Sébastien Baudart 2e licentie geschiedenis Eindverhandeling Stripverhalen in de Belgische dagbladpers



Dovnload 3.95 Mb.
Pagina98/158
Datum22.07.2016
Grootte3.95 Mb.
1   ...   94   95   96   97   98   99   100   101   ...   158

18.2.6. Ohé les jeunes


De zaterdagse jeugdpagina van La Lanterne, "Ohé les jeunes", gaat van start op 21 februari 1948. en publiceert in 1948-1949 enkele strips. Vanaf de eerste aflevering mag een zekere Freddy de spits afbijten met zijn "Le professeur Rama contre le professeur Krug". Wekelijks verschijnt één strook van deze humoristische ondertekststrip, waarin de professoren Rama en Krug het tegen elkaar opnemen. Krug blijkt de uitvinder te zijn van allerlei atomische uitvindingen1, en heeft daarmee geen al te zuivere bedoelingen : "Mon rêve est de dominer le monde, par la terreur, s'il le faut, voulez-vous m'aider Rama ?"2 Natuurlijk weigert Rama, en de strijd wordt verdergezet op de maan, waar ze alle twee met een raket naartoe vliegen. Krug wordt verslagen door Rama en de maanbewoners, waarna Rama als een held op aarde terugkeert en Krug de gevangenis invliegt.

In juli 1948 wordt dit verhaal opgevolgd door "Le chateau de Kenilworth", een bewerking van de roman van Walter Scott door een zekere Christoffersen3. Tot eind december verschijnen wekelijks drie stroken met ondertekst.

Van januari tot december 1949 verschijnt dan Annik4 van de reeds vermelde Pat. O'Sheridan. In Annik vertelt hij de lotgevallen van een klein meisje, en dit door middel van een wekelijkse gagstrook met tekstballonnen.


18.3. Besluit


La Lanterne is niet alleen de eerste Belgische krant om na de oorlog strips op te nemen, ze is ook de krant die dagelijks de meeste strips publiceert. Er wordt ook alles aan gedaan om de strips in de krant te laten opvallen. De zes (of zeven) reeksen worden naast en onder elkaar op dezelfde pagina (meestal de laatste) geplaatst onder de titel "Nos feuilletons dessinés". Als de zeven reeksen onder elkaar geplaatst worden, nemen ze een oppervlakte in van 20 op 41 centimeter (één derde van een grote krantenpagina). Daar kan inderdaad moeilijk naast gekeken worden.

Auteurs worden, op enkele uitzonderingen na, nooit in de titels vermeld. Een handtekening zorgt meestal voor identificatie, en als die er niet is verschijnt de strook volledig anoniem. Aankondigingen zijn zeer schaars, en gaan maar zelden in op de identiteit van de auteurs.

Men kan gerust stellen dat de evolutie van de strips samenloopt met de algemene evolutie van de krant. Na een zeer vroege start zorgen allerlei problemen en formuleveranderingen voor sputteringen op stripgebied. Een stabiele situatie zou er maar komen in 1947, omwille van de overname door La Meuse. En vanaf dat moment zou een grote hoeveelheid stripreeksen een vast onderdeel worden van deze populaire kranten.

Wat de gepubliceerde strips betreft, valt een duidelijk overwicht te merken van Opera Mundi, en dus van Amerikaanse ballonstrips. Uitzonderingen hierop zijn een Franse ondertekststrip en enkele eigen producties, onder andere op de jeugdpagina.

Op politiek vlak zijn twee verhalen interessant. Superman pleit voor een preventieve aanpak van de jeugdcriminaliteit, en uit een verhaal van Rip Kirby blijkt duidelijk hoe gevaarlijk het wel kan zijn om te experimenteren met bacteriologische en andere niet-traditionele wapens.




19. Het Volk




19.1. Historiek en situering


Het Volk is in 1890 als weekblad van antisocialistische verenigingen ontstaan. Toen op het einde van de 19e eeuw de socialistische vakbonden en organisaties doorbraken, gingen de katholieken namelijk hun eigen "antisocialistische" organisaties oprichten. Op 21 juni 1891 werd Het Volk een dagblad, en drie jaar later werd een coöperatieve opgericht om het blad uit te geven. Een blad dat "moest fungeren als hefboom voor de ontwikkeling van de christen-democratie in Vlaanderen".

Na de Tweede Wereldoorlog is Het Volk er terug op 18 december 1944. Door de papierschaarste wel met beperkte omvang en een gebrekkige frequentie. Robert Reyntjens is directeur, terwijl de hoofdredactie vanaf 1944 in handen is van Elie Serruys, die in 1947 opgevolgd wordt door Karel Van Cauwelaert. Vanaf 1949 wordt Marcel de Ceuleneer technisch hoofdredacteur. De nieuwe naoorlogse formule slaat blijkbaar aan bij het publiek, want de krant kent een grote groei. De oplage stijgt van 30 000 in december 1944, over 90 000 in 1945 tot 147 000 in 1950. Nog te vermelden is dat vanaf februari 1949 van start wordt gegaan met de weekendbijlage Ons Zondagsblad.

De krant spreekt zich als christelijke Vlaamse krant uit tegen de "uitwassen van de repressie", en is de eerste die na de vernieling van de IJzertoren een intekenlijst op gang brengt. De krant kan eigenlijk beschreven worden als katholiek, democratisch en Vlaams.1

Het Volk verschijnt zeven keer per week, met strips van maandag tot zaterdag. In de beginperiode telt de krant tussen de 8 en de 12 pagina's, een aantal dat in 1950 oploopt tot 12 à 16. En dit op een klein formaat van 30 op 47 cm.



19.2. De strips van Het Volk


De eerste strip in Het Volk is van de hand van Anne-Marie Prijs, en is een eenmalige gagstrook, die verschijnt op 1 januari 1946. "Gelukkig Nieuwjaar ! Zander !" luidt de titel van deze ballonstrip.

Daarna is het een maand wachten tot 7 februari 1946, wanneer de gagstroken van Thomas Pips van start gaan. Deze reeks van Buth verschijnt tot begin januari 1947, en wordt dan opgevolgd door "De Avonturen van M. Subito" van Bozz1, die zouden lopen tot november 1948.

Op 31 januari 1947 begint dan het eerste vervolgverhaal, geleverd door Opera Mundi : Tim Tyler van Lyman Young2. Hoofdpersonage van deze ballonstrip is de jonge Tim Tyler, die samen met enkele andere personages (zijn vriend Spud, de volwassene Clint, de Indiaan Haviksoog), de strijd aangaat tegen de misdaad. Samen of alleen bestrijden ze de "Bende van de Zwarte Spin", rollen ze een valsemuntersbende op, lossen ze een ontvoering op, …

In het laatste verhaal gaan Tim en Spud een zekere Paul Clark vervoegen in Afrika om op ringaloes te jagen, waarvan de pels zeer kostbaar is. Maar natuurlijk verloopt dat allemaal niet van een leien dakje, zodat ze weer in allerlei avonturen terechtkomen. Bij de start van het weekblad Ons Zondagsblad op 26 februari 1949 verhuist Tim Tyler naar deze bijlage, zodat de strip uit de krant zelf verdwijnt.

Van maart tot mei 1947 verschijnt dagelijks de gagstrook "Lou en Liesje…". Auteur van deze Scandinavische3 reeks, waarvan de dialogen in ondertekst geplaatst worden, is een zekere Hall.

Enkele maanden na het einde van de eerste reeks, komt Thomas Pips terug. Deze keer voor vier vervolgverhalen op scenario van John Flanders. En na een korte interim van nieuwe gagstroken, worden weer eens twee vervolgverhalen afgeleverd, op teksten van jeugdschrijver Lod. Lavki.

Hierna zal deze reeks verder uitgewerkt worden, net als Bazielken van Rik en Tom Poes van Marten Toonder, die van respectievelijk van februari 1949 tot juni 1950 en van juli 1949 tot eind 1950 verschijnen. Zonder natuurlijk de komst van Marc Sleen en zijn Nero te vergeten. En om dit deeltje af te sluiten, moet nog de wekelijkse pagina Ons Kindervolkje vermeld worden, die ook verder uitgebreider zal besproken worden.



1   ...   94   95   96   97   98   99   100   101   ...   158


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina