Spiritualiteit en traditionalisme in een anti-traditionele wereld



Dovnload 25.33 Kb.
Datum26.08.2016
Grootte25.33 Kb.

Spiritualiteit en traditionalisme in een anti-traditionele wereld




Door Stefaan Van den Eynde

Beste Vrienden,


De islam zal enkel dan een volwaardige religie in Europa kunnen zijn, als ze eerst haar eigen Franse Revolutie heeft doorgemaakt”. Deze opmerkelijke woorden kwamen niet uit de mond van een prominent humanist, noch was het een oprisping van een notoir atheïst. Het was echter kardinaal Danneels, aanvankelijk nog getipt als mogelijke opvolger van paus Johannes Paulus II, aan wiens lippen deze uitspraak ontsnapte. Als we het dan toch gaan hebben over het anti-traditionalisme dat onze maatschappij kenmerkt, dan denk ik dat deze ene zin op zich reeds boekdelen spreekt. Want dat het uitgerekend een hoger vertegenwoordiger van het Katholiek Instituut moet zijn die zich tot een dergelijke uitspraak laat verleiden, zegt, voor wie er dieper op doordenkt, genoeg. Het “écrasez l’infâme” waarmee Voltaire van leer trok tegen de Kerk, heeft duidelijk niet luid en vooral niet lang genoeg weergalmd in de oren van de kardinaal.
Misschien zal het de doorsnee Vlaming ontgaan zijn, maar de woorden van Danneels dekken een diepe lading. Ze dragen het zaad in zich dat sedert de tweede helft van de 18de eeuw in het hart van Europa begon te ontkiemen. Wanneer Danneels zich uitspreekt ten voordele van de Franse Revolutie, dan heeft hij in werkelijkheid de achterliggende ideeën van de Verlichting voor ogen; ideeën die door niemand zo bloemrijk werden verwoord als door Voltaire. De verdraagzaamheid die Voltaire voor ogen had, kon er evenwel enkel komen indien het Kerkelijk Instituut zelf zou worden uitgeschakeld. Daar waar Voltaire nog religieus geïnspireerd was geweest – hij noemde zichzelf theïst – trokken andere verlichtingsdenkers de lijn radicaler door. “Het tijdperk van de godsdienst heeft plaats gemaakt voor de eeuw van de wetenschap”, riepen Diderot en d’Alembert uitdagend triomfantelijk in koor. Om nog maar te zwijgen van het radicale atheïsme van een Lamettrie… .
Vrienden, de Franse Revolutie – aanvankelijk een verzet tegen ontspoorde monarchistische pronkzucht en machtsvertoon – vormde het achtergronddecor waartegen de libertijnse en meest radicale ideeën van de Verlichting tot wasdom konden komen.
Indien we nu leven in een anti-traditionalistische westerse wereld – een wereld die van individualisme en permissiviteit enerzijds en van consumerisme anderzijds haar peilers heeft gemaakt – indien we vandaag leven in zo’n maatschappij, dan mag dat voor een groot stuk op het conto worden geschreven van voornoemde Verlichting. En wat meer is: het ziet er ook naar uit dat de liberalisering van Europa ook de toekomst van ons nageslacht zal bepalen. Wanneer bij het samenstellen van een nieuwe grondwet voor Europa niet enkel meer verwezen wordt naar haar christelijke wortels, maar zelfs niet eens meer naar het Godbeginsel op zich, dan geeft dat een idee over hoe de kaarten er voor liggen.
De toekomst – en nu parafraseer ik Joseph Ratzinger vlak voor hij zich paus Benedictus XVI mocht noemen de toekomst wordt er één van de dictatuur van het relativisme, dat niets als vaststaand erkent en dat als laatste maatstaf voor alle dingen enkel het eigen ik en de eigen begeerte verstaat.
Bij deze visie van Ratzinger kunnen wij ons, als traditionalisten, alleen maar aansluiten. Dat het zonet geponeerde nogal haaks staat op de uitlatingen van Danneels geeft aan hoe ook binnen het Kerkelijk Instituut de meningen grondig verdeeld moeten zijn.
Maar waar plaatst ons dat als Ásatrúar? Hoe kunnen wij onze waarden verdedigen en belevendigen in een maatschappij die het tegenovergestelde voor ogen heeft?
De antwoorden op deze prangende vragen zijn niet te vatten in een paar populistische slogans. Ik denk dat we in de eerste plaats realistisch moeten zijn en de situatie zoals ze zich aan ons presenteert, onder ogen moeten zien. Een globale westerse bewustzijnsverandering, die nodig is om het tij werkelijk te doen keren, kunnen we niet verwezenlijken. De politiek-economische belangen van het Westen zijn daar enerzijds té groot voor, terwijl anderzijds het globaliseringsproces onafwendbaar lijkt. Gegijzeld door een materialistische tijdsgeest, kunnen we niet anders dan kinderen zijn van onze tijd. Zij het dan rebelse kinderen! Want ook al staat de maatschappelijke barometer op goddeloos onweer; het betekent niet dat we zullen schuilen onder de plooirokken van de gemakzucht. Neen, onze waarden zijn ons letterlijk heilig en onze trouw aan het Orlögr onwrikbaar.
Vooraleer we het hebben over hoe ons te profileren in het hier en nu, dienen we iets te zeggen over die specifieke waarden, die wij als traditionalisten voorstaan. De pijlers waarop onze Ásatrú-tempel gebouwd is, zeg maar. En het is hierbij van primordiaal belang dat we glasheldere stellingen innemen, die geen ruimte laten voor dubbelzinnige interpretaties!
De eerste en meest fundamentele pijler waarop de traditionele Ásatrúar zich ent, is het onvoorwaardelijk aanvaarden van het Godbeginsel. Hierover kan binnen geen enkele religie ook maar enige twijfel bestaan. Een religie waaruit het Goddelijke wordt weggesneden, verliest haar bestaansrecht. Maar al te vaak worden we geconfronteerd met zogenaamde ‘heidenen’ die de voorouderlijke traditie op intellectualistische wijze misbruiken. Dit om tot een al te pragmatische politieke weltanschauung te komen. Traditie hangt nochtans samen met tradere – doorgeven – en dit doorgeven mag geen uitgehold begrip worden. Geen conservatisme uit louter eigenbelang of uit angst voor het ongekende, het xenofobe dus. Dit houdt immers een schaamteloos voorbijgaan in aan de oorspronkelijke en essentiële betekenis van het ‘doorgeven’ van de voorouderlijke tradities. De oorsprong ligt – en moet blijven liggen – in het doorgeven van rituelen, verhalen en gebruiken die tot een verbinding van de gemeenschap met de Godenwereld moet leiden. Het ‘doorgeven’ was niet zozeer statisch en exclusivistisch; het was dynamisch en synthetisch. De Goddelijke essentie werd steeds doorgegeven in een vormelijke verpakking die het volk kon begrijpen. Het uitzicht van die verpakking veranderde samen met de tijdsgeest. Elke cultuurvorm was in haar essentie een vorm van communio met het Hogere. Laten we dat nooit vergeten. Vandaag is het woord cultuur een containerbegrip geworden dat ondermeer dient tot vermaak van de hardwerkende massa. Vaak overgoten met een moraliserend sausje, moet het de gestresseerde westerling momenten van ‘onthaasting’ bieden. Fun! De band met het Goddelijke ís vakkundig doorgesneden. Cultuur is nu – in navolging van de religie, waar ze onlosmakelijk mee verbonden was, waarlijk tot opium voor het volk verworden. Tradere werd verengd tot ‘to trade’: handel drijven.
Een tweede pijler is de erkenning van de sacraliteit van al wat leeft. In tegenstelling tot de (officiële) abrahamitische geloofsvormen, wordt de mens binnen traditionalistische samenlevingen niet losgezien van de natuur waaruit hij voortkomt. De breuk tussen Schepper en Schepping (en tussen de verschillende scheppingsvormen) heeft rechtstreeks en onrechtstreeks geleid tot het misplaatst superioriteitsgevoel dat de huidige westerse mens kenmerkt. Het gedreven misbruiken van de natuurvoorraden, het uitbuiten van niet-westerse zogenaamd ‘primitieve’ culturen en de verregaande verontreiniging van onze planeet leiden tot een ernstige verstoring van de ecosfeer. Het weze duidelijk dat we ons achter deze ‘evolutie’ niet kunnen scharen, maar pleiten voor de hersacralisering van onze leefruimte.
Een andere pijler is het respect voor de diversiteit. Vertrekkende vanuit een onverklaarbaar substantieel monisme – de Ginnungagap of Brâhma Nirguna – wordt de veelheid binnen tijd en ruimte als een fragmentarische afspiegeling van het Ene Goddelijke ervaren. Ik haal dan graag de vergelijking aan van de enkelvoudige lichtstraal die door het prisma der schepping uitwaaiert in een veelheid aan kleuren. Hoewel deze kleuren ons anders toeschijnen, beseffen we dat ze aan dezelfde lichtbron ontsproten zijn. De veelheid van kleuren zijn niets anders dan de verschillende cultureel-religieuze belevingsvormen die binnen het tijdruimtelijke kader ontstaan. Het besef dat het om belevingsvormen gaat die een heraanknopen met de ene Lichtbron moeten bewerkstelligen, leidt automatisch tot religieuze verdraagzaamheid. Het leidt tot eenheid door verscheidenheid, waarbij wederzijds respect voor het anderszijn het cement moet vormen.
Een vierde en laatste fundamentele pijler vormt de ontwikkeling van wat Ásatrúar het Heilagr noemen. Het Heilagr laat zich vertalen als een (Goddelijke) Kracht die van binnenuit straalt. Het is de heilssfeer die samenhangt met het eergevoel, met de goede naam. Het stellen van juiste rechtvaardige daden staat hierbij centraal. Men kan het Heilagr vergelijken met wat Chinezen onder Tao verstaan. Door consequent de juiste weg – jouw weg – te volgen, kan je waarlijk in eer en geweten als een goed mens leven. Je ontwikkelt dan – om een keer de Duitse Romanticus Friedrich Schiller aan te halen – “een schone ziel”.
Nu we deze vier hoofdpijlers opgesomd hebben – de aanvaarding van het Godbeginsel, de erkenning van de sacraliteit van het al, het respect voor de diversiteit en de ontwikkeling van het Heilagr – kunnen we overgaan tot concrete standpunten inzake levenshouding. Hoe vertalen we zo’n houding in het dagdagelijkse leven? Hoe profileren en handhaven we ons werkelijk in een anti-traditionele wereld?
We stelden bij aanvang van deze voordracht dat we de wereld niet kunnen veranderen. Noch gewapenderhand – mocht dat überhaupt al een optie zijn – noch op basis van de dialoog. Het komt er dus op aan binnen de maatschappij de zin voor de huidige realiteit te bewaren en zich binnen het tijdruimtelijke kader realiseerbare doelen voorop te stellen. En dergelijke doelen zijn er. Zowel op het persoonlijke vlak als op wereldschaal. Maar besef ten allen tijde dat geen enkele tijdsgeest u kan dwingen te zijn wie u diep van binnen waarlijk bent!
Laten we beginnen met gemeenschappelijke doelstellingen en zo afdalen tot de persoonlijke leefwereld.
Ásatrú is een loot aan de Indo-europese stam en behoort samen met ondermeer het Hindoeïsme en de Romuva tot de niet-bekeringsgerichte tradities; in het Westen soms als heidense religies geduid. Een belangrijk kenmerk van dergelijke tradities is de voornoemde erkenning van de religieuze diversiteit. In de sfeer van een verdere globalisering is dat geen onbelangrijk gegeven. De traditionalistische tolerantie staat immers haaks op het explosieve bekeringsimperialisme van de Islam en het Christendom. Binnen het Wereld Congres voor Etnische Religies & Tradities reiken traditionalisten elkaar de hand in een poging om religieus geweld een halt toe te roepen. Traditionalistische stromingen nemen dus het voortouw in de strijd voor religieuze tolerantie. De Werkgroep Traditie is stichtend lid van het Wereld Congres en speelt in haar groeiproces een voortrekkersrol. Door zich lid te maken van onze beweging of van een andere die tot het Congres behoort, draagt men zelf zijn of haar steentje bij tot het indijken van de bekeringsdrang met het zwaard. Laat religieuze verdraagzaamheid uw ganse handelen beheersen, zolang men u met respect bejegent. Dit essentiële respect moeten we gezamenlijk afdwingen.
Een tweede doelstelling betreft de erkenning van Ásatrú als religie in België. Het is geweten dat de Belgische wetgeving inzake definitie en erkenning van religieuze bewegingen behoorlijk mank loopt. Het punt is dat er in ons land nog steeds geen echte, bij wet vastgelegde, regeling bestaat voor de erkenning van een religie, waardoor willekeur troef blijft. Om als religie erkend te worden moet men een representatief aantal ‘gelovigen’ kunnen voorleggen. Alsof een religieuze beleving zich door kwantitatieve nomen laat bemeten en beoordelen… . Deze gewrongen situatie zal – met het oog op een Europese grondwet inzake religie – vroeg of laat moeten worden rechtgetrokken. Als Ásatrúar in het algemeen en als Werkgroep Traditie in het bijzonder zullen we de zaak op de voet volgen en blijven ijveren voor het recht op erkenning. Wat op IJsland, in Scandinavië en in Litouwen kan, zal ten langen laatste ook bij ons zijn beslag vinden. Ik heb er het volste vertrouwen in, dat eens er binnen Europa uniformiteit bestaat met betrekking tot de erkenning van religieuze stromingen, de traditionele stromingen hun plaats zullen krijgen. Men kan eenvoudigweg niet met twee maten en twee gewichten blijven werken. Een belangrijk uitgangspunt hierbij – en nu stap ik over naar de persoonlijke sfeer – is zichzelf niet te verloochenen. Men is wie men is. Er is niks mis mee zich tot Ásatrú of tot een andere traditionalistische strekking te bekennen. Wel integendeel; Ásatrú kan een gepast antidotum bieden voor de verziekte en ontwortelde westerling. Het biedt een terugkeer naar de wortels van het mens-zijn. Het naar buiten komen met onze traditie draagt bij tot gewenning en herkenning in het straatbeeld. Door steeds uitdrukkelijker aanwezig te zijn, wordt men als vanzelf deel van het maatschappelijk gebeuren.
Indien de ganse natuur als heilig wordt beschouwd, dan straalt dat natuurlijk af op iemands levenshouding. Het plaatst de mens niet langer buiten of aan de top van de schepping. Neen, het plaatst hem midden in de schepping, als integraal onderdeel. Hij staat midden in de gaard, wat hem toelaat het Zonnelied van Franciscus in zijn volste betekenis te smaken. Het mag geen verwondering wekken dat men zich vanuit een dergelijke overtuiging actief gaat inzetten voor het welzijn van de planeet waarop we leven. We vinden Ásatrúar dan ook vaak terug in natuur- en milieuverenigingen, in tuinbouw en bosbeheer, op boerderijen… . Het werken in en met de natuur houdt een actieve bezigheid in; een praktische aanvulling op de theoretische geloofszijde. In wezen gaat de Ásatrúar de natuur hersacraliseren daar waar de mogelijkheid zich voordoet. Het houden van joelvieringen, het oprichten van meibomen, het repetitief bezoeken van bestaande steencirkels voor bezinning of het ritueel planten van lotsbomen, huwelijksbomen, enzovoort, maakt deze plaatsen sacraal. Luisteren we naar de woorden van de godsdienstwetenschapper Mircea Eliade, wanneer hij stelt:

Voor traditionele volkeren openbaart een heilige plaats zich nooit afzonderlijk aan de geest. De plaats behoort altijd tot een complex aan dingen, onder andere de soorten planten en dieren die er de verschillende jaargetijden gedijen, evenals de mythische helden die er leefden, rondzwierven of iets tot stand brachten en die dikwijls belichaamd zijn in de grond zelf, in de ceremonieën die daar van tijd tot tijd plaatsvinden en alle emoties die door dat geheel worden opgeroepen”.


Dit brengt ons bij het lokale karakter van de traditionalistische beleving. Elke gemeenschap heeft haar eigen karakter; gebruikt haar eigen symboliek of beeldspraak om via het gezicht van de natuur door middel van rituelen de band met het Hogere tot stand te brengen. Het door het Westen gestuurde globaliseringsproces doet dit eigen karakter vervagen. Vandaar ook de moeizame strijd van het WCER&T om binnen ‘het werelddorp’ een plaats te krijgen.

We spraken daarnet over tradere : het doorgeven van het traditionele erfgoed om de communicatie tussen het volk en de Godenwereld levend te houden. Hier ligt allicht de voornaamste taak van de individuele Ásatrúar. Vanuit de ruïnes van de lokale volkstradities opnieuw aanknopen met de essentie. We spreken van ruïnes omdat onze volksgebruiken helaas tot louter folklore zijn verworden. Oude gildenoptochten zijn nog slechts theatrale opvoeringen, beroofd van hun oorspronkelijke betekenis. Meiboomdansen zonderlinge handelingen binnen de beslotenheid van ‘stoffige’ volkskunstgroepen. Carnavalsvieringen ontspoorde bacchanalen tot vermaak van de ‘vrije’ westerling. En zo kunnen we eindeloos verder gaan. Binnen heemkundige kringen worden de restanten van ons erfgoed bewaard; geconserveerd zeg maar. Vaak echter zonder dat men de oorspronkelijke diepgang en essentie ervan begrijpt. Het komt er dus in eerste instantie op aan om binnen dergelijke kringen – bij heemkundigen, folkloristen, volkskunstenaars, ambachtslui, volksdansers, enzovoort – de achtergronden en de essentie van datgene waarmee ze zich met zoveel ijver inlaten, opnieuw bekendheid te geven. Enkel op deze wijze kan de bezieling opnieuw geboren worden.


En zo komen we bij een laatste en tevens moeilijkste punt: het stellen van de juiste daden in het hier en nu. Doorheen alle voornoemde principes – erkenning van het Godbeginsel, erkenning van de sacraliteit in al wat leeft, erkenning van de lokale diversiteit en geloof aan de uitbouw van het Heilagr – komt een levenshouding naar voor. Een levenshouding die zich kenmerkt door trouw aan het Goddelijke, trouw aan het leven en trouw aan het eigene: de sibbe en de gemeenschap waartoe men behoort. Trouw zijn aan sibbe en gemeenschap betekent hen pogen deelachtig te maken aan de kracht en essentie van het eigen erfgoed. Ieder bepaalt voor zich hoe hieraan gestalte wordt gegeven. Dat is eenieders moeilijke verantwoordelijkheid en queeste. Steeds zal de intentie primeren op het behaalde resultaat. Ook dat is de realiteit! Misschien kunnen bij het bewandelen van de juiste weg de negen nobele Ásatrú-waarden u tot richtsnoer dienen: eer – trouw – moed – weerbaarheid – ijver – zelfredzaamheid – zelfbeheersing – gastvrijheid – waarheidsliefde.
Ik durf hier en nu stellen dat ik een fundamentalist ben: een fundamentalist in de meest essentiële betekenis van het woord. Iemand die zich richt op het fundament; op de essentie van de religie; op datgene dat we het Orlögr of de Oerwet noemen. Mijn fundamentalisme heeft echter niets te maken met wat er in de huidige tijdsgeest onder wordt verstaan. Ik herken mij niet in het blinde geweld van moslim- en andere extremisten. Mijn fundamentalisme richt zich daarentegen op het metafysische. Het richt zich op de Godvonk die in mij en in ieder van u zit ingebakken. Het houdt een onwrikbare belofte in om de waarden waarvoor elke traditionele Ásatrúar dient te strijden, nooit te zullen verloochenen. Dáárom draag ik mjølnir rond de hals. Het symboliseert de innerlijke strijd voor Goddelijke Orde; een strijd die o zo moeilijk te voeren is binnen de anti-traditionalistische arena van het huidige ‘vrije’ Westen. Maar samen met u, samen met alle sibben van de Werkgroep Traditie, samen met alle Ásatrúar die de Weg van het Noorden bewandelen, ja, samen met elke traditionalistische stroming wereldwijd, die het Orlögr of de Sânatana Dharma erkent en zich gebundeld heeft in het Wereld Congres voor Etnische Religies & Tradities, roeien we op eigen kracht tegen de anti-traditionalistische stroming in. Want, vrienden, het credo van de Oranjes indachtig, weten wij dat “men niet hoeft te hopen om te ondernemen, noch te slagen om te volharden”. Onze strijd is onze weg en is een doel op zich. Dát is het Heilagr; dat is Tao! Dat is ons uiteindelijke Lot! Dat het zo moge zijn! Beste vrienden, het woord werd mij gegeven. De daad is aan U allen! Ik heb gezegd.



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina