Serie km 2 Internationale Strijkkwartetten



Dovnload 26.06 Kb.
Datum21.08.2016
Grootte26.06 Kb.

Serie KM 2

Internationale Strijkkwartetten




Woensdag 11 november 2009

Het Concertgebouw

Amsterdam

Kleine Zaal, 20.15 uur






Stichting Kamermuziek Amsterdam presenteert:
Kopelman Quartet

Mikhail Kopelman viool

Boris Kuschnir viool

Igor Sulyga altviool

Mikhail Milman cello


Alexander Borodin

(1833-1887)



Strijkkwartet nr 1 in A

* Moderato-Allegro

* Andante con moto

* Scherzo (Prestissimo)

* Finale: Andante-Allegro risoluto


Dmitri Sjostakovitsj

(1906-1975)




Elegie & Polka voor Strijkkwartet


pauze


Johannes Brahms

(1833-1897)





Strijkkwartet nr 2 in a opus 51/2

* Allegro non troppo

* Andante moderato

* Quasi minuetto, moderato-Allegretto vivace

* Finale. Allegro non assai



Meer informatie over de Stichting Kamermuziek Amsterdam:

www. kamconcerten.nl

Brouwersgracht 21-sous

1015 GA Amsterdam

tel. 020 - 681 21 00

e-mail: info@kamconcerten.nl


Het volgende concert in deze serie is op woensdag 9 december 2009.

Vertavo Quartet speelt strijkkwartetten van Mozart, Webern en Debussy.


Deze serie komt tot stand met steun van de Gemeente Amsterdam


Kopelman Quartet

Afgestudeerd aan het Conservatorium van Moskou in de jaren zeventig, delen de oprichters dezelfde achtergrond, stijl en artisticiteit in de klassieke Russische traditie van dit grote instituut. Mikhail Kopelman, Boris Kuschnir, Igor Sulyga en Mikhail Milman vormden het Kopelman Quartet in de zomer van 2002, na een individuele loopbaan van meer dan vijfentwintig jaar.


Mikail Kopelman leidde het vernieuwde Borodin Quartet gedurende twintig jaar en het Tokyo Quartet gedurende zes jaar. Als kamermusicus maakte hij vele cd-opnamen o.a. met Sviatoslav Richter, Natalia Gutman en Yuri Bashmet. In 1995 ontving hij de Royal Philharmonic Society Award en de Zilveren Medaille van het Concertgebouw. Na zes jaar als kamermuziekdocent werkzaam te zijn geweest aan de Yale University is hij momenteel docent viool aan de Eastman School of Music aan de Universiteit van Rochester.

Boris Kuschnir was oprichter en negen jaar lid van het Moskou String Quartet. Ook was hij oprichter van het Vienna Schubert Trio en het Vienna Brahms Trio. Hij maakte veel cd-opnamen en kreeg verschillende onderscheidingen. Hij speelde o.a. met Mischa Maisky, Yuri Bashmet, Boris Pergamentschikow, Boris Berezovsky en Gérard Caussé. Boris Kuschnir is docent aan het Conservatorium in Wenen en aan de Universiteit van Graz. Zijn leerlingen zijn o.a. Julian Rachlin en Nikolaj Znaider. De Nationale Oostenrijkse bank stelt hem in staat een Stradivarius viool (La Rouse Boughton, 1703) te spelen als waardering voor zijn veelzijdige muzikaliteit.

Igor Sulyga was prijswinnaar op vele Internationale concoursen en was mede oprichter van het Moskou String Quartet en maakte hier negen jaar deel van uit. Gedurende deze tijd werkte hij met Dmitri Sjostakovitsj aan diens laatste kwartetten.

Ook was hij lid van het Spivakov Quartet en de Moscow Virtuosi Chamber Ochestra.

Hij geeft masterclasses door heel Europa en is een vooraanstaand docent altviool en kamermuziek. Sinds 1988 is hij eerste altist in het City of Oviedo Symphony Orchestra.

Mikhail Milman was gedurende twintig jaar aanvoerder bij de Moscow Virtuosi.

Als kamermusicus speelde hij met musici als Evgeny Kissin, Yuri Bashmet, Maria Joao Pires en Vladimir Spivakov. Hij speelt regelmatig met het Borodin String Quartet, hun opname van het Schubert Strijkkwintet en Tsjaikovsky Souvenir de Florence kreeg lovende kritieken, de laatstgenoemde opname zelfs de Gramophone Award 1994.

Hij geeft veel masterclasses door heel Europa. Sinds 1988 is hij eerste cellist in het City of Oviedo Symphony Orchestra.
Alexander Borodin (1833-1887) - Strijkkwartet nr 1 in A

Het ‘Machtige Hoopje’, een groepje Russische componisten dat medio de 19e eeuw naar een eigen muzikale vorm streefde, gebaseerd op de nationale volkscultuur, was aanvankelijk niet bijster geïnteresseerd in kamermuziek. De slavisten van het eerste uur beschouwden trio’s, kwartetten, kwintetten e.d. als Westers erfgoed, en daar wilden zij nu juist afstand van nemen. Vooral Balakirev, Cui en Moessorgski keken vanuit deze optiek met enig dedain neer op het werk van Tsjaikovsky en Rubinstein, dat zij niet authentiek Russisch genoeg vonden.

Een afwijkend standpunt in dezen nam hun eigen vriend en propagandist Alexander Borodin in. Deze biochemicus van professie verkoos in zijn schaarse vrije tijd zijn compositorische talenten ook in het kamermuzikale genre aan te wenden.

Hij componeerde twee strijkkwartetten, waarvan het eerste door hem werd opgedragen aan de vrouw van Rimsky-Korsakov. Ludwig van Beethoven was zijn belangrijkste inspiratiebron. Borodin had met name diens late strijkkwartetten grondig bestudeerd.

Toen Borodin zijn eerste schetsen van dit kwartet in A in 1875 aan Moessorgsky toonde, reageerde deze ontzet. Te veel Beethoven, te weinig Slavisch, was zijn afwijzende commentaar. Borodin liet zich niet van de wijs brengen. Hij verwerkte in zijn muziek immers wel degelijk elementen van de Russische volksmuziek. Hij voltooide - de kritiek ten spijt - weliswaar vertraagd vanwege andere aandacht vragende besognes, zoals de compositie van de opera ‘Prins Igor’, het kwartet in 1879. De eerste uitvoering vond plaats in 1880. De spelers van het recent opgerichte Russisch Strijkkwartet verklaarden verrukt te zijn van het werk.

En die mening was en is ook het publiek toegedaan.


Het openingsdeel, Moderato-Allegro, verraadt dadelijk de invloed van de Duitse romantiek.

Na een langzame, gedragen inleiding klinkt een hoofdthema dat onmiskenbaar is afgeleid van het thema uit de finale van Beethovens 13e strijkkwartet, opus 130. Echter, Borodin verwerkt het muzikale materiaal op een geheel eigen wijze. De speelse melodie varieert in samenspel tussen de beide violen en de cello in een vrije en subtiele stap-voor- stapontwikkeling.

Dus geen gehakketak en getamboureer op de motieven à la Beethoven, maar vloeiend en repeterend in de stijl van de in eigen kring hoog gewaardeerde Mikhail Glinka. Het wat onbestemde heen-en-weer meanderende neventhema, ondersteund door een grommende bas, is een aanzet tot een later tot wasdom komende fuga. Tot zover de expositie. Dan volgt een lange doorwerking, waarin Borodin de elementen van beide thema’s kunstig door elkaar weeft. De beweging besluit na de recapitulatie met een lange mysterieuze coda in hogere sferen. Het ware Russische koloriet klinkt in het zangerige tweede deel, Andante con moto, pas echt. De melancholie druipt ervan af. Geen wonder. De melodie ontleende Borodin aan het ‘Lied van de mussen’ uit Vassily Prokunins bundel ‘Verzamelde Russische Nationale Liederen’. Kon het Slavischer? De sombere sfeer van het Andante wordt door een uitermate levendig, perpetuum mobile-achtig Scherzo (Prestissimo) verdrongen. Heel apart klinkt het trio met gedempte violen die flageoletten spelen. Het vierde deel, Finale, begint met een etherisch Andante. Dan volgt een in de klassieke sonatevorm gegoten Vivace, waarin de thema’s conform het procédé van de repeterende variatie worden ontwikkeld. De hardnekkige ritmiek geeft aan dit deel een wilskrachtig karakter dat bij spelers en toehoorders het bloed vast sneller en sneller doet stromen.
Dmitri Sjostakovitsj (1906-1975) - Elegie en Polka voor Strijkkwartet

Dmitri Sjostakovitsj componeerde de twee stukken voor strijkkwartet Elegie en Polka, in 1931, dus zeven jaar voor het tot stand komen van zijn eerste strijkkwartet in 1938. Nadien zouden bij wijze van private memoires nog veertien kwartetten volgen; allemaal composities die in het abstracte jargon van de klassieke muziek uiting gaven aan Sjostakovitsj’ persoonlijke gevoelens, waarover hij zich in het openbaar in woord en in geschrift niet meer kon uiten. Dergelijke diepzinnige gedachten moet de toehoorder niet achter de twee stukken zoeken. Het artistieke klimaat in de Sovjet-Unie was in die tijd nog niet verkild. Eigenlijk zijn het bovendien helemaal geen oorspronkelijk voor strijkkwartet gecomponeerde composities. Sjostakovitsj werkte in die tijd aan zijn opera ‘Lady Macbeth of Mtinsk’. Dat deze opera enige jaren later partijvoorzitter Stalin danig in het verkeerde keelgat zou schieten, bevroedde de jonge, ambitieuze toonkunstenaar nog niet.

Het eerste stuk, Elegie, is identiek aan de aria die de zich verwaarloosd voelende Katerina zingt in haar slaapkamer aan het eind van de eerste akte. Sergei, de nieuwe knecht in het bedrijf van haar echtgenoot, helpt de verveling te verdrijven…
De Polka komt uit het een jaar eerder gecomponeerde ballet ‘De Gouden Eeuw’.

Daarin representeert de muziek in de derde akte de ‘Engel van de vrede’.

Typisch Sjostakovitsj, ‘tongue in the cheek’-humor. De pizzicati van de viool zijn een geestige transcriptie van de xylofoonpartij in de originele versie.
Johannes Brahms (1833-1897) - Strijkkwartet nr 2 in a opus 51/2

Johannes Brahms was geen revolutionair als Ludwig van Beethoven en later Arnold Schönberg. Brahms was een representant van de Duitse romantiek, maar bovenal een componist die bijzonder hechtte aan de klassieke vormconcepten, eerder ontwikkeld door Bach, Haydn en Mozart. Al zijn werken zijn, ondanks de vaak complexe verwerking van motieven en ritmen en superrijke harmonieën, staaltjes van doordachte logica en transparantie. De twee strijkkwartetten opus 51 werden door Johannes Brahms voltooid in juli 1873. Waarschijnlijk heeft de componist bij het componeren van de stukken teruggegrepen op eerder ontstane schetsen uit de periode omstreeks 1860. Het halfuur lange kwartet in a mineur, dat vanavond wordt gespeeld, is vermoedelijk ontstaan vóór het als nummer één gepubliceerde kwartet opus 51/1 in c klein.


In het eerste deel, Allegro non troppo, zijn de twee thema’s opgebouwd uit de grondmotieven

‘F A E.’ (Frei aber Einsam, lijfspreuk van de violist Joseph Joachim, een vriend van Brahms) en ‘F A F.’ (Frei aber Froh, lijfspreuk van Brahms zelf).

Beide motieven keren regelmatig terug. Meermalen grijpt Brahms daarbij terug op de canonische technieken van Bach. Het tweede deel, Andante moderato, heeft een driedelige vorm naar het model ABA. Het turbulente middenstuk wordt omringd door hoofdzakelijk lyrisch getinte episoden. Het pastorale Quasi minuetto, moderato is gemodelleerd naar het klassieke menuet, met dien verstande dat het gebruikelijke trio is vervangen door een scherzo-achtig Allegretto vivace in 2/4 maat. Dit Allegretto vivace wordt even onderbroken door een korte passage Tempo di minuetto, zodat de vorm ABABA ontstaat. Het thema van de Finale: Allegro non assai lijkt op een robuuste, weinig verfijnde wals. Is het eigenlijk wel een wals?
De ritmen veranderen voortdurend, en halverwege de beweging ontstaat het vermoeden dat Brahms gekozen heeft voor een fugatisch slot. Die kant gaat het echter niet uit. Na tal van heftige doorwerkingen van het thema komt de muziek tot rust en zet de componist aan voor de lancering van een uitgelaten coda, die toch weer een variant is op het walsthema. Frei aber Froh!

Han van Tulder


De toelichtingen zijn ook na te lezen op: www.kamconcerten.nl





: kamconcerten -> documents -> website -> Toelichtingen
Toelichtingen -> KM1 Pianotrio serie km14 Nouvelles Aventures
Toelichtingen -> KM12 Vocaal Serie Vrijdag 15 april 2011
Toelichtingen -> De strijkkwartetten zijn ongewone stukken in Mozarts oeuvre. Zoals hij zelf schrijft, zijn ze door een proces van hard werk en grote moeite ontstaan, n a. v de "nieuwe manier van componeren", die Haydn met zijn op
Toelichtingen -> KM4 Kamermuziek op Zondagmiddag Zondag 27 maart 2011
Toelichtingen -> Serie km 2/3 Plus Internationale Strijkkwartetten
Toelichtingen -> KM2/3 Internationale Strijkkwartetten Woensdag 11 mei 2011
Toelichtingen -> Serie km 9 Reizend MuziekGezelschap Vrijdag 9 oktober 2009
Toelichtingen -> KM8 Cello Serie Dinsdag 26 april 2011
Toelichtingen -> Serie km 5 De Nederlandse Muziekprijs km 8 Plus Amati Ensemble km 13 a prikkelserie
Toelichtingen -> Liza Ferschtman viool André Morsch bariton Julius Drake piano




De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina