Spelregels Wereldhandelspel Hieronder lees je de spelregels van het wereldhandelspel. Aantal deelnemers



Dovnload 11.97 Kb.
Datum17.08.2016
Grootte11.97 Kb.




Spelregels Wereldhandelspel

Hieronder lees je de spelregels van het wereldhandelspel.


Aantal deelnemers

Tussen de 20 en 30 leerlingen plus een spelleider met 2 assistenten.



Situatie
De wereld die je gaat naspelen bestaat uit 5 landen. Onder deze 5 landen zijn er 2 rijke landen en 3 ontwikkelingslanden. De rijke landen hebben industrie. De ontwikkelingslanden hebben alleen grondstoffen. Om te kunnen produceren hebben de industrielanden grondstoffen nodig, terwijl de grondstoffenlanden industrie nodig hebben. Met andere woorden: er moet onderhandeld worden. Door deze onderhandelingen moet elk land proberen zoveel mogelijk te produceren.
Benodigdheden

  • 24 vellen A3-papier in drie kleuren (van elke kleur 8)

  • 8 potloden

  • 8 linialen

  • 8 scharen

  • 8 rolletjes plakband

Voor de spelleider en de assistenten:

  • blocnote

  • pen

  • 5 kaartjes met daarop de letters A t/m E


Ruimte

Een groot klaslokaal met voor ieder land een eigen tafel + 2 tafels om te kunnen onderhandelen. De tafels mogen niet te dicht bij elkaar staan.


Startsituatie

Verdeel de klas in 5 groepen van 4, 5 of 6 deelnemers. Probeer er voor te zorgen dat de groepen even groot zijn. Bepaal per groep door het trekken van een kaartje of de groep een rijk land of een arm land is.

De rijke landen (land A en land B) krijgen ieder 4 potloden, 4 linialen, 4 rolletjes plakband en 4 scharen.

De arme landen (land C, land D en land E) krijgen ieder 8 vellen A3-papier. Ieder land heeft zijn eigen kleur.


De productie
De productie bestaat voor alle landen uit kubussen van papier van 9 x 9 x 9 cm, aan alle zijden gesloten. Om kubussen te kunnen maken, heb je nodig: papier - potlood - liniaal - schaar - plakband.
Er mag alleen gebruik gemaakt worden van de artikelen die de spelleider uitdeelt (geen eigen potloden, zakmessen e.d.) en er mag niet gescheurd worden.


Wereldhandelsverdrag
Volgens het wereldhandelsverdrag zijn er tarieven voor ruil en voor lening van goederen.

Deze tarieven zijn:


Tarief ruil Tarief lening
1 potlood 1 vel A3-papier 2 kubussen
1 schaar 2 vel A3-papier 3 kubussen
1 liniaal 1 vel A3-papier 2 kubussen
1 rol plakband 3 vel A3-papier kan niet geleend worden

Een lening geldt voor 10 minuten (kan wel voor meerdere termijnen afgesproken worden).


De aflossing van de lening met kubussen gebeurt aan het slot van het spel.

Procedure van onderhandeling
Onderhandelingen mogen alleen gevoerd worden door een vaste vertegenwoordiger van een land. De vertegenwoordiger van het land is de enige die zijn land mag verlaten. De andere inwoners produceren kubussen. Wel mag tussentijds gewisseld worden van vertegenwoordiger. Maar er mag maar één persoon van een land aan een onderhandelingstafel zijn. Er kunnen alleen onderhandelingen tussen twee landen gevoerd worden.
Wil een land onderhandelen met een ander land, dan geeft het dit te kennen aan een assistent van de spelleider. Deze brengt het verzoek over aan het andere land. Is dit land bereid, dan kan op een teken van de spelleiding het gesprek plaatsvinden. Als de onderhandelaar van het gevraagde land bezig is met een ander land te onderhandelen, dan moet gewacht worden tot dit afgelopen is. Men kan ook weigeren. Er is geen tijdsbeperking aan onderhandelingen.
Van elke afspraak tijdens de onderhandelingen moet een afschrift gemaakt worden in drievoud: voor elk onderhandelend land één en één voor de spelleider.
Inflatie
Elk land streeft naar een zo groot mogelijke productie. Maar er is in deze wereld inflatie. Dat wil zeggen dat de geproduceerde kubussen hun waarde kunnen verliezen. De mate van inflatie is afhankelijk van de productie van de twee industrielanden en wel op de volgende manier: de productie van de twee industrielanden tezamen, gedeeld door 4, vormt de wereldinflatie. Dit aantal wordt bij elk land van de productie afgetrokken.

Voorbeeld
Stel dat het aantal geproduceerde kubussen is:
Industrieland 1         14
Industrieland 2         17 -- samen is dat 31.
Grondstoffenland 1:    8
Grondstoffenland 2:    5
Grondstoffenland 3:  10

Een kwart van 31 is 8 (afgerond).

Bij elk land worden nu 8 kubussen afgetrokken.

Resultaat:


Industrieland 1         14 - 8 = 6
Industrieland 2         17 - 8 = 9
Grondstoffenland 1:    8 - 8 = 0
Grondstoffenland 2:    5 - 8 = -3
Grondstoffenland 3:  10 - 8 = 2

Oftewel: de industrielanden zijn behoorlijk gegroeid, van de grondstoffenlanden is er één op hetzelfde peil gebleven, één is er op achteruitgegaan en één iets gegroeid.


Het spreekt vanzelf dat de grondstoffenlanden moeten proberen de productie van de industrielanden te beperken, terwijl elk industrieland zal trachten de productie van het andere industrieland tegen te houden.

Speelduur
De totale speelduur is 1,5 uur. Daarna worden de leningen afbetaald. De spelleider rekent vervolgens de inflatie uit. De productie van elk land wordt bepaald. Halve kubussen hebben geen waarde, kubussen die niet aan de eisen voldoen evenmin.
Bedenk dat deze productie van levensbelang is voor de inwoners van je land. Een flinke groei is hard nodig!
Spelleiding
In gevallen waarin deze regels niet voorzien beslist de spelleider. Protesten tegen deze beslissingen zijn pas na afloop van het spel mogelijk.


Aardrijkskunde | Arm en Rijk | Kenmerken ontwikkelingslanden | Spelregels wereldhandelspel




De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina