Spectaculaire verbetering van de waterkwaliteit van de Zenne in 2007 Thierry Warmoes Persinfo: Mie Van den Kerchove Vlaamse Milieumaatschappij



Dovnload 43.02 Kb.
Datum22.07.2016
Grootte43.02 Kb.

Spectaculaire verbetering van de waterkwaliteit van de Zenne in 2007

Thierry Warmoes Persinfo: Mie Van den Kerchove

Vlaamse Milieumaatschappij Vlaamse Milieumaatschappij

Afdeling Rapportering Water Afdeling Lucht, Milieu en Communicatie

DVP Immissie Demer Dijle Maas Woordvoerster

Bondgenotenlaan 140, 3000 Leuven 0476/205024


Uit metingen van de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) blijkt dat de kwaliteit van de Zenne in 2007 een spectaculaire verbetering kende tussen de grens met het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de monding in de Dijle te Battel (Mechelen). Deze verbetering is te danken aan de ingebruikname van de RWZI Brussel Noord (1.100.000 IE) begin 2007 en de RWZI Grimbergen (90.000 IE) in juni 2007. Hoewel nog niet de volledige vuilvracht op deze zuiveringsstations behandeld wordt, is de impact ervan op de waterkwaliteit duidelijk meetbaar.
Zo behoorde de Prati Index voor Zuurstofverzadiging (PIO) voor dit deel van de Zenne tot en met 2005 op alle meetplaatsen tot de klasse “zwaar verontreinigd”. In 2007 is dat voor geen enkele van de onderzochte meetplaatsen nog het geval. De PIO behoort er nu tot de klasse “verontreinigd”, of zelfs (nipt) tot de klasse “matig verontreinigd” net afwaarts de RWZI Brussel-Noord (wellicht dankzij extra zuurstofinbreng door het verval aan het lozingspunt). Dit betekent meteen dat, ondanks de duidelijke verbetering, de waterkwaliteit van de Zenne stroomafwaarts Brussel (en Vilvoorde) nog steeds slecht is.
Voor wat betreft de biologische kwaliteit, scoorde dit deel van de Zenne sinds jaar en dag zeer slecht (soms zelfs uiterst slecht). In 2007 werd slechts één meetplaats bemonsterd, te Eppegem (Zemst). De biologische kwaliteit was matig, zij het zeer nipt met een zeer beperkt aantal soorten. Dit bevestigt de (relatieve) verbetering van de fysico-chemische kwaliteit.
Aan de grens met het Brussels Hoofdstedelijk Gewest te Vilvoorde, afwaarts de RWZI Brussel-Noord dus, worden de basiskwaliteitsnormen overschreden voor opgeloste zuurstof, zwevende stoffen, biochemisch en chemisch zuurstofverbruik, Kjeldahl-stikstof, ammonium, zuurstof, fosfor en geleidbaarheid. In vroegere jaren waren er op deze meetplaats ook steeds normoverschrijdingen voor de metalen zink, koper en lood. Deze waren afkomstig van diffuse lozingen in Brussel (slijtage van dakbekledingen, leidingen en goten), naast mogelijke industriële bronnen op Brussels grondgebied. De concentratie aan deze metalen in het Zennewater is intussen sterk gedaald, waarschijnlijk omdat zij achterblijven in het slib van het zuiveringsstation. In het verleden waren er ook normoverschrijdingen voor tolueen, zonder dat hiervoor een duidelijke bron kon geïdentificeerd worden. Ook de concentratie van deze stof is nu sterk gedaald; waarschijnlijk verdampt hij uit het afvalwater in de beluchtingsbekkens van het zuiveringsstation.
De verontreiniging van de Zenne neemt verder stroomafwaarts toe omdat de RWZI Grimbergen nog niet de volledige vuilvracht van de Brusselse Noordrand (Vilvoorde, Grimbergen,…) behandelt. Daar waar het gemiddeld zuurstofgehalte in Vilvoorde in 2007 6 mg/L bedroeg, was dat in Eppegem slechts 3,5 mg/L (tegenover 2,7 mg/L in 2006 en 1,9 mg/L in 2005). Het ammoniumgehalte is op beide meetplaatsen gelijk (gemiddeld ongeveer 6 mgN/L of zes maal de basiskwaliteitsnorm) en is nog maar de helft à één derde van de gehalten die in voorgaande jaren gemeten werden.
Eind 2007 kwam op de RWZI Grimbergen slechts een vuilvracht toe van 12.687 inwonersequivalenten (IE). In de komende maanden zal dit cijfer oplopen tot ca. 57.700 IE. Verwacht wordt dat dit tegen eind 2008/begin 2009 verder zal oplopen tot ca. 75.400 IE. Op RWZI Brussel–Noord zijn vanuit Vlaanderen de bestaande moerriolen en de Woluwecollector aangesloten, voor in totaal ca. 90.000 IE. Eén en ander heeft tot gevolg dat terwijl de zuiveringsgraad in het Vlaamse deel van het bekken van de Woluwe (63.370 inwoners) eind 2007 70% bedroeg, dat voor het stroomgebied van de Zenne stroomafwaarts Brussel (110.188 inwoners) slechts 15% was.

In Eppegem en Heffen, voor de monding in de Dijle worden de basiskwaliteitsnormen overschreden voor dezelfde parameters als in Vilvoorde, en bijkomend ook voor zink en chloriden; de chloriden zijn afkomstig van Tessenderlo Chemie, vestiging Vilvoorde (ex PB Gelatins). Enkel in Heffen is er bijkomend nog een normoverschrijding voor opgelost ijzer.


Vermeldenswaard voor de Zenne tussen Brussel en Mechelen zijn ook de uiterst hoge gehalten aan PAK (polycyclische aromatische koolwaterstoffen). De herkomst van deze verontreiniging is nog steeds niet precies gelokaliseerd, waarschijnlijk betreft het verschillende gecontamineerde vroegere bedrijfsterreinen en/of stortplaatsen, waaronder de vroegere cokesfabriek van de Forges de Clabecq in Vilvoorde.
Samenvattend kan gesteld worden dat, op basis van de metingen van de VMM, de kwaliteit van het Zennewater de laatste jaren gevoelig verbeterd is door de gezamenlijke zuiveringsinspanningen van het Waals, het Brussels en het Vlaams Gewest (12 nieuwe RWZI’s zijn in gebruik genomen sinds het jaar 2000, de gezamenlijke geïnstalleerde zuiveringscapaciteit bedraagt nu meer dan 1,8 miljoen inwonersequivalenten). Een zeker biologisch leven is terug mogelijk in deze destijds zwaar verontreinigde waterloop, en dit stemt tot optimisme. Dit blijkt ook uit het feit dan het INBO tijdens een afvissing in Leest in de Zenne paling heeft aangetroffen.
Een andere, minder positieve, vaststelling dringt zich echter ook op: voor heel wat parameters worden de Vlaamse basiskwaliteitsnormen nog steeds overschreden, ondermeer de (cruciale) norm voor opgeloste zuurstof wordt nergens gehaald. Ook niet in 2007.
Dankzij bijkomende aansluitingen van belangrijke vuilvrachten op de zuiveringsinstallaties wordt in de komende jaren wel een verdere kwaliteitsverbetering verwacht.

Impact op de stroomafwaarts gelegen waterlopen
De kwaliteitsverbetering van de Zenne doet zich ook gevoelen in de Dijle, de Rupel en zelfs in de Schelde te Hemiksem. Uit de metingen van de VMM blijkt dat zowel het gehalte aan opgeloste zuurstof als het ammoniumgehalte in deze waterlopen in 2007 aan de beterhand zijn. Zo is het ammoniumgehalte van het Scheldewater te Hemiksem in 2007 teruggevallen tot één derde van de concentratie in de twee voorgaande jaren. Het zuurstofgehalte steeg van gemiddeld 4 à 4,5 mg/L in 2005 en 2006 tot 5,8 mg/L in 2007.

Bijlagen
Tabellen 1 tot 3 in bijlage geven:

  • de meetpunten weer die gelegen zijn langsheen de Zenne (tabel 1);

  • de evolutie weer van de fysico-chemische kwaliteit aan de hand van de Prati index voor opgeloste zuurstof (tabel 2). Wanneer de PIO-score tussen haakjes weergegeven wordt, betekent dit dat ze werd berekend op minder dan 6 zuurstofmetingen op jaarbasis;

  • de evolutie weer van de biologische kwaliteit aan de hand van de BBI (tabel 3).

Tabel 4 toont de evolutie van drie parameters: opgeloste zuurstof, ammonium en biochemisch zuurstofverbruik sinds 2005, om een beter beeld te hebben van de effecten van de uitbouw van de zuiveringsinfrastructuur in het Zennebekken in deze periode, en de effecten ervan op de stroomafwaarts gelegen waterlopen (Dijle, Rupel en Schelde). Opgeloste zuurstof is van levensbelang voor alle in het water levende organismen, waaronder vissen. Ammonium (stikstof in de gereduceerde vorm) is een goede indicator voor ongezuiverde huishoudelijke (en industriële) lozingen, terwijl het biochemisch zuurstofverbruik een maat is voor de hoeveelheid (biologisch afbreekbaar) organisch materiaal in de waterloop. Tabel 4 geeft voor elk van deze parameters het gemiddelde van de VMM-meetwaarden voor 2005, 2006 en 2007. Voor opgeloste zuurstof geeft de tabel tevens voor elk jaar het minimum weer, evenals het percentage metingen onder de basiskwaliteitsnorm van 5 mg/L.


Tabel 5 geeft – in stroomafwaartse volgorde - een overzicht van de belangrijkste bestaande RWZI’s in het Zennebekken, op Waals, Brussels en Vlaams grondgebied.

Tabel 6 geeft de lijst van de belangrijkste nog te bouwen RWZI’s; deze zijn allemaal gelegen in het Waals Gewest.












Tabel 5: Belangrijkste RWZI’s (≥ 2000 IE) in het Zennebekken


Naam RWZI

Capaciteit (IE)

Ingebruikname

Opmerkingen

Waals Gewest

Seneffe

65.000

1987




Zinnik

14.000

2005

Niet op volle capaciteit

Nijvel

44.000

2000




’s Gravenbrakel

11.000

2005

Niet op volle capaciteit

Rebecq

5.400

2007




Quenast

3.000

2003




Saintes

2.000

1998




Tubeke

25.000

2004




Vlaams Gewest

Beersel

45.000

2004




Sint-Pieters-Leeuw

37.000

2006

Niet op volle capaciteit

Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Brussel-Zuid

360.000

2000




Brussel-Noord

1.100.000

2007




Vlaams Gewest

Grimbergen

90.000

2007

Niet op volle capaciteit

Humbeek

3.400

2007




Totale capaciteit

1.804.800






Tabel 6: Belangrijkste nog geplande RWZI’s (≥ 2000 IE) in het Zennebekken


Naam RWZI

Capaciteit (IE)

Stand van zaken

Waals Gewest

Vallée du Hain

93.000

Juridische procedure lopend

Ecaussines

7.500

Werken in uitvoering

Ittre

4.200

Toekenning eind 2007

Feluy

4.200

Voorontwerp

Hennuyères

3.000

Toekenning in 2009?

Oisquercq

2.000

Toekenning in 2009?




Tweedaagse van het Schelde-estuarium /

7-8 juli 2008





De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina