Special purpose entities: duidt verslaggeving op jaarrekeningbeleid?



Dovnload 228.86 Kb.
Pagina3/11
Datum18.08.2016
Grootte228.86 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11

2.4 Agency theory


Een belangrijk onderdeel van PAT is de agency theory. In deze theorie staat de relatie tussen de eigenaren (principals) en de managers (agents) centraal. De agency theory is een belangrijke sleutel in het verklaren en voorspellen van het opportunistische gedrag van managers (Deegan & Unerman 2006). De theorie veronderstelt dat:

  • Managers rationeel zijn en daarom optimale keuzen maken

  • Individuen gedreven zijn door eigenbelang en maximalisatie van eigen welvaart nastreven (utitlity maximizers)

  • De belangen van de principal en de agent niet overeenkomen

  • Er sprake is van asymmetrische informatie

Dat de belangen van de eigenaar en de manager niet overeenkomen is een logisch gevolg van de assumptie dat individuen hun eigen nut maximaliseren. Bijvoorbeeld, een manager streeft als werknemer naar een zo hoog mogelijk salaris. De eigenaar wordt vergoed op basis van winst en wil daarom de winst maximaliseren. Aangezien het salaris van de manager de winst drukt is sprake van tegenstrijdige belangen. Wanneer de agent vervolgens een economische beslissing moet maken, zal hij slechts zijn eigen belangen en niet die van de principal in ogenschouw nemen. Dit valt voor de principal vaak niet te controleren omdat hij niet over dezelfde informatie als de agent beschikt. Omdat de agent zich bezighoudt met het dagelijkse bestuur van de onderneming, weet hij gewoonlijk veel meer af van de onderneming en haar bedrijfsactiviteiten. Deze asymmetrische informatie en de discrepantie tussen de belangen zorgt ervoor dat zogenaamde agency costs ontstaan. Dit zijn de kosten die de manager maakt door de winst niet te maximaliseren. De agency costs zijn volgens Jensen and Meckling (1976):



  • Bonding costs – kosten die de agent maakt om te garanderen dat hij in het belang van de principal werkt.

  • Monitoring costs – kosten die de principal maakt om erop toe te zien dat de agent zo min mogelijk activiteiten nastreeft die niet stroken met de belangen van de principal

  • Residual loss – de reductie in welvaart ondanks het monitoren van de principal. Ofwel de mate waarin de agent erin slaagt andere belangen dan de principal na te streven.

2.4.1Aligning interests


Om agency kosten te reduceren en de waarde van de onderneming te maximaliseren, moet de principal zorgen dat de agent dezelfde belangen nastreeft. Om dit te bereiken kan de principal de agent een beloning aanbieden die afhankelijk is van de winst. Een dergelijk contract wordt ook wel een ‘managerial compensation contract’ genoemd.

Ook de agent is gebaat bij een contract dat zijn opportunistische gedrag zal minimaliseren. Zonder contract zou de principal hem namelijk minder betalen wetende dat de agent zich opportunistisch zal gedragen. Om deze reden zal de agent een contract ondertekenen dat de kosten van zijn opportunistische gedrag (ogenschijnlijk) reduceert en zijn beloning verhoogt. Dit wordt price protection genoemd: “… the agent, not the principal, has the incentive to contract for monitoring… Hence they (agents) will have incentives to contract to limit those actions and to have their actions monitored.” (Watts and Zimmerman 1986).



2.5Hypotheses van PAT


Positive Accounting Theory houdt naast beschrijven en verklaren zich bezig met voorspellen van het gedrag van managers dat ten grondslag ligt aan hun beslissingen. De voorspellingen die PAT maakt zijn grotendeels samen te vatten in drie hypotheses.

2.5.1The bonus plan hypothesis


Deze hypothese gaat uit van een situatie waarin de manager een eerder genoemde managerial compensation contract heeft. Hij wordt (naast zijn gewone salaris) vergoed aan de hand van een maatstaf die de prestaties van de onderneming representeert, bijvoorbeeld winst, verkoopopbrengsten of return on investment. Hoe deze bonusregelingen precies zijn samengesteld kan per bedrijf verschillen. Wel is er een aantal factoren dat bij bijna elk bonus plan voorkomt. Zo bestaat een bonus plan vaak uit een ‘lower bound’ en een ‘upper bound’ (Healy 1985). Zoals in appendix A te zien, zijn dit benchmarks waarbinnen de bonus van de manager gemaximaliseerd kan worden. De lower bound kan beschouwd worden als een drempel waar de winst (of een andere maatstaf) overheen moet voordat de manager aanspraak op een bonus heeft. De upper bound kan beschouwd worden als een plafond. Wanneer dit plafond is bereikt wordt de maximale bonus uitgekeerd. Deze wordt niet hoger wanneer de upper bound wordt overschreden. De manager zal daarom zijn best doen om de winst te sturen wanneer de winst dicht bij een benchmark komt.

2.5.2The debt covenant hypothesis


Wanneer een partij geld leent aan een andere partij bestaat het risico dat het geleende geld niet wordt terugbetaald. De vreemd vermogenverschaffer wil dit risico uiteraard zoveel mogelijk beperken en ervoor worden vergoed. Daarom worden regelmatig contracten opgesteld waarin de uitlenende partij bepaalde voorwaarden stelt. Deze voorwaarden hebben vaak betrekking op ratio’s als solvabiliteit, liquiditeit of interest coverage. Wanneer gedurende het contractstermijn niet wordt voldaan aan de eisen van deze overeenkomst zal dat consequenties hebben voor de lenende partij, zoals boetes. Op deze manier zijn beide partijen gebaat zich aan de schuldenovereenkomst te houden. Er is wederom sprake van aligning interests; de manager zal een incentive hebben de cijfers van de jaarrekening zo te sturen dat het contract niet wordt geschonden en een boete wordt voorkomen.

2.5.3The political costs hypothesis


De derde hypothese betreft de politieke kosten waaraan een bedrijf onderhevig kan zijn. Dit geldt met name voor grote bedrijven vanwege hun bekendheid en invloed op de maatschappij. Het gevolg hiervan is dat deze bedrijven extra in de gaten worden gehouden door partijen als de overheid, media en milieubewegingen. Deze partijen kunnen ervoor zorgen dat excessieve winsten of andere (niet maatschappelijk verantwoorde) zaken aan het licht komen. Deze negatieve publiciteit kan erg schadelijk zijn voor het bedrijf en kan bovendien leiden tot overheidsmaatregelen. Zo is in de Verenigde Staten als gevolg van negatieve aandacht een speciale belasting ingevoerd om excessieve winsten van oliemaatschappijen te reduceren.

Deze kosten worden politieke kosten genoemd en moeten net als alle andere kosten worden geminimaliseerd in een winstmaximaliserende onderneming. Daarom zal een manager binnen zijn macht deze kosten proberen te beperken. Dit betekent in de praktijk dat excessieve winsten zoveel mogelijk (kunstmatig) worden gedrukt.



2.5.4Overige motieven


In de bovengenoemde hypotheses worden de belangrijkste incentives voor managers om jaarrekeningbeleid uit te voeren samengevat. Naast deze zijn nog verschillende andere motieven te noemen waarom managers de jaarrekening zouden willen beïnvloeden (Palepu, Healy & Bernard 2004).

      • Uit belastingoverwegingen; beslissingen die managers nemen met betrekking tot de jaarrekening kunnen invloed hebben op het bedrag dat dat jaar aan belasting betaald moet worden.

      • Uit bedrijfsbeheersing overwegingen; beursgenoteerde aandelen kunnen in grote hoeveelheden worden verhandeld waardoor een bedrijf in één keer kan worden overgenomen. Dit komt meestal voor wanneer de waarde van een onderneming laag is (vanwege slechte prestaties). Om een overname te voorkomen heeft de manager een incentive de onderneming goed te laten presteren, of dit in ieder geval uit de cijfers te laten blijken.

      • Uit belanghebbendenoverwegingen; managers kunnen beslissingen nemen om de perceptie van de belanghebbenden op de onderneming te beïnvloeden.

      • Uit kapitaalmarktoverwegingen; managers kunnen accountingbeslissingen nemen met het doel de kapitaalmarkt te beïnvloeden.

      • Uit regelgevingoverwegingen; managers van grote bedrijven kunnen keuzen maken die van invloed kunnen zijn op de regelgeving.

      • Uit concurrentieoverwegingen; de keuzes van een bedrijf met betrekking tot de jaarrekening kunnen van invloed zijn op de markt en haar participanten.





1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina