Schippers&VanGucht in coproductie met productiehuis Oost-Nederland (ON), Stadsgehoorzaal Kampen en hetpaleis



Dovnload 49.89 Kb.
Datum28.08.2016
Grootte49.89 Kb.

Schippers&VanGucht in coproductie met productiehuis Oost-Nederland (ON), Stadsgehoorzaal Kampen en HETPALEIS.


MIJN FAUST
Faust wist wat hij wou. De duivel kon alles ritselen, maar hij had ook zijn handel. Voor wat hoort wat. Je krijgt wat je wilt in ruil voor je botten, zodra je er klaar mee bent.
Het eeuwenoude verhaal van het leven van 16e eeuwse dokter Faust en zijn pact met de duivel heeft al menig schrijver geïnspireerd. De meest bekende versie van het Faust verhaal is die van Johann Wolfgang von Goethe. Schippers&VanGucht laten zich nu op hun beurt verleiden door deze historische figuur en geven, op basis van Goethes Oerfaust, hun eigen(zinnige) versie. Zij spitsen zich vooral toe op de noodlottige liefdesgeschiedenis tussen Faust en Gretchen.
Een jonge vrouw en een man worden op de proef gesteld. Wat begint als een onschuldig verleidingsspel eindigt in hun beider ondergang. Wisten ze waar ze aan begonnen of werden ze overmand door iets dat buiten henzelf lag? De beeldende muziektheatervoorstelling MIJN FAUST vertelt over de donkere kant die in ieder van ons leeft.
De klassieker van Goethe wordt stevig onder handen genomen door het makersduo Schippers&VanGucht, de Nederlandse muziektheatergroep BOT, actrice Sanderijn Helsen en filmmaker Douwe Dijkstra.De muziek uit zelfgebouwde machines, de beklijvende videoprojecties en het fysieke spel dringen langzaam het geweten van de toeschouwer binnen.
In het Vestzaktheater in de Stadsgehoorzaal in Kampen op 28, 29 en 30.04.2013

Tournee volgend seizoen door Nederland en Belgie.


MEDEWERKERS
Concept: Schippers&VanGucht

Muziek & spel: Sanderijn Helsen, Job van Gorkum (BOT), Tomas Postema (BOT), Geert Jonkers (BOT)

Regie: Jellie Schippers

Decor- en kostuumontwerp: Myriam Van Gucht

Videoprojecties: Douwe Dijkstra

Lichtontwerp: Bob Kruiskamp

Dramaturgie: Hanneke Reiziger

Ontwerp instrumenten &

uitvoering decor: Doan Hendriks (BOT), Audiomachinist

Producent: Maike Fleuren

Productieleiding: Ellen Kwant

Zakelijke leiding S&VG: Lonneke Peeters

Publiciteit en Marketing: Bas Aaftink en Imke Loeffen

Met dank aan: Rob Kramer, Jelle Wouda, Jochum Vrijland, Barbara Wyckmans en Koen Frøberg



VOORLOPIGE SPEELLIJST
Vrijdag 24 januari 2014 Chassé Theater, Breda

Woensdag 12 maart 2014 Schouwburg, Deventer

Donderdag 5 juni 2014 HETPALEIS, Antwerpen

Vrijdag 6 juni 2014 HETPALEIS, Antwerpen

Zaterdag 7 juni 2014 HETPALEIS, Antwerpen

Voor boekingen kunt u contact opnemen met:
productiehuis Oost-Nederland: Maike Fleuren (maike@oninternet.nl, 0570-600177)
GESPREK MET JELLIE SCHIPPERS EN MYRIAM VAN GUCHT
Hoe is het Faustproject begonnen?

M: Wij hebben een grote voorliefde voor werken uit de wereldliteratuur. Zo hebben we eerder al een voorstelling gemaakt op basis van Het lijden van de jonge Werther van Goethe en ook het kort verhaal De gedaanteverwisseling van Kafka gebruikten we al als bronmateriaal. We hebben gezocht naar een goede opvolger omdat we het belangrijk vinden om de jonge generatie in contact te brengen met de kracht van de wereldliteratuur.

J: Het universele of bijna sprookjesachtige van deze verhalen biedt ruimte om ze te bewerken en naar onze hand te zetten. De verhalen zelf hebben al veel tijd doorstaan en hun kwaliteit al lang bewezen.
Het klassieke repertoire is uitgebreid, dus hoe begin je eraan? Is Werther de aanleiding geweest?

J: Het is inderdaad breed, maar wij gaan altijd gericht op zoek naar specifieke personages die erom vragen om geportretteerd te worden. Vaak vertrekken wij onze vertelling vanuit een monoloog. Wij voelen ons aangetrokken tot verhalen waarvan er doorgaans gezegd wordt dat die bijna onmogelijk zijn om op theater te brengen. Maar wij gaan met veel liefde zo’n uitdaging aan.

M: Door de vertelling heel eigenzinnig te maken, vind je vanzelf een ingang. Thematiek is natuurlijk ook heel belangrijk. Wij raken graag essentiële onderwerpen aan. Faust is in feite een ‘übersprookje’ bij uitstek: man verkoopt ziel aan de duivel.
Waarom hebben jullie voor de Oerfaust gekozen?

M: Deze versie dwong zichzelf op omdat het van alle versies de meest eenvoudige is met een heldere verhaallijn en vertelstructuur.

J: Goethe was zelf heel jong toen hij de oerversie schreef. Het is een van zijn allereerste werken en hij is daar zijn hele leven aan blijven doorschrijven. Het is zijn magnum opus. Ook bijzonder is het dat hij rond zijn twintigste al deze thematiek durfde te beschrijven. We vinden deze versie het meest behapbaar en trefzeker. Je voelt er nog de jonge Goethe in uit zijn Sturm und Drang periode.
Hadden jullie toen al een bepaalde bezetting en/of rolverdeling in je hoofd?

M: Deels wel en deels niet. We wisten dat we zoals bij De Gedaanteverwisseling weer wilden werken met videokunstenaar Douwe Dijkstra en dat behalve video ook muziek een belangrijke speler zou worden.

J: Aanvankelijk wilden we twee monologen met elkaar versnijden en op die manier de wereld van Faust en die van Gretchen tegenover elkaar zetten. Voor de muziek zijn we via onze coproducent ON bij BOT terechtgekomen. Rob Kramer toonde ons beelden van de mannen en wij vielen onmiddellijk voor hun theatrale en fysieke manier waarop zij muziek maken. Heel intuïtief was die keuze snel gemaakt. Zij hebben in het verleden al een aantal voorstellingen gemaakt rond het geluid van dingen, en we bedachten dat zij misschien het geluid van Faust konden zijn. Toen moesten we alleen nog op zoek naar een actrice. We zochten naar een musicerende actrice die opgewassen zou zijn tegen het “geweld” van BOT. We hebben bewust gekozen om in Vlaanderen te gaan zoeken omdat acteurs daar een rauwere manier van spelen hebben. Toen wij actrice Sanderijn Helsen ontmoeten, werd acuut duidelijk dat zij diegene was die we zochten. Ze maakte al eerder solo’s, en is gewend om een voorstelling alleen te trekken. Behalve dit is zij ook nog eens een hele goede muzikante die haar mannetje kan staan.
Zo’n uiteenlopende groep bijeen, hoe is de samenwerking verlopen?

M: Het hele artistieke team is bij wijze van spreken gecast op een intuïtieve manier. We hebben een risico genomen om zulke verschillende persoonlijkheden bij elkaar te zetten, maar we voelen elkaar zeer goed aan. Iedereen voelt waar haar of zijn verantwoordelijkheid binnen de voorstelling ligt en durft die ook te nemen.

J: Ik geloof ook dat iedereen er veel zin in heeft. Men is zeer respectvol naar elkaar en geeft elkaar de ruimte binnen hun eigen discipline.
Hoe trouw zijn jullie aan Faust gebleven?

J: We hebben mede door de samenstelling van ons team er voor gekozen om het personage Gretchen uit het verhaal te tillen en meer centraal te stellen. Door die keuze te maken, vielen er in de bewerking al een hele hoop scènes af omdat er simpelweg veel informatie in zit die het personage Gretchen niet kan weten. Faust komt nog wel aan het woord, maar dan is hij meer een verteller.

M: De teksten van Gretchen zijn vrij trouw aan Goethe. De teksten van Faust zijn door de BOT machine gehaald en zijn dus eerder als inspiratie gebruikt.

J: Als je bewerkt, maak je hoe dan ook keuzes en sluit je bepaalde dingen uit. Een grote liefhebber van Goethe zal waarschijnlijk vinden dat we veel te radicaal of te drastisch zijn geweest. Dat krijg je sowieso als je een spin-off gaat maken. Voor de teksten van Gretchen hebben Sanderijn en ik onze eigen hertaling gemaakt op basis van het Duitse origineel. We hebben ons laten ondersteunen door andere vertalingen en ik denk dat we in gevoel heel erg dicht bij het origineel zijn gebleven. Wij hebben er geen dingen bij verzonnen en enkel de zwangerschap en de kindermoord van Gretchen hebben we eruit gelaten. Dat vonden we net iets te heftig. Het zou ervoor zorgen dat je je als publiek moeilijk met haar kan identificeren. Door de vrij abstracte vertelstructuur moet je echt mee kunnen gaan in haar emotionele gedachtestroom, anders kan de voorstelling niet beklijven.

De structuur van het stuk is wel door elkaar gehusseld. We beginnen met de slotscene waarin Gretchen in de (doden)cel zit. Via flashbacks springen we terug in de tijd en probeert Gretchen te reconstrueren wat er allemaal is gebeurd. We laten het stuk wel vooraf gaan door een proloog van Faust om toch nog iets meer mee te geven van het personage Faust, want anders was het te mager geworden. Bovendien kent niet iedereen het verhaal van Faust en zijn pact met de duivel. We wilden wel proberen het juiste gevoelskader aan te bieden.
Hoe wordt de duivel voorgesteld?

J: Via de videobeelden van Douwe Dijkstra, maar ook via de liedteksten van BOT krijgen we mee dat er ook iets of iemand anders op de achtergrond aan de touwtjes trekt.

M: Wij hebben er bewust voor gekozen om de duivel nooit letterlijk in beeld te brengen. De suggestie is veel sterker.
Wat wil je meegeven aan het publiek?

J: Als je in een krantenbericht zou lezen: ‘meisje wordt door haar oudere vriend aangezet om haar moeder te drogeren om seks met elkaar te hebben’, dan heb je direct allerlei vooroordelen klaar. Wij hopen met deze voorstelling, zo’n meisje dichterbij te krijgen. Wij willen dat je in haar hoofd kan kijken en dat ze ineens niet meer zover weg is. Wij hopen dat je als toeschouwer voelt dat ‘het kwaad’ met hele kleine stapjes je leven kan binnensijpelen zonder dat je er zelf van bewust bent. Elk stapje op zich is nog niet zo fout, maar het is de optelsom van alles. Uiteindelijk komt ze in een spiraal terecht waar ze niet meer uit geraakt en wat ze van te voren niet had zien aankomen. Het overkomt haar stap voor stap. Onze Faust is geen pleidooi om alle misdaden goed te praten, maar wel dat de wereld ook niet zo zwart-wit is. Je kan niet zo makkelijk zeggen: “zij zijn slecht en dat zou mij niet overkomen”.

M: Ik voel heel hard mee met Gretchen. Ze is weliswaar tegen wil en dank een moordenares maar ook een heel kwetsbaar meisje. Je voelt dat een bijzondere man haar uit haar stoffige leventje haalt en haar bijna letterlijk in het licht zet en haar aandacht geeft. Dat is iets wat ze daarvoor nooit heeft gekend. Binnen dat gegeven maakt ze een keuze, die verkeerd blijkt te zijn en waar ze de rest van haar leven voor moet boeten. Een mooie lijn is dat de aantrekkingskracht bij Faust vertrekt vanuit een gulzige hebberigheid. Hij wil een jonge, mooie, fysiek aantrekkelijke vrouw. Als hij haar echter heeft gekregen en bezeten, beseft hij ineens dat hij van haar houdt en dat wat er gebeurd is tussen hen een hoge kostprijs heeft. Op dat moment breken ze tezamen en worden ze één. Ze komen heel zuiver en kwetsbaar tegen over elkaar te staan nadat ze zich samen in het kwaad hebben gestort. Ze weten dat er geen weg meer terug is. Dat maakt het ook zo tragisch. Faust krijgt wroeging over zijn daad en dat hij Gretchen daarin heeft meegetrokken, maar deze wroeging komt echter te laat. De moeder is al vermoord. Hij wil Gretchen nog wel proberen vrij te krijgen uit de cel, maar dat wil zij niet en ze is schuldbewust en schikt zich in haar lot. Het is heel mooi, dat zij naast de liefde voor Faust ook de liefde voor haar moeder heeft en wilt dat hij blijft leven om de graven, na hun dood, te verzorgen. Ze wil dus niet met haar lief maar met of naast haar moeder begraven worden.
Hoe ben je bij de vorm uitgekomen?

M: Ik ben er vrij pragmatisch in geweest. BOT wilde heel graag hun zelfgemaakte muziekmachine in beeld. Consequentie daarvan was dat er nog maar weinig speelvlak overbleef. We bedachten om er een platform omheen te bouwen en Sanderijn op een verhoog te zetten. Je creëert hierdoor een geïsoleerde ruimte die onze concrete situatie, namelijk de dodencel, kan voorstellen. De mannen van BOT spelen onder en rond dit platform, waardoor zij in een andere wereld zitten. In de achterwand zit een raam in een raam, met daarachter een muur. Het raam geeft een suggestie van hoop maar wat een uitzicht zou moeten zijn wordt afgeblokt. Voor de kostuums ben ik van een contrast uitgegaan. Ik had mannen van deze tijd nodig en een meisje dat iets sprookjesachtigs zou krijgen. De mannen dragen bestofte pakken en Gretchen draagt een maagdelijk witte jurk met een historische verwijzing naar haar sociale positie. Het kostuum was eerst gemaakt uit papier om haar fragiliteit te benadrukken, maar omdat het letterlijk te kwetsbaar was, heb ik datzelfde gevoel zo goed mogelijk proberen vertalen in stof.


Beschrijf eens wie Schippers&VanGucht zijn?

M: Beeldende theatermakers, ieder met zijn eigen specialisme. Jellie op gebied van regie en tekstbewerking, en ik vooral in beeld, maar we vullen elkaar daarin aan

J: Myriam kan goede regie ideeën hebben en ik denk ook beeldend mee met haar.

M: Buiten S&VG neem ik geen opdrachten meer aan als decorontwerper. Na een aantal samenwerkingen bleken we erg complementair te zijn. Ons werk samen blijkt groter dan de som van de delen. Ik voelde dat ons verwantschap bijzonder was en heb toen dit besluit genomen.

J: Ik heb hetzelfde. Als ik voorstellingen zonder Myriam maak, dan kan je dat ook in mijn regie zien.
Tot slot. Is er verschil tussen op locatie werken of in een theaterzaal?

M: Ik vind het werken in een theaterzaal een hele uitdaging. Het verschil is dat je veel abstracter moet werken als je in een zaal staat. Als we op locatie werken dan manipuleren wij de realiteit; we zetten de realiteit naar onze hand, waardoor je het gevoel hebt dat het realistisch is, maar met kleine verschuivingen van dat realisme kan je het gevoel van het publiek sturen. Als je dezelfde taal gebruikt in een theaterzaal of in de zwarte doos dan wordt dit realisme oubollig en anekdotisch. Je moet dan zoeken naar een abstrahering van de werkelijkheid.



J: Door de bezuinigingen worden we gedwongen om voorstellingen te maken die makkelijk bereisbaar zijn en waar genoeg publiek in kan. Als wij de kans krijgen, kiezen wij altijd voor een alternatieve publieksopstelling om het publiek uit zijn comfortzone te halen. We gebruiken de zaal het liefst als locatie, en zo bouwden we bijvoorbeeld bij De gedaanteverwisseling een soort tribunaal waarbij de toeschouwers van boven in de leeuwenkuil van de speler keken. Dit soort installaties kunnen natuurlijk niet altijd. In MIJN FAUST hebben we het toneelbeeld een slag gedraaid waardoor je de blik van de kijker manipuleert, maar dat is heel subtiel. We halen in de zaal er ook vaak video bij omdat een gestileerd beeld vaak nogal rigide is en weinig dynamisch. Om de verwondering die we normaal creëren door de realiteit te manipuleren, werken we met video-mapping. Videokunstenaar Douwe Dijkstra vult ons daarin perfect aan.

BIO’S

Jellie Schippers volgde een opleiding tot dramadocent aan de Hogeschool voor Kunsten Constantijn Huygens te Zwolle en studeerde daarna, in 2006, theaterdramaturgie aan de Universiteit te Utrecht. Tijdens haar studies was zij, van 2001 tot 2005, regieassistent en productiemedewerker van regisseurs als Alize Zandwijk, Guy Cassiers en Arne Sierens bij het ro theater. Vervolgens regisseerde zij in 2007 Spinder (productiehuis Het Lab), Smoor (St. Generale Oost), Solveig (voor de werkplaats van het Oerol festival), Vogeline (Generale Oost), in 2008 Wurd Socht/Zoek Woord (Tryater), De Onnoembaren (voor de werkplaats van het Oerol festival), De beer die geen beer was (ON) en was zij een van de vier regisseurs van 11 Stêden (Tryater).



Myriam Van Gucht volgde na haar opleiding toneelkostuumontwerp aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten te Antwerpen de opleiding scenografie aan het Institut del Teatre in Barcelona. Ze maakte deze opleiding af aan de Academie voor Beeldende Kunsten in Maastricht. Voor ze als freelance decor- en kostuumontwerpster begon te werken, was ze van 2001 tot en met 2005 vaste rekwisiteur bij het ro theater in Rotterdam. Van Gucht werkt ook regelmatig samen met kostuumontwerper Valentine Kempynck (BELGAT) aan voorstellingen van onder meer WALPURGIS (Il combattimento di Tancredi e Clorinda), NTGent/RuhrTriennale (Merlin oder das wüste Land), Kunstenfestivaldesarts (Celeste) en HETPALEIS (Armandus de Zoveelste) en binnenkort De ommegang in Mechelen. Verder ontwierp ze de kostuums voor de muziektheatervoorstellingen En volgend jaar uw kop, Stom Paard en Zilke van WALPURGIS. In HETPALEIS ontwierp ze kostuum voor Prinses Turandot (coproductie WALPURGIS), DODO groot of land zonder ei, DODO klein of ei zonder landen en Wiejoow. Ze werkte als eveneens als kostuumontwerper voor onder andere De Roovers en ‘t Arsenaal. Sinds 2010 werkt ze als docent bij de masterclass van de afdeling toneelkostuumontwerpen in de Koninklijke Academie van Antwerpen.
Schippers&VanGucht

Jellie Schippers en Myriam Van Gucht leren elkaar kennen in het ro theater. De afgelopen jaren hebben ze al vaak samengewerkt en sinds een paar jaar vormen ze het makersduo Schippers&VanGucht. Ze hebben al verschillende (jeugd)theaterproducties op hun naam staan zoals Spinder (Het Lab/De Krakeling), Smoor en Vogeline (Generale Oost), Solveig en De onnoembaren (voor het Oerol Festival), Bumpers (HETPALEIS), De gedaanteverwisseling, Bloed (Dox), Waterwolf (Tafel van Vijf) en Huis (Het Filiaal). In september 2012 wonnen zij de jeugdtheaterprijs de Gouden Krekel voor de vormgeving van deze laatste voorstelling. (www.SchippersenVanGucht.com)


Douwe Dijkstra studeerde in 2005 af aan de ArtEZ Hogeschool voor de kunsten in Zwolle aan de richting illustratie. Sinds zijn afstuderen maakte hij onafhankelijke korte films, multimedia-installaties, theatervoorstellingen en diverse films in opdracht, waaronder videoclips. Voor zijn eindexamenwerk ontving hij o.a. de Groene Olijf van Artolive, de juryprijs van de TENT Academy Awards en de jury prijs op het Nederlands Online Filmfestival. Hij maakt deel uit van Collectief 33 1/3, dat hij vormt samen met Jules van Hulst en Coen Huisman, waarmee hij onder andere de theatervoorstelling Blauwbaard maakte. Deze videomapping opera was in 2012 en 2013 te zien in Rotterdam, Glasgow en New York en is één van de winnaars van de internationale Music Theatre NOW competitie in 2013 van het International Theatre Institute (ITI). Met hetzelfde collectief werkte hij aan de artist in residence-projecten Seeljocht en Skeylja waarmee hij op respectievelijk Into The Great Wide Open en Oerol stond. Douwe is ook als art director en animator betrokken bij het Festina Lente Collective in Amsterdam waarvoor hij o.a. de videoclip Beguine voor de band De Kift regisseerde. Als vakdocent is hij verbonden aan ArtEZ Zwolle Art & Design op de afdeling Animation Design en Illustration Design.
Sanderijn Helsen studeerde in 1999 af aan de acteursopleiding van Studio Herman Teirlinck in Antwerpen. Daarna werkte ze als actrice voor onder meer Speeltheater KOPERGIETERY, Het Toneelhuis, Theater Malpertuis, Music Hall, Zeven/Inne Goris, Barre Weldaad en De Maan. Ook stond ze als gastactrice voor de camera’s van Flikken, Wittekerke, Spoed, Aspe, Zone Stad en de films Los en TBCB. Sinds enkele jaren werkte ze samen met muzikant Andrew Claes. Ze repeteren als een ‘band’ en brengen theaterconcerten met stem en elektronica. Hun eerste theaterconcert Stemmen in het bos ging in mei 2010 in première het kunstencentrum nOna te Mechelen en werd hernomen in clubsetting, voor een staand publiek. Inmiddels zijn ze bezig met de ontwikkeling van hun tweede theaterconcert: Hamlet, waarbij ze een klankmatige interpretatie van deze klassieker opvoeren voor een jong publiek. Sanderijn Helsen werkte daarnaast als theaterdocente bij KOPERGIETERY (Gent), Villanella (Antwerpen), De Veerman (Antwerpen) en BRONKS (Brussel).
BOT

BOT is een muzikaal-theatraal mannenkwartet dat uit ‘t lood geslagen Nederlandstalige liedjes maakt met klinkende machinerie. Ongepolijste composities met een onwaarschijnlijk instrumentarium en teksten die bij je binnenkomen. BOT probeert zich staande te houden in een wereld vol afgedankte meuk: bowlingballen en betonmolens, toetsen en tuba’s, kloofbijlen en klappertanden. Dat zijn de middelen waarmee de mannen onverwacht poëtisch werk met een rauw randje maken. Muziek van BOT gaat over zaken die iedereen raken. Zowel in instrumentarium als in het soort liedjes probeert de groep tegen de klippen op hoop te putten uit de drek die ‘t leven soms is. Altijd met diep respect voor de onbeholpen poging overeind te blijven. (www.wijzijnbot.nl)


Geert Jonkers (BOT) is geluidskunstenaar, performer, ontwikkelaar en maker van geluidsmatige objecten. Zijn achtergrond is een mix van ambachtelijk metaalwerk, percussie/zang en performance-theater. Sinds 1992 initieert hij het meeste van zijn werk zelf, maar hij werkt ook in opdracht. Het werk heeft altijd te maken met de combinatie van mechanische processen en klankgebruik, materialen zijn vaak hergebruikt stedelijk of industrieel afval. In vorm varieert het enorm: je vind werk van Audiomachinist in beeldentuinen en exposities, straten en pleinen op zomerfestivals, op grote poppodia, op erfgoedlocaties, enzovoorts. Geert werkt als Audiomachinist onder de vlag van muziektheater-trio BOT, onder de vlag van Odd Enjinears A’dam en werk als freelance musicus/objectenbouwer.
Tomas Postema (BOT) studeerde in 2004 af als componist aan de HKU. Aanvankelijk schreef hij vooral veel verschillend werk voor onder andere theater, dans en film. Daarbij werkte hij samen met componist Harry de Wit en gezelschappen waaronder Het Nationale Toneel en het Rosa Ensemble. De nadruk lag hierbij op combinaties tussen elektronische muziek en het gebruik van akoestische instrumenten. Van 2005 tot 2007 werkte hij met een eigen gezelschap "CompActLab" aan verschillende muziektheatervoorstellingen op locatie. Als docent richtte hij een opleiding Sounddesign op in Arnhem. Vele jaren speelde hij als toetsenist bij de Arnhemse muziektheaterband BEU. Samen met Job van Gorkum zocht hij in 2008 de samenwerking met Geert Jonkers voor het theaterstuk Katrol. Sindsdien vervult hij binnen BOT de rol van toetsenist en componist.
Job van Gorkum (BOT) is in 1994 als theaterdocent afgestudeerd aan de Hoge School van de Kunsten in Arnhem. Daarna werkte hij als freelance acteur voor theater en televisie. Met zijn onderneming De Bijzaak zette hij zijn theaterkennis in voor bedrijven om inhoud te communiceren. Van 2002 tot 2013 werkte Van Gorkum als programmamaker voor kindertelevisie. Naast acteren en televisie, neemt muziek een steeds grotere plaats in zijn leven in. Als zanger en liedjesschrijver begon hij in 1999 de band BEU. Uit zijn wens om theater en muziek meer en meer te combineren, ontstond in 2009 de samenwerking met Tomas Postema en Geert Jonkers in de band BOT.
Doan Hendriks stond als nog net niet afgestudeerd theatervormgever aan de rand van de wieg van BOT. Na afronding van zijn studie in 2010, aan de Hogeschool van de Kunsten te Utrecht, is hij direct aan de slag gegaan als technieker en medebouwer van het instrumentarium van BOT. Inmiddels is Doan de huisschilder van BOT. Daarnaast bouwde hij samen met Geert Jonkers al vele mechanische klankinstallaties waaronder 'Roedel' en het bewegend decor voor de theatertour van Marike Jager, Here Comes The Night. Ook bouwt Doan voor andere theater- en tv-producties decors en allerhande attributen.

Hanneke Reiziger behaalde in 1989 haar doctoraal diploma Theaterwetenschap aan de Universiteit van Amsterdam. Van 1990 tot 1994 was zij werkzaam als regie-assistente en bureaudramaturge bij Het Nationale Toneel in Den Haag en werkte ze hoofdzakelijk samen met regisseur Hans Croiset. In 1994 verhuisde ze naar België, waar ze als dramaturg vast verbonden was aan verschillende theatergezelschappen zoals KVS, KNS, Het Toneelhuis en het ro theater. Ze werkte onder anderen samen met regisseurs als Lucas Vandervost, Lidwien Roothaan, Jos Verbist, Karst Woudstra, Tom Van Dyck, Peter Sonneveld en Alize Zandwijk. Sinds 2003 is Hanneke Reiziger als hoofddramaturg werkzaam bij HETPALEIS, een theaterhuis voor kinderen, jongeren en kunstenaars te Antwerpen. (www.hetpaleis.be).

Bob Kruiskamp is van huis uit lichttechnieker. Hij werkte eerst vooral als freelancer. Na een tijd kon hij als 1e lichtman in vaste dienst komen bij het Odeon De Spiegel Theaters te Zwolle. In 2010 besloot hij om als parttime freelance lichttechnicus aan het werk te gaan onder de naam The Eve Visions, met als specialisatie lichtontwerp, voor theaterproducties en binnen de evenementenbranche. Voor het Kameroperahuis te Zwolle heeft hij aan diverse producties meegewerkt zoals aan Two Caravans, Penthesilea en aan een Masterclass van Pierre Audi. Verder heeft hij samengewerkt met Hans Groen aan een rockopera, met het Marinierskapel aan A tribute to veterans en met Ernst Daniel Smit.

Productiehuis Oost-Nederland (ON)

Productiehuis Oost-Nederland (ON) bedenkt, maakt en verkoopt culturele producties. Binnen deze producties is popcultuur het uitgangspunt en ONusual stuff for normal people het motto. ON ontving verschillende prijzen voor producties als NO blues, Kytemans Hiphop Orkest en De beer die geen beer was. Het productiehuis werkt samen met podia en makers om een breed en jong publiek te bereiken en te interesseren voor vernieuwende crossmediale podiumproducties. Tegelijkertijd faciliteert het de ontwikkeling van talentvolle muzikanten en kunstenaars. Sinds 2013 vormt productiehuis Oost-Nederland samen met productiehuizen Generale Oost en Wintertuin productiehuis De Nieuwe Oost. De ambitie van De Nieuwe Oost is om Landsdeel Oost tot dé regio voor jong talent te maken. (www.oninternet.nl)

CITATEN UIT DE PERS UIT VORIGE VOORSTELLINGEN van Schippers&VanGucht
Over Solveig voor het Terschellings Oerol Festival.
“De jonge actrice Dahlia Pessemiers vindt geweldig haar weg in Jellie Schippers’ originele perspectief op Ibsens toneelstuk, in deze humorvolle en tegelijk poëtische bewerking met talige verwijzingen naar de naam van haar lief. En ook de gedachten die door haar kop schieten in afwachting van zijn komst, zijn grappig en aandoenlijk tegelijk. (…) Ook het beeld (door Myriam Van Gucht) van de voorstelling is prachtig, in al zijn eenvoud. De hut heeft een Piet Hein Eek-achtige uitstraling, met een mix onbewerkte planken en geverfd wrakhout, en heeft een paar verrassende decorvondsten. (…) Ook in Solveig kleding weerspiegelen enerzijds de soberheid en bescheidenheid in de grijze wol en anderzijds de vrolijkheid en feestelijkheid in de gekleurde linten die erin zijn verwerkt. En morgen, morgen als Peer terugkomt, is haar jurk nog een tikje feestelijker. Want ze heeft al weer een extra jaarringetje klaarliggen in de la. (Uit: 8Weekly 21.06.2007 door Moon Saris)
Over Bumpers bij HETPALEIS te Antwerpen.
Bumpers is een voorstelling die met schijnbaar gemak recht naar je hart gaat, en die je graag een tweede keer wil meemaken.” (Uit: De Standaard 07.04.2009 door Dorien Knockaert)
“(…) gescheiden ouders: Het is al een meermaals beproefde thematiek in het jeugdtheater, maar zelden kreeg het zo’n waarachtige invulling als hier: niet klef of moraliserend, niet drammerig, maar evenmin met fluwelen handschoenen (…) de jonge Nederlandse regisseur Jellie Schippers bundelt vormelijk en inhoudelijk concept tot coherent belevingstheater. (Uit: De Morgen, 07.05.2009 door Liv Laveyne)
Over Huis bij Het Filiaal te Utrecht
“(…) Jellie Schippers regisseerde een geestige voorstelling die de overstap van leven naar dood tot een overzichtelijke stap maakt. Alsof je de deur van het leven zomaar dicht kunt draaien. Maar het slot is onverwacht poëtisch.” (Uit: Trouw 01.06.2011 door Anita Twaalfhoven)
Uit het juryrapport voor de Gouden Krekel voor Huis in de categorie ‘meest indrukwekkende podiumprestatie 2012’: “De vormgeving van Huis is in alles bepalend, zowel voor het spel van acteur Ron van Lente als voor het publiek dat op krappe houten bankjes met zijn neus bovenop de wereld van de oude man zit. Jellie Schippers en Myriam Van Gucht hebben een wereld geschapen waarin geen toekomst meer lijkt. Alles ademt verleden tijd. De oude man die vindt dat hij lang genoeg heeft geleefd wil alles piekfijn achterlaten, maar het afscheid loopt voortdurend vertraging op doordat er iets misloopt. De vormgeving is met veel liefde en mededogen gemaakt voor de mens die langzaam maar zeker beseft dat hij geen controle meer kan uitoefenen over zijn leven. Alle details in de leefruimte van de oude man zijn prachtig uitgewerkt. Alles heeft functie en ademt weemoed uit. Huis is een ode aan het loslaten en een cadeau voor wie de voorstelling nog kan gaan zien.”






De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina