Spelregels versie 24 september 2011 Algemene spelregels, EightBall Scottisch spelregels, NineBall spelregels Het Bestuur



Dovnload 51.07 Kb.
Datum21.08.2016
Grootte51.07 Kb.






SPELREGELS

Versie 24 september 2011




Algemene spelregels, EightBall spelregels, EightBall Scottisch spelregels, NineBall spelregels




Het Bestuur

23 sept 2011





1. Algemene spelregels 3

2. Spelregels 8-Ball 12

3. Aanvullende Spelregels Teamwedstrijden 8-Ball 16

4. Nineball regels (nieuwe regels per september 2011) 17


1. Algemene spelregels


De hierna volgende algemene regels gelden voor alle spelvormen, behalve wanneer ze expliciet tegengesproken worden door de specifieke spelregels van de gebruikte spelvorm.

Aan deze spelregels kunnen geen rechten worden ontleend.


1.1 De tafel, ballen en uitrusting


De tafel dient een recent gekeurde 6-foot tafel te zijn voorzien van een Simonis 920 Powder Blue laken. Er dient een genummerde ballenset (Super Aramith Pro TV) en een casino ballenset (Super Aramith Casino) aanwezig te zijn. Er wordt gespeeld met de witte bal met rode stippen, de zogenaamde Pro Cup bal. Er dienen een rest en een brug aanwezig te zijn. Er dient een houten driehoek aanwezig te zijn.

1.2 De ballen racken


Bij het opzetten van de ballen moet altijd gebruik gemaakt worden van een driehoek (Triangle). De bal in de bovenhoek wordt op het voetpunt gespot, alle andere genummerde ballen komen achter deze bal. De ballen dienen zodanig opgezet te worden dat alle ballen elkaar raken. Lukt dit niet, dan heeft de openende speler het recht om zelf het rack op te zetten of te accepteren.

1.3 Het correct spelen van de stoot- of speelbal


De stootbal mag alleen met behulp van de pomerans gespeeld worden. Als dit niet gebeurt, is het een foul.

1.4 Call shot


Voor spelvormen waarbij call shot van toepassing is, moet de speler de te potten genummerde bal en bijbehorende pocket aanwijzen alvorens hij stoot. Deze bal hoeft niet als eerste te worden geraakt. Ook hoeft niet te worden aangegeven hoe er gespeeld gaat worden (via carambole, combinatie, band, etc.). Alle extra gepotte ballen tijdens een geldige stoot worden in het voordeel van de speler meegeteld.

1.5 Geen ballen potten


Een speler, die geen bal pot tijdens een geldige stoot, verliest zijn beurt. De tegenspeler komt dan aan tafel.

1.6 Bepalen van de beginnende speler


Om te bepalen welke speler mag beginnen, gaat men als volgt te werk. Beide spelers krijgen een gelijkwaardige bal voor wat betreft gewicht en grootte (het liefst twee speelballen, of anders twee volle object ballen) in de hand achter de hoofdlijn. Ze spelen hun bal gelijktijdig (voor de bal van de tegenspeler de band aan de voet van de tafel raakt). Indien een van beide spelers te laat stoot, wordt bovenstaande opnieuw gespeeld.

De speler verliest gelijk als:



  1. zijn bal op de tafelhelft van de tegenspeler terechtkomt;

  2. zijn bal de voetband niet raakt;

  3. zijn bal de voetband meer dan eens raakt;

  4. zijn bal gepot wordt;

  5. zijn bal een lange band raakt;

  6. zijn bal uit de tafel wordt gespeeld;

  7. zijn bal stil komt te liggen in de cornerpocket met het middelpunt voorbij de rand van de hoofdband.

In het geval dat beide spelers een van deze fouten maken of wanneer niet kan worden bepaald welke bal het dichtst bij de hoofdband ligt, wordt opnieuw gespeeld.

1.7 Openingsbreak


De openingsbreak wordt bepaald door de lag of toss (voor toernooien en andere officiële wedstrijden wordt de lag gebruikt). De speler die de lag of toss wint mag kiezen, wie de openingsbreak speelt.

1.8 Stootbal bij break


Men mag breaken met de stootbal vanuit elke positie achter de hoofdlijn. De objectballen worden opgezet volgens de specifieke spelregels van de gespeelde spelvorm.

Het spel wordt als begonnen beschouwd als de speelbal met de pomerans over de hoofdlijn is gespeeld.


1.9 Af laten wijken van de speelbal tijdens de break


Het tegenhouden of laten afwijken van de speelbal nadat die de hoofdlijn gekruist heeft, of voordat hij de opgelegde objectballen heeft geraakt, is een foul en betekent beurtverlies. De tegenspeler krijgt ‘ball in hand’ achter de hoofdlijn of mag de speelbal teruggeven aan de speler in overtreding (uitzondering bij RunOut). De speler, die de foul maakt zal gewaarschuwd worden dat een tweede gelijkaardige overtreding gedurende de wedstrijd verlies zal betekenen. http://www.topppoolleague.nl 5

1.10 Stootbal in de hand achter de hoofdlijn


Bij een aantal specifieke situaties bij 8-ball krijgt een speler de stootbal ‘in hand’ achter de hoofdlijn. De speler mag de stootbal dan naar eigen keuze overal in het hoofdveld (achter en niet op de hoofdlijn) leggen (a,b), en elke bal spelen die met het middelpunt buiten het hoofdveld (c,d,e voorbij of op de hoofdlijn) ligt. Wil de speler toch een bal in het hoofdveld (a,b) spelen, dan moet de speelbal eerst minstens één band buiten het hoofdveld geraakt hebben voordat die de bewuste bal in het hoofdveld raakt. Bij stootbal in de hand achter de hoofdlijn is het dus niet toegestaan om rechtstreeks op een bal in het hoofdveld (a,b) te spelen.

Als de speler de stootbal onopzettelijk op of voorbij de hoofdlijn legt (c,d,e), zal de scheidsrechter of de tegenspeler hem daarop attent moeten maken voor er gestoten wordt. Gebeurt dat niet of komt de mededeling te laat, dan wordt de stoot als geldig beschouwd. Krijgt een speler te horen dat de positie van de stootbal niet correct is, dan moet hij deze corrigeren. Als een speler de bal meer dan één bal dikte buiten het hoofdveld plaatst en stoot, dan kan de scheidsrechter of de tegenspeler dit als een foul bestempelen. De stootbal blijft 'in hand' (en dus niet in het spel) tot hij met de pomerans over de hoofdlijn gespeeld is. Zolang die 'in hand' is, mag de stootbal met de hand, de keu, enz. verplaatst worden. Vanaf het moment dat er gestoten is, mag de stootbal op geen enkele manier meer aangeraakt worden. Gebeurt dit toch, dan begaat de speler een foul. (Zie ook regel 1.37 Spelen van achter de hoofdlijn en 1.38 Foul bij ‘ball in hand ‘).




1.11 Gepotte ballen


Een bal wordt als gepot beschouwd als hij na een geldige stoot in een pocket terechtkomt en daarin blijft liggen. Een bal die uit een pocket terug op tafel springt, is niet gepot (indien dit met de stootbal gebeurt, is regel 1.20 De stootbal potten (‘Scratchen’) van toepassing).

1.12 Positie van de ballen


De positie van een bal wordt bepaald door waar de middelpunt van deze bal zich bevindt.

1.13 Voet op de grond


Het is een foul als een speler stoot terwijl hij niet met minstens één voet de grond raakt. Schoeisel moet 'normaal' zijn voor wat betreft vorm, grootte en draagwijze.

1.14 Stoten terwijl er nog ballen bewegen


Het is een foul als een speler stoot voordat alle ballen tot stilstand zijn gekomen.

1.15 Einde van een stoot


Een stoot is pas beëindigd (en telt dan pas) als alle ballen op de tafel tot stilstand zijn gekomen.

1.16 Het hoofdveld (‘kitchen’)


Het hoofdveld bevat de hoofdlijn niet. Een objectbal die met het middelpunt op de hoofdlijn ligt, ligt dus niet in het hoofdveld en mag aangespeeld worden als er vanachter de hoofdlijn (stootbal in hand achter de hoofdlijn) gespeeld moet worden. De stootbal moet zo ook achter en niet op de hoofdlijn gelegd worden als deze in hand achter de hoofdlijn is.

1.17 Algemene regel voor alle fouls


Alhoewel de sancties voor fouls van spel tot spel en van situatie tot situatie kunnen verschillen, is het volgende altijd geldig:

  1. de beurt is over;

  2. als de foul tijdens een stoot gemaakt wordt, is die stoot ongeldig en worden eventueel gepotte ballen niet toegekend aan de spelersscore, en;

  3. tijdens een foul gepotte ballen worden uitsluitend teruggeplaatst als de specifieke spelregels dit voorschrijven.

1.18 Het niet-raken van een geldige objectbal, van een vastliggende bal afspelen


Het is een foul wanneer tijdens een stoot de stootbal niet eerst contact maakt met een geldige objectbal. Als de bal vastligt aan een objectbal dan telt deze niet mee en moet een andere objectbal geraakt worden.

1.19 Definitie van een correcte stoot


Tenzij door de specifieke spelregels wordt tegengesproken, moet een speler om een geldige stoot uit te voeren eerst een geldige objectbal raken, en daarna:

  1. een objectbal potten of;

  2. de stootbal of een van de objectballen een band laten raken. Gebeurt dit niet, dan maakt de speler een foul.

1.20 De stootbal potten (‘Scratchen’)


Het is een foul als bij een stoot de stootbal wordt gepot. Als de stootbal vanuit een pocket terug op tafel springt zonder in die pocket aanwezige objectballen geraakt te hebben, dan is hij niet gepot. Raakt hij wel een objectbal die reeds gepot was (bijv. in een volle pocket), dan is de stootbal wel gepot en is het dus een foul, ook al komt de stootbal terug op tafel terecht.

1.21 Fouls door aanraken van de ballen (‘touché’)


Het enige contact dat met een op tafel liggende bal is toegestaan, is dat van de pomerans met de stootbal tijdens de uitvoering van een legale stoot of dat met de hand, keu, enz. met de stootbal wanneer deze 'in hand' is. Elk ander contact met op tafel liggende ballen (met lichaam, kleding, krijt, brug, keu, enz.) is een foul.

Als de wedstrijd geleid wordt door een scheidsrechter, moet die iedere objectbal die door een touché verplaatst is weer zo goed mogelijk op zijn oorspronkelijke plaats terugleggen. De aan tafel komende speler heeft hier geen enkele inspraak over.


1.22 Fouls bij het plaatsen van de bal in hand


Wanneer de speler bij het neerleggen van de speelbal 'in hand' een of meer op tafel liggende genummerde ballen aanraakt, dan maakt hij een foul.

1.23 Fouls bij dubbel contact


Als de stootbal vastligt tegen (en dus niet dicht op) een geldig aanspeelbare objectbal, dan mag de speler in die richting spelen zolang er op een normale wijze gestoten wordt. Als de keu de stootbal raakt is, dit een foul. Ligt een andere bal dichtbij, dan moet de speler oppassen geen foul op die bal te maken na het wegspelen van de stootbal.

1.24 Fouls bij 'duwstoten' (pushstroke)


Het is een foul wanneer de stootbal door de pomerans geduwd wordt, wat inhoudt dat de stootbal tijdens het rollen al contact maakt met de pomerans.

1.25 Verantwoordelijkheden van de spelers


Een speler is zelf verantwoordelijk voor het krijt, de rest en andere hulpstukken die hij gebruikt of tot dichtbij de tafel brengt. Als hij bijvoorbeeld een stuk krijt laat vallen of van een brug afschiet en er wordt contact gemaakt met één of meerdere op de tafel liggende ballen, dan begaat hij een foul.

1.26 Ballen scheppen


Het is een foul als een speler de stootbal onder het centrum raakt (scheppen) en die opzettelijk van het laken omhoog laat komen om zo over een in de weg liggende bal te springen. Heeft het beentje (ferrule) of top (shaft) van de keu gedurende de stoot de stootbal geraakt, dan is er ook sprake van een foul. Wanneer een bank shot gespeeld wordt en de bal springt op bij contact met de band, wordt er geen foul begaan als de stoot geldig is.

1.27 Jump shots


Jump shots zijn niet toegestaan. Wanneer een bank shot gespeeld wordt en de bal springt op bij contact met de band, wordt er geen foul begaan als de stoot geldig is.

1.28 Ballen die van de tafel springen


Ballen die tot stilstand komen op een andere plaats dan het laken, zijn van de tafel gesprongen ballen. Als er ballen van de tafel springen, maakt de speler een foul. Ballen die op de banden, randen van de tafel, of de pockets botsen en daarna uit eigen beweging terug op het laken terechtkomen, worden niet beschouwd als van de tafel gesprongen.

Raken ze echter iets wat geen vast onderdeel van de tafel is (zoals verlichting, krijt op de banden, etc.) zullen ze als van de tafel gesprongen worden beschouwd, zelfs als ze nadien terug op het laken uitkomen.

Alle van tafel gesprongen objectballen (behalve de 8-Ball) worden als gepot beschouwd zodra alle ballen tot stilstand zijn gekomen. Zie de specifieke spelregels voor het in het spel brengen van de van tafel gespeelde stootbal en 8-Ball.

1.29 Opzettelijke fouls


Overeenkomstig met regel 1.21 Fouls door aanraken van de ballen (‘touché’) en bij een 'ball in hand'-situatie is het een foul indien de stootbal met iets anders dan de pomerans aangeraakt wordt. Maakt men toch zo’n contact en wordt het door de scheidsrechter als opzettelijk beoordeeld, dan zal die de speler waarschuwen dat een tweede dergelijke foul zal leiden tot het verlies van de wedstrijd. Staat er geen scheidsrechter aan tafel, dan ligt de beslissing bij de wedstrijd-leiding.

1.30 Ballen die ‘vanzelf’ bewegen


Als een bal vanzelf beweegt, dan blijft deze bal in deze nieuwe positie liggen en wordt er vanuit deze nieuwe situatie verder gespeeld. Een stilliggende bal die na vijf seconden in een pocket valt, wordt zo goed als mogelijk op zijn vorige positie teruggelegd, waarna het spel doorgaat.

Valt na de stoot de bal waarop men mikt uit eigen beweging in een pocket zodat de stootbal over de oorspronkelijke plaats van die bal rolt, dan worden alle verplaatste ballen teruggelegd en speelt de speler de stoot opnieuw. (Zie ook regel 1.33 Tussenkomst van toeschouwers)


1.31 Ballen 'spotten'


Objectballen die volgens één of andere spelregel terug op tafel moeten komen, worden na de stoot op de lange lijn gelegd. Eén enkele bal plaatst men op het voetpunt. Moeten er meerdere ballen gerespot worden, dan gebeurt dat in numerieke volgorde, oplopend in de richting van de voetband.

Als er ballen in de weg liggen, dan worden de te spotten ballen daar zo dichtbij mogelijk gelegd zonder ze te bewegen. Is het de stootbal die in de weg ligt, dan worden de te spotten ballen er zo dichtbij mogelijk gelegd zonder die te raken.

Als er onvoldoende plaats op de lange lijn in de richting van de voetband, dan worden de overblijvende terug te leggen ballen aan de andere kant van het voetpunt gelegd, in het verlengde van de lange lijn, numeriek oplopend in de richting van het centrum van de tafel en met inachtneming van dezelfde voorzorgen in geval van in de weg liggende ballen.

1.32 Meerdere gepotte ballen


Alle objectballen die tijdens een geldige stoot gepot worden, worden op de gewone wijze goedgekeurd.

1.33 Tussenkomst van toeschouwers


Ballen die bewegen door toeschouwers, bijvoorbeeld doordat een speler geduwd wordt of door onvoorziene omstandigheden (zoals aardbevingen, naar beneden vallende verlichting, enz.) worden zo nauwkeurig mogelijk teruggelegd op hun laatste positie voor het incident. Aan de speler aan stoot wordt dan géén foul toegekend. Is het niet mogelijk alle ballen in de oorspronkelijke positie te plaatsen, dan wordt het spel opnieuw gespeeld met dezelfde beginnende speler. De puntentelling van voor de onderbreking wordt verder gezet.

1.34 Openen van opeenvolgende games


In een wedstrijd opent de winnaar van een rack ook het volgende rack.

1.35 Om de beurt spelen


In de loop van een wedstrijd komen de spelers afwisselend aan tafel en eindigt een beurt als een speler geen objectbal geldig pot, of als hij een foul maakt. Als een beurt niet op een foul eindigt, aanvaardt de tegenspeler de positie op de tafel.

1.36 Een objectbal ligt vast tegen de stootbal of tegen de band


Indien de eerste objectbal die door de stootbal geraakt wordt, vastligt tegen een band, moet er:

  1. een bal gepot worden;

  2. de stootbal een band raken;

  3. de vastliggende objectbal een andere band raken dan de band waartegen hij vastlag;

  4. een andere bal een band te raken waar deze nog niet tegen vastlag.

Een bal ligt pas vast als dat door de scheidsrechter expliciet wordt aangegeven. Voor ballen die vastliggen aan de stootbal, zie regel 1.18 Het niet-raken van een geldige objectbal, van een vastliggende bal afspelen.

1.37 Spelen van achter de hoofdlijn


Als een speler de stootbal in hand achter de hoofdlijn heeft, mag hij deze overal achter de hoofdlijn leggen (a,b). Hij moet deze eerst over de hoofdlijn spelen voordat de stootbal een band of een bal (b) raakt. Lukt dit niet, en wordt de wedstrijd gearbitreerd door een scheidsrechter, dan maakt hij een foul.

Wordt de wedstrijd niet gearbitreerd, dan heeft de tegenspeler de keuze tussen een foul laten optekenen, of de speler opnieuw laten spelen met alle ballen terug in oorspronkelijke positie, zonder dat een foul gegeven wordt.

Ligt een objectbal op of over de hoofdlijn (c,d,e dus buiten het hoofdveld) zodat de stootbal deze bal raakt voor het verlaten van het hoofdveld, dan mag deze bal toch rechtstreeks aangespeeld worden (zie ook regel 1.10 Stootbal in de hand achter de hoofdlijn). Als, met de stootbal in hand achter de hoofdlijn en terwijl de speler een geldige stoot probeert te maken, de stootbal onopzettelijk een bal achter de hoofdlijn raakt en daarna het hoofdveld verlaat, dan is dat een foul. Verlaat de stootbal het hoofdveld niet, dan geldt het volgende: de tegenspeler laat een foul optekenen en krijgt dan de stootbal in hand, of hij laat de ballen terug op hun vorige posities leggen en laat de stoot herspelen door de tegenspeler zonder dat een foul wordt aangerekend.

Als een speler de stootbal opzettelijk een objectbal achter de hoofdlijn raakt, dan is dat onsportief gedrag.




1.38 Foul bij ‘ball in hand‘


Voor het positioneren van de stootbal 'in hand' mag de speler zijn hand of ieder deel van de keu (pomerans inbegrepen) gebruiken. Iedere voorwaartse stootbeweging, waarbij de stootbal geraakt wordt maar die ongeldig is, is een foul.

1.39 Tussenkomsten


Als een niet aan spel zijnde speler zijn tegenspeler afleidt of in zijn spel tussenkomt, begaat hij een foul. Als een speler buiten zijn beurt stoot of een bal verplaatst, wordt dit als een tussenkomst gezien.

1.40 Hulpstukken


Spelers mogen geen ballen, driehoek of enig ander hulpstuk gebruiken om te bepalen of een stootbal of objectbal ergens tussendoor zou kunnen. Alleen de keu mag hiervoor worden gebruikt, en alleen als die in de hand wordt gehouden. Enig ander gebruik is een foul én onsportief gedrag.

1.41 Ongeldig aangebrachte markeringen


Als een speler opzettelijk markeringen op de tafel aanbrengt om zo een stoot te vergemakkelijken, bijvoorbeeld door het bevochtigen van het laken, het plaatsen van krijt op de banden, of op enige andere wijze, dan begaat hij een foul. Verwijdert hij deze markeringen voor de stoot, dan wordt er geen sanctie toegepast.

1.42 Advies geven van spelers en overleg


Het luid en duidelijk advies geven en overleggen (teamwedstrijd) is verboden. Gebeurt dit toch dan houdt ieder volgend vergrijp na het geven van een eerste waarschuwing een foul in.


2. Spelregels 8-Ball


De Algemene Spelregels zijn van toepassing, behalve als ze in tegenspraak zijn met de volgende spelregels.

Aan deze spelregels kunnen geen rechten worden ontleend.


2.1 Doel van het spel


8-Ball is een zogenaamd 'call-spel' dat gespeeld wordt met één witte stootbal en vijftien objectballen. Één speler moet de ballen 1 tot en met 7 (de effen gekleurde ballen) potten, terwijl de andere speler de ballen 9 tot en met 15 (de gestreepte ballen) moet potten. Wanneer een speler alle objectballen van zijn eigen serie gepot heeft, mag hij proberen de 8-Ball te potten. De speler die daar als eerste in slaagt met een geldige stoot wint het spel.

2.2 Callen - Aankondigen


Voor de hand liggende ballen en pockets moeten niet aangekondigd worden. Als het voor de tegenspeler niet duidelijk is, heeft hij echter steeds het recht om te vragen welke bal en pocket gespeeld worden. Stoten via banden en combinatiestoten worden niet als voor de hand liggend beschouwd en moeten steeds aangekondigd te worden. Bij het aankondigen is het nooit nodig om eventueel te raken banden, combinaties te vermelden.

Ballen die gepot worden in een stoot waarin een foul gemaakt werd, blijven gepot ongeacht van welke speler ze zijn. (Let op bij van tafel gespeelde ballen! Zie ook regel 2.17 Objectballen van tafel spelen)

Bij de openingsstoot moet niet aangekondigd worden. Als de beginnende speler bij de break op geldige wijze een of meer objectballen pot, mag hij verder spelen.

2.3 De break


De objectballen worden in de vorm van een driehoek op de tafel gelegd met de topbal van de driehoek op het voetpunt.

De 8-Ball is de middelste uit de rij van drie ballen. De beide buitenste ballen van de achterste rij zijn van een verschillende soort: de ene effen gekleurd, de andere gestreept.


2.4 Breaken door winnaar


De winnaar van de lag (zie Algemene Spelregels, 1.6 Bepalen van de beginnende speler) kiest of hij zelf breakt of de tegenspeler laat openen. Tijdens een wedstrijd breakt de speler die een game gewonnen heeft.

2.5 Een correcte break


Om correct te breaken, moet de openende speler (met de stootbal vanaf achter de hoofdlijn) een of meerdere objectballen potten, of minstens vier objectballen een band laten raken.

Slaagt hij er niet in correct te breaken, dan maakt hij een foul. De tegenspeler krijgt dan de keuze om de positie te aanvaarden en zelf verder spelen, of de ballen opnieuw te laten opleggen en te kiezen wie breakt: hijzelf of zijn tegenspeler.


2.6 De stootbal potten bij de break het zogenaamde ‘scratchen’


Als bij de break de stootbal wordt gepot, is het een foul en blijven alle gepotte ballen gepot (behalve de 8-bal, zie regel 2.8 De 8-bal potten bij de break) en is de tafel open. De tegenspeler is dan aan beurt en krijgt de stootbal in de hand achter de hoofdlijn met alle bijhorende bepalingen (zie Algemene spelregels, 1.10 Stootbal in de hand achter de hoofdlijn, 1.16 Het hoofdveld (‘kitchen’), 1.37 Spelen van achter de hoofdlijn en 1.38 Foul bij ‘ball in hand ‘).

2.7 Objectballen van de tafel spelen bij de break


Als een speler bij de break een objectbal van tafel laat springen, dan is dat een foul. De tegenspeler heeft vervolgens de keuze om de positie te aanvaarden en zelf verder te spelen, of de stootbal in de hand achter de hoofdlijn te nemen.

2.8 De 8-bal potten bij de break


Wanneer bij de break de 8-bal wordt gepot, dan heeft de speler de keuze de objectballen opnieuw op te leggen (racken) en zelf opnieuw te breaken of om de 8-bal terug te leggen op de voetspot en verder te spelen.

Als tegelijk met de 8-bal ook de stootbal gepot wordt, mag de tegenspeler kiezen de objectballen opnieuw te laten opleggen (racken) en breaken of om de 8-bal te laten respotten en verder te spelen met de stootbal in de hand achter de hoofdlijn.


2.9 De open tafel


De tafel is open zolang niet vaststaat welke speler met welke serie (effen of gestreepte objectballen) speelt. Bij een open tafel mag de speler als eerste een effen bal raken om een gestreepte bal te potten en vice versa. Na de break is de tafel steeds open. Bij een open tafel is het toegestaan een effen of gestreepte bal als eerste te raken om een bal te potten, maar is het echter de 8-bal die als eerste geraakt wordt dan is dat een foul, behalve als wit eerst band heeft geraakt. De speler verliest zijn beurt en krijgt de tegenspeler ball in hand. Alle gepotte objectballen blijven gepot en de tafel blijft open.

2.10 Keuze van de serie (effen of gestreepte objectballen)


De keuze van de serie (effen of gestreepte objectballen) gebeurt nooit bij de break, zelfs niet als daarin ballen gepot worden. Onmiddellijk na de break is de tafel altijd open (zie regel 2.9 De open tafel). De keuze staat vast vanaf de eerste geldig gepotte bal (zie regel 2.11 Gepotte ballen).

2.11 De correcte stoot


Bij iedere stoot (behalve bij de break en bij een open tafel) moet de stootbal eerst een bal van de eigen serie raken, behalve over band. Daarna moet een objectbal gepot worden. Of anders moet de stootbal of een objectbal een band raken.

Het is toegestaan de stootbal tegen een band te spelen voordat een objectbal van de eigen serie, die van de tegenstander of de 8-bal geraakt wordt. Maar na het contact met de objectbal moet echter nog steeds een objectbal gepot worden of een bal tegen een band gespeeld worden. Gebeurt dit niet, dan maakt de speler een foul.


2.12 Safety shot spelen


Vanuit tactisch oogpunt kan een speler ervoor kiezen een eigen objectbal te potten en toch niet aan beurt te blijven. Hij kan dit doen door een safety aan te kondigen, een safety is een geldige stoot. Als een speler een safety wil spelen, moet hij dat vooraf aankondigen. Doet hij dat niet en pot hij één of meerdere ballen van zijn eigen serie, dan moet de speler zelf verder spelen. Alle ballen die bij een safety gepot worden, blijven gepot.

2.13 Het scoren


Een speler mag verder spelen tot hij er niet meer in slaagt om op correcte wijze een bal van zijn eigen serie te potten. Wanneer een speler alle ballen van zijn serie gepot heeft gaat hij spelen om de 8-bal te potten.

2.14 Straf voor een foul


Na een foul krijgt de tegenspeler de stootbal ball in hand over de hele tafel. Alleen bij fouls op de break krijgt hij de stootbal in hand achter de hoofdlijn. Deze regel voorkomt het maken van opzettelijke fouls met als doel de tegenspeler nadeel te bezorgen.

Met de stootbal in hand mag een speler zijn hand of ieder deel van de keu (de pomerans inbegrepen) gebruiken om de stootbal te plaatsen. Bij die plaatsing telt iedere voorwaartse stootbeweging waarbij de stootbal geraakt wordt en die niet resulteert in een correcte stoot als een foul (zie ook Algemene Spelregels, regel 1.38 Foul bij ‘ball in hand ‘).


2.15 Combinatiestoten (‘plants’)


Combinatiestoten zijn toegestaan. De 8-bal mag echter niet als eerste geraakt worden als de tafel niet meer open is en de speler nog ballen van zijn serie op tafel heeft liggen.

2.16 Ongeldig gepotte ballen


Een ongeldig gepotte bal is een bal die gepot wordt in een stoot waarin een foul gemaakt wordt, in een andere dan de aangekondigde (‘callen’) pocket, of die niet aangekondigd is of in een safetystoot. Ongeldig gepotte ballen blijven gepot.

2.17 Objectballen van tafel spelen


Worden er objectballen van tafel gespeeld, dan is dat een foul en gaat de beurt over naar de tegenspeler. Is het de 8-bal die van de tafel gespeeld wordt, dan verliest men direct het spel.

2.18 Foul op de 8-bal


Maakt men bij het spelen op de 8-bal een foul maar wordt de 8-bal niet gepot of van tafel gespeeld, dan is dat een gewone foul en géén verlies van game. De tegenspeler krijgt de bal in hand. Speelt men de 8-bal weg tijdens een foul, dan resulteert dit in verlies van het spel (zie regel 2.19 Verlies van het spel).

2.19 Verlies van het spel


Een speler verliest het spel in de volgende gevallen:

  1. een foul maken bij het potten van de 8-bal (behalve bij de break, zie regel 2.8 De 8-bal potten bij de break);

  2. de 8-bal potten in dezelfde stoot als die waarin de laatste van zijn serie gepot wordt;

  3. de 8-bal van tafel spelen;

  4. de 8-bal potten in een andere dan de aangekondigde pocket;

  5. de 8-bal potten wanneer er nog objectballen van de eigen serie op tafel liggen.

3. Aanvullende Spelregels Teamwedstrijden 8-Ball


De Algemene Spelregels en de spelregels 8-Ball zijn van toepassing, behalve als ze in tegenspraak zijn met de volgende spelregels.

Aan deze spelregels kunnen geen rechten worden ontleend.


3.1 Aantal spelers


Bij een teamwedstrijd bestaat ieder team uit 4 spelers.

3.2 Winnaar breaken


De winnaar van de lag (zie Algemene Spelregels, 1.6 Bepalen van de beginnende speler) kiest of hij zelf breakt of de tegenspeler laat openen. Tijdens een wedstrijd breakt het team dat de laatste partij gewonnen heeft waarbij de stootwissel behouden blijft (zie regel 4.3 Stootwissel).

3.3 Stootwissel


De beurt van een speler wisselt na elke stoot. Wanneer een bal geldig gepot wordt is de beurt aan de volgende speler van dat team. Mist een speler dan is de volgende speler van het andere team aan de beurt. Stootwissel en de spelersvolgorde van het wedstrijdformulier blijft gehandhaafd bij opeenvolgende games.

3.4 Overleg


Overleg tussen teamspelers is zowel aan als buiten de tafel niet toegestaan en resulteert na een gegeven waarschuwing in een foul.

3.5 Speler aan tafel


Alleen de speler die op dat moment de stootbeurt heeft mag aan tafel staan. De overige spelers van de teamwedstrijd dienen de tafel zoveel mogelijk vrij te houden wanneer zij niet aan de beurt zijn. De speler die de laatste bal heeft gestoten dient de tafel zo snel mogelijk weer te verlaten.

4. Nineball regels (nieuwe regels per september 2011)


Aan deze spelregels kunnen geen rechten worden ontleend.

4.1 Doel van het spel


Nine ball wordt gespeeld met de witte speelbal en de genummerde ballen van één tot en met negen. Bij elke stoot moet de speelbal als eerste de laagst genummerde bal op de tafel raken, doch de ballen moeten niet in volgorde gepot worden. Zolang hij op een geldige manier een gecallde bal pot en hij geen foul maakt of het spel wint door de gecallde 9-ball te potten, blijft een speler aan de beurt. Na een misser moet de aan tafel komende speler beginnen met de speelbal op de plaats waar hij ligt; werd er echter een foul gemaakt, dan krijgt hij de bal in de hand overal op de tafel. Elke pot dient aangekondigd (call shot) te worden.

4.2 Call shot


Een call shot is het aankondigen van exact één bal (nummer of kleur) in exact één pocket. Wanneer bij het call shot de aangekondigde bal in de aangekondigde pocket wordt gepot is dit een geldig uitgevoerd call shot en houdt de aan tafel zijnde speler zijn beurt. Eventueel extra gepotte ballen blijven gepot. Indien bij een geldig uitgevoerd call-shot ook de 9 gepot wordt zal deze ge-respot worden en houdt de aan tafel zijnde speler zijn beurt. Indien bij een ongeldig uitgevoerd call-shot ook de 9 gepot wordt zal deze ge-respot worden en verliest de aan tafel zijnde speler zijn beurt. Indien er geen bal gecalled is of een safety is aangekondigd en er wordt toch een bal gepot, of de gecallde bal wordt in een andere pocket gepot, dan heeft de tegenstander de keuze om

  • zelf vanuit de huidige positie verder te spelen

  • of de beurt af te geven aan de tegenstander en de tegenstander vanuit de huidige positie verder te laten spelen

Wanneer een aangekondigde bal in een aangekondigde pocket gepot wordt blijven extra gepotte ballen van tafel (uitgezonderd de 9 zie boven).

4.3 De openingsconfiguratie


De ballen worden in een ruitvorm gelegd met de 1-ball op het voetpunt, en de 9-ball in het centrum van de ruit, die met de lange diagonaal op de lange lijn ligt.

De overige ballen liggen willekeurig in de ruit waarbij ze elkaar moeten raken. Het spel begint met de speelbal in de hand achter de hoofdlijn.


4.4 De geldige openingsstoot


De regels voor de openingsstoot zijn dezelfde als voor alle andere stoten, met de volgende bijzonderheden:

de openende speler moet niet enkel de 1-ball als eerste raken maar moet daarna tevens ofwel een of meerdere genummerde ballen potten ofwel minimaal vier genummerde ballen tegen een band spelen als de speelbal gepot of uit de tafel gespeeld wordt of als niet voldaan werd aan de hierboven genoemde vereisten, dan is dat een foul en krijgt de aan tafel komende speler de bal in de hand over de hele tafel als bij de openingsstoot een genummerde bal uit de tafel gespeeld word, dan is dat een foul en krijgt de aan tafel komende speler de bal in de hand op de hele tafel; de uit de tafel gespeelde bal wordt niet terug gespot, tenzij het de 9-ball is.


4.5 Verdere verloop van het spel


Op de stoot direct volgend op de openingsstoot mag een 'push out' gespeeld worden. Als de openende speler een of meerdere ballen pot, mag hij verder spelen tot hij mist, wint of een foul maakt. Als de speler mist of een foul maakt, speelt de tegenspeler op dezelfde voorwaarden verder.

4.6 De ‘Push Out’


De speler die de eerste stoot na de openingsstoot - die geldig moet geweest zijn - speelt mag een 'push out' spelen om de speelbal in een betere positie te leggen voor het verdere spel. Bij een 'push out' is het niet nodig de speelbal een genummerde bal of een band te laten raken; alle andere foulregels blijven evenwel gelden. Een 'push out' dient vooraf aangekondigd te wordcn, zoniet zal de stoot als een gewone stoot beschouwd worden. Alle ballen die tijdens een 'push out' gepot worden, blijven gepot, uitgezonderd de 9-ball, die terug gespot wordt. Een 'push out' is een geldige stoot zolang er geen regels worden overtreden. Een ongeldige 'push out' wordt overeenkomstig de overtreden regel bestraft.

Na een 'push out' mag de inkomende speler kiezen of hij de volgende stoot zelf speelt, of dat hij hem overlaat aan de speler van die de 'push out' gespeeld heeft. In beide gevallen zijn alle volgende stoten gewone stoten, die op een geldige wijze gespeeld dienen te worden. Als bij de openingsstoot een foul gemaakt werd, mag er geen 'push out' gespeeld worden.


4.7 Fouls


Als een speler een foul maakt, dan stopt zijn beurt. Alle ballen die hij gepot heeft blijven weg, uitgezonderd de 9-ball die terug gespot wordt. De inkomende speler krijgt de bal in de hand op de hele tafel. Maakt een speler meerdere fouls in eén enkele stoot, dan worden die als slechts een foul gerekend.

4.8 Verkeerde bal raken


Als de eerst geraakte bal niet die met het laagste nummer is, dan is dat een foul.

4.9 Geen band raken


Als men na het aanspelen van de laagst genummerde bal op de tafei geen bal pot en er wordt geen band meer geraakt, dan maakt men een foul.

4.10 Ball in hand


Als een speler de bal in de hand krijg, dan mag hij die overal op de tafel leggen zonder evenwel een genummerde bal aan te raken. Hij mag de positie steeds verbeteren tot hij afstoot.

4.11 Ballen uit de tafel spelen


Een niet-gepotte bal wordt als uit de tafel gespeelde bal aangezien als hij stil komt te liggen op een andere plaats dan op het speelvlak van de tafel. Een bal uit de tafel spelen betekent dat men een foul maakt; zulke ballen blijven weg, tenzij het om de 9-ball gaat. Alleen de 9-ball kan ge-respot worden.

4.12 Jump- en masseerfouls


Het is een foul als de speelbal bij een poging tot masseren of draaien rond een niet legale tussenliggende bal, die bal als eerste raakt. Jumpen is niet toegestaan.

4.13 Drie opeenvolgende fouls


Als een speler drie opeenvolgende fouls begaat in drie opeenvolgende stoten (dus zonder dat hij intussen een geldige stoot maakt), dan verliest hij het spel. De drie fouls moeten alle drie in hetzelfde spel plaatsvinden. De speler moet tussen de tweede en de derde foul - op het moment dat hij de 'derde' maal aan de tafel komt - gewaarschuwd worden dat hij reeds twee opeenvolgende fouls gemaakt heeft.

De beurt van een speler begint wanneer het voor hem toegelaten is een stoot uit te voeren en eindigt bij het einde van de stoot (als hij mist, een foul begaat of het spel wint) of wanneer hij een foul maakt.


4.14 Einde van het spel


Een spel begint zodra de speelbal de hoofdlijn overschrijdt bij de openingsstoot. De 1-ball moet geldig geraakt worden bij de openingsstoot. Het spel eindigt bij de geldige stoot waarin de 9-ball gepot wordt of wanneer een speler een forfait heeft tengevolge een foul.



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina