Sectie Mediation



Dovnload 182.84 Kb.
Pagina1/3
Datum23.07.2016
Grootte182.84 Kb.
  1   2   3

Sectie Mediation


Nieuwsbrief Mediation

Jaargang 5, nummer 1, maart 2004

Inhoud

Van de redactie 1

Uit het sectiebestuur 2

Het Conflict Reduction Model versus het Conflict Management Model 3

Uit de Regionale Intervisiegroepen 5

Oplossingsgerichte therapie en mediation 9

Boekbespreking Kind in bemiddeling 12

Boekbespreking Kinderen en hun rol als bemiddelaar 15

Verslag workshop Transformatieve mediation 16

Bemiddeling voorkomt schoolverlaten 18

Gelezen 18

Kalender 21

Mededelingen 22

Van de redactie

Voor u ligt het eerste nummer van de vijfde jaar­gang van onze Nieuwsbrief.

Allereerst willen we uw aandacht vragen voor het Mediationsymposium van de sectie Mediation NIP op 16 april 2004. Het is een belangrijke bijeen­komst om over het beleid van onze sectie te spreken en dit vanuit de leden te beïnvloeden. Er staan bo­ven­dien een interessante lezing en enkele goede work­shops op het programma, zodat u voor het lut­tele bedrag van € 20 aan uw verdere profes­sio­na­li­se­ring kunt werken. Verdere informatie is te vinden in de rubriek Kalender, waarin nog meer inte­res­sante conferenties worden vermeld. Een hiervan is de Driedaagse van de VFAS, die dit jaar voor het eerst ook voor psychologen van onze sectie is opengesteld.
Deze keer is er extra aandacht voor de regionale intervisie groepen. Ons hadden allerlei tegen­strij­dige geluiden bereikt over het wel en wee van de intervisiegroepen in de verschillende regio's: som­mige intervisiegroepen zouden niet meer functio­neren of op het punt staan te worden op­ge­heven, ter­wijl in andere regio's er zelfs wachtlijsten zouden be­staan. Ook hadden ons klachten bereikt over het er­varen gebrek aan ondersteuning van de inter­visiegroepen vanuit de sectie. Dit was voor ons aan­leiding om - mede op verzoek van het sectie­bestuur - de regionale contactpersonen te bena­deren. Zij ver­vullen op dit punt voor ons een sleutelfunctie in de structuur en verrichten belang­rijk en gewaar­deerd werk bij de verdere profes­sionalisering van onze beroepsgroep. Het resultaat hiervan treft u in de vaste rubriek Uit de Regionale Inter­visiegroepen. Het zal ook onder de aandacht gebracht worden van het sectiebestuur en onge­twijfeld terugkomen als discussiepunt op de Jaarvergadering op 16 april aanstaande.

Ver­der is er in deze Nieuwsbrief aandacht voor een aan­tal werkvelden waarop mediation plaatsvindt zo­als family mediation (een boekbespreking van het boek van Cees van Leuven en Annelies Hendriks), het onderwijsveld (een artikeltje van een van onze sec­tie­bestuursleden in Trouw en een boekbespre­king) en de geestelijke gezondheidszorg (een artikel van Ton Westerduin over mediation in een psychia­trisch ziekenhuis in de Verenigde Staten).

Daar­naast hebben we twee bijdragen over twee ver­schil­lende benaderingen van mediation, de oplos­sings­gerichte benadering (toepassing van een spe­ci­fie­ke therapiebenadering op mediation) en een ver­slag van een informatiebijeenkomst over trans­formatieve mediation.
De deadline voor de volgende Nieuwsbrief is 31 mei 2004, zodat u deze begin juni 2004 in de bus kunt hebben.
Namen en e-mailadressen van de redactieleden:

Hugo Prein (redactiesecretariaat: Postbus 80125, 3508 TC Utrecht). E-mail: H.Prein@fss.uu.nl

Corry Hellingman (contactpersoon regiogroepen). E-mail: mediation@hellingman.net

Ruth Overtoom. E-mail: r.overtoom@ision.nl



Uit het sectiebestuur
Voortgang van de registratie tot psycholoog-mediator

Mediation vindt, voor ons psychologen, vanuit het NIP bezien, zijn toepassing in een NIP-breed gebied. In alle sectoren (A&O, Jeugd en Gezond­heid) treffen we psycholoog-sectieleden aan. Voor de meesten is mediation een - aantrek­kelijke - subspecialisatie in hun bestaande beroeps­praktijk.

Het sectiebestuur spant zich in om voor u, als sectie­leden, een goed beeld te schetsen, hoe de toepassing van mediation zich in de verschillende werkvelden (de markt) van psychologen zich ontwikkelt. Ook wil het bestuur achterhalen waar en welke potentiële ontwikkelingen zijn te traceren waarop wij als psycholoog-mediator een zinvolle taak kunnen vervullen. Waar marketing en acqui­sitie activiteiten nodig zijn, ook naar de overheid. We zullen vanzelfsprekend daarover aan u rap­porteren.

Deze informatie is tevens van belang om, in het kader van de te ontwikkelen registratie, de bij- en nascholing (o.a. intervisie, supervisie, mogelijkheid van co-mediations) voor psycholoog-mediators, van­uit het NIP, zo goed mogelijk te organiseren.

Daarvoor heeft het sectiebestuur u eerder gevraagd uw visie, via een enquête, te geven.

Ter completering van het beeld heeft het sectie­bestuur zich nu ook tot de bestuursleden van de sector G, J, en A&O met het volgende verzoek gewend:

'We stellen ons voor dat u, uit uw sector of sectie enkele collega's, die zicht hebben op de ontwik­kelingen van mediation in de verschillende werk­vel­den van psychologie, vraagt samen met een be­stuurs­lid van de sectie mediation voor een discus­siebijeenkomst bijeen te komen om een geza­men­lijk inzicht hierin te verwerven. De volgende vragen zijn van belang:

1. wat zijn relevante werkvelden voor psycholoog-mediators in uw sector of sectie?

2. wat zijn de huidige ontwikkelingen van mediation­­toepassing in uw sector of sectie?

3. waar liggen potentiële mogelijkheden voor de toepassing van mediation?

4. is een relatie met andere beroepsorganisaties van belang?

5. komt daar een specifieke opleidingsbehoefte uit voort voor psycholoog-mediators?

We kunnen daarbij de volgende toelichting geven.

Niet alleen de overheid en een groot aantal orga­nisaties heeft mediation als een elegante vorm van geschillenbemiddeling of als alternatief voor een juridische procedure ontdekt. Voor veel collega's blijkt het een buitengewoon aantrekkelijk werkveld te zijn. Veelal als een subspecialisatie in de be­staande praktijk: een tweede carrière.

Zien we de NIP-opleiding tot mediator als repre­sentatief dan valt op dat we als deelnemers psychologen vanuit vrijwel alle achtergronden en specialisaties van de psychologiebeoefening aan­treffen: eerstelijnspsychologen, onderwijspsycho­logen, trainers, organisatieadviseurs, gezondheids­psy­chologen, relatietherapeuten enz. We vinden psycholoog-mediators terug op alle bijzondere werkvelden die we binnen het NIP aantreffen.

Opdrachtgevers zoals rechtbanken en grote organi­sa­ties, vragen naast de bestaande persoonsgebonden certificering ook naar specifieke deskundigheid.

Voor psychologen zullen bepaalde werkvelden daar­bij favoriet zijn. Wij denken bijvoorbeeld aan echtscheidingsbemiddeling, arbeidsmediation, mediation op scholen, burenruzies, conflicten tus­sen personen en groepen binnen en tussen orga­nisaties. Die deskundigheid zal ook marktwaarde dienen te krijgen door erkenning van het NIP, overheid en andere beroepsorganisaties.

Beroepsorganisaties waarmee wij nauw samen­werken, zoals de orde van advocaten of de broe­der­schap van notarissen, kennen een registra­tieregeling en bijbehorende opleiding. Ons doel is de samen­werking met deze organisaties op profes­sionele basis te bevorderen. Daarvoor zal het NIP ook een registratieregeling voor psycholoog-mediators in het leven roepen om de deskundigheid van onze psycholoog-mediators naar opdracht­gevers en cliën­ten en samenwerkende beroeps­organisaties te verzekeren.

Daarnevens beogen we onze leden in staat te stellen via bij- en nascholing, intervisie, supervisie en co-mediations hun deskundigheid te vergroten. Onze filosofie is daarbij: 'vóór en dóór psychologen' en door gebruik te maken van aanwezige deskundig­heid de opleidingskosten te drukken. Het NDC zal daarbij behulpzaam zijn.

Wij voorzien ook dat in het kader van de moder­nisering NIP een coördinatiegroep in het leven kan worden geroepen met de toepassing van mediation als thema.

Indien u of iemand anders uit uw sector/sectie inte­resse heeft om deel te nemen aan deze discussie­bijeenkomst, verzoek ik u met Maryanne Breijer, sectorsecretaris Intersector, tel (020) 4106254, contact op te nemen.

U wordt dan z.s.m. benaderd om een datum voor een bijeenkomst af te spreken.

Ons verzoek aan u: indien u namen weet van collega's die een goede rol in zo'n deskundigen­panel kunnen vervullen die graag door de geven aan Maryanne Breijer.'
Ton Westerduin,

voorzitter



Het Conflict Reduction Model versus het Conflict Management Model
Dan Shapiro (Harvard Negotiation Project) en medewerkers van Harvard Medical School ver­telden, tijdens een verblijf aan Harvard Law School vorig jaar, over de experimenten met mediation in verschillende psychiatrische ziekenhuizen in Massa­chussets VS. Zij waren zeer enthousiast over de resultaten. Hieronder vind je ze wat uitgewerkt.
Het achterliggende idee van deze experimenten is het volgende. Het gebruikelijke model in de ziekenhuissetting is het reduceren van de conflicten tussen patiënten of tussen patiënten en staf, ook tussen stafleden. Conflict wordt gewoonlijk gezien als een ongewenste verstoring van het efficiënte en effectieve verloop van de (therapeutisch gerichte) processen in de ziekenhuissetting. Een belangrijke rol van ziekenhuisstaf in dit model is het beperken van conflicten door unilaterale acties, bezweren, maatregelen, dreigen, straffen geven als je … enzovoorts,. door Dan genoemd het Conflict Reduction Model.

Een dergelijke strategie voorkomt echter dat patiën­ten leren hoe zelf hun geschillen constructief te kunnen regelen. Omdat het de ziekenhuisstaf is die de conflicten beslecht wordt noch de autonomie van de patiënt, noch hun gevoel van 'self-efficacy' (zie onder) geprikkeld, gehonoreerd, serieus genomen.





Het alternatieve model waarmee de Harvard­medewerkers experimenteerden in 2000 en 2001 noemden zij het Conflict Management Model. Hierbij werden én de staf én de patiënten getraind in mediationvaardigheden, op een andere wijze naar conflicten te kijken en om onderlinge interacties als bron van leren te gebruiken.

Motieven waarom deze ziekenhuizen aanvankelijk kozen voor het Conflict Reduction Model bleken naar de bevindingen van de onderzoekers:


  1. conflicten werden gezien als een blokkade voor therapeutisch succes;

  2. patiënten ervoeren het als veilig als conflicten door de staf de kop werden ingedrukt (Dan vertelde bijvoorbeeld dat vooral patiënten met depressieve of angstverschijnselen vanuit hun ziektebeeld al de neiging hebben conflicten uit de weg te gaan);

  3. ook de juridische risico's van uit de hand gelo­pen ruzies of verstoring van de efficiency in het ziekenhuis bleken een belangrijke rol te spelen.

Als negatieve effecten van deze ziekenhuiscultuur constateerde men ook:

  1. de staf leert slechts met een zeer beperkt repertoire van conflictbeheersingmethoden om te gaan;

  2. patiënten zijn daarmee afhankelijk van externe factoren in plaats van eigen vaardigheden en talenten;

  3. patiënten worden 'disempowered', ervaren verlies van autonomie en hulpeloosheid (houd je mond nu of anders zet ik je uit het programma);

  4. patiënten hebben slechts beperkt mogelijkheden om onderlinge relationele conflicten te behande­len: groepstherapie is zelden meer dan één à twee maal per week. Ergo patiënten lopen vaak meerdere dagen met onopgeloste conflicten rond;

  5. patiënten leren niet hoe zij geschillen met anderen op een constructieve wijze kunnen oplos­sen terwijl conflict een algemeen bijver­schijnsel is in het bijzonder in psychopathologie. (NB eigenlijk toch verbazingwekkend dat psychia­trische ziekenhuizen tekort schieten in het gebruiken van voor de hand liggende leer- en therapeutische mogelijkheden in hun directe omgeving).

Gezien deze evaluatie (de onderkende negatieve effecten van dit beleid) is men gaan experimenteren met een andere strategie: het Conflict Management Model uitgaande van een tegengestelde veronder­stelling: 'Conflict is een onvermijdelijk en belang­rijk verschijnsel in de omgang met elkaar en je moet leren omgaan met conflicten i.p.v. die te (laten) onderdrukken.' Binnen deze strategie krijgen zowel staf als patiënten een kans om in de directe om­gang met elkaar hun communicatieve en vaar­digheid te vergroten.

Het model berust op het benutten van de dagelijkse commu­nicatie over en weer en conflicten om per­soonlijke groei bij patiënten en therapeutisch succes te bevorderen. Dit speelt zich af op 3 niveaus.



  1. Institutioneel niveau: een stap-voor-stap bena­dering van conflicten via self-hulp, onderhan­delen, hulp van daartoe opgeleide patiënten­mediatiors, hulp van staf-mediators en arbitrage (binden­de ingreep door staf). Dus vijf opklim­mende graden van stafinterventie.

  2. Stafniveau: de staf zelf wordt getraind om mediation­vaardigheden over te dragen in prak­tische situaties aan patiënten.

  3. Patiëntenniveau: de patiënten worden getraind in mediationvaardigheden. Omdat de geringe vaardigheid met conflicthantering vaak onder­deel is van de psychopathologie blijken deze vaardigheden niet alleen de kwaliteit van het onderlinge gedrag van patiënten in het psychia­trische milieu bevorderen maar ook hun gedrag in de thuissituatie als zij zijn ontslagen.

Voorbeeld: een conflict met kamergenoot over laat lezen in bed waarbij hinder ondervonden werd door de ander van het licht als hij wilde slapen leidde tot buitengewoon grote ruzies. De staf wist er geen raad mee en kreeg er geen vinger achter. De thera­pie­groep werd er sterk door belast, er ontstond een zeer negatieve sfeer. In de mediation met behulp van een andere patiënt in de rol van mediator werden de onderlinge belangen geïnventariseerd: van ongestoord slapen c.q. lezen; belang van privacy; belang van een kameraadschappelijke relatie, aandacht van de therapeut, plaatsing van de tandenborstels et cetera. Kortom op vele vlakken en werd via brainstorming voor het acute probleem een simpele oplossing gevonden (zaklampje). Door eigen gebruik van de opgedane mediation­vaardigheden bleken vele andere frictiebronnen door beiden zelf oplosbaar.

Het beleid is geïmplementeerd door het ziekenhuis en er wordt ook op andere psychiatrische centra mee geëxperimenteerd.



Moraal: waar conflicten in een psychiatrische setting normaal gezien worden als een blokkade voor effectieve therapie blijkt door een gericht programma als het Conflict Management Model' kansen te ontstaan om het onderlinge begrip en de vaardigheden in het managen van de onderlinge relaties te versterken, tussen patiënten en tussen patiënten en staf.
Het Conflict Management Model veronderstelt een ondersteuning door een institutionele structuur en een staf die een vorm van gezamenlijk probleem­oplossen nastreeft. Wordt aan deze conditie voldaan, dat is de uitkomst is dat niet alleen de negatieve gevolgen van conflicten op het thera­peutische proces worden verminderd, maar ook een belangrijke bijdrage wordt geleverd aan de empowe­rment van patiënten en daarmee het thera­peutische proces en het algemene welzijn van patiënten tijdens en na de opnameperiode sterk wordt bevorderd.
Ton Westerduin

Uit de regionale intervisiegroepen
Ons bereikten tegenstrijdige berichten uit de verschillende regio's, zoals dat sommige inter­visiegroepen niet meer zouden functioneren, of dat in andere regio's groepen slechts besloten bijeen­komsten kennen, of dat er wachtlijsten zouden zijn. Dit was voor ons de aanleiding om de ons bekende regiocontactpersonen te vragen om meer dan de gebruikelijke informatie te geven, zodat wij in deze rubriek een actuele stand van zaken kunnen geven. Voordat wij deze per regio weergeven willen wij beginnen met een korte samenvatting van zaken die ons, als redactieraad, bij deze inventarisatie opge­vallen zijn.

  • Enkele regio's lijken goed te functioneren (sommige zelfs met meerdere intervisie­groepen), in andere regio's zijn de intervi­siegroepen doodgebloed of lijden een kwak­kelend bestaan.

  • Soms zijn de groepen gericht op family mediation, soms op algemene mediation en weer andere groepen richten zich op beide vormen.

  • In meerdere regio's is sprake van een besloten groep, waardoor er een wachtlijst kan ontstaan.

  • Het is niet altijd duidelijk of een goed functio­nerende intervisiegroep uitsluitend bestaat uit deelnemers die aangesloten zijn bij het NIP of dat er sprake is van een gemengde groep met deelnemers uit andere geledingen (VFAS, VMSN, NMI, NMv).

  • In ieder geval lijkt in vele gevallen samen­werking met andere disciplines een voorwaarde voor het succesvol functioneren van een intervisiegroep.

  • Er is veel variatie in de vorm van samen­werking: in sommige regio's doet men niets gemeenschappelijks, in andere is sprake van verwijzing naar elkaar en in weer andere wordt door middel van co- of team-mediation met elkaar samengewerkt.

  • Gezamenlijke acquisitie wordt door meerdere regio's als wenselijk gezien, maar heeft slechts in twee regio's daadwerkelijk vorm gekregen.

  • Inhoudelijk is er veel overeenstemming: casuïs­tiek, veelal met behulp van de incidentmethode, en informatie-uitwisseling. Ook wordt wel gediscussieerd over door deelnemers voorbe­reide stellingen of worden video's bekeken.

  • De meeste regionale groepen komen in aanmer­king voor PE-punten bij het NMI, met uitzon­dering van een regiogroep waarin niet alle deelnemers een NMI registratie hebben.

In de reacties van de contactpersonen klinkt ook teleurstelling door: sommige hebben erg veel ener­gie gestoken in het opstarten van een inter­visiegroep die uiteindelijk opgeheven wordt van­wege een gebrek aan actieve deelname. Daarnaast komt ook de algemene klacht naar voren dat het verkrijgen van mediationopdrachten moeizaam verloopt, terwijl het in de wacht slepen van de nood­zakelijke PE-punten een kostbare aangelegen­heid is. Men spreekt ook de behoefte uit aan meer ondersteuning en facilitering door de NIP-sectie Mediation van de regiocontactpersonen en inter­visiegroepen en bij het verkrijgen van PE-punten.
Noord-Nederland (Groningen en omstreken)

Mediation: Ingrid Munneke-Dusseldorp, tel. 050- 53 49 986, mobiel 06 22 95 00 34,

E-mail: ingrid@munneke.nl

Er bestaat reeds 2 jaar een intervisiegroep gericht op mediation bij arbeidsconflicten. Deze groep van 6 personen, komt vier keer per jaar bij elkaar. De PE punten zijn geregeld. Daarnaast functioneren er nog andere intervisiegroepen in deze regio. Deze groepen zijn onder meer ontstaan na een intervisietraining van José Heesink en Ingrid Munneke aan leden van de Noordelijke Vereniging voor Mediation (VNNN).

Binnen deze intervisiegroepen wordt er soms samen gewerkt in de vorm van co-mediation. Ook vindt er soms een enkele doorverwijzing plaats. We doen geen gezamenlijke acquisitie, zijn alleen gericht op intervisie, op het handelen van de leden in de mediation, op casuïstiek, thema's en informatie over literatuur, cursussen etc. We werken voornamelijk volgens de incidentmethode.

Voor een nieuwe intervisiegroep is slechts één aanmelding vanuit het NIP. Mocht er meer interesse zijn dan kan een nieuwe groep opgestart worden onder coördinatie van Ingrid Munneke, eventueel na een korte training intervisie op een middag of avond.


Family Mediation Gronigen en Noord- en Oost-Drente: Josee Heesink, tel. 06 29014448

E-mail: jh@heesinkmediation.nl

Onze groep heeft de afgelopen jaren nogal wat afvallers gehad. Deelnemers die in hun werk nauwelijks met mediation te maken kregen, verschenen steeds minder vaak op de intervisiebijeenkomsten en bleven op den duur helemaal weg. Er is nu een harde kern van vier psycholoog mediators overgebleven die regelmatig family mediations doen, soms samen mediation doen en soms samen een training of voorlichting verzorgen. Deze groep komt vier maal per jaar bij elkaar. De intervisie verloopt in principe volgens de incidentmethode maar vaak wordt ook een deel van de bijeenkomst besteed aan elkaar informeren over allerhande zaken en ontwikkelingen. Tijdens één van de laatste bijeenkomsten is besloten de groep niet meer met psychologen maar met advocaten en notarissen uit te breiden. Als psychologen lopen wij nogal eens tegen aspecten aan die te maken hebben met juridische regels en rechtbankprocedures. Wij verwachten dat het bespreken van deze problemen met advocaten en notarissen ons verder kan helpen. Nieuwe psycholoog mediators uit het noorden die zich met familiezaken bezighouden kunnen zich nog wel bij onze groep melden. Mogelijk kunnen we ze dan helpen met het vinden van een andere intervisiegroep of het vormen van een nieuwe. Een van de thema's waar wij regelmatig tegen aanlopen is de verslaglegging.

Hoe moeten, kunnen en willen wij rapporteren naar bijvoorbeeld een rechtbank?


Gelderland

Heleen Govers, tel. 024- 32 45 718.

E-mail : info@geminiconsult.nl

Volgende intervisiebijeenkomst: 14 april


Flevoland

Roel Simon, tel. 0321- 31 71 87

E-mail: rwjsimon@xs4all.nl

Wegens gebrek aan belangstelling functioneert er geen intervisiegroep. Roel wil graag van de gelegenheid gebruik maken om een oproep te doen voor nieuwe aanmeldingen. In tegenstelling tot de landelijke trend heeft hij namelijk wel regelmatig mediations en kan hij dus voor zowel family- als algemene mediation intervisie uitvoeren.


Utrecht

Petra van Doorn, tel. 030-21 29 530

E-mail: petra@vdoornonline.com

Onze groep, een gemengde (family mediation en algemene mediation) groep, komt één keer in de zes weken bij elkaar. In principe gaat het om tien tot twaalf deelnemers. In principe is er sprake van een besloten groep. Vanwege te verwachten mutaties van leden, lost de wachtlijst zich binnenkort waarschijnlijk op. Belangstellenden kunnen zich aanmelden bij de contactpersoon. De beroepsachtergrond van de deelnemers is zeer gevarieerd: pedagoge, (kinder- en jeugd)psychologen, maatschappelijk werker, juriste, advocate, psychotherapeut. Er wordt niet met elkaar samengewerkt. In principe zijn er mogelijkheden voor supervisie of comediation, maar in praktijk is dat er nog niet van gekomen. Er wordt niet gezamenlijk aan acquisitie gedaan, maar de groep staat open voor suggesties hoe dat aan te pakken. Er worden casussen besproken, of n.a.v. het mediationhandboek stellingen voorbereid die in subgroepjes worden besproken waarna er een groepsdiscussie plaatsvindt. Ook vinden er rollen­spelen plaats. Verder wordt er gebruik gemaakt van de incidentmethode en de inter­ventieanalyse. We komen in aanmerking voor PE-punten van het NMI.

Verder wordt aangegeven dat er weinig werk te vinden is als mediator (zeker als beginnende), het verkrijgen van de PE-punten veel geld kost (zonder dat er enig zicht lijkt op terugverdienen) en dat acquisitie erg moeilijk is (de markt lijkt dicht getimmerd door langer werkzame mediators, zelf­standig gevestigden en advocaten, waardoor men er niet tussenkomt). Dergelijke onderwerpen komen ook tijdens de bijeenkomsten regelmatig ter sprake. Velen dachten tijdens de opleiding zonder veel problemen aan cliënten te komen (en zo ook wat te verdienen) dan wel als co-mediator aan de slag te kunnen maar in praktijk lukt dat zelden.
Noord-Holland Noord (ten noorden van Amsterdam)

Esther Gabeler, tel. 06 20 44 34 59.

De oorspronkelijke groep vanuit het NIP is opgegaan in twee reeds bestaande NMI groepen gericht op scheidingsbemiddeling en algemene mediation. De groep scheidingsbemiddelaars, family mediation (onder voorzitterschap van Sjoerd Homminga) komt vier keer per jaar bij elkaar en bestaat uit 20 mensen. De beroepsachtergrond is divers: psychologen, advocaten, notarissen en een maatschappelijk werkster. Binnen de groep is er sprake van samenwerking: men verwijst naar elkaar en comediation behoort tot de mogelijkheden. Er wordt gezamenlijk aan acquisitie gedaan. Zo is er een rechtbankproject en worden er andere contacten gelegd. Tijdens de intervisie gaat het vooral om casuïstiek en bijscholing met behulp van video. Deskundigheidsbevordering voor en door leden vindt plaats. Er wordt gebruik gemaakt van ver­schillende intervisiemethodes. De deelnemers ontvangen PE-punten.

Wanneer er zich 'nieuwe' NIP leden zouden aanmelden is Esther bereid om een nieuwe (gemengde) intervisiegroep te starten die 3 á 4x per jaar bijeenkomt.




  1   2   3


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina