Serie km 9 Reizend MuziekGezelschap Vrijdag 9 oktober 2009



Dovnload 25.59 Kb.
Datum20.08.2016
Grootte25.59 Kb.

Serie KM 9

Reizend MuziekGezelschap




Vrijdag 9 oktober 2009

Het Concertgebouw

Amsterdam

Kleine Zaal, 20.15 uur






Stichting KAMermuziek Amsterdam presenteert:
Reizend MuziekGezelschap

Carla Leurs & Liza Ferschtman viool

Joel Waterman & Hanna Strijbos altviool

Godfried Hoogeveen cello

Jean-Claude Vanden Eynden piano


Ludwig van Beethoven

(1770-1827)



Pianotrio in Es opus 1/1

* Allegro

* Adagio cantabile

* Scherzo. Allegro assai

* Finale. Presto


Felix Mendelssohn-Bartholdy

(1809-1847)



Strijkkwintet nr 2 in Bes opus 87

* Allegro vivace

* Andante scherzando

* Adagio e lento

* Allegro molto vivace


pauze


Gabriel Fauré

(1845-1924)





Pianokwartet nr 1 in c opus 15

* Allegro molto moderato

* Scherzo. Allegro vivo

* Adagio


* Allegro molto



Meer informatie over de Stichting Kamermuziek Amsterdam:

www.kamconcerten.nl

Brouwersgracht 21-sous

1015 GA Amsterdam

tel. 020 - 681 21 00

e-mail: info@kamconcerten.nl



Het volgende concert van de serie KM9 vindt plaats op 22 januari 2010.

Het Reizend Muziekgezelschap speelt werken van Von Weber, Brahms en Dohnanyi.




Reizend MuziekGezelschap

In 1982 nodigde violist Christiaan Bor een aantal van zijn studievrienden, allen leerlingen van de legendarische violist Jascha Heifetz en cellist Gregor Piatigorsky, uit om naar Nederland te komen. Het was het begin van een traditie van jaarlijkse festivals waar musici in steeds wisselende bezetting zowel hoogtepunten als zelden uitgevoerde werken uit het kamermuziekrepertoire spelen. Jarenlang vormden de vrienden uit Los Angeles de kern van het Reizend MuziekGezelschap, terwijl Bor daarnaast ook de jongere generatie in zijn programmering heeft betrokken. Elk jaar weer weet hij op deze manier spelers van het hoogste niveau in verrassende combinaties bijeen te brengen.


Carla Leurs begon op 6-jarige leeftijd met muzieklessen aan de muziekschool Waterland en studeerde later bij Coosje Wijzenbeek. Op 14 jarige leeftijd werd zij toegelaten tot het Koninklijk Conservatorium te Den Haag en vervolgde haar opleiding aan de conservatoria van Bazel en Cleveland. In 2005 rondde ze haar studie af aan de befaamde Juilliard School te New York, als leerling van Itzhak Perlman. Momenteel wordt zij gecoacht door Daniël Gaede, voormalig concertmeester van de Wiener Philharmoniker, aan de Hochschule für Musik in Nürnberg. In 2007-2008 was Carla concertmeester van de Radio Kamer Filharmonie onder leiding van Jaap van Zweden. Aankomend seizoen zal zij onder meer bij de London Philharmonic Orchestra als concertmeester optreden.
Liza Ferschtman trad op in binnen- en buitenland met vooraanstaande orkesten.

Zij kreeg haar eerste vioollessen op haar vijfde van Philip Hirschhorn. Ze volgde masterclasses bij Yvry Gitlis, Igor Oistrach en Aaron Rosand en studeerde tot 1998 bij Herman Krebbers. Daarna werkte ze nog met Ida Kavafian aan het gerenommeerde Curtis Institute of Music in Philadelphia en met David Takeno in Londen. Liza Ferschtman speelt ook veel kamermuziek met optredens in de afgelopen jaren op belangrijke podia en festivals in Europa en de V.S.

In 2007 volgt ze Isabelle van Keulen op als artistiek directeur van het belangrijkste kamermuziekfestival in Nederland, het Delft Chamber Music Festival.
Joël Waterman studeerde bij Coosje Wijzenbeek in Hilversum, en vervolgens aan de Universiteit van Bloomington, Indiana, bij Rostislav Dubinsky. In Bloomington ontving hij tevens de Kreisler Award. Vanaf 1995 studeerde hij altviool bij Marjolein Dispa aan het Conservatorium van Amsterdam, waar hij in 2001 Magna cum laude afstudeerde.

Sinds 1995 is Joel actief als remplaçant bij het Koninklijk Concertgebouw Orkest.

Joel is ook zeer actief als kamermusicus, hij is mede- oprichter van het EnsembleCaméléon,

en altviolist van het Utrecht String Quartet.


Hanna Strijbos begon op haar achtste met vioollessen op de Lelystadse muziekschool.

Op haar negende ging ze lessen volgen bij Coosje Wijzenbeek. Ook maakt ze deel uit van de Fancy Fiddlers, het kamermuziekensemble van Coosje Wijzenbeek. Op haar twaalfde werd ze toegelaten tot de Jong Talent klas van het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. Vanaf september 2007 studeert Hanna aan het Conservatorium van Amsterdam bij altvioliste Marjolein Dispa. Hanna behaalde verschillende prijzen, o.a. bij het Inter Provinciaal Concours voor Jong Talent en de Iordens Viooldagen.


Godfried Hoogeveen begon zijn cellostudie bij Max Budnitzky en Jacobus van der Beek in Hilversum. Bij Tibor de Machula studeerde hij verder aan het Amsterdams Muzieklyceum. Hoogeveen zette zijn studies voort bij de legendarische Gregor Piatigorsky aan de Universiteit van Zuid-California. Tijdens zijn vierjarige studie daar speelde hij kamermuziek met zijn leraar en Jascha Heifetz en gaf hij les aan de U.C.L.A. Hij was solist bij de meeste Nederlandse orkesten en concerteerde in alle landen van Europa en in Indonesië, Israël, Noord- en Zuid Amerika. Godfried Hoogeveen is eerste solo-cellist bij het Koninklijk Concertgebouw Orkest.
Jean-Claude Vanden Eynden ging reeds op 12-jarige leeftijd naar het Koninklijk Muziekconservatorium te Brussel. Nauwelijks zestien jaar oud werd hij laureaat van het Koningin Elisabeth Concours. Onmiddellijk daarna startte zijn carrière als solist die hem naar alle continenten leidde. Hij wordt regelmatig als jurylid gevraagd voor ondermeer het Internationale Koningin Elisabeth Concours. Hij nam deel aan festivals in Europa. Momenteel is hij Professor aan het Koninklijk Conservatorium Brussel, de Koningin Elisabeth Muziekkapel en het Europees Centrum voor Pianomeesterschap Eduardo del Pueyo waarvan hij de artistiek directeur is.
Ludwig van Beethoven - Pianotrio in Es, opus 1/1

In 1800 verschenen Beethoven’s eerste drie trio’s voor piano, viool en cello, samengevoegd tot één opusnummer: de Pianotrio’s in Es, opus 1 nr. 1, in G opus 1 nr. 2 en in c opus 1

nr. 3. Gedeeltelijk waren deze werken, behorend tot de hoogtepunten uit Beethovens oeuvre voor de kamermuziek, echter al veel eerder ontstaan. Zo werd bijvoorbeeld het tweede Pianotrio al in 1794 uitgevoerd in het huis van vorst Lichnowsky, degene aan wie de Pianotrio’s opus 1 zijn opgedragen. Met andere woorden: Beethoven heeft er lang aan gesleuteld, met als resultaat dat in deze Pianotrio’s voor het eerst een overtuigende versmelting tot stand kwam tussen overgeleverde stijl- en vormvoorschriften en Beethovens hoogst persoonlijke expressiviteit. Het Allegro van het Pianotrio in Es laat een thematiek zien die de dialectische mogelijkheden tot een unieke verwerking van het thematische materiaal op natuurlijke wijze vergrootte. Contrasterende zijsprongen en vooral ook de manier waarop Beethoven het markante coda-motief in de doorwerking een belangrijke rol laat spelen, duiden eveneens op Beethovens grenzeloze neiging tot dialectiek. Was een adagio voorheen in de eerste plaats een kwestie van melodie, Beethoven bereikte in zijn Adagio cantabile een grotere spanwijdte door tevens een ontwikkeling van As naar C te laten plaatsvinden.

Het Scherzo met zijn abrupte overgang van nevelige onbestemdheid naar meer realistische, bijna dansende klanken lijkt eveneens gebaseerd op de behoefte onderhuidse spanningen tot klinken te brengen. Dan volgt het wervelende Presto met een zo pregnante thematiek en fantasierijke ontwikkeling, dat men wel moet beseffen dat Beethoven hogere ambities nastreefde dan het simpelweg componeren van onderhoudende klanken. Beethovens muziek is in de eerste plaats een veelal diep ontroerend intellectueel betoog, meer een taal dan een gedicht, eerder een oproep tot nadenken en nobelheid van geest dan tot zuiver luistergenot.


Felix Mendelssohn-Bartholdy - Strijkkwintet in Bes, opus 87

‘Met mij gaat het zoals je me kent; maar wat je niet weet is dat ik al een tijdje zo hevig verlang naar complete rust (niet reizen, niet dirigeren, niet optreden), dat ik geloof daar gehoor aan te moeten geven. Zodoende heb ik alle uitnodigingen op dat gebied afgezegd. Waaronder eentje voor een muziekfeest in New York, waardoor ik me bijzonder gevleid voelde’, schreef Felix Mendelssohn Bartholdy op 10 januari 1845 vanuit Frankfurt aan zijn zusje Rebecka. Wanneer violist Ferdinand David datzelfde jaar de première speelt van Mendelssohns Vioolconcert in het Gewandhaus in Leipzig, is de componist daar niet bij aanwezig. Mendelssohn was moe en wilde, genietend van de landelijke sfeer in de geboortestreek van zijn vrouw Cécile, alleen nog maar componeren. Onbewust voelde hij misschien aan dat hij nog maar kort zou leven: een half jaar na zijn zusje Fanny zou Mendelssohn, op 4 november 1847, sterven aan een beroerte.

In Frankfurt schreef hij in april zijn Pianotrio, opus 66. Daarna componeerde hij nog een nieuwe band Lieder ohne Worte voor piano solo, en in juli voltooide hij zijn Tweede Strijkkwintet in Bes, opus 87. Het door sprankelende hoekdelen ingesloten Andante scherzando en Adagio lento behoren tot de mooiste delen van het vierdelige Strijkkwintet in Bes.

Minder briljant en snel gecomponeerd dan de meeste scherzo’s van Mendelssohn, verrast het Andante scherzando door zijn ritmische accenten, de afwisseling van arco (‘gestreken’) en pizzicato (‘getokkeld’) en de op sommige plaatsen imponerende harmonische ontwikkeling. In het weemoedige Adagio e lento vervult de eerste viool welhaast de rol van een coloratura sopraan, die door de andere strijkers op dramatische wijze wordt ‘gevoed’ door schrijnende akkoorden en tremolo’s.


Gabriel Fauré - Pianokwartet in c, opus 15

De zeventiger jaren van de vorige eeuw vormden een belangrijke periode in het leven van de Franse componist Gabriel Fauré. In 1871 vroeg zijn leraar Saint-Saëns hem lid te worden van de net opgerichte Société Nationale de Musique Francaise, waardoor hij niet alleen kennis maakte met Franck, d’Indy, Lalo, Bizet, Duparc en andere prominente musici, maar ook een aantal van zijn composities voor het eerst hoorde uitvoeren. Bovendien introduceerde Saint-Saëns zijn leerling bij de ‘high society’ van de Franse salons, waarbij de soirées van de destijds beroemde zangeres Pauline Viardot het meeste indruk op hem maakten. Hier ontmoette Fauré ondermeer Flaubert, Toergenev en George Sand, en raakte hij al gauw verschrikkelijk verliefd op Marianne, de dochter van Mme Viardot. Ondanks haar verlegenheid bleef Fauré maar liefst vijf jaar aandringen, tot hij zich in juli 1877 inderdaad met Marianne verloofde. Kennelijk kon zij zijn liefde toch niet beantwoorden, want nog geen vier maanden later werd deze verloving alweer verbroken, volgens Marianne omdat haar verloofde haar meer intimideerde dan bemoedigde. In de laatste fase van deze frustrerende verhouding begon Fauré aan zijn Pianokwartet in c te werken. ‘Zo integer mogelijk tot uitdrukking brengen wat er in je omgaat, op de helderste en meest perfecte manier, dat lijkt mij het uiteindelijke doel van de kunst’, aldus Fauré. Toch is in het weliswaar in de donkere toonsoort c-klein geschreven Pianokwartet in c weinig te bespeuren de van tragische liefdesverwikkelingen van de nog jonge componist. De intensiteit van zijn gevoelens wist Fauré in balans te brengen met zijn goed ontwikkelde gevoel voor elegantie en formele luchtigheid. Naar theatrale dramatiek zal men in de muziek van Fauré vergeefs zoeken. Hij was in de eerste plaats lyricus en de melodische ontwikkelingen bepalen dit eerste Pianokwartet in c dan ook van de eerste tot de laatste noot. Na een zangerig, in de sonatevorm geschreven Allegro molto moderato en een temperamentvol Scherzo, schemeren in het prachtige Adagio voor het eerst enkele ‘traumatische’ gevoelens door. Over de Finale was Fauré na verloop van tijd zo ontevreden, dat hij dit slotdeel in 1833 helemaal herschreef. Zo ontstond een enerverende afsluiting vol furieuze energie, waarin echter nog steeds de altijd voortvloeiende melodie centraal staat.



De toelichtingen zijn na te lezen op: www.kamconcerten.nl





De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina