Special purpose entities: duidt verslaggeving op jaarrekeningbeleid?



Dovnload 228.86 Kb.
Pagina11/11
Datum18.08.2016
Grootte228.86 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11

5.4Conclusie & Aanbeveling


Uit vooronderzoek is gebleken dat de publicatie met betrekking tot SPE’s erg mager is. Zelfs zo mager dat het initiële onderzoeksplan geen doorgang heeft kunnen vinden. Vanwege deze opmerkelijke bevinding is het onderzoeksplan daarom gewijzigd naar een die zich afvraagt hoe de publicatie over SPE’s is verzorgd in de jaarrekening van 2008 van de grootste banken van Nederland.

Door middel van jaarrekeningonderzoek is gezocht naar relevante informatie die het inzichtvereiste bevorderen. Uit de resultaten bleek niet onverwacht dat informatie over SPE’s in jaarverslagen veelal tekortschiet. Er is met name een gebrek aan kwantificatie. Zo wordt in sommige jaarverslagen weggelaten wat de totale omvang van de SPE’s is waarbij de bank betrokken is. Andere banken noemen wel de totale waarde van de SPE’s waarbij ze betrokken zijn, maar verzuimen te vermelden welk deel hiervan voor rekening van de bank komt. Zo blijft het bijna onmogelijk om de impact van SPE’s op de balansen te meten. Sterker nog, voor wat betreft de omvang van niet meegeconsolideerde SPE’s wordt helemaal niets vermeld. De impact die off-balance SPE’s op de jaarrekening zouden hebben – en daarmee omvang van het potentiële balansbeleid – blijft volledig in het ongewis.

Naast het gebrek aan kwantificatie wordt over het algemeen ook onvoldoende kwalitatieve informatie gegeven over het consolidatievraagstuk rondom SPE’s. Zo wordt soms achterwege gelaten wat de namen zijn van de SPE’s en de eventuele securitisatieprogramma’s, wat het traceren ervan erg moeilijk kan maken. Daarnaast wordt regelmatig verzuimd te vermelden op welke gronden wordt geconsolideerd of niet geconsolideerd (of derecognised), terwijl de consolidatiecriteria wel zijn aangegeven.

Al met al laat de verslaggeving met betrekking tot SPE’s (soms zeer) te wensen over. Dit versterkt het vermoeden dat banken en allicht andere ondernemingen deze informatie liever niet tentoonstellen. Althans, in ieder geval niet op een duidelijke inzichtelijke wijze. Wanneer dit in het kader van jaarrekeningbeleid wordt geplaatst, wordt het vermoeden dat via SPE’s balansbeleid wordt gepleegd bevestigd. Bovendien is de betrokkenheid van SPE’s bij de meeste banken in behoorlijke mate. Dit betekent dus dat balansbeleid een effectieve manier van sturen van cijfers zou zijn.



5.4.1Aanbeveling


Hoewel is geconcludeerd dat de SPE-verslaggeving ontoereikend is om goede beslissingen te nemen, voldoet de verslaggeving wel aan de wet- en regelgeving. Om deze reden zal een aanbeveling worden gedaan aan de wet- en regelgevers omtrent de publicatie in de jaarrekening met betrekking tot SPE’s teneinde beter inzicht te verschaffen in de economische realiteit.

De aanbeveling zal betrekking hebben op enerzijds kwantitatieve informatie en anderzijds kwalitatieve informatie. Voor wat betreft kwantitatieve informatie wordt aanbevolen dat zowel de volledige omvang van de betrokkenheid bij SPE’s wordt vermeld (1), als de boekwaarde van elke SPE/securitisatieportefeuille (2), als welk gedeelte hiervan wel en welk gedeelte hiervan niet wordt meegeconsolideerd (3) en waar dit op de balans terug te vinden is (4). Voor wat betreft kwalitatieve informatie wordt aanbevolen dat de reden van oprichting wordt vermeld, als wel de grond op basis waarvan wordt geconsolideerd of niet geconsolideerd (of derecognised).


Deze aanbeveling zal bijdragen aan het noodzakelijke inzichtvereiste waar de gebruikers van de jaarrekening recht op zouden moeten hebben.

6Conclusie


Jaarrekeningbeleid is het door het management nemen van beslissingen die van invloed zijn op de jaarrekening, waarbij bewust rekening wordt gehouden met de economische gevolgen daarvan. Het bestaan van jaarrekeningbeleid is afgeleid uit de Positive Accounting Theory die het gedrag beschrijft (en voorspelt) van managers in situaties waarin accountingbeslissingen genomen moeten worden. PAT omschrijft een onderneming als een nexus of contracts, een netwerk waarin individuen met elkaar verbonden zijn. Het individu speelt daarmee een centrale rol in het bestaan van jaarrekeningbeleid. Omdat ieder individu zijn eigen belang nastreeft, kan het voorkomen dat sub-optimale beslissingen worden genomen voor de onderneming. De agency theory beschrijft dit probleem van opportunistisch gedrag en verklaart daarmee het bestaan van jaarrekeningbeleid. De jaarrekening is immers een informatiemiddel voor aandeelhouders (principal) dat is opgesteld en beïnvloed door bestuurders (agents). Wanneer bestuurders economische beslissingen van aandeelhouders willen sturen om bijvoorbeeld hun bonus te maximaliseren, kunnen ze dat doen door middel van de jaarrekening. Daarnaast kunnen ook politieke kosten of het naderen van grenzen van schuldcontracten ten grondslag liggen aan het sturen van cijfers in gewenste richting. De cijfers die het meest van invloed zijn op de keuzes van de gebruikers van de jaarrekening zijn de winst, solvabiliteit en liquiditeit.

Jaarrekeningbeleid kan gesplitst worden in balansbeleid en earnings management. Earnings management heeft daarbij betrekking op sturing van de winst en zodoende op de resultatenrekening en op stakeholders die beloond worden op basis van de winst (aandeelhouders). Balansbeleid heeft juist betrekking op de balans en daarmee op balanscijfers als solvabiliteit, liquiditeit en rentabiliteit, wat voornamelijk interessant is voor vreemd vermogenverschaffers.

De winst en de balans kunnen verschillende richtingen opgestuurd worden, afhankelijk van de situatie waarin de onderneming zich begeeft en de doelen die de managers zich stellen. Bij de strategie met betrekking tot balansbeleid speelt consolidatie een grote rol. Immers, wanneer activa van de balans wordt gehaald heeft dat zowel effect op de verhoudingen binnen de balans als op het balanstotaal. Zo kunnen ratio’s kunstmatig worden verbeterd. De verslaggeving biedt een aantal instrumenten om de jaarrekening te sturen. Zo geldt, afhankelijk van de regelgeving die moet worden nageleefd, een zeker bandbreedte waarbinnen keuzen moeten worden gemaakt (professional judgement). Daarnaast kunnen ook feitelijke transacties, die geen economische motivatie hebben, leiden tot wijzigingen in de jaarrekening.

Een vorm van jaarrekeningbeleid door middel van feitelijke transacties is het gebruik van special purpose enties. SPE’s zijn entiteiten die opgericht zijn door een sponsor om een specifiek doel uit te voeren met onder andere als karakteristieken dat ze brain-dead en bankruptcy remote zijn. De SPE is een bijzondere constructie die ertoe leidt dat ze in principe niet bij de consolidatie betrokken hoeft te worden, waardoor de gelegenheid ontstaat zaken van de balans van de sponsor weg te sluizen naar de SPE.

Een essentiële reden voor de oprichting van SPE’s is dat op deze manier risico van bepaalde activa of projecten geïsoleerd kan worden. Om deze reden worden SPE’s vaak gebruikt voor securitisatie, waarbij bepaalde activa (of schulden) als hypotheken of leningen worden samengevoegd en verkocht aan (externe aandeelhouders van) een SPE. Op deze manier kunnen activa van de balans verdwijnen en zijn er aanwijzingen voor balansbeleid.

De regelgeving (IFRS) met betrekking tot SPE’s omvat voornamelijk het consolidatievraagstuk. IAS 27 geeft aan wanneer sprake is van control en een dochtermaatschappij moet worden meegeconsolideerd, SIC 12 maakt hier een vanwege het bijzondere karakter van SPE’s noodzakelijke aanvulling op.


Het theoretisch kader is nodig geweest om het onderzoek zo goed mogelijk te kunnen uitvoeren en de bevindingen op een juiste manier te interpreteren. De informatie in jaarrekeningen om het gebruik van SPE’s als jaarrekeningbeleidinstrument te toetsen bleek ontoereikend. Dit verhullen van informatie kan al geïnterpreteerd worden als een aanwijzing voor jaarrekeningbeleid. De jaarrekening hoort immers inzicht te verschaffen in de economische realiteit van de onderneming en wanneer informatie (opzettelijk) onvermeld blijft ontstaat een gerede twijfel over de betrouwbaarheid en volledigheid van de jaarrekening. Om dit vermoeden te bevestigen of te verwerpen diende door middel van jaarrekeningonderzoek onderzocht te worden in hoeverre informatie wordt verschaft over SPE’s in de jaarrekening van de grootste Nederlandse banken, en of deze informatie toereikend is om op basis daarvan economische beslissingen te nemen.

Uit de bevindingen bleek de verslaggeving met betrekking tot SPE’s over het algemeen tekort te schieten. Er is zowel een gebrek aan kwantitatieve informatie als kwalitatieve informatie. Deze informatie zal niet lastig te vergaren zijn, waardoor het er sterk op lijkt dat het opzettelijk is weggelaten uit de jaarrekening. Bovendien ontbreekt het bij de wel genoemde informatie aan duidelijk.

Samenvattend blijkt de verslaggeving omtrent dit onderwerp na de aanpassing van de wetgeving begin 2000, nog steeds onduidelijk en onvolledig. Dit bevestigt het vermoeden dat de onderzochte banken bepaalde zaken liever in het donker houden en dat sprake van jaarrekeningbeleid hierin onmiskenbaar is. Om deze reden is een aanbeveling gemaakt aan de standaardsetters die kortweg luidt dat de kwantitatieve en kwalitatieve verslaggeving omtrent SPE’s vollediger, duidelijker en overzichtelijker moet worden. Wanneer het zover is kan bepaald worden in hoeverre nog sprake is van jaarrekeningbeleid door middel van SPE’s in huidige tijden.

Referenties

Copeland, R. M., 1968, ‘Income Smoothing’. Journal of Accounting Research, Vol. 6, Empirical Research in Accounting: Selected Studies 1968, pp. 101-116


Deegan, C. & J. Unerman, ‘Financial Accounting Theory (2006)’, McGraw Hill Education
Dechow, P. M. and D. J. Skinner (2000), ‘Earnings Management: Reconciling the Views of Accounting Academics, Practitioners and Regulators’, Accounting Horizons, Vol. 14 No. 2.
Dharan, Bala G., ‘Financial Engineering with Special Purpose Entities’ (2002),

To appear in ‘Enron Meltdown: Facts, Analysis and Recommendations’ (Julia Brazelton, editor), Commerce Clearing House, Fall 2002


Donker H.A. en A. de Bos, ‘Jaarrekeningbeleid en stelselwijzigingen’(2005), Tijdschrift voor organisaties in control, 9e jaargang, nr.4, pp 16-21.
Ernst & Young 2009, ‘Handboek Jaarrekening 2009’, Ernst & Young Accountants, Directoraat Vaktechniek.
Feng et al., ‘Special Purpose Entities: Empirical Evidence on Determinants and Earnings Management’ (2006),
Gorton, G. B. and N. S. Souleles, ‘Special Purpose Vehicles and Securitization’ (2005), FRB Philadelphia Working Paper Series No. 05-21
Healy, P., ‘The Effect of Bonus Schemes on Accounting Decisions’ (1985), Journal of Accounting and Economics 7: 85-107.
Healy, P. M. and J. M. Wahlen, ‘A Review of the Earnings Management Literature and Its Implications for Standard Setting’ (1999), Accounting Horizons, Vol. 13, No. 4.
Herck, van G., ‘Zijn ziekenhuizen minder “creatief” in accounting?’ (2003), Tijdschrift voor Economie en Management, Vol. XLVIII
Hoogendoorn, M. N. et al, ‘Externe verslaggeving in theorie en praktijk’ (2004), Elsevier Bunge
Jensen, M. C. and W. H. Meckling, ‘Theory of the firm: Managerial Behavior, Agency Costs and Ownership Structure’ (1976), Journal of Financial Economics 3
McKee, T. E., ‘Earnings management: an executive perspective’ (2005), Ohio: Thomson Learning
Na’im, A., ‘Special Purpose Vehicles Institutions: Their Business Nature and Accounting Applications’ (2006), Gadjah Mada International Journal of Business
The Wharton School University of Pennsylvania and NBER
Palepu, K., P. Healy and V. Bernard, ‘Business Analysis and Valuation: Using Financial Statement’ (2004), Thomson South-Western, Mason, Ohio
Mohanram, P. S., ‘How to manage earnings management?’ (2003), Accounting World
Schipper, K., ‘Commentary on Earnings Management’ (1989), Accounting Horizons 3: p. 91-102.
Scott, W. R., ‘Financial Accounting Theory’ (2006), Pearson Educated Limited
Soroosh, J., and J. Ciesielski. ‘Accounting for Special Purpose Entities Revised: FASB

Interpretation 46(R)’ (2004), The CPA Journal


Watts, R. and J. Zimmerman, ‘Positive Accounting Theory’ (1986), Edgewood Cliffs, NJ: Prentice Hal


  1. Bonus scheme (Scott 2006)




  1. Distinction between Fraud and Earnings Management (Dechow and Skinner, 2000)


  1. Managerial accrual decisions as a function of earnings and bonus plan (Healy 1985)

  1. Mogelijkheden tot beïnvloeding van het beeld in de jaarrekening (Hoogendoor 2004)




  1. Structuur special purpose entity (Feng et al 2006)




  1. Derecognition scheme (IAS 39)


1 Uiteraard heeft de winst vanwege het systeem van dubbelboekhouden ook invloed op de balans en de ratio’s ook op de w&v. De nadruk in deze scriptie ligt echter op de directe invloed op de w&v en de directe invloed op de balans.

2 Uit fiscale overwegingen zou een onderneming wel gebaat kunnen zijn bij een groter aandeel vreemd vermogen vanwege de renteaftrekmogelijkheid.

3 In dit geval omvangen de vlottende activa alle niet-vaste activa.

4 Vertaling uit Ernst&Young (2009)

5 SPE-expert uit de praktijk: Er zijn SPE’s die niet worden geconsolideerd. Dit is voornamelijk het geval wanneer de sponsor niet de meerderheid van de risico’s en beloning heeft.

6 Hoewel NIBC niet tot de grootste en bekendste banken van Nederland behoort, is NIBC toegevoegd vanwege haar grote betrokkenheid bij SPE’s.

7 Een multi-seller conduit is een special purpose entity die regelmatig belangen koopt in ‘pools’ van financiële activa van één of meerdere verkopers en dat financiert door middel van uitgifte van commercial papers.

8 Een Credit default swap is een overeenkomst tussen twee partijen waarbij het kredietrisico van een derde partij wordt overgedragen.



1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina