Sluizenfietsroute



Dovnload 70.74 Kb.
Datum22.07.2016
Grootte70.74 Kb.

Sluizenfietsroute


Deze fietsroute voert u vanuit Gouda langs de Hollandsche IJssel en de Gouwe en langs de Reeuwijkse plassen. U maakt daarbij kennis met een aantal waterstaatkundige werken die iets vertellen over de bijzondere geschiedenis van dit deel van Nederland, dat zo nauw verweven is met het ‘water’.


De Hollandsche IJssel is een unieke rivier. Van oorsprong was het één van de takken van de Rijn. Tot aan Gouda is dit een getijdenrivier met tweemaal per dag eb en vloed. De Gouwe is van oorsprong een veenriviertje. Dit gebied ligt vol met sluizen, verlaten en gemalen. Die zijn noodzakelijk om de vele waterniveaus in de kanalen, vaarten en poldergebieden, en met name ook in de stad Gouda op het goede niveau te houden. Deze ‘kunstwerken’ hebben door de eeuwen heen in hoge mate het karakter van dit deel van Nederland bepaald. Veel daarvan is verdwenen en wat er over is, behoort tot ons cultureel erfgoed. In veel straatnamen klinkt de waterstaatkundige geschiedenis van Gouda en haar omgeving nog duidelijk door. Tijdens deze Sluizenroute kunt u veel te weten komen over de bijzondere geschiedenis van dit deel van Holland. We doen dat aan de hand van beschrijvingen van de waterstaatkundige werken die we tegenkomen. Er zijn op verschillende punten lees- en kijkpauzes ingelast.
De route heeft een korte variant en twee verlengingen, de één richting Moordrecht en de andere richting Hekendorp. De korte route is ca 15 km lang, de verlenging in westelijke richting ca 12 km en die in oostelijke richting ca 18 km, in totaal is dus de route ca 45 km lang. De korte route voert ons door de binnenstad van Gouda, langs de Gouwe en de Hollandsche IJssel. De route omvat de sluizen en andere waterwerken nabij de samenkomst van de beide rivieren.

Start achter de Sint Janskerk


We beginnen de tocht in het oudste deel van de stad, en wel in het straatje dat Achter de Sint Jan heet. We staan hier op een oorspronkelijke riddergoed, bestaande uit een hofstede, een ringburcht (motte), een voorhofstede en een kapel (de eerste versie van de huidige Sint Janskerk). De ringgracht en het verhoogde terrein van de motte kunnen we nog herkennen.
De route voert vervolgens over de Haven met daarin de Donkere Sluis. De Haven is de verbinding tussen de Gouwe en de Hollandsche IJssel. De Donkere Sluis is de oudste sluis van Gouda. De Oost- en Westhaven zijn de kaden langs de Haven. Het betreffen in wezen woonterpen en de verlenging van de zeedijken langs de Hollandsche IJssel. De eerste delen van de stad, zoals we die nu nog kennen, kwamen hier tot stand. De zeedijken beschermden de omliggende polders en nederzettingen tegen het soms wel erg hoge water in de rivier.
Omstreeks het midden van de 13e eeuw werd er een verbinding gegraven tussen de Gouwe en de Oude Rijn. Hierdoor ontstond een vaarroute tussen Vlaanderen en de toenmalige Zuiderzee, via de Hollandsche IJssel en de Gouwe. Het was de enige doorgaande vaarroute door Holland heen. Het was nu niet meer nodig om een dergelijke reis over zee te maken. Gouda nam een belangrijke positie in op deze nieuwe route. Er kwam een tolpost. Aan het verkeer en de handel op deze vaarroute heeft de streek zijn boeiende geschiedenis te danken.
Vanuit de binnenstad gaan we langs de Gouwe richting Waddinxveen tot aan het aquaduct in de A12. Dit is een van de laatste gerealiseerde grote waterstaatkundige kunstwerken in dit gebied. Vervolgens keren we via de Julianasluis weer terug naar het beginpunt.

Richting Moordrecht


De eerste verlenging voert ons langs de Hollandsche IJssel in westelijke richting tot Moordrecht. We nemen daar het pontje over de IJssel. We maken op deze tocht kennis met de droogmakerij van de Zuidplaspolder aan de noordzijde van de IJssel en met de Krimpenerwaard aan de zuidzijde, een van de oudste poldergebieden in Nederland.

Rond het jaar 1000 bestond het midden van Holland nog uit een dicht bebost veenkussen dat zacht glooiend vele meters boven de zeespiegel uitstak. De eerste bewoners hebben de bossen ontgonnen en het gebied met evenwijdige slootjes ontwaterd. De ontwatering had tot gevolg dat het veen ging inklinken. Die verlaging van het maaiveld leidde tot een vicieuze cirkel van voortgaande ontwatering, maaivelddaling en vernatting, een proces dat zich ook nu nog voortzet. Het binnenland kwam zo op den duur zelfs lager te liggen dan de rivieren. Door de bouw van dijken voorkwamen de bewoners dat het land onder water liep. Er was dan sprake van inpoldering.


Al gauw bleek dat veen, als het tot turf was ingedroogd, een uitstekende brandstof was. Daarom werden grote delen van de veenpolders afgegraven en uitgebaggerd voor de turfwinning. Zo ontstonden de Hollandse plassen. Als die door oeverafslag gevaar gingen opleveren voor de omliggende nederzettingen, dan werden die plassen weer drooggemalen en ingepolderd. Zo is het ook gegaan met de Zuidplaspolder.

Richting Hekendorp


De tweede verlenging brengt ons in oostelijke richting tot aan Hekendorp. We fietsen langs het in 1862 gekanaliseerde deel van de Hollandsche IJssel tot aan de Hollandse waterlinie. Dit was tot in de 19e eeuw een belangrijk onderdeel van de verdedigingslinies in ons land. Vervolgens fietsen we terug naar Gouda, via het plassengebied van Reeuwijk.
Als u de tocht volledig hebt gefietst of gewandeld dan zult u begrijpen dat het water de Gouwenaars vaak tot aan de lippen heeft gestaan. En duidelijk wordt nu wellicht ook, wat de diepere achtergrond is van de wapenspreuk van het Gouds Watergilde: “per Aquam ad Astra”, namelijk: “over het Water naar de Sterren”.


Routebeschrijving Sluizenfietsroute (Korte route)
Leespunt 1: MuseumgoudA, Achter de Kerk 14

(genummerde objecten in de route zijn op kaart weergegeven; de in rood genummerde objecten worden in het Bronnenboek nader beschreven)


We starten de fietsroute bij het MuseumgoudA, het Catharina Gasthuis, Achter de kerk 14. U kunt zich in de tuin van het museum sfeervol oriënteren op de route. Vanaf Achter de Kerk komt u via de Torenstraat, vervolgens voorlangs het gebouw ‘De Zon’, en linksaf via de Hoornbrug, op de Haven.
We fietsen over de Westhaven met het verkeer mee richting Hollandsche IJssel en passeren de St. Jansbrug, de Noodgodsbrug en de Uiterste Brug. Bij het Tolhuis gaan we, voor de stoplichten, rechtsaf. U bent nu op de Veerstal, het raakvlak van Gouda met de Hollandsche IJssel. Bij de Mallegatsluis is het volgende leespunt. U kunt het best de fiets even neerzetten en wandelend dit IJsselfront verkennen.
In de inleidende tekst hebt u al het een en ander gelezen over het belang van de Hollandsche IJssel (1), en de Gouwe (2) voor de ontwikkeling van het gebied Midden-Holland en van de stad Gouda in het bijzonder. De route begint en eindigt in het meest monumentale deel van Gouda, tussen de Sint Janskerk en MuseumgoudA. Het hier gelegen grachtje was ooit, voordat in de 13e eeuw de Haven werd gegraven, een deel van het riviertje de Gouwe. Het grachtje sluit verderop, onder de bebouwing van de Dubbelebuurt door, aan op het water van de Haven.

In een binnenbocht van dit riviertje werd in de 12e eeuw een versterking opgeworpen, een zogenaamde Motte (3). Een dergelijke Motte is nog in Leiden te zien. Om de Motte heen ligt een grachtje dat nu onder het museum doorloopt.


In de Haven op de St. Jansbrug heeft u een goed uitzicht op de unieke Donkere Sluis (4). Het is een van de oudste sluizen van ons land. Door deze sluis konden de schepen worden ‘geschut’. Maar ook, en dat is bijzonder, kon met behulp van deze sluis het water in de grachten worden geschoond. Dat werd het ‘schuren’ van de grachten genoemd. Het schuren was nodig, omdat het grachtwater als drinkwater werd gebruikt en ook bedrijfsmatig werd toegepast, zoals bij de productie van bier.
Het schuren ging als volgt. Bij vloed in de IJssel liet men de Haven vollopen. Bij de Donkere Sluis werd die watermassa periodiek in één keer in de Gouwe gestort. Dit is mogelijk door de bijzondere constructie van deze sluis. Het water kolkte daarna met grote kracht door een netwerk van grachten, grachtjes en riolen. Door telkens sluisjes of andere kleine openingen, de zogenaamde ‘rinketten’, te openen of te sluiten kwam het water in alle hoeken en gaten, tot de hele stad was schoongespoeld. Aan de andere zijde van de St. Jansbrug ziet u op de kade van de Oosthaven een soort parkeermeter, wit geschilderd. Dit is een dergelijk rinket (5), waarmee een schuif in de kademuur wordt bediend. U ziet nog het gat in de kademuur. Zo waren er dus vele. Door die schuif omhoog te draaien kon het water ook de riolen onder de huizen aan de Haven schoonspoelen, in de richting van de Peperstraat en de Spieringstraat. Het grachtwater, inclusief het vuil, werd op de singels geloosd en na het openen van de spuien in de Mallegatsluis en de Hanepraai uiteindelijk naar de Gouwe afgevoerd. Het systeem werkte als een gigantische wc met de Haven als stortbak.
Alle bruggen over de Haven en de Gouwe waren tot 1935 draaibruggen of, zoals de Uiterste brug (6) uit 1869, een basculebrug met zichtbare tandwielen. Op de Uiterste brug ziet u in de richting van de Sint Janskerk een van de mooiste stadsgezichten van Nederland. In de andere richting ziet u de Havensluis (7). Deze sluis werd in 1615 gebouwd. Naast deze sluis liggen het Tolhuis (8) en de Sluiswachterwoning (9). Tot 1953 stond de Haven in open verbinding met de IJssel. Daarna werd de Nieuwe Veestal aangelegd, een verkeersweg langs de IJssel, waarmee de Haven van de rivier werd afgesneden.
De gemeente Gouda heeft het voornemen om de Haven weer een open verbinding te geven met de Hollandsche IJssel, om daarmee de vaarverbinding door de binnenstad weer te herstellen. Ook het unieke ‘schuren’ van de grachten kan dan weer hersteld worden. Vooruitlopend op het herstel van de vaarroute zijn er houten steigers in de Haven aangebracht om nu al het aanleggen van schepen mogelijk te maken.


Leespunt 2: Mallegatsluis



Op dit leespunt kunt u zich oriënteren op een van de bijzonderste stadsfronten in Holland. Meestal groeien steden in ringen uit. Maar hier treft u een situatie waarbij de historische stad nog direct front maakt naar het open landschap van de rivier en de polder. Wij raden u aan om de fiets even op slot te zetten en een stukje te gaan lopen.

Daarna fietst u via de Bogen naar de Raam. Bij de tweede zijstraat rechts gaat u de Kuiperstraat in en slaat u bij de Peperstraat linksaf. Bij de Hoge Gouwe gaat u een stukje rechts en weer links over de Lage Gouwe tot aan het Amsterdamse Verlaat.
De Veerstal vormde nog tot in de vijftiger jaren van de vorige eeuw een bedrijvig havengebied aan de Hollandsche IJssel. Vanaf 1325 was hier een aanlegplaats voor verschillende veerdiensten. Het voetveer naar Gouderak was tot 1926 in gebruik. Langs de Veerstal waren veel bedrijven gevestigd, waaronder rederijen, scheepstuigerijen en winkels voor scheepsbenodigdheden. Ook trof men hier verschillende schipperscafé’s aan. Maar met de aanleg van de verkeersweg tussen de stad en de rivier, en met het afsluiten van de Haven, in 1953, is al deze bedrijvigheid verdwenen.

De gemeente Gouda heeft het voornemen om dit historische stadsfront aan de rivier opnieuw tot leven te brengen met havenfaciliteiten voor de recreatie, een promenadegebied en een buitenhaven voor het Binnenhavenmuseum op de Turfsingel. Dat zal plaatsvinden in samenhang met het herstellen van de vaarverbinding van de Haven met de Hollandsche IJssel. Een voorwaarde daartoe is het realiseren van de Zuidwestelijke Randweg door de Krimpenerwaard. De Nieuwe Veerstal zal daardoor aanzienlijk verkeersluwer worden.


Na het stallen van de fiets kunt u tegenover de Westhaven bij de verkeerslichten veilig de Nieuwe Veerstal oversteken en, via de opening in de kademuur, de IJsselkade bereiken. De op deze plek meest typerende bedrijven zijn aan de overzijde van de rivier de Asfaltcentrale met de installaties en de zand- en grindhopen, en aan deze zijde van de rivier links de stelling-korenmolen ’t Slot, en rechts, in de verte, de chemische industrie Uniquema. Aan de overzijde van de IJssel ziet u ook een met riet begroeide zogenaamde ‘zelling’.
In het saneringsplan, dat voor de gehele Hollandsche IJssel wordt uitgevoerd, worden bijna alle zellingen weer in hun natuurlijke staat gebracht, zo ook deze zelling. Het is uniek dat, zoals in Gouda het geval is, de historische binnenstad nog steeds direct aan het open landschap van de rivier en de polder is gelegen.

In de opening van de keermuur langs de IJsselkade voor het Tolhuis vindt u de sponningen waarin de schotplanken worden geschoven als er te hoog water in de Hollandsche IJssel wordt verwacht. Dergelijke sponningen vindt u ook aan de stadszijde van de Nieuwe Veerstal, bij de Havensluis. Hier is ook een gedenksteen ingemetseld waarin de verschillende hoogwaterpeilen staan aangegeven, waaronder het peil van de Watersnoodramp in 1953.


Onder de molen ’t Slot liggen nog steeds de funderingsresten van het kasteel van Gouda. In de middeleeuwen was dit het machtscentrum vanwaaruit het gebied aan de monding van de Haven werd gecontroleerd. In 1577 werd het kasteel door de bevolking gesloopt.
Terug op de Veerstal zijn in het plaveisel de sporen van de middeleeuwse vestingwerken met de Veerstalpoort (10) en de Rotterdamse Poort (11) weergegeven. Een maquette en nadere informatie vindt u op de sokkel tegenover de Peperstraat en op een informatiebord bij de Mallegatsluis.
De grachten van de Peperstraat en - aan de andere zijde van de Haven - de Spieringstraat zijn door zogenaamde volmolenduikers verbonden met de Hollandsche IJssel. In deze duikers stonden vroeger schepraderen die volmolens (12) aandreven. Met de beide molens werd wollen stof ‘gevold’, dat wil zeggen vervilt tot ‘laken’ waarvan de kleding voor de welgestelden werd gemaakt. De volmolens zijn inmiddels verdwenen. Het tracé van de nog bestaande volmolenduiker van de Peperstraat naar de Hollandsche IJssel is in het plaveisel aangegeven.
De Mallegatsluis (13) was tot de ingebruikstelling van de Julianasluis in 1936 één van de drukste sluizen van Nederland. Thans is de sluis alleen nog van belang voor de pleziervaart en voor de bereikbaarheid van het Binnenhavenmuseum op de Turfsingel. Naast de sluis vindt u aan de ene zijde de sluiswachterwoning uit 1764 en aan de andere zijde het Schipperslokaal uit 1912. U kunt bij de Mallegatbrug onder de drukke Nieuwe Veerstal doorlopen naar de IJsselkade aan de Hollandsche IJssel.
De Bogen en de Raam (gedempt in 1960) waren nog tot 1970 bedoeld als een verkeersroute dwars door de binnenstad, vanaf de Nieuwe Veerstal tot het Bolwerk en de Nieuwe Gouwe Oostzijde. Maar gelukkig kwam dat er nooit van. Het doorgaande verkeer gaat nu buitenom. Het is het voornemen van het gemeentebestuur om de Raamgracht weer open te graven.
Op de Peperstraat kunt u goed het hoogteverschil waarnemen tussen het hoger gelegen gebied van de Haven en de omgeving. Op de Hoge Gouwe ziet u langs de gracht de twee Visbanken (14) staan. Tot in het begin van de 19e eeuw waren beide bouwwerken in gebruik als vis- en botermarkt.


Leespunt 3: Amsterdamse Sluis



Op dit leespunt kunt u zich oriënteren over het achterland van Gouda. Het volgende deel van de route is ca 5 km lang en eindigt bij het Praathuis aan ‘t Weegje. U volgt de Lage Gouwe en gaat linksaf bij de st. Remijnsbrug. U fietst vervolgens over de Pottersbrug en over het Bolwerk en gaat rechtdoor de Nieuwe Gouwe Oostzijde op. Na ca 100 m gaat u langs de ir. De Kock van Leeuwensluis.

U volgt de Nieuwe Gouwe Oostzijde. Na ca 1,5 km passeert u de hoge spoorbrug en het Hamstergat. Direct voorbij Macdonald gaat u linksaf. Na weer ongeveer 1,5 km komt u bij een rotonde. Daar gaat u rechtsaf de oprit op naar de Coenekoopbrug. Over de Gouwe aan het eind van het fietspad vindt u beneden aan de afrit aan de linkerhand het gemaal Zuidplaspolder. U vervolgt het fietspad en gaat bij de Noorderringdijk rechtsaf onder de Coenekoopbrug door. Na ca 1 km gaat u linksaf over het ophaalbruggetje het recreatiegebied ’t Weegje in. Daar vindt u het Praathuis, het volgende leespunt.
In 1436 kwam er, ter verbetering van de doorvaart door Gouda, een tweede sluis in de stad, de Amsterdamse Sluis (15), ook wel Amsterdams Verlaat genoemd. Samen met de Donkere Sluis en de later gebouwde Havensluis werd een sluizencomplex gevormd van achthonderd meter lang. Het was daarmee eeuwen lang de langste schutkolk ter wereld. De hectiek die het havenbedrijf hier ooit veroorzaakte kan men zich nu bijna niet meer voorstellen.
De Crabethbrug is een nog in functie zijnde gietijzeren draaibrug uit 1869. Een dergelijk type kwam op meerdere plaatsen in de binnenstad voor. In de Turfmarkt is goed te zien hoe hoog het waterpeil in deze natste stad van Nederland staat. De St. Remijnsbrug tegenover de Nieuwehaven heeft daar nooit eerder gelegen. Hij is als vaste brug gebouwd ter verbetering van de verkeerssituatie in de binnenstad. Recentelijk is deze brug beweegbaar gemaakt als eerste aanzet van het weer herstellen van de vaarroute door de binnenstad.

Het Bolwerk is het verkeersplein tussen de Kattensingel, de Hoge Gouwe en de Nieuwe Gouwe Oostzijde. Op deze plaats lag vroeger een echt bolwerk. Van zulke verdedigingswerken had Gouda er vroeger vier. Behalve op deze plek lag er één op de plaats van Klein Amerika en lagen er twee aan de zijde van de Hollandsche IJssel. Het nieuwe verkeersplein werd in 1960 in gebruik genomen. De verkeersinfrastructuur werd daarbij zo vormgegeven dat de toen nog gewenste rechtstreekse wegverbinding tussen de Nieuwe Gouwe O.Z. en de Nieuwe Veerstal over de Raam daarop zou kunnen aansluiten.


De Nieuwe Gouwe (16) is een in ca 1900 gegraven kanaal. Het oorspronkelijke veenriviertje de Gouwe was een sterk kronkelend zijriviertje van de IJssel, omzoomd door groen en oude boerderijen. Met het graven van de Nieuwe Gouwe werd een aantal bochten in de rivier afgesneden, waardoor de scheepvaartroute richting Waddinxveen en Boskoop werd bekort. Door de eeuwenlange aanpassingen aan de scheepvaart heeft deze nu gekanaliseerde rivier zijn huidige karakter gekregen. Langs de Gouwe fietsend ziet u iets van de dynamiek van de Randstad die zich ook in dit deel van Midden-Holland laat voelen.
De ir. De Kock van Leeuwensluis (17) werd in 1942 gebouwd om het Goudse deel van Rijnlands boezem af te sluiten van de rest. Het is een sluis met roldeuren. De bouw was noodzakelijk geworden na het realiseren van de Julianasluis en het mr. P.A. Pijnacker Hordijkgemaal in de Schielands Hoge Zeedijk. Later in deze route zullen we de Julianasluis en het mr. P.A. Pijnacker Hordijkgemaal tegenkomen.

Het is al eerder gemeld dat de Gouwe een belangrijke vaarroute was. Dat is nog steeds het geval. Dat is vooral te zien op de kruisingen van de rivier met de spoorbaan en met de rijksweg A12. De Spoorbrug is zo hoog om de steeds groter wordende binnenvaartschepen (in de toekomst ook containerschepen) en de grote zeilschepen doorvaart te kunnen bieden. Het is de enige zogenaamde ‘staande-mast-route’ tussen de Zeeuwse wateren en het IJsselmeer. De kruising met de A12 is als aquaduct uitgevoerd om de doorstroming van zowel het scheepvaart- als het autoverkeer van elkaar onafhankelijk te laten zijn. Tot de aanleg van het aquaduct was de Coenekoopbrug een flessenhals in de A12.


Bij de splitsing van de A12 en A20 wordt in de Zuidplaspolder aan de westzijde van de Gouwe een groot regionaal bedrijfsterrein ontwikkeld. U passeert hier het Gemaal Zuidplaspolder (18).

Leespunt 4: Het Praathuis in ‘t Weegje
Op dit leespunt laten wij u kennis maken met de ontwikkeling van het Hollandse polderlandschap.

U vervolgt de route door meteen na de ophaalbrug rechtsaf het fietspad te volgen. Na ca 1 km gaat u bij een T-splitsing voor de Alpher Wetering linksaf. U vervolgt de bocht naar rechts. Na de brug over de Wetering gaat u meteen rechtsaf. U volgt nu de Stoofkade langs een afgesneden en gedempte bocht van de Oude Gouwe.

Via de Stoofkade en onderdoor de spoorbanen Gouda-Alphen en Gouda-Rotterdam, komt u bij de plek waar de Nieuwe Gouwe samenkomt met de Gouwe en het Gouwekanaal. Vlak na de aansluiting op de Broekweg vindt u een sluisje. U bent nu op de Nieuwe Broekweg langs het Gouwekanaal op weg naar de Julianasluis. Daar aangekomen rijdt u via de zuidelijke brug een kort stukje over de Rotterdamseweg. Na de brug over het Stroomkanaal gaat u rechtsaf over de Schielands Hoge Zeedijk naar het volgende leespunt bij het Mr P.A. Pynacker Hordijkgemaal.

Op uw route naar ’t Weegje bent u zojuist door de laaggelegen Zuidplaspolder (19) gefietst, en bent u per ophaalbrug de Ringvaart van de Zuidplaspolder (20) gepasseerd.


Rond het jaar 1000 was Midden-Holland nog een dicht bebost veenkussen, dat zachtglooiend meters boven de zeespiegel uitstak. De eerste bewoners hebben de bossen ontgonnen en het gebied ontwaterd door het graven van evenwijdige slootjes. Op de ontgonnen gronden werd eerst graan verbouwd en later vee gehouden. Door de ontginning en ontwatering begon het veen door indroging en oxidatie in te klinken tot het lager kwam te liggen dan de rivieren. Door de bouw van dijken voorkwamen de bewoners dat het land onder water liep. Was het veengebied helemaal door dijken omgeven, dan was er een polder ontstaan. Die verlaging van het maaiveld leidde echter tot een vicieuze cirkel van voortgaande ontwatering, maaivelddaling en vernatting. Het proces van inklinking zet zich ook nu nog voort.
Ingedroogd veen bleek een uitstekende brandstof. Grote delen van het poldergebied werden daarom uitgeveend. Zo ontstonden de Hollandse plassen die, als ze door oeverafslag gevaar opleverden voor de omliggende nederzettingen, weer werden drooggemalen en ingepolderd. Zo ontstond ook de Zuidplaspolder. Het water uit deze droogmakerijen werd eerst in een ringvaart en vervolgens in de rivieren gemalen. Vanaf de 15e eeuw werd het water door windmolens, eerst met schepraderen, later met vijzels (schroef in koker) en vanaf de 19 eeuw met stoom-, diesel- en elektrische gemalen op peil gehouden. Voorbeelden daarvan zijn het inmiddels door u al gepasseerde Gemaal Zuidplaspolder en het Abraham Kroesgemaal dat u nog te Moordrecht zult tegenkomen. In de Zuidplaspolder zal de nieuwe Goudse woonwijk Westergouwe worden gerealiseerd.
Omdat de door turfwinning ontstane plassen een bedreiging voor Gouda konden vormen, werd in 1653 door de Staten van Holland aan de stad een octrooi verleend waarin werd bepaald dat in een cirkel van 900 roeden rond Gouda niet mocht worden geveend. Daardoor bleven grote stukken landschap ten westen en ten noorden van Gouda hun oorspronkelijke karakter behouden. Wij danken daaraan nog de kleinschalige, hooggelegen maar desondanks erg natte Oostpolder in Schieland (21) tussen de Gouwe en de Zuidplaspolder. Door de drassigheid wordt de bodem van de Oostpolder ook wel ‘dik water’ genoemd. Men heeft zich lang aan dat octrooi gehouden, maar in de 19e en 20e eeuwen werd alsnog in dit oude landschap turf gewonnen, waardoor de Reeuwijkse plassen en ’t Weegje (22) ontstonden. De Oostpolder in Schieland wordt samen met ‘t Weegje in de toekomst een groene long tussen de nieuwe woonwijk Westergouwe, bedrijfsterreinen en de bestaande stad. De polder zal voornamelijk worden bestemd voor recreatie.
De Alpher Wetering (23) is een gedeeltelijk zeer oud kanaaltje, evenwijdig aan de Gouwe, ten behoeve van de afwatering van de onder Alphen gelegen poldergebieden. De wetering stond vroeger in verbinding met de Hollandsche IJssel. De afgesneden bocht van de Oude Gouwe (24) is gedeeltelijk nog in tact en gedeeltelijk gedempt ten behoeve van de aanleg van de spoorbaan. De Nieuwe Gouwe (25) is gegraven om de vele lussen in de Oude Gouwe voor het scheepvaartverkeer af te snijden.
Ter weerszijden van de Broekweg bij de aansluiting op de Nieuwe Broekweg liggen tussen de Alpher Wetering en het Gouwekanaal het Gemaal Oostpolder in Schieland (26) en een klein, al gedempt, sluisje (27). Wellicht kan dit sluisje ooit weer een functie krijgen voor de Oostpolder.

Het Gouwekanaal (28) is gegraven als onderdeel van het Julianasluis-complex, dat beschreven wordt bij het volgende leespunt.



Leespunt 5: Mr. P.A. Pijnacker Hordijkgemaal
Op dit leespunt kunt u zich oriënteren op de gevolgen van de nieuwe tijd op het Hollandse water- en polderlandschap. Vanaf dit punt kunt u een keuze maken tussen het voortzetten van de korte route of het nemen van de verlenging naar het westen via Moordrecht.

Bij voortzetting van de korte route rijdt u verder over de Schielands Hoge Zeedijk, langs de bedrijven Compaxo en Uniquema. U gaat nu over de brug bij de Mallegatsluis heen, langs de IJsselkade, het Tolhuis en het Sluiswachtershuis, onderlangs de Molen en langs het Houtmansplantsoen tot het Hanepraaigemaal, ons volgende leespunt.

Bij een keuze voor verlenging van de route via Moordrecht kunt u zich op dit leespunt bij het Mr. P.A. Pijnacker Hordijkgemaal oriënteren op de oude polderlandschappen aan beide zijden van de Hollandsche IJssel (zie onder Leespunt 5a).
Het Gouwekanaal (28) met de Julianasluis (29) werd rond 1935 gerealiseerd om de scheepvaart tussen Rotterdam en Amsterdam buiten Gouda om te leiden. Ter verbetering van de waterhuishouding in de boezem van Rijnland werd in diezelfde tijd bovendien het Stroomkanaal (30) met het Mr. P.A. Pijnacker Hordijkgemaal (31) gerealiseerd. Het gehele complex is het grootste en belangrijkste waterstaatkundige werk in de regio Midden-Holland. Het complex vormt een knooppunt van wegen, wateren en waterpeilen. Het geheel is nu een rijksmonument.
Het Sluiseiland zal echter sterk gaan veranderen. Vanaf de A12 gaat, over enkele jaren, de Zuidwestelijke Randweg van Gouda over het sluiseiland heen, richting Krimpenerwaard. En er komt een nieuwe sluis voor de beroeps(container)vaart naast de bestaande Julianasluis. Tegelijkertijd zal ook het Mr. P.A. Pijnacker Hordijkgemaal worden vergroot. De voetbalvelden van DONK zullen daarom verhuizen naar de Oostpolder in Schieland.


De Schielands Hoge Zeedijk (32) is een zeewering. Tweemaal daags doet de invloed van de zee zich hier gelden. De Hollandsche IJssel is een zoetwater getijdenrivier, van belang voor het waterbeheer en de scheepvaart. Van de dynamiek die dat teweeg brengt kunnen natuur, scheepvaart, bedrijven en recreatie profiteren. Om al die verschillende belangen met elkaar in synergie te brengen is veel bestuurskracht nodig. De uiterwaarden langs de rivieren waren ooit goede vestigingsplaatsen voor bedrijven. De oudere bedrijfsterreinen worden nu vaak door de steden omsloten en het vervoer gaat tegenwoordig meestal per auto. Dat veroorzaakt allerlei problemen en de vestigingsfactoren voor de bedrijven langs de rivieren zijn nu niet meer zo gunstig. Daarnaast is er tegenwoordig behoefte aan meer wateroppervlak, natuur, recreatie en bouwmogelijkheden voor de stad.
Het is dus geen wonder dat voor de ontwikkeling van die uiterwaarden tegenwoordig andere oplossingen worden gezocht. De ontwikkeling van het Sluiseiland tussen het Gouwekanaal en het Stroomkanaal loopt daarop vooruit. Het is het voornemen van de gemeente om dit geheel te vernieuwen complex om te vormen tot een eigentijdse, smaakvolle verbindende schakel tussen de Krimpenerwaard, de Hollandsche IJssel, de nieuwe woonwijk Westergouwe en de bestaande stad.
Op meerdere plaatsen langs de IJssel zijn sporen te zien van dijkdoorbraken, de zogenoemde ‘wielen’. Dit zijn kleine, vaak zeer diepe meertjes die ontstonden door de uitschurende werking van het binnenstromende water. Alleen al langs de Hollandsche IJssel vindt u er een tiental. In de bocht van de dijk bij de IJssel vindt u onder aan de dijk zo’n wiel.

Leespunt 6: Hanepraaigemaal
Op dit punt kunt u een keuze maken tussen voortzetting van de korte route of het nemen van de verlenging naar het oosten via Hekendorp.

Bij voortzetting van de korte route gaat u even terug het Houtmansplantsoen in. Dit is een voetpad, dus u moet een stukje lopen met de fiets aan de hand tot aan de Vijverstraat. Hier gaat u linksaf en daarna gaat u bij de Spieringstraat rechtsaf. Op het Willem Vroesenplein vindt u, enigszins links aanhoudend, Achter de Kerk, het begin- en eindpunt van de route.

Bij een keuze voor verlenging van de route via Hekendorp kunt u zich op dit leespunt oriënteren op het oude rivierenlandschap van de Hollandsche IJssel (zie onder Leespunt 6a).
Bovenop het Hanepraaigemaal (33) heeft u een mooi overzicht over de binnenstad, de Veerstal, de Hollandsche IJssel en de Goejanverwelledijk met de daarachter gelegen stad. Met de bouw van het nieuwe Hanepraaigemaal werden in 1987 de grote werken voor de waterhuishouding in Gouda voorlopig afgerond.
Het Houtmansplantsoen is in 1901 aangelegd op de plaats waar tot circa 1830 de stadswallen lagen. Het plantsoen is vernoemd naar de gebroeders Cornelis en Frederik de Houtman, inwoners van Gouda, die in 1595 de “eerste Schipvaart” der Nederlanders naar Oost-Indië leidden. U komt langs het monument dat hier is opgericht ter gedenking van deze gebeurtenis.
U bent nu weer in een van de oudste delen van de stad. We sluiten de route af bij het sluisje (34) in het grachtje Achter de Sint Jan, vlakbij de doorgang in de steunbeer tegen de Sint Janskerk. Dit is een van de sluisjes die gebruikt werden om het ‘schuren’ van de grachten te sturen.
Op het terras in de tuin van het MuseumgoudA kunt u nog even nagenieten van deze tocht.

Einde korte route





Verlenging via Moordrecht
Leespunt 5a: Pijnacker Hordijkgemaal
Op dit deel van de route kunt u zich oriënteren op de oude polderlandschappen aan beide zijden van de Hollandsche IJssel. Het volgende deel van de route is ca 5 km lang en eindigt bij de Snelle Sluis aan de westzijde van Moordrecht.

U gaat langs het Stroomkanaal terug naar de Julianasluis. Via de Kanaaldijk komt u op de Provincialeweg/N207. Direct na de afrit van de brug over de Ringvaart gaat u rechtsaf en onder de brug door het fietspad op. U rijdt over de Oost Ringdijk, tussen de Ringvaart en de Zuidplaspolder, richting Moordrecht. U blijft op deze kade fietsen, door Moordrecht heen tot aan de Snelle Sluis en het gemaal Abraham Kroes. Vlak bij het gemaal gaat u over het brugje, links over de Ringvaart, richting Schielands Hoge Zeedijk. Daar vindt u een zitplek met informatiepaneel.
Voor de haardplaatsen en de industriële ovens van de steden waren enorme hoeveelheden turf nodig. Die werden in de directe omgeving van Gouda en Rotterdam gewonnen. De turf werd hier niet gestoken, zoals in Drente, maar opgebaggerd, waardoor grote waterplassen ontstonden. Stormen kregen echter steeds meer vat op die veenplassen en door oeverafslag werden ze onbedoeld groter en leverden ze gevaar op voor de omliggende gebieden.

Vanaf de zestiende eeuw werden de eerste kleinere meren en plassen weer drooggelegd. Het water uit dergelijke droogmakerijen werd daartoe eerst in een Ringvaart en van daaruit in het buitenwater gemalen. Maar de grootste en meest bedrijgende watermassa’s, de Zuidplas en de Haarlemmermeer, durfde men pas in de negentiende eeuw aan te pakken, toen er stoomgemalen beschikbaar waren gekomen.


De Zuidplas is in 1841 drooggemalen, waardoor de Zuidplaspolder (19) ontstond. In de ringvaart eromheen, de Ringvaart van de Zuidplaspolder (20), werd het water door middel van verschillende gemalen uitgemalen.

De ringvaart werd van de plas gescheiden door een ‘veenkade’, hier de Oost Ringdijk (35). Daarop ligt het fietspad. Dergelijke kaden kunnen instabiel zijn, dat heeft het recente verleden wel laten zien. De kaden worden daarom voordurend geïnspecteerd.


Over de Oost Ringdijk fietsend krijgen we een aardig beeld van een stedelijke ontwikkeling. We zien eerst een enkele boerderij in de droogmakerij en een golfbaan. Dichter bij Moordrecht komen de woonboten, weekend- en vakantiewoningen en tuinen met onduidelijke opstallen, in een steeds hogere dichtheid. Nog dichter bij de dorpskern zien we daggelderwoningen die tegen de kade zijn gebouwd, afgewisseld met recentere villa-achtige woningen. Daarachter, in de lager gelegen polder, bedrijfsterreintjes en de eerste woonbuurtjes. Men vestigde zich langs deze kade omdat daar de ruimte was. Er was water en natuur en de vrijheid om er wat te ‘rommelen’. Zo’n eerste fase van verstedelijking gaat over het algemeen ten koste van het water en de natuur. Zulke gebieden zijn vaak de rommelzones van de stad, totdat er complete nieuwbouwwijken worden gerealiseerd en alle oorspronkelijke bebouwing vervangen wordt door duurdere woningen.
De Zuidplaspolder is één van de diepste punten in ons land, tot circa 6m onder NAP. De polder ligt in de driehoek tussen Rotterdam, Zoetermeer en Gouda. De verstedelijkingsdruk is er groot. Door het afgraven van het veen is redelijk goede bouwgrond ontstaan die benut wordt voor da aanleg van wegeninfrastructuur, bedrijfsterreinen en woningbouw. Hier wordt de nieuwe wijk Westergouwe gebouwd, vanuit een nieuw waterconcept. Door de lage ligging van de polder worden nieuwe waterrijke oplossingen bedacht waarbij verschillende waterniveau’s worden gerealiseerd.
De Snelle Sluis (36) verbindt de Ringvaart met de Hollandsche IJssel. Deze sluis dateert uit1828 en is vooral van betekenis geweest bij de droogmaking van de Zuidplaspolder. Door de lage ligging van de Ringvaart ten opzichte van de Hollandsche IJssel dient hier een hoogte van circa 6 meter te worden gekeerd. Destijds was dit een te groot hoogteverschil om in één keer te worden overwonnen. De oorspronkelijke Snelle Sluis bestaat daarom uit twee gewone schutsluizen, door een rak met elkaar verbonden. De sluis is vernieuwd in 1987. Bij die restauratie is het sluisdeel aan de zijde van de Hollandsche IJssel zodanig verbouwd, dat daar in het vervolg wél de volle schuthoogte kan worden gekeerd. Als gevolg daarvan kan de sluis aan de zijde van de Ringvaart voortaan gewoon open blijven staan.
Het Gemaal Abraham Kroes (37) slaat het water uit de Ringvaart over op de Hollandsche IJssel. Het is een uniek polder- en boezemgemaal ineen, daterend uit 1972. Het gemaal is uitgevoerd in twee etages.

Leespunt 7: Snelle Sluis
Het tweede deel van de verlengde route via Moordrecht is ca 6 km lang en eindigt bij het Hanepraaigemaal aan de oostzijde van de binnenstad van Gouda. Hier sluit u weer aan op de korte route. Ook is het mogelijk om van daaruit te kiezen voor de oostelijke verlenging van de route via Hekendorp.

U rijdt vanaf de Snelle Sluis terug naar Moordrecht over het pad onderaan de dijk. In de bebouwde kom kunt u het pad volgen de dijk op. Daarbij komt u langs de watertoren. In de kern van Moordrecht gaat u rechtsaf en vaart u met het pontveer over de Hollandsche IJssel naar Gouderak. U bevindt zich nu in de Krimpenerwaard. In Gouderak gaat u linksaf over de Middelblokdijk (de dijk aan de zuidzijde van de Hollandsche IJssel) weer richting Gouda. U passeert daarbij de nog braakliggende zellingwijk aan uw linkerzijde en een wiel aan uw rechterzijde. Tegenover de binnenstad van Gouda passeert u de Stolwijkersluis. Bij de rotonde gaat u vervolgens linksaf de Haastrechtse brug over. U volgt de Goejanverwelledijk richting binnenstad.

Er is op de Middelblokdijk erg veel verkeer. Sommigen, met name als ze door kinderen vergezeld worden, zullen het hier te druk vinden. U kunt in dat geval ook vanaf het pontveer rechtstreeks door Gouderak de Krimpenerwaard infietsen. Na ca 1000m gaat u dan linksaf de Borgmanweg in, bij het Beijerse Weegje links en bij de Gouderakse Tiendweg rechts. Bij de aansluiting met de Schoonhovenseweg gaat u links de Goudseweg op, bij de Gouderaksedijk eerst linksaf, naar de Stolwijkersluis, en vervolgens weer even terug en bij de rotonde links de Haastrechtsebrug over. Het Hanepraaigemaal aan de Fluwelensingel is het volgende leespunt.
Vanaf de dijk of in de polder bemerkt u het verschil tussen de landschappen van de nieuwere, strak verkavelde Zuidplaspolder en de veel oudere en meer intieme Krimpenerwaard.
Zellingen (38) zijn niet ingedijkte buitendijkse stukken grond langs de rivier die bij elke vloed onder water lopen en dan aangeslibd worden. Hier werd vroeger de klei voor de bekende IJsselsteentjes gedolven.


Lange tijd dacht men dat die zellingen voor de waterhuishouding in de rivier niet nodig waren. Er werd industrie op gevestigd en er werden ook woningen gebouwd. De zellingen werden vaak bouwrijp gemaakt met afval uit de steden en van de industrie. Bij de zelling in Gouderak bleek de grond daardoor zo vervuild dat de woningen weer zijn afgebroken en de grond wordt gesaneerd. Daarna wordt het gebied herbouwd. Op andere plaatsen wordt de zelling weer terug gegeven aan de rivier en krijgen het water en de natuur weer vrij spel.
Al eerder op de route hebben wij u uitgelegd hoe de langs de dijken gelegen wielen ontstonden. Een dergelijk wiel (39) kunt u zien onderaan de dijk in Gouderak tegenover de Zellingwijk.
Aan de rand van de stad worden vaak die voorzieningen gerealiseerd waar binnen de stad geen plaats voor is. Dat betekent soms een ernstige inbreuk op het landschap, zoals het geval is in de polder Veerstalblok, waar de Rioolwaterzuivering (40) werd gebouwd en de volkstuinen werden aangelegd. Tegenwoordig zijn we ons er meer van bewust dat dergelijke voorzieningen, hoe noodzakelijk wellicht ook, in ieder geval goed landschappelijk ingepast dienen te worden met respect voor de historie en de landschappelijke waarden. Dat dient ook het geval te zijn met de Zuidwestelijke Randweg die hier binnenkort zal worden gerealiseerd.
De Stolwijkersluis (41) dateert uit 1800 en gaf toegang tot de Stolwijkse Vaart, gegraven ten behoeve van de vervening van de Krimpenerwaard. Aangezien echter deze vervening nooit goed op gang is gekomen, heeft de sluis geen bijzondere betekenis gehad. Daarom is de Stolwijkersluis al in 1832 afgedamd, later enige tijd weer in gebruik genomen, en vervolgens opnieuw afgedamd. In samenhang met de realisatie van de Zuidwestelijke Randweg wordt in het kader van de aanpak van de polder Veerstalblok onderzocht of de sluis kan worden gerestaureerd en de vaarverbinding tussen de Hollandsche IJssel en de Stolwijkse Vaart kan worden hersteld.
De ‘Kom’ (42), onderaan de Goejanverwelledijk tegenover de Haastrechtsebrug, is een oorspronkelijk wiel.

Bij het Hanepraaigemaal sluit u aan op de Korte route, of kiest u de oostelijke verlenging via Hekendorp.

Verlenging via Hekendorp
Leespunt 6a: Hanepraaigemaal
Vanaf het Hanepraaigemaal rijdt u over de Goejanverwelledijk tot de Haastrechtsebrug. U slaat daar rechtsaf. U rijdt voor driekwart om de rotonde heen en neemt dan het fietspad langs de Provinciale Weg West, richting Haastrecht. Na een honderdtal meters steekt u de Provinciale Weg West over en volgt u de Zuider IJsseldijk. Na 500 meter vindt u linksaf de toegang tot de Waaiersluis. U gaat daarna verder via het fietspad langs de Provinciale Weg West, passeert de Haastrechtse Molen en gaat bij de verkeerslichten linksaf, over de Goverwellebrug. Meteen na de brug gaat u rechtsaf en volgt u de Goejanverwelledijk tot aan Haastrecht. Hier steekt u de Hollandsche IJssel weer over via de voormalige Tolbrug. Over de Provinciale Weg West en de voetbrug over de IJssel komt u aan in Hekendorp, waar bij het voormalige Rechthuis het volgende leespunt is.
Al eerder op de route hebben wij u uitgelegd hoe de langs de dijken gelegen wielen ontstonden. Een dergelijk wiel (hier in de volksmond ‘De Kom’ (42) geheten) kunt u zien onderaan de Goejanverwelledijk tegenover de Haastrechtse Brug. Rond deze ‘Kom’ lag vroeger een aantrekkelijk wijkje uit de 30-er jaren. Maar het zandpakket voor de aanleg van de nieuwe Haastrechtse Brug drukte op een nacht het onderliggende veen weg, waardoor de woningen rond de Kom van hun fundering werden getild en ’s morgens schots en scheef bleken te staan. Het wijkje moest worden afgebroken.
Tot 1285 stond de Hollandsche IJssel in open verbinding met de Lek bij Nieuwegein en de Nieuwe Maas bij Krimpen. Omstreeks het jaar 1000 werden door enkele desastreuze stormvloeden de grote zeearmen gevormd en werd de Hollandsche IJssel een getijdenrivier. Het gevolg was dat vanuit de rivier veel overstromingen plaats vonden door vloed vanuit het westen en rivierwater vanuit het oosten. Daarom werd de IJssel In 1285 in Vreeswijk afgedamd. Maar door de afsluiting ontstond er vervolgens te weinig stroming, waardoor de rivier steeds ondieper en moeilijker bevaarbaar werd.

Dat is de reden waarom omstreeks 1860 de Hollandsche IJssel bovenstrooms werd gekanaliseerd, door de bouw van de Waaiersluis (43). Dit is een zeldzaam sluistype. De sluis kan met toepassing van twee waaierdeuren ook tegen de druk van hoog water in worden geopend. Het complex bestaat uit een dubbel sluissysteem, waaraan de waaierdeuren zijn toegevoegd. Dit is een plek met historie en met de status (vanaf het jaar 2000) van Rijksmonument. Dankzij de kanalisatie was meer scheepvaart mogelijk en ontstonden langs de oever veel steenbakkerijen. De laatste tijd wordt de Waaiersluis vooral gebruikt door de recreatievaart. In 2004 is er een gemaal bijgebouwd, waarbij zoveel mogelijk rekening is gehouden met de historische waarde van de Waaiersluis. U kunt deze bijzondere sluis via een smal bruggetje oversteken, maar dat mag alleen te voet; de fiets moet u dus even achterlaten.


Een eindje voorbij de Waaiersluis, richting Haastrecht, staat aan de linkerzijde van de Provinciale Weg West de Haastrechtse molen (44). Dit is de enig overgebleven stenen watermolen met een stelling in Nederland. De molen is nog in bedrijf, maar wordt wel af en toe ondersteund door een elektromotor. De molen bemaalt de Beneden Haastrechtse Boezem, aan de andere zijde van de Provinciale Weg West. Dit is van oorsprong ook al een wiel, als gevolg van een dijkdoorbraak. Plaatselijk is dit wiel, ’t Roosje (45) geheten, meer dan 10 meter diep.
U steekt de Hollandsche IJssel over en rijdt over de Goejanverwelledjk richting Haastrecht. U passeert het Gemaal Stein (46), een voormalig stoomgemaal dat nu nog de gelijknamige polder bemaalt, maar binnenkort buiten gebruik zal worden gesteld. Vanaf hier kunt u laag over een fietspad op de zomerdijk rijden. Maar beter blijft u hoog op de winterdijk, zodat u vlak voordat u Haastrecht binnenkomt links de boerderij ’t Klooster kunt zien. Tot een brand in het jaar 1549 stond hier het Klooster Emmaus in het Land van Stein van de Reguliere Kanunniken van Holland (47), waar van 1488 tot 1493 de in Gouda geboren Gerrit Gerritszoon woonde, die zich later Desiderius Erasmus noemde. In 1492 ontving hij hier zijn priesterwijding.
In Haastrecht steekt u de Hollandsche IJssel over via de Tolbrug (48). Tot het jaar 1883 was hier een pontveertje. Tot 1958 kon de fietser uitsluitend van de brug gebruik maken na betaling van een stuiver aan de brugwachter. In Haastrecht doet u het Gemaal De Hooge Boezem achter Haastrecht (49) aan, een voormalig stoomgemaal uit 1872, dat thans als poldermuseum is ingericht.
Dan vervolgt u de route richting Hekendorp via de Provinciale Weg West. U passeert links het Klooster van Sint Gabriël van de Paters Passionisten (50). U steekt opnieuw de Hollandsche IJssel over via de voet- fietsbrug en komt aan te Hekendorp, bij de Goejanverwellesluis.

Leespunt 8: Goejanverwellesluis
Bij dit leespunt doet u informatie op over de Goejanverwellesluis, een bijzonder strategische plek in de Hollandse Waterlinie, waar aan het eind van de achttiende eeuw een merkwaardig stukje vaderlandse geschiedenis werd geschreven. Daarna rijdt u door de Waterlinie heen, om vervolgens de Reeuwijkse Plassen aan de zuidzijde te passeren. U bezoekt het Reeuwijkse Verlaat, fietst langs de Breevaart en de Karnemelksloot en bereikt via de Lange Tiendeweg en de Spieringstraat het begin- en eindpunt van de Sluizenroute.
De Goejanverwellesluis (51) is een schutsluis in Hekendorp die sinds 1366 de Hollandsche IJssel, via de Dubbele Wiericke, verbindt met de Oude Rijn. Sinds 1673 was deze sluis tevens in gebruik als waterinlaat voor de Oude Hollandse Waterlinie die lag tussen de Dubbele Wiericke en de Enkele Wiericke, een paar honderd meter verder naar het westen. Wij zijn hier dus op een bijzonder strategische plek in de verdediging van het gewest Holland.
U komt Hekendorp binnen via de Wilhelmina van Pruisenbrug (52), een voet-fietsbrug over de Hollandsche IJssel. Deze brug is in 1992 in de plaats gekomen van een bescheiden pontveertje dat ondanks die bescheidenheid een grote rol heeft gespeeld in de vaderlandse geschiedenis. In 1787 werd hier prinses Wilhelmina, echtgenote van de naar Nijmegen uitgeweken stadhouder Willem V, met haar gevolg over de rivier gezet, nadat ze in de Vlist was aangehouden door een groep militante patriotten onder leiding van de Goudse regent De Lange van Wijngaarden. De prinses was op weg van Nijmegen naar Den Haag, om daar de prinsgezinden aan te zetten tegen de patriotten in actie te komen, met het doel haar gemaal weer in zijn vroegere functies te herstellen. Maar ze werd gedwongen haar reis te onderbreken en af te slaan naar Goejanverwellesluis, waar de patriotten een hoofdkwartier hadden ingericht in de naast de sluis gelegen kaasboerderij. Hier werd de prinses met haar gevolg enige uren vastgehouden en daarna teruggestuurd naar Nijmegen.


Deze aanhouding bij de Vlist, die later abusievelijk de Aanhouding bij Goejanverwellesluis werd genoemd, had grote gevolgen. De prinses was diep beledigd. En haar broer, de koning van Pruisen, ondernam een strafexpeditie waardoor niet alleen korte metten werd gemaakt met de patriotten, maar meteen ook in het gewest Holland veel schade en onheil werd aangericht. Hoe dan ook, de Orangisten konden daarmee weer voor enige tijd aan de macht komen.


Op de terugweg van Hekendorp naar Gouda rijdt u enkele kilometers door de Hollandse Waterlinie (53) heen. Daarbij passeert u eerst een tunneltje onder het spoor en rijdt u vervolgens een stukje langs de spoorbaan. Hier passeert u een bruggetje over de Enkele Wiericke en meteen daarna de Prinsendijk, de in 1672 door stadhouder Willem III ingerichte verdedigingswal langs de Hollandse Waterlinie.
U vervolgt uw weg langs de zuidzijde van de Reeuwijkse Plassen en komt na enig omzwerven aan bij het Reeuwijks Verlaat (54). Dit is een sluiscomplex, daterend uit 1604, op de plaats waar de twee boezems van Reeuwijk en Sluipwijk samenkwamen in de Breevaart. Het Reeuwijks Verlaat vormde aldus een driesprong te water hetgeen op een unieke wijze tot uiting kwam in drie stel sluisdeuren. Maar Sluipwijks Boezem is inmiddels opgegaan in de boezem van Reeuwijk, als gevolg waarvan de desbetreffende sluisdoorgang overbodig werd en daarom op weinig poëtische wijze werd dichtgemetseld.
U wordt hierna weer de binnenstad van Gouda ingeleid. We sluiten de route af bij het sluisje (34) in het grachtje Achter de Sint Jan, vlakbij de doorgang in de steunbeer tegen de Sint Janskerk. Dit is een van de sluisjes die gebruikt werden om het ‘schuren’ van de grachten te sturen. Op het terras in de tuin van het MuseumgoudA kunt u nog even nagenieten van deze tocht.

Einde verlenging via Hekendorp





De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina