Sociale psychologie Pénélopé De Muynck



Dovnload 451.45 Kb.
Pagina1/21
Datum27.09.2016
Grootte451.45 Kb.
  1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   21

Sociale psychologie

Pénélopé De Muynck

Academiejaar 2015 – 2016

slides

Inhoudsopgave


Inhoudsopgave 1

Hoofdstuk 1: inleiding 7

1.De mens is een sociaal dier 7

2.Sociale psychologie: def en verwante disciplines 8

2.1Definitie van sociale psychologie 8

2.2De kracht vd sociale situatie 8

2.3Sociale psychologie en verwant disciplines 8

2.4Andere psychologische domeinen 9

2.5Sociale psychologie en mensenkennis 10

3.De geschiedenis vd sociale psychologie 10

3.1De beginjaren vd sociale psychologie (1880- 1935) 10

3.2De jaren van bevestiging en groei (1936-1960) 10

3.3Lopen en vallen (1960- midden 1970) 10

3.4 Methodologisch en inhoudelijk pluralisme (midden 1970-2000) 10

4.Sociale pscyhologie id 21ste eeuw 11

4.1Hersenonderzoek 11

4.2Het internet 11

4.3Sociaal-culturele perspectieven 11

Hoofdstuk 2: onderzoeksmethoden 11

1.De ontwikkeling van hypothesen 12

1.1een goed idee 12

1.2opzoeken van psychologische literatuur 12

2.Het operationaliseren van sociaalpsychologische variabelen 12

2.1Zelfbeschrijving 12

2.2Gedragsobservatie 13

3.Ideeën testen: onderzoeksplan 13

3.1Beschrijvend onderzoek 13

3.2Correlationeel onderzoek 13

3.3Experimenten: manipuleren van de situatie 14

4.Ethiek en waarden 18

4.1Geïnformeerde toestemming 18

4.2Debriefing: alle uitleg verstrekken 18

4.3Waarden en wetenschap 18

Deel 1: sociale psychologie: kernthema’s 19

Hoofdstuk 3: het sociale zelf 19

1.Het sociale zelf – inleiding 19

1.1De oorsprong vh zelf 19

1.2Functies vh zelf 20

1.3Geslachtsverschillen 20

1.4Leeftijds- & cohortverschillen 20

1.5Culture perspectieven 20

2.Het zelfconcept 21

2.1Introspectie 21

2.2Zelfperceptie 21

2.3De invloed van anderen 22

3.Zelfwaardering 22

3.1Zelfdiscrepantietheorie 23

3.2Zelfbewustzijnstheorie 23

3.3Beperkingen van zelfregulatie 24

3.4Mechanisme v zelfverheerlijking 24

3.5Zijn positieve illusies adaptief? 25

4.Zelfpresentatie 25

4.1Strategische zelfpresentatie 25

4.2Zelfverificatie 26

4.3Individuele verschillen in zelfsturing 26

4.4Conclusie 26

5.Subjectief welbevinden: op weg naar het geluk 26

6.Het dynamisch zelf 27

Hoofdstuk 4: sociale perceptie 27

1. Het ruwe materiaal vd 1ste indruk 27

1.1 De waarnemer 27

1.2 Het uiterlijk 27

1.3 Situaties 28

1.4 Gedrag 28

2. attributie: v elementen tot disposities 29

2.1 attributietheorieën 29

2.2 De theorie v corresponderende gevolgtrekkingen (inferentie) 30

2.3 Kelley’s covariatiemodel 30

2.4 attributionele vertekening 31

3. Integratie 33

3.1 Integratie v kenmerken in een globale impressie 33

3.2 Enkele basisbevindingen 34

3.3 afwijkingen vh gemiddelde model 34

4. Confirmatievertekening 36

4.1 Confirmatievertekening 36

4.2 Confirmatorische hypothesetoesting 37

4.3 Zelfvervullende voorspelling 37

5. Slotwoord 37

Hoofdstuk 5: soc beïnvloeding 38

1. automatische soc beïnvloeding 38

2. conformiteit 39

2.1 Klassiekers: autokinetisch effect 39

2.1 klassiekers: normatieve groepsdruk 39

2.2 waarom conformeert men? 40

2.3 Meerderheidsinvl 40

2.4 Minderheidsinvl 41

2.5 Differentiële of unimodale procesmodellen 42

3. Instemmen 43

3.1 redenen geven 43

3.2 Stel je eens voor 43

3.3 Wederkerigheidsnorm 43

3.4 Tweestappen instemmingstechnieken 43

3.5 assertiviteit 45

4. Gehoorzaamheid 45

4.1 milgramsonderzoek 45

4.2 Verklaring? 46

4.3 Milgramm id 21ste eeuw 47

4.4 trosteren: wanneer verzet men zich? 47

DEEL 3: interpersoonlijke- & groepsprocessen 48

Hoofdstuk 8: interpersoonlijke relaties 48

1. Het belang v interpersoonlijke relaties 48

1.1 Behoefte aan affiliatie 48

1.2 Hechtingsstijlen 49

1.3 Het soc netwerk 49

1.4 Relaties & welbevinden 49

1.5 Soc steun & fysieke integriteit 50

2. aantrekkingskracht 50

2.1 Nabijheidseffect 50

2.2 Familiariteit 50

2.3 Gelijkenissen 50

2.4 Uiterlijke aantrekkingskracht 51

2.5 Contextfactoren 52

3. hechte relaties 52

3.1 Elkaar leren kennen 52

3.2 Partnerkeuze 52

3.3 analyse v beloningen & investeringen 53

3.4 Soorten hechte relaties 53

3.5 Mannen en vrouwen 54

4. Ontwikkelingspatronen 55

4.1 Ontwikkelingspatronen ih huwelijk 55

4.2 Communicatie & conflict 55

4.3 Uit elkaar gaan 56

Hoofdstuk 10: agressie 56

1. wat is agressie? 56

1.1 Definities en vormen v agressie 56

1.2 Pestgedrag 56

1.3 De meting v agressie 57

2. Crossnationale & intraculturele verschillen 57

2.1 Crossnationale verschillen 57

2.2 Intraculturele verschillen 57

3. De oorsprong v agressie 58

3.1 Het erfelijkheidsperspectief 58

3.2 Het leerperspectief 59

4. Sociaalpsychologische theorieën v agressie 60

4.1 Frustratie 60

4.2 Negatief affect 60

4.3 Fysiologische opwindingen 61

4.4 Cognitieve processen 61

4.5 Een integratief model v agressie 61

5. De invloed v geweldmedia 62

5.1 Geweld komt frequent voor in allerlei media 62

5.2 Pornografie 63

6. Verborgen geweld (binnen bestaande relaties) 65

6.1 Seksuele agressie 65

6.2 Fysiek geweld onder partners 65

6.3 Kindermishandeling 65

7. Slotwoord: de reductie v geweld 65

Hoofdstuk 16: de rechterlijke wereld 66

Woord vooraf & probleemstelling 66

1. De selectie vd jury 67

1.1 De ondervraging v kandidaat-juryleden 67

1.2 Wetenschappelijke jury selectie 67

2. Het proces 67

2.1 Bekentenissen 67

2.2 De polygraaf 71

2. 3 Getuigenissen 72

2.4 Niet-toegelaten bewijsmateriaal 75

3. Beraadslaging door de jury 75

3.1 De groepsdynamica v beraadslaging 75

3.2 De grootte vd jury 76

3.3 De meerderheid beslist 76

4. Het straftoemetingsproces 76

4.1 Straftheorieën 76

4.2 De rechterlijke persoonlijkheid 77

4.3 Gerechtigheid 78

Hoofdstuk 9: anderen helpen 78

1. Waarom helpt men? 78

1.1 Evolutionaire factoren 78

1.2 Kosten en baten 80

1.3 altruïsme of egoïsme 81

1.4 Motieven om te helpen 82

2. Onder welke omstandigheden helpt men? 83

2.1 Het omstandereffect 83

2.2 Stress en tijdsdruk 86

2.3 Locatie en cultuur 86

2.4 Stemming 86

2.5 Rolmodellen en soc normen 87

3. Wie helpt anderen? 88

3.1 Zijn sommige personen behulpzamer? 88

3.2 Kenmerken altruïstische persoonlijkheid 88

3.3 De invl v ouders en familie 88

4. Interpersoonlijke factoren: wie helpt men? 89

4.1 Waargenomen eigenschappen v personen in nood 89

4.2 De gepaste combinatie van helper en ontvanger 89

4.3 Geslacht en hulpvaardigheid 89

4.4 anderen om hulp vragen 89




  1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   21


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina