Speel niet met vuur



Dovnload 60.45 Kb.
Datum21.08.2016
Grootte60.45 Kb.

Onderzoeksbundel Brand bij IO.” Speel niet met vuur”

Verschillende methodieken zijn mogelijk of kunnen gecombineerd worden.

Aan de hand van krantenknipsels, van de brandweerkalender, van actualiteit op

TV zoals een woningbrand,… wordt de leerlingen aangetoond dat een brand een

realiteit is waarmee men rekening moet houden.
BRANDPREVENTIE


  1. Wat is brand?


Krantenknipsels over branden worden onder de leerlingen verspreid.

De leerlingen lezen in enkele minuten de artikels en geven - na een

vraaggesprek - antwoord op de vraag :

"Hoe ontstaat brand?"

De leerkracht verzamelt de gegevens en klasseert ze in drie kolommen die echter

nog geen titel dragen.

Voorbeeld :

?

?

?

Lucifer

Sigaret


Lamp

Kookplaat

Motor

Schakelaar



Zon

Bunsenbrander

Bliksem

Aansteker



Vonk

Elektrische ontlading




Houtkrullen

Frituurvet

Kaars

Stookolie



Papier

chemisch product

prullenmand

behang


houten rek

ether


alcohol

benzine


butaangas

propaangas



Tocht

Wind


Lucht

Airco


Ventilator

Peroxide


-

-

-




Het is aangewezen na te gaan welke elementen van de kolommen ook in de

school aanwezig zijn.

Via deze losse woorden komt men tot de drie elementen die brand doen

ontstaan.

Vul ze in boven de kolommen.

Warmte - energiebron

(of ontbrandingstemperatuur = de temperatuur waarop een stof vuur vat)




Brandstof

brandbare/ontvlambare stof

(vast, vloeibaar, gas of metaal)


Lucht/zuurstof












Nu kan men de vuurdriehoek tekenen.

De vuurdriehoek kan geïllustreerd worden aan de hand van proefjes

Namen van de groepsleden: Klas:

…………………………………………………………………………………

…………………………………………………………………………………

…………………………………………………………………………………
Brandgevaar is een realiteit in elk gebouw.

Onachtzaamheid, nalatigheid, slordigheid en onvoorzichtigheid maar ook onwetendheid liggen aan de basis van vele branden.

De wetgever heeft nogal wat wetten

geformuleerd waaraan moet worden voldaan, in hoofdzaak om zoveel mogelijk

brand te voorkomen.

Een beginnend brandje veilig proberen te blussen, weten wie te waarschuwen en hoe, hoe snel en doeltreffend evacueren, dit alles kan maar als men op voorhand wordt ingelicht over de beschikbare interventiemiddelen, de evacuatiewegen en de

verzamelplaats na een eventuele evacuatie.

Kennis en vaardigheden betreffende preventie, bestrijding, reactie en

verantwoordelijkheid komen de algemene opvoeding en de burgerzin ten

goede.

Proeven: Voorwaarden voor verbranding

Een verbranding of brand vindt niet zomaar plaats. Er zijn namelijk drie dingen nodig voor een verbranding. Met behulp van een aantal eenvoudige proefjes zullen we erachter komen wat er nodig is voor een verbranding.
Proefje 1 Kaars onder stolp

Je zet een kaars op een schoteltje.

Je ontsteekt ze.

De drie elementen zijn nu aanwezig :

- brandstof : de kaars;

- zuurstof : aanwezig in de lucht (2O% van de lucht is zuurstof);

- warmte : de lucifer zorgde daarvoor.

In het schoteltje giet je een kopje water.

Een bekerglas wordt over een brandende kaars gezet.







  • Voorspel wat er gaat gebeuren

Bekijk de demonstratie



  • Beschrijf wat er gebeurt en verklaar het. Was dit wat je verwachtte?

Het water zorgt voor een luchtdichte afsluiting.

De kaars dooft langzaam uit.



Proefje 2 Een lucifer verbranden

Strijk een lucifer aan en laat die lucifer helemaal verbranden.



  • Waarom houdt de lucifer op een gegeven moment op met branden?



Proefje 3 Ontbrandingstemperatuur van een lucifer

In een vuurvast bakje zit schelpenzand. In het bakje staan een thermometer en een lucifer, met de kop in het zand. Verwarm het bakje met een brander. De temperatuur wordt weergegeven op de thermometer



  • Teken de proefopstelling na in het gegeven kader.

  • Beschrijf je waarnemingen. Wat is de ontbrandingstemperatuur van de lucifer?

We hebben nu drie kleine experimenten gezien. In elk experiment is er aandacht besteed aan één van de drie voorwaarden voor de verbranding.

Vul de onderstaande zinnen in.


  • In het eerste experiment stopte de verbranding van kaarsvet, omdat er geen……………………..meer was.

  • In het tweede experiment stopte de verbranding van de lucifer omdat er geen……………………..meer was.

  • In het derde experiment begon de verbranding pas wanneer de……………………….. van de lucifer bereikt was.

Het onderstaande figuur hiernaast wordt de branddriehoek genoemd.



  • Noteer de voorwaarden voor een verbranding in de branddriehoek.



2. Om vuur te blussen, volstaat het één van de drie elementen weg te nemen:

  1. - als we de aanvoer van zuurstof doorbreken, dooft de vlam;

→ voorbeeld: door een stolp over een brandende kaars te zetten, door het deksel op de brandende frietpot te zetten


  1. - als we de brandbare stof (brandstoftoevoer) wegnemen, dooft de vlam

→ voorbeeld: door de gaskraan toe te draaien


  1. - als we de ontbrandingstemperatuur verlagen (afkoelen), dooft de vlam

→ voorbeeld: door water over de brandbare stof te gieten. Water neemt immers gemakkelijk warmte op, en verandert in stoom…

Proefje – Geflambeerd geld


Sommige mensen kunnen niet met geld omgaan. Als ze iets mooi zien, moeten ze het kopen. Het geld brandt hen in de zak. Papiergeld is gemakkelijk aan te steken zonder dat het verbrandt. Doop een bankbiljet in wodka, whisky of kirsch. Het alcoholgehalte moet in de buurt liggen van de 50%.

Houd het doorweekte biljet met een knijper vast en steek het aan. De alcohol ontvlamt en als het vuur dooft is het biljet bijna weer droog.



  • Voorspel wat er gaat gebeuren

Bekijk de demonstratie



  • Beschrijf wat er gebeurt en verklaar het. Was dit wat je verwachtte?


3. Drie stadia van vuur

  1. 1) het smeulstadium: de ontbrandingstemperatuur is nog niet bereikt of er is nog te weinig zuurstof. Er komen al wel brandbare gassen (rook) vrij.

  1. 2) het vlammenstadium: de temperatuur stijgt heel snel. Als er voldoende brandbare stof en zuurstof aanwezig zijn, breidt de brand zich snel uit.

  1. 3) het gloeistadium: (zoals de gloeiende houtskool op de barbecue) alle brandbare gassen zijn verbrand, maar de brandbare stoffen zijn nog gloeiend heet. De brand is niet uit.


TE ONTHOUDEN:

1. zorg ervoor dat de 3 elementen: warmte - brandstof – zuurstof niet in ongunstige omstandigheden samenkomen.

2. blussen van brand: is ervoor zorgen dat 1 van de 3 elementen uitgeschakeld of weggenomen wordt waardoor de brand dooft.
4. Veiligheid

Bij brand staat altijd je eigen veiligheid en die van je medemens voorop.

Waarschuw de brandweer (bel 100 of 112) en de mensen in de bedreigde omgeving. De veiligheid van de mensen staat altijd op de eerste plaats! Verlies geen kostbare tijd: eens de brandweer verwittigd, is hulp op komst!
Tips:


  1. • Alarmeer eerst de brandweer of laat ze alarmeren. Hulp komt dan op gang.

  2. • Breng dan de mensen in veiligheid.

  3. • Houd ramen en deuren gesloten.

  4. • Gebruik de vluchtwegen (zoals aangegeven op het evacuatieplan) zodat je in geval van nood niet ingesloten geraakt.

  5. • Gebruik nooit een lift bij brandalarm. Door het uitvallen van de stroom kan deze vast blijven zitten.

  1. • Rook trekt naar boven. Blijf dus zo laag mogelijk bij de grond, maar kruip niet. Zo zou je je kunnen verwonden aan gebroken glas of brandend materiaal.

  2. • Blus alleen een beginnende brand! Die is goed te beheersen als je weet hoe dat moet. Laat een zich snel uitbreidende brand altijd over aan de brandweer!



5. Brandbestrijdings- en veiligheidsmaterieel op school

Het brandbestrijdingsmaterieel wordt aangeduid met pictogrammen

(= symbolen). Het zijn witte tekeningen op een rode achtergrond. De

vorm is vierkant.


Bekijk volgende pictogrammen en los de oefening op:

Brandblussers en brandslangen zijn bedoeld om een beginnend brandje te blussen, voordat het een grote brand wordt. Let op: het is geen speelgoed! Laat het bluswerk zo mogelijk over aan een volwassenene.

Op elke brandblusser staat voor welke brandklassen hij geschikt is, m.a.w. welke soort van branden je ermee kan blussen. De vier brandklassen worden door een letter weergegeven. De letters A, B, C en/of D vinden we ook terug op de blusapparaten en dat naargelang van de klassen waarvoor het blusmiddel geschikt is.


In dit plaatje zie je een houtvuurtje. Deze brandblusser gebruik je voor branden van vaste stoffen die van oorsprong uit de natuur komen zoals hout, papier, stro en kolen. = brandklasse ……….. dus voor ………………… stoffen
In dit plaatje zie je een jerrycan. Deze brandblusser gebruik je voor vloeistofbranden, bijvoorbeeld olie, benzine en alcohol maar ook stoffen die bij verwarming vloeibaar worden, zoals sommige plastics (kunststof) maar ook vet en dakbedekking (bitumen). = brandklasse ………………… dus voor de meeste ………………….stoffen
In dit plaatje zie je een gasbrander. Deze brandblusser is geschikt voor het blussen van een gasbrand zoals propaan, butaan en aardgas. = brandklasse ……………………….. dus voor ……………………………..
In dit plaatje zie je een tandwiel. Deze brandblusser is geschikt voor een metaalbrand zoals magnesium, zirkonium, lithium, kalium en natrium. = brandklasse …………………. dus voor ……………………………
De meeste brandblussers zijn geschikt voor meerdere brandsoorten (brandklassen).


Proefje - Brand blussen


In dit proefje ga je met zuiveringszout en azijn waxinelichtjes doven.

Wat heb je nodig?


  • Waxinelichtjes

  • Lucifers

  • Zuiveringszout of bakpoeder

  • Azijn

  • Een flesje

  • Een lepel

Wat moet je doen?


  • Steek de waxinelichtjes aan. Meng 3 theelepels zuiveringszout met een half glas azijn in een flesje.

  • Er ontstaat koolzuurgas in de fles. Schenk het koolzuurgas uit de fles, door de fles schuin te houden. Doe dit boven de vlammetjes.

  • Je zult zien dat de vlammetjes uit gaan.

Voorspel wat er gaat gebeuren

Bekijk de demonstratie



  • Beschrijf wat er gebeurt en verklaar het. Was dit wat je verwachtte?


Proefje – Brandende frietketel blussen


Vul een potje met een klein geutje petroliumether. Steek dit aan met een lucifer.

Er ontstaat een vlam. Spuit met een plantenspray water op de vlam.

(CONCLUSIE!!! Geen frietketel blussen met water!!!)

Doven: leg een ceranplaat op het potje (= afsluiten van de luchttoevoer)



Bekijk aandachtig het filmpje over brandende frietketel van www.brandwonden.be en wat het resultaat na de brand kan zijn. Let op: niet voor gevoelige kijkers.

Deze pagina’s van de bundel worden pas uitgedeeld na bezoek aan de brandweer!
Een bezoek aan de brandweer kan een mooie aanleiding vormen om op al deze

aspecten dieper in te gaan.

Verder kunnen een woordenschatles, een steloefening, een voordracht, een

woordpuzzel, een tekenles… in functie gesteld worden van brand en

brandpreventie.
Antwoordsleutel bij geflambeerd geld:

Papier(geld) brandt pas als de temperatuur hoog genoeg wordt. Het water uit de wodka houdt de temperatuur van het papier laag. Door de warmte van de vlam verdampt het water. Als al het water verdampt is, is ook de alcohol op. Deze proef lukt ook met andere 50/50 alcohol-watermengsels (bijvoorbeeld 1-propanol, 2-propanol).

Antwoordsleutel bij brandklassen:
Laat de leerlingen aan de hand van de pictogrammen de brandklassen detecteren Oplossing:Branden worden ingedeeld in klassen:

Klasse A: brand van vaste stoffen

Klasse B: brand van vloeistoffen

Klasse C: brand van gassen

Klasse D: brand van metalen

Antwoordsleutel bij proef brand blussen
Vuur heeft zuurstof nodig om te branden. Bij dit proefje 'schenk' je koolzuurgas over de vlam. Het vuur heeft dan geen zuurstof meer. Daardoor gaat het kaarsje uit.
6. Blussen met klein blusmateriaal: videofilm te bekijken bij bezoek brandweer


  • Blussen van een beginnende brand met eenvoudige middelen

  • Op een brandende prullenbak hoort een vlamdovend deksel. Je kan de vlammen ook doven door er water of b.v. koffie of thee over te gieten.

  • Als de vlam in de pan slaat, plaats je gewoon het deksel erop, zodat er geen zuurstof meer bij kan.

  • Nooit water in een pan met brandend vet of olie gieten, anders spat de vloeistof uiteen en krijg je een gevaarlijke steekvlam.

  • Bij een gasbrand zo snel mogelijk de gastoevoer afsluit




  • Blussen met droog zand

Zand is meestal in de omgeving van brand beschikbaar en is een goed blusmiddel. Het is afdekkend en verlaagt de temperatuur zodat de brandbare stof niet meer ontbrandt. Je kan zand ook gebruiken voor het indammen van een lekkende vloeistofstroom (b.v. een benzinelek), zodat de uitbreiding van de brand of milieuschade wordt voorkomen.


  • Blussen met een poederblusser

Werkwijze:

  1. - Verwijder de borgpen, druk de afsluiter in en geef een proefshot.

  2. - Spuit bij vloeistoffen ononderbroken met heen en weer gaande horizontale beweging.

  3. - Bij vaste stoffen zoals hout spuit je stootsgewijs, buiten altijd met de wind mee.




  • Blussen met een CO2-blusser

Een CO2-blusser herken je aan de grijze kop en aan de expansiekoker, die ervoor zorgt dat het koolzuurgas niet te snel vrijkomt en als sneeuw uit de koker komt. Pas op: pak de expansiekoker uitsluitend bij het handvat vast of je vriest eraan vast (- 80°C)!

De CO2 verdrijft de zuurstof en dooft het vuur. Let er wel op dat het vuur niet opnieuw ontbrandt. CO2 is niet elektrisch geleidend en is dus ook geschikt voor lokalen waar elektrische of elektronische apparaten (b.v. computers) worden gebruikt.

Werkwijze: verwijder de borgpen en spuit ononderbroken tot er een afsluitende bluswolk over het vuur ontstaat.


  • Blussen met een (sproei)schuimblusser

Een schuimblusser is voorzien van een korte slang met een straalpijp.

Werkwijze:



  • verwijder de borgpen en knijp de afsluiter in

  • begin te spuiten met heen en weergaande horizontale beweging

  • blus buiten altijd met de wind mee

  • haal na het doven van de vlammen het materiaal uit elkaar en blus de brandkernen goed na

  • Er bestaan schuimblussers met een milieukeurmerk, met dezelfde bluseigenschappen maar minder milieubelastend. Bovendien breken deze blussers versneld benzine, diesel of vetten af, zodat er minder brand- en explosiegevaar is.

Schuimblussers zijn ook geschikt om apparaten onder elektrische spanning te blussen.



  • Muurhaspel:

toestel om een slang met brandspuit op en af te winden, is aangesloten op de bluswaterleiding.

Werkwijze: draai de afsluiter open, test of er waterdruk opzit, rol de haspel af en open de straalpijp



  1. - in sproeistand: de sproeistraal koelt het vuur af en werkt als een hittescherm. Door de verneveling wordt het water sneller stoom, waardoor de zuurstoftoevoer vermindert.

  2. - met gebonden straal: om de gloeiende kern van de brand te blussen

Haal de verbrande materialen los (trek ze uit elkaar) om te controleren of het vuur helemaal uit is.

Water is ook een prima blusmiddel voor brandend textiel (b.v. beddengoed).


  • Blussen met een blusdeken

onbrandbaar deken dat gebruikt wordt om een kleine brandhaard

volledig af te dekken of om brandende kledij bij een persoon te

doven.

Werkwijze: Een blusdeken (of branddeken) is gemaakt van een onbrandbare dicht geweven stof. Je trekt de blusdeken uit de houder aan de blauwe linten.



Toepassing:

  • Met een blusdeken kan je b.v. een brandende frietketel goed afdekken, waardoor er geen zuurstof meer bij kan.

  • Je kan er ook een in brand staande persoon mee inwikkelen.

  • Je kan een blusdeken gebruiken als warmteschild om langs een vuurhaard te vluchten.

Naast de sleutelkastjes en de bekende brandblusapparaten beschikt

de school mogelijks over de volgende brandinfrastructuur:


  • Branddeur:

deur die een bepaalde tijd de brand tegenhoudt; sommige branddeuren sluiten automatisch als de elektriciteit wordt uitgeschakeld.

  • Brandvenster/brandkoepel:

Venster/koepel dat bij het bereiken van een bepaalde temperatuur of via een rookdetector automatisch geopend wordt opdat de rooklaag langs daar kan ontsnappen.

  • Rookdetector:

toestel dat ervoor zorgt dat bij rookontwikkeling de brandsirene automatisch in werking wordt gesteld.

Vaak smeult het vuur eerst geruime tijd voor de brand zich echt

ontwikkelt. Tijdens deze eerst fase ontwikkelen er zich giftige

rookgassen.



  • Evacuatiesignaal - alarmbel:

sirene die oproept tot algemeen alarm = onmiddellijke evacuatie.

Moet verschillend zijn van de gewone schoolbel.



  • Brandtrap:

trap aan de buitenkant van het gebouw die dient om in nood een gebouw te verlaten.
4. Eerste hulp bij verbranding

  • De eerste zorgen:

- kleren in brand:

- onmiddellijk uittrekken of

- onmiddellijk liggen en over de grond rollen met de

handen voor het gezicht tot alle vlammen gedoofd zijn

of

- zich in een deken of jas wikkelen.



- ! nooit rennen (meer zuurstof = meer vuur) !

- brandwonden: eerst water de rest komt later !

verbrand lichaamsdeel zolang mogelijk onder koud

stromend water houden en dit minstens gedurende 15’.

- verwittig een arts of een ziekenwagen.


  • Nuttige tips om brand te voorkomen:

- maak dat verplaatsbare elektrische toestellen niet bereikbaar zijn voor kinderen.

- Zorg ervoor dat ze via het snoer het toestel niet naar beneden kunnen trekken.

- Laat kinderen nooit alleen in de buurt van hete vloeistoffen.

- Zorg ervoor dat kinderen geen brandende kaarsen kunnen bereiken en omstoten.

- Blaas kaarsen altijd uit na het godsdienst- of vieringsmoment.

- Gooi vodden of keukenpapier die doordrenkt zijn met ontvlambare producten zoals verf, white-spirit, … in een gesloten metalen vuilbak.

- Zand of een vochtige niet-synthetische dweil in de buurt houden kan nuttig zijn.

- Hou brandbare stoffen op afstand van alle warmtebronnen.



- Bij gebruik van een verlengdraad met haspel, rol die volledig af.


van





De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina