Schrijver Krabbé, Tim



Dovnload 13.48 Kb.
Datum25.07.2016
Grootte13.48 Kb.

Schrijver



Krabbé, Tim



Titel



Gouden ei, Het



Jaar van uitgave



1984



Bron



PZC : provinciale Zeeuwse courant



Publicatiedatum



09-06-1984



Recensent



Hans Warren



Recensietitel



Gruwelverhaal van Tim Krabbé



Tim Krabbé, thans 41 jaar, bracht het als schaker tamelijk ver (over schaken publiceerde hij 'Nieuwe Schaakcuriosa'), hij bracht het als wielrenner tamelijk ver (over wielrennen publiceerde hij de roman 'De Renner') en hij schrijft al sedert 1967 romans en verhalen die soms sterk opvallen. Na een drietal niet zo belangrijke romans kwam hij bijvoorbeeld in 1978 met de verhalenbundel 'De stad in het midden' die terecht de aandacht trok. In datzelfde jaar volgde nog 'De Renner' dat de weerslag is van een in juni 1977 gereden klimkoers in Zuid-Frankrijk waarbij Krabbé als tweede eindigde. Het leek er op of Krabbé als schrijver toen door zou breken, maar het werd weer betrekkelijk stil om hem heen.

Voor dit voorjaar was een bundel met wielerverhalen aangekondigd, een bundeling van een aantal van Krabbé's wielercolumns uit NRC/Handelsblad, aangevuld met een paar verhalen. Voorts verscheen al 'Het gouden ei', een novelle over een misdaad, een gruwelijke moord, gepleegd op een jonge vrouw, waarmee Krabbé teruggrijpt qua thema op zijn eerste roman uit 1967: 'De werkelijke moord op Kitty Duisenberg'. Met 'Het gouden ei' heeft Krabbé nogal hoog gegrepen. De opzet, de 'vondst', is zeer boeiend, maar de uitwerking bevat onhandigheden en weinig terzake doende uitweidingen die maken dat men het boekje, hoe beklemmend en luguber het hier en daar ook is, toch ietwat teleurgesteld uit handen legt.

Het eerste thema: het verdwijnen van Saskia, zoals dat in het eerste hoofdstuk verteld wordt, is het meest verrassende, juist door de onverklaarbaarheid van het gebeuren. Twee mensen, Saskia, half de twintig, en haar acht jaar oudere vriend Rex zijn per auto op weg naar hun vakantiebestemming in Zuid-Frankrijk. Ze kennen elkaar al lang, zijn nu moe, hebben ook een beetje gekibbeld, maar het weer goed gemaakt. Het loopt tegen de avond en bij een benzinestation ontspannen ze even. Saskia, die niet graag chauffeert, heeft beloofd dat ze van dit ogenblik af rijden zal. Ze heeft de autosleuteltjes al gepakt. Terwijl ze naar het toilet is maakt Rex voor de grap een foto van het tankstation, met de bedoeling daar later in hun album bij te schrijven: 'Total-tankstation met daarin Saskia, enkele minuten voordat zij voor het eerst op de Autoroute zal chaufferen'. Saskia zou ook nog een paar blikjes drinken meebrengen. Rex denkt nu vertederd aan haar. Aan gemene streken die hij met haar heeft uitgehaald, aan plagerijen waarbij hij haar een beetje beloog of bedroog. En aan Saskia's nachtmerrie als kind, die ze hem verteld had: 'dat ze opgesloten zat in een gouden ei dat door het heelal vloog. Alles was zwart, er waren niet eens sterren, ze zou er altijd in moeten zitten, en ze kon niet doodgaan. Er was maar één hoop. Er vloog nog zo'n gouden ei door de ruimte, als ze tegen elkaar botsten zouden ze allebei vernietigd zijn, dan was het afgelopen. Maar het heelal was zo groot!' (14)

Hij besloot haar niet meer zo te plagen. Saskia blijft wonderlijk lang weg. Met precisie tekent Krabbé de reacties van Rex. Eerst denkt hij: Ze zal zich wat staan op te tutten om mooi te zijn als ze chauffeert en ze rekt het omdat ze er tegenop ziet. Maar na een kwartiertje raakt hij wat gealarmeerd. Hij gaat eens poolshoogte nemen in het servicegebouw, de winkel daar, kijkt zelfs vluchtig in het damestoilet: geen Saskia voor de spiegel. Terug naar de auto. Na een half uur is Rex' paniek compleet.

"Een prins in een witte Rolls Royce? Een krankzinnige impuls, en zoeff, weg, hem voorbij, een totaal nieuw leven tegemoet? 'Ik ben een beetje wispel', ze had het vaak genoeg gezegd -- ze kòn in een flits beseft hebben dat het met hem niet volmaakt was en nooit zou worden. Maar hem zó achterlaten? Ondenkbaar" (18/19).

Rex doet alles wat je in zo'n geval doet. Hij klampt mensen aan, sommigen hebben haar gezien, dingen kloppen, andere niet. De politie wil er pas werk van maken als ze de volgende morgen nog niet terecht is. De avond valt, en Rex overweegt nuchter: "Ze was in een auto gesleurd of gelokt en ontvoerd. Ze zag er sexy uit, maar niet rijk. Misschien had de dader zelfs gezien dat ze bij Rex' oude auto hoorde, het moest dus om verkrachting begonnen zijn. Dan werd ze nu verkracht. En daarna? Ze kon vermoord worden. Dan werd haar lijk vroeger of later gevonden. Maar ze zou niet zo stom zijn zich te verzetten. De kans was groot dat ze ergens op een afgelegen plek werd achtergelaten, dan zou ze na verloop van tijd het hotel weten te bereiken. Al met al was dat het meest waarschijnlijk. Het was niet eens gezegd dat de vakantie reddeloos was" (23/24).

Hij denkt toch ook aan haar nachtmerrie over het Gouden Ei, wil haar lot delen, haar redden.

Saskia blijft spoorloos, de jaren verstrijken. Zoals gezegd: deze opzet van het verhaal boeit door de simpele, realistische verteltrant. De ontreddering van Rex die op onverklaarbare wijze zijn vriendin verliest grijpt ook de lezer.

Het tweede hoofdstuk zorgt dan voor een anticlimax door te veel overbodig bijwerk. We zijn acht jaar verder en in een vakantieoord in Italië. Rex heeft een nieuwe vriendin, Lieneke, met wie hij besluit te trouwen. Saskia's schim staat echter tussen hen in, haar nachtmerries zijn op hem overgeslagen.

Het derde hoofdstuk is weer zeer beklemmend. We maken kennis met Raymond Lemorne, een leraar scheikunde en een gevaarlijke gek. Met groot inlevingsvermogen tekent Krabbé de aanvallen van gekte van deze man. Hij bezit een vervallen buitenhuisje niet ver van het bewuste tankstation en hij is het geweest die na lang oefenen en veel mislukkingen erin geslaagd is Saskia te overmeesteren en te doen verdwijnen. Ik verklap het geheim niet: zijn handelswijze is primitief-geraffineerd en leidt tot een perfecte misdaad. Hij heeft er al meer op zijn geweten.



In het laatste hoofdstuk blijkt Rex nogmaals, na acht jaar, een grote advertentiecampagne op touw te hebben gezet om Saskia op te sporen. Ook dit hoofdstuk bevat te veel bijzaken, maar de gruwelijk-onheilspellende lijn wordt weer opgevat wanneer (op nogal onwaarschijnlijke manier overigens) de moordenaar van Saskia in Amsterdam verschijnt en hem aanspreekt. Raymond Lemorne wil het raadsel van haar verdwijnen alleen ontsluieren als Rex er in toestemt hetzelfde lot te ondergaan als Saskia -- hij weet dat ze dood is en dat het dus ook zijn dood betekenen zal. Hij denkt aan het Gouden Ei en stemt toe. Ze rijden in Lemornes auto naar het benzinestation van weleer.

Dat Rex' dood zó gruwelijk zal blijken is wel voor iedere lezer een schok. 'Het Gouden Ei' zit echter te onbeholpen in elkaar om echt geslaagd te heten. Lezenswaard is het zeker.



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina