Schepenbank schijndel



Dovnload 110.42 Kb.
Pagina1/3
Datum25.08.2016
Grootte110.42 Kb.
  1   2   3
SCHEPENBANK SCHIJNDEL

toegang 5122

inventarisnummer 157

Protocol van allerhande akten over de periode 1746-1749
NB

Dit protocol past in de grote serie nl. de inv.nrs. 142-184.

Ondergetekende en mw. Pauline Heessels van de historische werkgroep Schijndel hebben hiervan aanvankelijk louter de registers integraal overgenomen zodat voor genealogen die op zoek zijn naar Schijndelse families in ieder geval een digitale index raadpleegbaar is. Het is goed te weten dat de registers alleen de ‘hoofdpersoon’ uit de akte melden terwijl er best meerdere namen in het origineel kunnen staan. Gaandeweg het project hebben we daarom toch moeten besluiten te werken vanuit de akten zelf waar veel meer genealogische informatie in blijkt te zijn opgenomen.

Ondergetekende is bij de oudste registers begonnen [142] en mw. Heessels werkt vanuit 179 terug, omdat 184, 183, 182, 181 en 180 in het verleden al eens bewerkt waren. Ook is consequent de datum van de akte aangegeven. De opeenvolging van de folionummers laat zien of het om een korte of langere akte gaat.

Zie verder: www.henkbeijersarchiefcollectie.nl
Bewerking door Henk Beijers……
folio 1 – 7 december 1746

Verklaring van Jan Janssen Vorstenbosch [91] en Hendrik van der Cant [81] ten behoeve van de regenten van Schijndel nl. dat sinds 1675 tot en met ca. 1712 er verschillende pachters van de houtschat zijn geweest die niet meer voor de houtschat hebben gevorderd dan het 10e hout of de 10e penning hebben gevorderd, een verklaring die ook de 2e deponent bevestigt, maar sinds 1710 of 1711 of 1712 \zijn er ook pachters geweest die het 6e hout of de 6e penning voor de houtschat vorderden en over de houtschat zijn dan ook diverse disputen gevoerd onder de ingezetenen, zodat uiteindelijk de 10e penning is gehandhaafd en sommigen, met name buitengeërfden de 6e penning voor de houtschat gaven.
folio 2 – 7 december 1746

Testament voor de langstlevende van Jan Gerits van der Geeren en Alegonda Gijsberts Verhaegen als ook Willemyna Gerits van der Geeren zus van Jan
folio 4 – 11 december 1746

Verklaring van Joost van Onsius kerkmeester te Schijndel ten behoeve van de regenten van Schijndel en ter requisitie van het hoog officie te ’s-Hertogenbosch nl. dat hij op 7 december ver in de namiddag ca. 3 à 4 uur in het huis zat van Jacob Antony Vugts in de Kluis bewoond wordende door Gerrit van der Loo en dat Joost toen tegen Gerrit zei, al pratend over de afrekening, er een meningsverschil ontstond tussen beiden zelfs zo dat Gerrit van der Loo de kerkmeester op zijn hoofd heeft geslagen met een schoen waar een leest in stak of hij heeft dat voorwerp gegooid en wel zo dat het bloed uit de oren liep en dat hij buiten kennis raakte. Hij bleek niet in staat om nog naar huis te gaan en werd thuis gebracht door Hendrik van Hamont de ondervorster en Huijbert Janse van Gemert bedelvoogd te Schijndel.

folio 5 – 21 december 1746



Ontlastbrief via regerend armmeester Reijnder Teunis van den Boogert voor de armentafel van Dinther t.b.v. Antonie van den Vorstenbosch die zich aldaar wil vestigen met zijn vrouw Maria Penninx
folio 5 verso – 11 januari 1747

Huurovereenkomst tussen Jan Janssen van Heretum die heeft verhuurd aan Jan Bartel Schevers zijn huis esthuis schuur schop hof en boomgaard met de omliggende landerijen onder de Borne voor een periode van 8 jaren gevolgd door de huurcondities die zijn opgesteld
folio 7 verso – 28 januari 1747

Ontvangst van een geldsom door Jan Pennings wonende te Heeswijk van de schepenen van Schijndel een som van 3000 gulden om die te leveren en te betalen voor rekening van genoemde schepenen aan de Heren van de Theologische Faculteit te Leuven in mindering van de tienden van Schijndel, maar de akte blijkt geannuleerd te zijn volgens een marginale notitie en Jan Penninx is ontslagen
folio 8 verso – 28 januari 1747

Afvaardiging voor de schepenen in de personen Isac Scriba en Gijsbert van der Schoot om te verschijnen in ’s-Hertogenbosch i.v.m. het slot van de rekening der tienden van Schijndel
folio 9 verso – 9 februari 1747

Verklaring en eedsaflegging van Arnoldus van der Crabben in huwelijk hebbende Maria Catharina Gram ten laste van Cornelis Schenkels weduwnaar en erfgenaam van zijn overleden vrouw Maria Martens van Liempt

folio 10 verso – 28 februari 1747



Huurovereenkomst tussen Reijnder Lamberts Verhagen en Gijsbertus van den Bogaart voogden over het minderjarig kind Ida van Jan Janse Veraalst met ten behoeve van Adriaan Peters van der Cant die hebben verhuurd huis schuur esthuis hof en boomgaard met de akkerlanden darbij gelegen groot ca. 9 lopensen onder Elschot in den Bogaert sinds 21 november 1738 verhuurd voor een periode van 8 jaren, gevolgd door de huurcondities
folio 11 verso – 20 maart 1747

Afstand van tochtrecht door Peter Willem Penninx en Adriaantje Claas Scheffers voorheen de weduwe van Bartel Pijnappels m.b.t. een hoeveelheid eikenbomen staande in de Borne voor het erf van de kinderen van Jan Bartel Pijnappels ter plaatse in de Oerendonk en deze eikenbomen kunnen publiek worden verkocht tot aflossing van een kapitaal van 400 gl.
folio 12 – 22 maart 1747

Ondervraging door predikant de Heer Petrus Grootvelt van de persoon van Antony Gerbrands van wie twee kinderen door de armentafel zijn onderhouden en of Antonie van plan is de kinderen aan te nemen en zelf ordentelijk te onderhouden en groot te brengen in de christelijke gereformeerde religie
folio 12 - 27 maart 1747

Verklaring in het raadhuis in presentie van de Heer Petrus Grootvelt predikant van Schijndel en Liempde door Maria de vrouw van Cornelis van der Heijden wonende int Steegsken dat op 22 maart van dit jaar ’s avonds rond de klok van 7 uur aan haar huis is verschenen Antonie Gerbrands met zijn twee kinderen en Antonie zei tegen Maria : “Ge moet die kinderen wat warmen”. Maria beklaagt er zich over dat Antonie sindsdien en ook de andere dag niet meer naar de kinderen heeft omgekeken en ze heeft verlaten en hiermee zijn vorige belofte [zie bovenstaande akte] van ordentelijk onderhoud niet is nagekomen en tot op heden is hij ‘fugatieff’ ofwel voortvluchtig.
folio 13 – 1 apri l1747

Nominatie der borgemeesters waarbij aftredend Antony Wijnen, Peeter Adriaans van Heeswijk, Adriaan Hendrik Voets, Arnoldus Jacob van Kessel en Corstiaan Jan Heessels en de nieuw benoemden zijn voor Wijbosch Peeter Willems van den Boogaert * en Mattijs Teunis van der Meulen, voor Lutteleind Jan Gerits van der Geeren en Antony Boorschot *, voor de Borne Aart Hendrix van de Laarschot * en Jan Hendrik Heijmens, voor Elschot Jan Hendrix van Berkel * en Hendrik van Abeelen en voor de Broekstraat [zie folio 14] Jacob Stoffels
folio 15 – 6 april 1747

Ontlastbrief via regerend armmeester Bartel Gijsbert Pijnappels voor de armentafel van Leeuwen in Maas en Waal t.b.v. Johannis Jan Ansems en zijn vrouw Maria Tonis
folio 15 verso – 6 april 1747

Ontlastbrief via regerend armmeester Bartel Gijsbert Pijnappels voor de armentafel van Den Dungen t.b.v. Willem Janssen van Grinsven en Hendrina Geerit Hendrik Geerits
folio 16 – 8 mei 1747

Verklaring van goed gedrag voor Adriaan van der Aa gemeenlijk genaamd Wart Adriaan Blommers woonachtig te Heeswijk koopman in runderbeesten kalveren als ander vee en die in Schijndel altijd gezonde runderbeesten heeft gekocht van de ingezetenen en bekend staat als een eerlijk man die nu verzoekt ongehinderd te mogen passeren en repasseren binnen de generaliteit
folio 17 – z.d.

Beleiding of inspectie van een huis aan de Straat genaamd de Wildeman toebehorende aan Goijert van der Schoot bewoond en in huur door Adriaan Janse Voets horlogiemaker waarbij het volgende staat aangetekend:

eerstelijk op het opkamerke bevonden de plavuijse vloer voor de helft ontramponeert en aan stukken soo dat onbruijkbaar is; item booven op den solder bevonde het pannedak aan weersijde, als het strooije dat op verscheijde plaatse niet digt en iopen sijnde, dat het water daar door kan; item den solder ook op verscheijde plaatse de planke aan stukken en open, soo wel de solder boven het pannedak als andersints en onbequaam om eenig droog goet daar op te leggen; meede het agterkeukentje off daar den Smits in gehouden is en staat, boven het dak van dien een open gat bevonden en v[er]rot is, dat is veroorsaakt door het water dat door het pannedak daar booven is geloopen; item agter het huijs de deuren soo groote als kleijne, gans onbequaam om te sluijte, mitsgaders de houte putcuijp om de put sijnde gans vervallen soo dat men in perijkel is, tsij om water daar uijt te putten als bij ’s avonds agter uijtgaande, daar in te vallen en te verdrinken; in de binnekeuken de plavuijse vloer een groot vak daar uijt en ook onbequaam; en verklaart Adriaan Jansen Voets dat hij diverse malen de eigenaar van het huis Goijert van der Schoot als verhuurder heeft verzocht de vereiste reparaties aan het huis te doen wat niet is volbracht en ten tweede dat hij door het gebrek aan reparatie door het hemelwater veel schade heeft geleden zowel aan de winkelwaren als aan het meubilair en zodoende heeft hij verschillende reparaties aan het dak zelf gedaan zonder daarvoor iets vergoed te hebben gekregen


folio 18 – 19 mei 1747

Verklaring van Jan Hendrix van Berkel borgemeester van het jaar 1747 en Huijbert Janse van Gemert bedelvoogd ter requisitie van stadhouder van Peelland Gualterij dat zijn op 26 april 1747 zijn gekomen ten huize van Huijbert van Puijfelik [glazenmaker doorgehaald] wonende onder Elschot en hebben hem enig geld gevraagd op reis voor de karren die naar het geallieerde leger zouden moeten rijden zoals dat andere naburen hebben gedaan, waarop Puijfelik heeft geantwoord: “Neen, ik heb liever dat sij mij nevens de andere looten, om te vaaren waar op sij sijn heen gegaan”.
folio 18 verso – 21 juni 1747

Deling van goederen in 3 loten onder Johannis Eijmbert Hendrik Claasse gehuwd met Goverdina Jacob Veraalst, Johannis Adriaan Tijssen gehuwd met Jennemarie Jan Steenbakkers waar Erken Jacob Veraalst de moeder van is geweest, Jenneke Jan Steenbakkers bejaarde jonge dochter, Luijcas Jacob Veraalst
folio 21 – 6 juli 1747

Authorisatie door Josephus Jellico notaris te Schijndel gehuwd met Petronelle van Andel, Gerard van Andel wonende te Vught, mede in naam van hun broer Johannis van Andel tegenwoordig in dienst van het Staatse leger aan de Heer en Mr. Pieter Timmers advocaat en president te Hilvarenbeek omin hun naam een kapitaal toebehorende aan Catharina van Andel en Timmers is aangesteld als testamentair voogd
folio 21 verso – 22 juli 1747

Verklaring van goed gedrag voor Adriaan Wilhelmus van Heretum jongeman, eerlijk van gedrag, die met goedkeuring van zijn ouders wil gaan reizen door Holland, Brabant, Vlaanderen en het land van Luik om aldaar allerhande talen, ambachten wil leren en koopmanschappen wil bedrijven en verzoekt om overal ongehinderd te mogen passeren en repasseren

folio 22 – 22 juli 1747



Verklaring van goed gedrag voor Pieter Janse Voets jongeman met een identiek verzoek als de aanvrager in de aanvrage in de vorige akte
folio 22 verso – 22 juli 1747

Identiek verzoek van de zijde van Hendrik Hubens medeschepen die met zijn knecht kar en paard wil gaan reizen naar Holland, Brabant, Vlaanderen en het land van Luik en graag overal ongehinderd wil passeren en repasseren
folio 23 – 22 juli 1747

Identiek verzoek voor Gijsbert Janse van der Schoot
folio 24 – 28 juli 1747

Afvaardiging namens de schepenen in de personen van de Heer Isac Scriba en Hendrik van de Laarschot zoon van de borgemeester van de Laarschot, om namens de gemeente Schijndel zich te begeven naar Z.H. de Prins van Waldek om daar de nodige zaken te verrichten o.a. een verzoek in te dienen om een sauvegarde voor Schijndel teneinde alle vijandelijkheden van militairen te kunnen dekken en tevens door te geven wat Schijndel al heeft wedervaren en hiervan later verslag uit te brengen
folio 24 verso – 15 augustus 1747

Consignatie van penningen van een verkocht land op verzoek van Peeter Gerit van den Bergh welke penningen zijn aangegeven door Goijert Jan Lourensse via Lamberdina en Jacomijn Adriaans met links een marginale notitie dd. 17 janauri 1749
folio 25 – 2 september 1747

Deling van goederen in 4 loten onder Jan Rutten van Roosmalen man van Eijke Delis van den Acker, Jan Delis van den Acker, Peeter Gerits Verhagen gehuwd met Annemaria Delis van den Acker [overleden] en zijn minderjarig kind Johanna, Martinus dekkers aangestelde voogd over Johanna, Peeter Delis van den Acker allen kinderen en erfgenamen van wijlen Delis van den Acker en verwekt bij wijlen Janneke Franse Doorleijers in leven echtelieden, o.a. huis onder de Borne belast met 3 gl. en 15 st. aan de H.Geest van ’s-Hertogenbosch
folio 29 – 4 september 1747

Machtiging van de schepenen van Schijndel aan de Heer Isac Scriba medeschepen om te ’s-Hertogenbosch namens het corpus de verpachting der gemene middelen bij te wonen ingaande 1 oktober 1747
folio 29 verso – 7 september 1747

Borgstelling door Eijmbert Simons Verhagen voor de collecte der gemene middelen, verponding, bede etc. t.b.v. Thomas Gerbrands
folio 30 – 7 september 1747

Ontlastbrief via regerend armmeester Bartel Gijsbert Pijnappels voor de armentafel van Liempde t.b.v. Gijsbert Tomassen van der Aa getrouw dmet Maria Adriaans van Dijk
folio 30 verso – 12 september 1747

Verklaring van goed gedrag voor Cornelis Schenkels broodbakker van beroep die ook enige jaren borgemeester is geweest en die voornemens is te reizen op Holland, Zeeland en andere provincie sen dient een verzoek in om overal ongehinderd te mogen passeren en repasseren
folio 31 – 18 september 1747

Getuigenverklaring afgelegd door Geertruij Gerit Snellaers jonge dochter [28] en Antony Gerits Verhoeven [23] ter requisitie van Everdt Jansen van Delft en Cornelis Bolwerk nl. dat op de 10e van deze maand rond de klok van 6 à 7 uur Geertruij was staande in het protaal van het huis van Peter Gijsbert Smits en daar heeft gezien dat de vrouw van vorster Thomas Gerbrands genoemde Everdt Jansse van Delft, die buiten bij de deur stond, een klap op zijn hoofd gaf maar ze wist niet waarmee, alhoewel het op de stenen klonk en ijzer of staal geweest zou kunnen zijn, waarop Evert gezegd zou hebben: Dat is er deur”. Hij nam zijn hoed af en zei toen: “Ja het is er deur”. Toen is Geetruij het huis verder binnengegaan; Antony verklaart dat Everdt en Cornelis gekomen zijn aan het huis van Thomas Gerbrands genaamd de Ceulse Kar waar de vrouw van de vorster in het portaal stond. Cornelis Bolwerk vroeg toen: “Tapt mij een glas bier als ’t u gelieft”, waarop de vrouw antwoordde: “Ik tap niet voor u”, waarop Cornelis weer zei: “Waarom wilt ge voor mijn niet tappen soo wel als voor een ander terwijl gij een bort uijthangt”. Bolwerk zei weer: “Geeft mij een glas bier ik sal u betalen”. De vrouw antwoordde: “Ik tap voor geen schelm”. Daarop zei Bolwerk: “Ben ik een schelm dan bent ge een kanalje”. Na deze woorden vroeg Van Delft: “Ben ik dan ook een schelm”. De vrouw antwoordde: “Ja ge bent nog een groter schelm”. Hierop is Van Delft vertrokken maar naderhand toch met een blinkend geweer een klap kreeg, zonder dat Antony heeft kunnen zien wie dat deed

folio 32 verso – 12 oktober 1747



Ontlastbrief via regerend armmeester Bartel Gijsbert Pijnappels voor de armentafel van Veghel t.b.v. Dirk Dirk Heesackers
folio 33 – 12 oktober 1747

Verklaring van Innocentius Egidius Bernuly mr. chirurgijn die op de 9e van deze maand het kind heeft gevisiteerd van Peternel de Cort weduwe van Johannis Timmermans oud omtrent 2 jaren genaamd Hendrina in de Broekstraat die verdronken blijkt te zijn want de chirurgijn heeft verder geen bijzondere uiterlijke tekenen gevonden
folio 33 verso – 13 oktober 1747

Meningsverschil of kwestie gerezen tussen Francis van der Eerden uit Boxtel en Thomas Gebrands vorster van Schijndel over de huur van herberg de Ceulse Kar te Schijndel
folio 34 verso – 14 oktober 1747

Deling van goederen in 5 loten onder Jan Claas Jan Delisse Verkuijlen gehuwd met Jenneke Peter Peters Verhoeven , Maria Peters Verhoeven en Heijlke Peters Verhoeven, Peter Peters Verhoeven en Anna Maria Peters Verhoeven allen erfgenamen van Peter Peters Verhoeven en wijlen Hester Lamberts van Zoghel
folio 38 – 20 oktober 1747

Aanbesteding van de collecte der tienden over 1747
folio 39 – 23 oktober 1747

Ontlastbrief via regerend armmeester Bartel Gijsbert Pijnappels voor de armentafel van Sint Oedenrode t.b.v. Arnoldus Hendrix Vercuijlen gehuwd met Anneken Hendrix van der Spank
folio 39 verso – 11 november 1747

Deling van goederen in 2 loten onder Adriaan Dirx van de Ven en Jan Janssen Vissers gehuwd met Anna Maria Dirx van de Ven erfgenamen van wijlen Dirk van de Ven verwekt bij Maria Ariaan Roeloffs
folio 41 verso – 11 november 1747

Verklaring over de koop van een akker teulland genaamd de Schuerscamp door Peter Delis van den Acker gekocht van Jan Jansse de Visser
folio 42 – 18 november 1747

Huurovereenkomst tussen Servaas van Gemert die aan Hendrik van Abeelen verhuurt heeft huis hof boomgaard brouwerij brouwketel kuip koelbakken etc. met esthuis en andere toebehoren op het Lutteleind onder Hermalen genaamd Groenendaal en verdere landerijen behalve een klein huisje voor de hof thans bewoond door Aart Jansse Versteegde, voor een periode van 8 jaren gevolgd door de opgestelde huurcondities [is het Slotje Groenendaal]
folio 44 – 4 december 1747

Verklaring van goed gedrag t.b.v. Gijsbert Adriaans van der Schoot die voornemens is te gaan reizen door Brabant, Vlaanderen, land van Ravenstein etc. om aldaar zijn koopmanschap te kunnen uitoefenen en affaires te verrichten met verzoek overal te mogen passeren en repasseren
folio 44 verso – 21 december 1747

Deling van goederen in 2 loten onder Adriaan Dirx van de Ven en Jan Janssen de Visser gehuwd met Anna Maria Dirx van de Ven erfgenamen van wijlen Dirk van de Ven en Maria Adriaan Roeloffs [zie folio 41 verso]
folio 47 – 15 december 1747

Ontlastbrief via regerend armmeester Bartel Gijsbert Pijnappels voor de armentafel van Nieuwkuijk t.b.v. Peeter Jansse Mijs gehuwd met Elisabeth Teunisse Heijhuer
folio 47 verso – 16 december 1747

Beleiding of inspectie van het huis genaamd ‘het Claverenblat’ aan de Straat gekocht door Pero van Bree en bewoond door Johannis Steenbergen met de volgende omschrijving:

‘Aan de zuijt oostsijde naast het huijs van Van de Rijt bevonden dat de muur off gevel gelijx de solder is uijtgestort en geoordeelt beeter te weesen een nieuwe gevel van planken daarin te maken ; aan de zuijtseijde bevonden dat drie à vier opleggers sijn gebrooken in het dak tot voorbij de eerste schouw heelemaal in stucken dat het water op de zolder en onder int huijs loopt; de steene schouw aan de oostseijde aan den zuijden kant heelemaal van booven tot aan den solder opgeborsten en zoodanige gaaten uijtgevallen dat deselve onrepareerbaar is en te swaar voor den timmer zoo dat beeter voort huijs is een nieuwe schouw van latten off geerden gemaakt; den vorst langs over het huijs bevonden dat allemaal open is, dat het water op den solder loopt; het dak aan de noortseijde van onder tot booven toe van den hoek van de westseijde tot de voorste schouw van voorsz. seijde toe bevonden dat allemaal meest lek vol gaaten’


folio 48 verso – 20 januari 1748

Verklaring van goed gedrag voor Jan Anthonie Gielens Verhoeven die voornemens is te reizen door Holland, Zeeland en andere provincies met een verzoek om overal te mogen passeren en repasseren
folio 49 – 22 januari 1748

Verklaring t.a.v. een obligatie van 100 gl. door Hendricus Adriaan Kivits te Megen ren Hendrik van Gemonden wonende te Oijen man van Alegonda Adriaan Kievits en hebben uit handen van Adriaen Daniel Kievits de 100 gl.
folio 50 – 25 januari 1748

Deling van goederen in 5 loten of staken onder Eijmbert Janssen van Rooij man van Anna Maria Jochems van der Aa, Delis Jochems van der Aa, Jan Marte Penninx man van Johanna Jochems van der Aa, Cornelis Jochems van der Aa en Johannis Jochems van der Aa wonende te Oisterwijk allen erfgenamen van wijlen Jochem Delissen van der Aa en zijn vrouw Maijke Zeeger Voets echtelieden o.a. een huis onder het Lutteleind
folio 53 verso – 28 januari 1748

Ontlastbrief via regerend armmeester Jan Gijsbert Smits voor de armentafel van Uden in het land van Ravenstein voor Jan Jan Teunisse van der Spank en Eijke Jan Lamberts Verhage[n]
folio 54 – 31 januari 1748

Getuigenverklaring door Jacob Smits en Lindert Goossens van der Sanden te Middelrode onder Berlicum ter requisitie van Clas Gielens van den Acker nl. dat in de maand november 1747 ten zijnen huize te Middelrod eis gekomen Jan Gielens Verhoeven uit Schijndel wonende in het Wijbosch die zei: “Ik heb mijn huijsinge en aangelag verhuurt aan Claas Gielens van den Acker’- dat schijnt echter een redelijk arme huurder te zijn met slechts een koe en een kalf en die nu op het huis woont heeft ook maar 2 koeien
folio 55 – 55 februari 1748

Verklaring van goed gedrag voor Willem Geerit Hendrik Geerits [44] Adriaan Willem Hendrik Geerits zijn zoom [14] zijn voornemens met hun karren en paarden te gaan reizen op Holland. Zeeland etc. om koopwaren aan de man te brengen en verzoeken om overal ongehinderd te mogen passeren en repasseren
folio 55 verso – 20 februari 1748

Deling van goederen in 5 loten of staken onder Catrina Driesen van Kessel weduwe van wijlen Peter Wijnands wegens haar vader Dirk Peeter Voets beiden als testamentaire voogden over het minderjarig kind van wijlen Jan Driesen van Kessel Johanna thans wonende te Roosendaal in huwelijk verwekt bij Cornelia Vos voor notaris Jellico te Schijndel dd. 1 mei 1747 en tevens als voogden over het minderjarig kind van Peeter Geerit Sanders Verhaagen in huwelijk verwekt bij wijlen Ammerens Dries Eijmberts van Kessel genaamd Annamaria, voogden over het minderjarig kind van wijlen Andries Eijmberts van Kessel verwekt bij wijlen Elisabeth Eijmbert Jansse Voets genaamd Anthoni, idem over het minderjarig kind van wijlen Andries Eijmbert van Kessel genaamd Maria Catharina en ten slotte Peeter Delis van den Acker gehuwd met Hendrina dochter van wijlen Andries Eijmbers van Kessel allen erfgenamen van wijlen Dries Eijmbers van Kessel in huwelijk verwekt bij Elisabet Eijmbert Jansse Voets o.a. huis onder het Lutteleind
folio 60 verso – 1 maart 1748

Beleiding of inspectie van het huis hof schuur achterhuis stallen schoppen en brandhuizen aan de Straat toebehoord hebbende aan de kinderen en erfgenamen van wijlen Willem Roessingh en gekocht door Adriaan Janse Voets waarin een beschrijving volgt t.a.v. ‘de groote huijzinge’ bewoond wordende door Pero van Bree o.a. boven de zolder, beneden het achterkeukentje, het achterhuis bewoond door de weduwe Aart Peter Hellings, het huis bewoond de Heer Isac Scriba boven en beneden [vrij gedetailleerd]
folio 62 verso – 9 maart 1748

Getuigenverklaring door Mattijs Simon van der Haagen en Cornelis Paulus Pijnenburgh over een voorval in de Ceulse Kar tussen Jan \Lucas Habraken die in de clinch heeft gelegen met vorster Thomas Gerbrands beheerder in de Keulse Kar en een ruzie met meester-bierbrouwer Hendrik van Abeelen
folio 63 verso – 12 maart 1748



  1   2   3


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina