Schepenbank schijndel



Dovnload 203.86 Kb.
Pagina2/4
Datum22.08.2016
Grootte203.86 Kb.
1   2   3   4

Staat en inventaris van de goederen van Huijbert Jansse van Gemert die getrouwd is geweest met Dirkske Jansse Hak en wil nu in het huwelijk treden met Anneke Claasse van Haselberg
folio 119 – 11 februari 1743

Ontlastbrief via regerend armmeester Jan Willems van den Bogert t.b.v. de armentafel van Oirschot voor Tijs Jan Tijssen Scelders geboortig van Schijndel en nu getrouwd met Anneken Peeter Keerens uit Oirschot
folio 119 verso – 11 februari 1743

Verklaring voor het hoog officie ter instantie van de hoogschout van stad en meierij door Maria Catharina Gram [24] en haar zus Johanna Gram [22] m.b.t. een zekere Helena wonende bij Hendrik van Rixtel en die samen daags te voren omtrent half 5 zijn gekomen tegenover de Keulse Kar waar bij hen is gekomen Evert van Delft die aangaf met hen te willen meewandelen en na enige stappen gezet te hebben de ‘stoep’ of zonnenhoed die Johanna op haar hoofd had staat en waaraan een ‘blauwe fiselle lint was vast gehegt’ van haar hoofd af rukte en is daar mee weggelopen, waarop de 2e deponente zei: “Nu sie ik dat geen fatsoenelijke lieden meer over straet mogen gaen, dog ick sal u niet naloopen”; de deponenten hebben hun weg vervolgd en zijn naar huis gegaan en op die avond is er tussen 7 en 8 uur aan hun huis geklopt op de deur, waarop Johanna opendeed op welk moment de genoemde hoed door de deur naar binnen werd gegooid, maar wel ‘seer verscheurt off doorsneden’ en liet dat zien aan haar zus en aan Cornelis Schenkels haar oom; Jan van Delft, de vader van de dader, verscheen aan de deur en legde de deponenten uit dat zijn zoon dit niet gedaan had uit boosheid of ergernis maar uit pure dronkenschap
folio 121 – 12 februari 1743

Staat en inventaris van Helena Jan Geerit Jan Gijsbers nagelaten aan Johannis Verhoeven die een nieuwe huwelijk zou aangaan met Maria Peeters van Gerwen
folio 124 – 19 februari 1743

Staat en inventaris van Annamaria dochter van Dirck van Soghel nagelaten aan Jan Willems van den Bogert op verzoek van Peter Willems van den Bogert en Bartel Dircx van Soghel o.a. huis op Heeselaar onder Sijt Michielsgestel
folio 129 verso – 22 februari 1743

Verklaring t.a.v. een vonnis waarbij genoemd wordt Adriaen Gijsbert Smits als gedaagde
folio 130 – 7 maart 1743

Verklaring van de Heer Petrus Grootvelt en zijn vrouw Juffrouw Theodora de Jong t.b.v. Gijsbertus Gualthery stadhouder van Willem van Haaren kwartierschout van Peelland met de mededeling dat ze op de 20e februari zijnde de landelijke bededag of biddag uit de kerk zijn gekomen na bijwoning van de predikatie en zijn gekomen tussen het huis van Adam van Weerde en de weduwe Huijbert van Menssel en aldaar gezien hebben de persoon van Claes Anthony Snellers kuiper alhier die daar publiek aan de straat stond werkende in repen en die bij elkaar aan het binden was en legde ze op een hoop; afgelopen zaterdag is de 1e deponent langs het huis van de roomse priester gelopen en zag daar naast de poort van het huis van deze priester noordwaarts bewoond door Maria Wauda waar hij de stem hoorde van een jongen die zijn lessen aan het opzeggen was en bij terugkeer zag hij een vrouwspersoon, die ook in dat huiske woonde, die, Grootvelt ziende riep: “Mieke, Mieke”. Daarop is Grootvelt het huisje binnengegaan en trof daar een jongen aan die voor Maria Wauda stond met in zijn hand paapse schoolboeken, die de 1e deponent hem heeft afgenomen en tijdens deze verklaring ook heeft laten zien en overhandigd met als titel ‘Catechismus’ onderverdeeld in vijf delen en 41 lessen voor de katholieke jeugd uitgegeven door het bisdom Mechelen en het ander eboekje, overigens zonder titel, waarin men kon lezen ‘Epistelen ende Evangelien van den geheele jaere’; onlangs heeft hij die zelfde vrouw op dezelfde daad betrapt en ook zijn zwager Abraham de Jong heeft diverse keren kinderen gehoord te hebben die i ndat huisje hun lesjes aan het opzeggen waren, zelfs de predikant van Sint Oedenrode zou dit in het voorbijgaan van dit huisje gehoord hebben en heeft die ook doorgegeven.
folio 131 – 13 maart 1743

Ontlastbrief via regerend armmeester Jan Willems van den Boogert t.b.v. de armentafel van Middelrode voor Jan Michiels Verhoeven en aldaar getrouwd met Hendrina Peter Vugts nagelaten weduwe van Jan Hendrik Spierincx
folio 132 – 16 maart 1743

Deling van goederen onder Aert Dielis Vercuijlen en Luijcas Jacobs Veraelst voogden over Peter en Jan minderjarige zonen van Peter Delis Vercuijlen verwekt bij Lijsbet Jansse van den Oever
folio 134 verso – 1 april 1743

Testament van Gijsbert Bartel Pijnappels en Loutje Hendrik Geerits echtelieden waarin o.a. genoemd worden Aert Hermens van Heeswijck, Jan Willems van den Bogert en Bartel Dircx van Soggel als oom en neven
folio 136 – 6 april 1743

Nominatie der borgemeesters waarbij genoemd worden voor Wijbosch: Teunis Jan Claessen Vercuijlen en Anthony Geerits Verweetering *, voor Lutteleind: Adriaan Hendrik Vugts * en Jan Adriaen Lambers Verhagen, voor de Borne Johannis Jan Willem Frenssen * en Hendrik Janse Tielemans, voor Elschot: Aert Hermens van Heeswijck * en Arien van Hoorn en voor de Broekstraat [zie folio 137] Willem Dircx van Pinxteren
folio 137 verso – 9 april 1743

Akte van taxatie waarbij betrokken was de deurwaarder van de Raad en Leenhof van Brabant Sr. Willem de With ten behoeve van Hr. en Mr. Hendrik Stephanus van Son de de Hr. Joseph Roscam procureur van dezelfde raad ten laste van Hendrik Dortmans welke taxatie 109 gl. en 10 st. bedroeg
folio 138 verso – 20 april 1743

Akkoord in 6 artikelen tussen de gezamenlijke borgemeesters van Schijndel aan de ene kant en Petrus de Jong wonende te Veghel aan de andere kant i.v.m. het opstellen der borgemeestersrekeningen
folio 140 – 4 mei 1743

Verklaring van Martinus zoon van wijlen Willem Corsten die optreedt als erfgenaam van zijn vader op verzoek van een zekere Carel van den Heuvel burger van de stad ’s-Hertogenbosch i.v.m. een perceel teulland aan de Hei gelegen, welke Carel vader is van zijn minderjarige zoon Fransus verwekt bij Johanna Maria van Heeswijck welke Fransus erfgenaam is van zijn oud-grootvader Willem van Heeswijck en het zou gaan om een geldbedrag van 1698 gl.
folio 140 verso – 7 mei 1743

Ontlastbrief via regerend armmeester Jan Willems van den Boogert t.b.v. de armentafel van Maren voor Alegonda Adriaen Kivits die is gehuwd met Hendrik van Gemonde en zich aldaar wil vestigen
folio 141 – 7 mei 1743

Ontlastbrief via regerend armmeester Jan Willems van den Boogert t.b.v. de armentafel van Vught voor Hendrik Jansse Hellinx getrouwd met Maria Jansse Vugt
folio 141 verso – 7 mei 1743

Machtiging door Hendrik Daniels van der Hagen en Margarita Daniels van der Hagen zijn zus machtigen de Hr. en Mr. Gisbertus de Jong advocaat en secretaris te Schijndel om een aantal percelen te transporteren en twee huizen nl. onder de Borne en aan de Boschweg t.b.v. Lambert Daendels van der Haigen hun broer
folio 143 – 13 mei 1743

Verklaring dat op deze datum Anna Maria Commerzele vrouw van Andreas Adriaen Eijkentopff mr. chirurgijn alhier in absentie van haar man want die heeft zich ter zee begeven en in het huis was niemand meer aanwezig dan zijn zus en in dat zelfde huis is Anna Maria komen te overlijden
folio 144 – 22 mei 1743

Verklaring der schepenen over het overleveren van de boeken der verpondingen en beden aan de vrouw van collecteur Hendrik van den Oever
folio 144 verso – 22 en 24 mei 1743

Staat en inventaris van Anna Maria Commerzele vrouw van Andreas Adriaen Eijkentopff mr. chirurgijn in absentie van haar man welke zich te voren in die kwaliteit ter zee heeft begeven welke Anna Maria op 13 mei 1743 is overleden en in het huis waarin zij woonde zijn de goederen geïnventariseerd nl. in de grote kamer, in het klein kamertje, naast den hof, in het voorhuis en bij deze inventarisatie zijn present geweest Geetruij Geerit Snellers en Anna Broekmans die bij het afsterven van Anna Maria waren geweest en tot nu toe de goederen in bewaring hadden genomen en ze hebben een eed afgelegd dat geen goederen verdwenen zijn of verduisterd door hen – hierna volgt de inventaris in extenso in de spelling van toen die ik met opzet heb meegenomen omdat het een prachtig voorbeeld is van de materiële cultuur in een huis van een chirurgijn uit die dagen:
voor eerst in de groote camer

een verlackt cabinet met vier laden tgeen niet en sluijt, op het selve een stelsel van seven stucken, twee spoelcommen, vier copjens en tweelff teeschoteltjes, met een suijckerbakje

in het selve legt bevonden eenig aenstucken sijnde postulijn, vier bierglasen, twee glasen, teebussen, met nog eenig ander glas - een sackje met steijsel en een met gierst

vier lossen boecken

een ledige hoedecast

een geele en roode copere theeketel

een tinne en een aerde treckpot

twee tinne kandelaers

twee copere kandelaers en een domperke en een copere snuijter

een roode copere chocoladepot

een halv dosijn tinne borden

een dito


een soutvat en peperbus

een lepelreck met twaelff lepels

een tinne mostertpot en tinne suijckerbackje

vijff tinne schotels

een copere blaecker met een profijtertje

twee copere schaaltjens

een tinne bierkan

een waterpot en kom

een kopere broederspan

een dito schaaltje

een copere panneke

een coffymoolen

een halv dosijn aarde schootels

vijff dito

seven aarde borde

een schilderijtje zijnde een mansportret

een aarde soutvat

een houte bak met allerhande gebrooke en aarde eijserwerck

een scherv bort

drie aarde schoetelen

een wascuijp

drie aarde potten

een houtere deurslag

een tonneke met tabak

een steene boterpot

een glaaze rekje

twee steenen en een aarde kruijk

een cruijtdoosje

twee teebussen d’eene vol tee

een steene pot en bierkan

een lepelbortje en twee twee schilderijtjens

een kleerborstel en drie vorken en een snuijter

twee korven met rommelderije

een braijpan

een naijdoosje met prullen

twee bouteljens

een barometrum

een glaze hordeken

een hangeijser

twee strijkeijsers

een glaze bekje met een stertjen (?)

een houtere doos met taback

een spouwbakje

twee vorken 1 scheer en 1 mes

een vergulde spiegel waar onder staet een rustbanck off neerslagh

op welke sijn gestelt alle flesjens en potten welke vermits niet getekent zijn ten minste wijnige men niet heeft konnen specifice noemen wat in de zelve is

een glaze ka[s]tje

eenige plankjes daer de flesjens etc. op stonden

twee tafels

een schenkbak met todden daarin

een houte bak met plankjes

een quade spiegel

een groen schoukleet, twee gordijnen

een kamhuijsje

vier klijne schilderijtjens

een handtveger en corfje

een quade balijne rok en scherp

agt groote en klijne hangende schilderijen

een kapstok

een lange stok met eijsere beslagh



voor de schoorsteen

seven tafelborden

vier groote glaze met deksels

een posteleijne suijkerpot

ses groote schootelen

een groen schoukleet

twee tange

twee vuurschuppen

een coekpan

een spiegel met swarte lijst

twee roosters

een eijsere komfoir

een eijsere ketting

een schrijffleij

een swavel bakje

een rek
elff stoelen

een eijsere pot

een posteleijne kastje waaropboven staen drie aarde bakjens

een gebroke spoelkom

agt teeschooteltjens en vier kopjens

int selve staen drie borden

mitsgaders 5 rijen theekopjens en schooteltjens namentlijk vier en vijftig kopjens en drie en vijftig schooteltjens gebrooken en gaaffitem eenig klijne stukjens

een kastje met een lessenaar onder in niets bevonden
in de lessenaar legt

en beugeltasch silver en haek daer in bevonden

een goud oorringje met een parel

een ducaat

aan silvergelt en duiten drie guldens, sestien stuivers, agt penningen

item een copere penning

een silvere kom waar in lag

een silvere snufdoos

een carolijne ketting met een goudt capittelstokje

een silvere naijring

een enkele goude ketting met een sonwijsertje

een gouden ring

een copere dito

een paar ooreliette

gelt - een halve souverain

twee spaanse en een fransse pistool

drie silvere lepels

een silvere beslage schaartje

een kooker met silver beslagh

een annotitieboek met veel losse pampieren

een vierkant kisje open bevonden met hoij en todden

uijt een der laeden in het kabinet gehaalt en daerin bevonden:

drie kussen slopen

een zijde kap

een swarte voorschoot

twee witte neusdoeken

een servet

negen mouwen en meer andere prullen

leggende het selve wederom in voors. laede

nog in het cabinet een sack met todden

item een korff

een roode geverfde kist waar in legt

een doek met gaare en vlas

een stuk van een laken

elff servetten

twee pellen tafellakens

tien kussen sloopen

een baantje geblijkt laken

een slaeplaken

een vrouwe hembt

vijff mouwen en een neusdoek

een lap sits en catoen

zijnd egem: kist gesloten

een dito kist

waar in onder leggen eenige pampieren en brieven ook todden

een nieuw hembt nog een dito ongemaeckt

een swarte vrouwejapon en een swarte rock

een sijde tabbert en seijd erok

een stoffe japon

een sitse japon

een paer rode muijle het goude lint

welke kist niet wel sluijt

nog in de camer een lange en clijne gordijn

item een catoene cleetje bij den schoorsteen

alsnog in de camer gebragt twee paar slaaplakens

een hembt

en twee servetten welke de overledene tot haar doot gebruijkt heeft, hetzelve legt in een mantje
volgt hetgeen in het klijn kamertje naast de straat is bevonden en in de voorige gebracht

drie koopere ketels

en kopere schuijmspaan

een waterkuijp

een spoelback

een tinne soutvat

een quade luijtwagen

een groot en clijn glaze gordijntje

twee groene bedtgordijnen en rabat
den 16e maij ontfangen bij mij geauthoriseerde van L.Boorschot binnen s’Bosch een falje met een borst toegevonden en gebonden twelk in het cabinet legt
volgen de goederen tot gebruijk der bewaarders tot dato deses uijtgesonden

een koper een blekke lamp

een swarte coffypot

een tang en treeft

vijff fijne kopjes en schooteltjens

een tinne trekpot

een kopere coffye kanneke

een houtere emmer

een wit olije kanneke sonder handvat

twee messen

drie dito

een blekke safraendoosje

een klijn aarde potje

een servet

een blekke doos

een theebus

een houtere corfje

een aard epot, teijl en 3 lepels

een blauwe booterschootel

een witte kom

een braijpot en deksel

een spoelkom

een bennetje

drie seer quade vorken

een clijn theebusje, coffyedoosje

een quaedt doekje

een wijnroomertje

drie leege boeteljens

een peperdoos

een kruijk

een steene potje

een berke en een strooije bessem


in het voorhuijs van de muur gehaelt

twee kaartjens en pampieren, schilderije sonder lijsten

nog gevonden een houtere cruijs

item een groote kist ledigh en ongeslooten in het voorhuijs bevonden en inde camer gebragt


volgen de goederen in de kamer naast den hoff bevonden

een bedt, hooftpeulue en vier kussens met veere gevult

een sitse en een gedrukte deken

drie slegte wollen dekens

een gestreepte en een witte vrouwerock

een slegt catoene jackje

een niewe perse catoene voorschoot

drie slegte vrouwerokke

een kapstok met vier puinen

een vrouwe sitse japon

een zijde stoffe dito

een gestikte rock

een dito

een wit rokje met blomme

een swarte greijne

een calaminke rock

een catoene voorschoot

een catoene tafelcleetje

een blauwe voorschoot

een greijne borstrok

een calaminke sticklijff

een stiklijff en borst

een catoene tafelcleetje

een oude ledige tiek

twee seer slegte mansjapons

een groentafelkleet

een stoelkussen en een vuijle sack met veeren

een witte mansrock

een bruijn camizool

een bruijnen en een swarte slegte mansrock

een swarte leere en een roode greijne mansbroek seer slegt

een witte manshembtrock

een seer quade mansbroek

een groene rijssack

een trype dito

twee manshoeden

een vrouwe greijne kap

twee catoene gordijnen met een rabat

vier bolle matten

een swarte sluijer

een poeijerdoos

een tinne inktkooker

een sluijtmande open gevonden waar inne eenige todden waaren – niet waardig te noemen

een brieve tasch (?) seer ledig

een gestreept bakje met brieven

item drie dito sluijtmantjens met todden

dog daar uijt gehaalt het volgende en gelegt in een van de zelve:

een slaapjack en voorschoot

negen beddenlakens

elff vrouwe en manshembden

drie dito

tien servetten

dartien vrouwe witte neusdoeken

agt dassen

twee witte voorschooten

drie kussensloopen

drie witte vrouwe kappen

twee vuijle mansoverhembden

een dito schoon

drie mans borstrokken

twee paar vrouwe mouwen

een catoene voorschoot

vier paar quade koussen

twee mutsen met tippen

een gestikt mutsje

een witte vrouwe half neusdoek met een kantje

een braijscheij met eysers

een kous en een klouwe sayet (?) te zamen gebonden

een catoene gordijn

aan de muur hingen

twee degens

een gordijn roede

een pistool in een ledige sluijtmantje gelegt

een eijser uijt een stiklijff

een paat quade spooren

een leere buijl met erreten

een linne sakje met kogels

een dito met hagel

drie stukken van sluijten

een bijtel

een dakje met out eijserwerk

een mantje met knopen en todde

een pijl

een paar vrouwe en een paar mans oude schoenen

een oude alongie pruijk

nog in een sluijtmantje gelegt

eenige beenderen vijff stuk

een schiltpat

een seer slegte gebrooke leuningstoel

een flesje

een roode geverfde kist open bevonden waar in legt allerlije sakken met kruijden

onder de zelve stondt een open back met veeren

aan de solder hong een ront wit glaase flesje aan een touwtje

een witte sack


wijders in de kamer gevonden

een gefatsoeneerde boekkekast en daar nevens eenige planken op riggels gele[g]t waar in stonden eenige soo losse als gebonden boeken en pampiere welke vermits de geringheidt niet zijn genoemt dog alle soo als daat gevonden zijn wederom in de gefatsoeneerde boekekast gestelt

de overige in de zoogenaemde geutbanck op de geut gestaan hebbende

item alle voorige planken in de camer gebragt

item vier eijsere haecken met een eijsere oog

een quade houte drie voet stoel sonder leun


wijders staet te weten dat in de bedsteede staende in het voorhuijs legt een weijnig hout en turff en nadien geen plaets was om deselve te bewaeren en ook mits de geringheijt deselve niet meriteerde, soo heeft den voorn. geauthoriseerde gemelde brant vercogt met kennisse van heeren commissarissen in desen aen Geertruij Snelders voor agt stuijvers
aldus gedaen opgeschreven en geinventariseert mitsgaders alle de bovenstaende goederen in een der camere gebragt en de deure van deselve met een copere capje toegemaeckt en daer en bobven gecachetteert met swarte lack op drie besondere plaetse met agt zegelen uijt naem en van wegens Mr. Gisbertus de Jong advocaat secretaris alhier, vermogens acte van authorisatie in dato 22 maij deses jaers, op den selve verleden bij Heeren Schepenen alhier, omme als bij de selve – ende verclaerde gemelde advocaat de Jong na sig te hebben genomen met kennisse van de ondergetekende schepenen de bovengenoemde goederen en gelt omme met die penningen de doodtschulden aff te doen en het restant dier penningen soo der mogte wesen neffens het andere in bewaeringe te houden namentlijk:

een silveren beugeltasch en haeck

een goud oorringje met een parel

een ducaat

aen silver gelt en duijten, drie glas:, sestyien st., agt penningen

item een copere penning

een silvere kom

een silvere snuijfdoos

een carolijne ketting met een goudt capittelstokje

een silvere naijring

een enckelde goude ketting met een sonwijsertje

een goude ring

een copere dito

een paer orielliette

gelt

een halve souverain



twee spaense en een franse pistool

drie silvere lepels

een silvere beslage schaartje en kooker met silver beslagh hiervoor op fol. 146v aengehaelt

item sijn onder den selve berustende seventien soo groote als clijne sleutels in den sterffhuijse bevonden en aen twee ringen gehegt


mede sijn voor ons ondergetekende schepenen gecompareert Geertruij Geerit Snellers ende Anna Broeckmans sijnde geweest bij het affsterven van de overledene en tot nu toe in den sterffhuijse tot opsigt en bewaeringe der goederen, dewelke ter requisitie van voors. advocaat de Jong hebben verclaert onder presentatie van eede en des versogt werdende aff te leggen dat geene goederen direct off indirect door haer off haer weten sijn verstompelt off agter gehouden, maer alles op den inventaris en in de camer gebragt, gedaan binnen Schijndel ten sterffhuijse voornoemt den twee en twintigste en vier en twintigste maij 1743 ten overstaen van de ondergetekende, die dese nevens den geauthoriseerde mitsgaders de comparanten en mij ondergeschreven substituut secretaris behoorlijk hebben ondertekent
Gisb. de Jong junior als geauthoriseerde 1743

dit is het merk van Geertruij Geerit Snellers verclaert niet te connen schrijven

dit is het merk van Anna Broekmans verclaert ut supra

Peeter van den Bergh

Luijcas Jacobs Veraelst

mij present



P. Zeijlmans substituut secretaris
folio 151 verso – 25 mei 1743

Aanbesteding van de collecte der gemene middelen beden en verpondingen met de condities
folio 153 verso – 27 mei 1743

Ontlastbrief via regerend armmeester Jan Willems van den Bogaert t.b.v. de armentafel van Sint Michielsgestel i.v.m. Jan van de Wiel die trouwt met Maria Andries Thomasse en zich in dat dorp wil vestigen
folio 154 – 17 juni 1743

Ontlastbrief via regerend armmeester Jan Willems van den Bogaert t.b.v. de armentafel van Heeswijk i.v.m. Johannis Willem Dobbelsteen getrouwd met Hendrina Aelbers van den Bogert en wil zich daar vestigen
folio 154 verso – 17 juni 1743

Kennisgeving door Johannis Coenraet Eijkentopff woonachtig te Schiedam die te kennen geeft dat zijn zoon Andreas Adriaan Eijkentopff die zich ter zee heeft begeven en is gemachtigd met en naast Geertruij Melster die is getrouwd met Jacob Bom volgens een procuratie van 18 mei 1743 om de goederen nagelaten door Anna Maria Commerzele overleden huisvrouw van genoemde Andreas Adriaan Eijckentopff moeder van Geertruij Melster te controleren, welke goederen die verzegeld waren nu zijn ontsloten met die conditie dat de gemachtigde de doodschulden voldoet – met vervolgakten op folio 155 en folio 156 waaruit blijkt dat Andreas Adriaen Eijckentoph chirurgijn is op het oorlogschip Rossem onder commando van Ary van der Meijde
folio 157 – 28 juni 1743


1   2   3   4


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina