Snoeien van kleinfruit



Dovnload 7.84 Kb.
Datum23.08.2016
Grootte7.84 Kb.
Snoeien van kleinfruit
Je ziet op sommige tuinen nogal eens compleet verstikte bessenstruiken. Hoewel er nog wel bessen aankomen, is de oogst vaak gering en blijven de bessen aan de kleine kant. Bessenstruiken behoren eigenlijk niet te verwilderen wil je een goede oogst hebben

Als je de literatuur leest over het snoeien dan denk je dat een complete cursus nodig is om het een beetje te leren. Nou zo moeilijk is het niet. In feite is het niet zo erg dat je het niet helemaal goed doet. Belangrijker is dat je de meeste soorten in ieder geval regelmatig snoeit en uitdunt.

Allereerst een paar termen. De term “gestèltak” komt het meest voor. Daarmee wordt bedoeld de moeder van alle takken die doorgaans een aantal jaren mee gaat. Daaraan groeien zijtakken, twijgen of stompjes waaraan de vruchten groeien. “Eenjarig hout” zijn de takken die in het vorige jaar gegroeid zijn in tegenstelling tot “overjarig hout” dat ouder is. Dan zijn er ook nog de jonge twijgen die in hetzelfde jaar ontstaan zijn. Het begrip voor dit onderscheid is van groot belang bij het snoeien van de verschillende soorten kleinfruit omdat de bloeiwijze verschillend is.
Aalbessen

De rode bes of de witte variant kun je kweken als struik of als haag. De vruchten groeien aan de overjarige zijtakjes van de gesteltakken. Deze zijtakjes worden kort gehouden. Bij een struik zijn ongeveer zes gesteltakken voldoende. Het beste is deze wat naar buiten te laten groeien waardoor een open hart van de struik ontstaat om voldoende licht te kunnen opvangen. In juni zijn de vruchtjes gevormd en beginnen de nieuwe scheuten te groeien. Deze scheuten worden stelselmatig kort weggeknipt, zodat de gesteltakken met zijtakjes waaraan de bessen groeien voldoende licht krijgen en er op de stompjes volgend jaar weer vruchtjes worden gevormd. De gesteltakken worden na een aantal jaren vervangen door een geschikte uitloper uit de grond of onderaan uit een oude gesteltak. Voor een haag, of zoals dat ook wel heet “aan de draad”, worden drie draden tussen palen gespannen op ca 50 cm, 100 en 160 cm hoogte. Als je een waaiervorm verkiest dan wordt op elke 1,5 meter een struik geplant en zodanig gesnoeid dat er vier gesteltakken ontstaan. Je kunt ook kiezen voor één gesteltak per struik. In dat geval plant je drie of vier struikjes op een meter. De uitgroei gaat bij deze vorm wat sneller. De gesteltakken worden aan de draden bevestigd. Nieuwe scheuten die zich buiten het gestel ontwikkelen worden weggeknipt. Er ontstaan dus gesteltakken met korte zijtakken en stompjes waaraan rondom de tak alle trossen hangen.


Zwarte bessen

De vruchtjes van zwarte bessen groeien in tegenstelling tot aalbessen voornamelijk op het eenjarige hout. Na de oogst worden dan ook de takken waaraan de bessen zaten weggenomen. Je kunt zelfs om het plukken makkelijker te maken deze met bes en al afknippen. Let er op dat je van de nieuwe uitlopers voor volgend jaar een aantal mooie exemplaren aanhoudt. Houdt ca zes gesteltakken aan die je door snoei kunt laten splitsen [vergaffelen] kort bij de grond.


Frambozen

We kennen de zomer- en de herfstframboos. De zomerframboos bloeit op het eenjarig hout, maar de herfstframboos op het hout dat hetzelfde jaar is gegroeid. Bij de zomerframboos worden dus alleen de afgedragen takken weggenomen maar bij de herfstframboos worden in het najaar alle takken bij de grond afgeknipt. Beide soorten kunnen het beste aan de draad worden geteeld omdat de stengels te slap zijn en je wildgroei beter kunt beheersen. Je laat 10 à 12 twijgen per meter uitgroeien. Omdat frambozen aan de toppen van de twijgen en zijtwijgen groeien doe je er verstandig aan de toppen niet te snoeien. Beter is om lange takken om te buigen en aan de bovendraad vast te maken. Herfstframbozen hebben de neiging om zwaar te gaan overhangen. Daarom is het beter palen in V-vorm te plaatsen en twee stel draden daartussen te spannen. Frambozen lopen sterk uit met grondscheuten en kunnen daardoor snel verwilderen. Grondscheuten dus systematisch verwijderen.



Kruisbessen.

Deze stekelige soort groeit sterk met grondscheuten. Volsta met een beperkt aantal gesteltakken of nog beter kweek een kort stammetje met daaruit een aantal gesteltakken. Houdt ruimte in het midden en maar verwijder laaghangende takken. Snoei zijtakken kort tot op de gesteltakken. Het beste is te wachten met snoeien tot het einde van de winter ter bescherming van de knoppen tegen vogels.



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina