Sorteren van vuren en grenen volgens schoonheid (uitzicht) De Europese norm nbn en 1611-1 over naaldhoutkwaliteiten is al jaren van kracht



Dovnload 14.31 Kb.
Datum26.08.2016
Grootte14.31 Kb.


1107 NL DEF
Sorteren van vuren en grenen volgens schoonheid (uitzicht)
De Europese norm NBN EN 1611-1 over naaldhoutkwaliteiten is al jaren van kracht, maar in de houthandel wordt importnaaldhout nog steeds verhandeld volgens de Scandinavische houtkwaliteiten (het groene boekje). Intussen is het groene boekje door een blauw boekje vervangen. Gelukkig komen de twee boeken grotendeels overeen. Vandaar dat het toch interessant is om enige notie te hebben over de inhoud van het blauwe boekje.
TEKST : DR. IR. HUGO COPPENS, COORDINATOR IWT PROJECT ‘TOEPASSING VAN HOUT EN COMPOSIETMATERIALEN IN HOUT- EN MEUBELNIJVERHEID’;. DOMEINVERANTWOORDELIJKE ‘STRUCTUURHOUT’; CTIB-TCHN

WWW.CTIB-TCHN.BE


Is het nu het blauwe boekje of het groene boekje? En wat met de Europese norm?
In de praktijk zijn de Noordse ‘grading rules’ schering en inslag. De best gekende import naaldhoutkwaliteiten zijn IV (fourth quality), VI (sixth quality) en unsorted (U/S) volgens het Scandinavische groene boekje.
Niettegenstaande de Europese norm NBN EN 1611-1 over naaldhoutkwaliteiten al jaren in voege is, worden op commercieel vlak voor importnaaldhout hoofdzakelijk de Scandinavische sorteerregels gehanteerd.
Sinds het verschijnen van de nieuwe versie van de STS 04.2 schrijnwerk uitgave 2008* zou in de bestekken voor naaldhoutkwaliteiten in feite uitsluitend nog verwezen mogen worden naar de NBN EN 1611-1*.
In de praktijk is dat echter anders. De NBN 272* of de NBN 544* duiken nog regelmatig op in de beschrijving van houtkwaliteiten door architecten. Nochtans zijn deze NBN’s niet meer van toepassing.
Waarom worden vuren en grenen volgens uitzicht gesorteerd ?
Schrijnwerkhout is geen structuurhout. Hier gelden de regels volgens uitzicht en niet volgens sterkte.
Houtsoorten
De sorteerregels zijn enkel van toepassing op de houtsoorten vuren (Picea abies) en grenen (Pinus sylvestris).





Houtsectie en houtvocht
Vergeet niet dat de houtsecties gegeven worden bij 20 % houtvocht. Als vuistregel geldt dat 4 % vochtvermindering overeenstemt met 1 % krimp. Voorbeeld: 50 x 100 mm bij 20 % houtvocht wordt 49 x 98 mm bij 12 % houtvocht.

Men spreekt van droog hout als 97.7 % van een lot hout een houtvochtgehalte heeft van minder dan 25 %.


Toleranties
Op de houtsecties worden toleranties toegelaten van -1 mm tot +3 mm voor afmetingen tot 100 mm. Boven de 100 mm zijn afwijkingen toegestaan van -2 mm tot +4 mm. Een negatieve afwijking op de lengte is niet toegelaten. Wel mag op overmaat gezaagd worden tot 50 mm.
Enkele vuistregels
Om de sortering van naaldhout volgens schoonheid te begrijpen, dient men wel enkele vuistregels te onthouden.

De vier zijden van het stuk hout worden apart beoordeeld.

In feite gebeurt de keuring op de spinthoutzijde, dat wil zeggen : het vlak waar het meeste spint op voorkomt, dus het vlak dat overeenkomt met de buitenkant van de stam. Men veronderstelt dat de kwaliteit van het andere vlak, hartkant (mergkant) van de stam, van dezelfde kwaliteit is of één klas lager. Ook de twee zijvlakken worden bekeken.

Houtkeuren moet snel gaan en daar worden fouten bij gemaakt. Ten minste 90 % van het lot hout moet voldoen aan de kwaliteit.

Vuren en grenen worden in principe niet gemengd aangekocht. Wanneer een andere houtsoort toevallig toch voorkomt in een lot dan wordt de kwaliteit van dit stuk hout automatisch gedeclasseerd naar de laagste kwaliteit, D.

De kwastgrootte, het aantal kwasten en of ze gegroepeerd voorkomen wordt bekeken, en dit zowel op de vlakken als op de zijvlakken. De grootte wordt uitgedrukt in mm. Er wordt rekening gehouden met de fysische toestand van de kwast, zijnde gezond, dood, met schors, rot of los.

Barsten en vervormingen mogen groter zijn dan de opgegeven limietwaarden wanneer het hout droger is dan 20 % houtvocht.

De scheurlengte wordt bepaald door alle barsten in het vlak op te tellen. Hout met een barst van meer dan 100 mm lang dwars doorheen het hout behoort tot de laagste kwaliteit, D.

Een wankant van maximaal 3 mm is onbeperkt toegelaten. Een wankant die de helft van het zijvlak beslaat, is toegelaten onder voorwaarde dat ze niet langer is dan de breedte van het hout, beperkt is tot maximaal 150 mm lengte en niet voorkomt op het uiteinde. Maximaal 3 % van de stukken hout in een lot mogen een dergelijke wankant hebben.

Een beschadiging van hout wordt als wankant beschouwd.

Bij het voorkomen van schors in het vlak wordt het hout geklasseerd als kwaliteit D. Harsgallen kleiner dan 20 mm worden onbeperkt toegelaten in de houtkwaliteiten B en C.

Insectenaantasting is niet toegelaten tenzij insectensteken met een diameter kleiner dan 2 mm en niet dieper dan de toegelaten negatieve tolerantie.


















De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina