Wij, als onzijdige derde partij, wekten de schijn dit te doen, maar streefden andere dingen na. Uw wantrouwen was dus waanzin, zoals alle wantrouwen tussen volken waanzin is. Weest nu kerels, knip jullie militaire snorren af en reikt elkaar de hand."9

En ja : "Voor de laatste stralen van het Noorderlicht waren verdwenen, had zich op deze plek van het hoge Noorden een historische gebeurtenis voltrokken. Geldlanders en Roodlanders hadden vrede gesloten !"10 Als afsluiter werd er een geweldige maaltijd gehouden. "De Roodlanders zorgden voor een drank die dowka heette en de Geldlanders zorgden voor 'n overvloed van spijzen."11 Waarna Bim en Basli terugkeerden naar Nederland.


We krijgen hier een interessante karikatuur van de atoomwedloop tussen de Verenigde Staten en de Sovjetunie, al worden deze niet bij naam genoemd. Geldlanders en Roodlanders staan tegenover elkaar om uranium te zoeken. Dat hebben ze nodig om de voor hen "levensnoodzakelijke"12 atoombommen te vervaardigen, en die atoombom moet natuurlijk voor oorlogsdoeleinden dienen. Allebei zijn ze enorm bang voor spionnen.

Van Elk neemt hier duidelijk een vredelievend standpunt in en kiest geen kamp. De strijd van de twee partijen is even dom en zinloos. Ze moesten beschaamd zijn … Trouwens, in zijn vredestoespraak hamert Basli er nog eens op dat alle wantrouwen tussen volkeren gewoon waanzin is, en dat ze beter zouden kunnen samenwerken, of tenminste vrede sluiten. Dat laatste gebeurt ook, een echte "historische gebeurtenis". Spijtig genoeg gaat het hier slechts om een fictief verhaal. De auteur geeft alleszins mee dat dat volgens hem de beste oplossing zou zijn.

Tenslotte nog twee opmerkingen over de Nederlandse situatie in het verhaal. Als Basli iets wilt gaan drinken en eerder weinig geld op zak heeft, zegt hij : "Als de eigenaar van deze melksalon ontzag heeft voor de prijsbeheersing is het genoeg."13 En op een bepaald moment merkt de verteller op : "IJsberen vallen in Groenland even weinig op als zwarte handelaren in Nederland."14



1   ...   89   90   91   92   93   94   95   96   ...   158


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina